Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN5534

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-08-2010
Datum publicatie
31-08-2010
Zaaknummer
01/825126-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en medeverdachte stonden terecht omdat zij zich op grote schaal, via oplichting [primair] en verduistering [subsidiair] vrachtwagens en andere bedrijfswagens hebben toeggeëigend. Verdachte had de contacten in de transportwereld, medeverdachte had de benodigde finanicele kennis. Van een deel van de ten laste gelegde feiten is verdachte vrijgesproken. Verdachte is veroordeeld voor de oplichting of verduistering van in totaal 15 bedrijfswagens, waarbij in sommige gevallen van valse vervoersdocumenten gebruik is gemaakt. Voor zijn aandeel is verdachte veroordeeld tot 26 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825126-10

Datum uitspraak: 31 augustus 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

wonende te [woonplaats], [adres]

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 augustus 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 mei 2010. Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij, in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 08 maart 2010, te Eindhoven en/of Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van (in totaal) 440.721,06 Euro, althans heeft bewogen tot de financiering van drie vrachtauto's/trekkers (merk DAF kentekens [kenteken 1] en/of [kenteken 2] en/of [kenteken 3] en/of drie (bedrijfs)auto's (een Toyota Landcruiser en/of twee Volkswagen Transporters), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich gepresenteerd met een valse naam en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] doen voorkomen dat verdachte en/of diens mededader(s) -als vertegenwoordiger(s), bestuurder(s) of eigena(a)r(en) van het bedrijf [bedrijf 3] - een vervoersoverenkomst had(den) afgesloten met [bedrijf 4] ten behoeve van het vervoeren van goederen van Sony en/of een valse/vervalste vervoersovereenkomst met [bedrijf 4] overlegd aan een of meer vertegenwoordigers van de [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2], en/of doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 3] de door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] gefinancierde vrachtauto's/trekkers en/of (bedrijfs)auto's zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen, waardoor [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of dienstverlening;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 1)

2.

hij, in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 08 maart 2010, te Eindhoven en/of Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste vervoersovereenkomst tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4], - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat voornoemde vervoersovereenkomst (telkens) door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) is overlegd aan een of meer vertegenwoordigers van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] (voor het verkrijgen van een geldbedrag en/of financiering van meerdere vrachtauto's/trekkers en/of bedrijfsauto's), en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat in die vervoersovereenkomst stond vermeld dat er een overeenkomst was gesloten tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] waarbij [bedrijf 3] tegen betaling goederen zou gaan vervoeren voor [bedrijf 4];

artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht (incident 1)

3.

hij, in of omstreeks de periode van 01 juni 2009 tot en met 03 maart 2010, te Maarheeze en/of Ede, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 5] heeft bewogen tot de afgifte van vier vrachtauto's/trekkers (merk DAF, kentekens [kenteken 4] en/of [kenteken 5] en/of [kenteken 6] en/of [kenteken 7]) , hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich gepresenteerd met een valse naam en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 5] doen voorkomen dat verdachte en/of diens mededader(s) -als vertegenwoordiger(s), bestuurder(s) of eigena(a)r(en) van het bedrijf [bedrijf 3] - een vervoersoverenkomst had(den) afgesloten met [bedrijf 4] ten behoeve van het vervoeren van goederen van Sony en/of een valse/vervalste vervoersovereenkomst met [bedrijf 4] overlegd aan een of meer vertegenwoordigers van [bedrijf 5] en/of [bedrijf 1], en/of zich voorgedaan als een bonafide huurder en/of doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 3] de door [bedrijf 5] verhuurde vrachtauto's/trekkers zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen, waardoor [bedrijf 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 2)

4.

hij in of omstreeks de periode van 24 februari 2010 tot en met 8 maart 2010, te Maarheeze en/of Druten, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 6] heeft bewogen tot de afgifte van twee vrachtauto's/trekkers (merk Scania, kentekens [kenteken 8] en/of [kenteken 9]), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich gepresenteerd met een valse naam en/of zich voorgedaan als een bonafide huurder en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 6] doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 7] de door [bedrijf 6] verhuurde vrachtauto's/trekkers zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen, waardoor [bedrijf 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 3)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, in of omstreeks de periode van 24 februari 2010 tot en met 13 maart 2010, te Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk 2 vrachtauto's/trekkers, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten door een huurovereenkomst, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 wetboek van strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 18 december 2009 tot en met 8 maart 2010, te Maarheeze en/of Rotterdam, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 8] heeft bewogen tot de afgifte van zeven vrachtauto's/trekkers (kentekens [kenteken 10] en/of [kenteken 11] en/of [kenteken 12] en/of [kenteken 13] en/of [kenteken 14] en/of [kenteken 15] en/of [kenteken 16]), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich gepresenteerd met een valse naam en/of zich voorgedaan als een bonafide huurder en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 8] doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 3] de door [bedrijf 8] verhuurde vrachtauto's/trekkers zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen, waardoor [bedrijf 8] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 4)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, in of omstreeks de periode van 18 december 2009 tot en met 15 maart 2010 te Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk zeven vrachtauto's/trekkers, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten door een huurovereenkomst, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 wetboek van strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 10 februari 2010 tot en met 5 maart 2010, te Maarheeze en/of Wijster, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 9] heeft bewogen tot de afgifte van drie vrachtauto's/trekkers (merk MAN, kentekens [kenteken 17] en/of [kenteken 18] en/of [kenteken 19]), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich gepresenteerd met een valse naam en/of zich voorgedaan als een bonafide huurder en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 9] doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 3] de door [bedrijf 9] verhuurde vrachtauto's/trekkers zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen, waardoor [bedrijf 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 5)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, in of omstreeks de periode van 10 februari 2010 tot en met 13 maart 2010 te Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk drie vrachtauto's/trekkers, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 9] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten door middel van een huurovereenkomst, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 wetboek van strafrecht

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 tot en met 13 maart 2010, te Maarheeze en/of Vuren, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] heeft bewogen tot de afgifte van een (koel)trailer (chassisnummer 5038355), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich gepresenteerd met een valse naam en/of zich voorgedaan als een bonafide huurder en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 3] de door [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] verhuurde (koel)trailer zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen,

waardoor [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 6)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 13 maart 2010 te Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een (koel)trailer, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten door middel van een huurovereenkomst, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 wetboek van strafrecht

8.

hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2010 tot en met 2 maart 2010, te Maarheeze en/of Tilburg, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 12] heeft bewogen tot de afgifte van drie (bedrijfs)auto's (een VW Caddy kenteken [kenteken 20] en/of twee VW Transporters kentekens [kenteken 21] en [kenteken 22]), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich gepresenteerd met een valse naam en/of zich voorgedaan als een bonafide leaser/huurder en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 12] doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 7] de door [bedrijf 12] geleasde (bedrijfs)auto's zouden gebruiken voor bewaakte transporten van goederen, waardoor [bedrijf 12] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 7)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2010 tot en met 25 maart 2010 te Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk drie (bedrijfs)auto's, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 12] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten door middel van een leaseovereenkomst, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 van het wetboek van strafrecht

9.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 18 maart 2010, te Maarheeze en/of Barneveld, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 13] heeft bewogen tot de afgifte van een (semi)dieplader (merk Nooteboom, kenteken [kenteken 23]), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een bonafide huurder en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 13] doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 7] de door [bedrijf 13] gehuurde (semi)dieplader zou gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen, waardoor [bedrijf 13] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 9)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 18 maart 2010 te Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een (semi)dieplader, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 13] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk goed verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten door middel van een huurovereenkomst, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 wetboek van strafrecht

10.

hij in of omstreeks de periode van 25 november 2009 tot en met 8 maart 2010, te Maarheeze en/of Venlo, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 13] heeft bewogen tot de afgifte van twee vrachtauto's/trekkers (merk DAF, kentekens [kenteken 24] en/of [kenteken 25]), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich gepresenteerd met een valse naam en/of zich voorgedaan als een bonafide huurder en/of aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 13] doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of [bedrijf 3] de door [bedrijf 13] verhuurde vrachtauto's/trekkers zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van

goederen, waardoor [bedrijf 13] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht (incident 10)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2010 tot en met 12 maart 2010 te Maarheeze, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk twee vrachtauto's/trekkers, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten door middel van een huurovereenkomst, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 wetboek van strafrecht

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 17 augustus 2010 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Vaststaande feiten

[verdachte] was met ingang van 27 oktober 2009 directeur en enig aandeelhouder van [bedrijf 3]., met ingang van 24 december 2009 via [bedrijf 7], adres [adres 1] te Maarheeze. [verdachte] huurde op dat adres een bedrijfspand met loods. Hij was tot op dat moment met de handel bezig, het opkopen van materialen en deze vervolgens doorverkopen. Bij de start van [bedrijf 3] is door [verdachte] een ondernemingsplan opgesteld, gedateerd 16-11-2009. Het bedrijf wilde zich volgens dit plan gaan richten op extra beveiligd transport van waardevolle goederen binnen de EU.

[verdachte] is in 2009 in contact gekomen met [medeverdachte]. [medeverdachte] gebruikt in verband met een eerder faillissement de naam "Frits van Beek" of "Frits Verbeek". [medeverdachte] heeft [verdachte] vanaf oktober 2009 al af en toe geholpen met zijn bedrijven, vanaf januari 2010 werkte hij er op commissiebasis. [verdachte] had de kennis op het gebied van het transporteren van goederen, [medeverdachte] had de financiële kennis. [medeverdachte] heeft [verdachte] geholpen bij het opstellen van het ondernemingsplan.

[verdachte] is vervolgens vrachtwagens gaan leasen of huren. De besprekingen voor de totstandkoming van de contracten zijn gevoerd door [medeverdachte], [verdachte] of door hen samen. [medeverdachte] was goed in het afsluiten van huur- en leasecontracten voor een zeer gunstige prijs.

In de periode van 18 december 2009 tot 9 maart 2010 zijn in totaal 21 trucks, 1 trailer, 1 dieplader en 6 bedrijfswagens geleased of gehuurd door [bedrijf 3]. of [bedrijf 7], en bij hen afgeleverd. De contracten zijn namens deze bedrijven ondertekend door [verdachte].

Het betreft:

Feit 1: 3 trucks, merk DAF, kentekens [kenteken 1], [kenteken 2] en [kenteken 3], geleased bij [bedrijf 1]. (hierna: [bedrijf 1]) en 3 bedrijfsauto's, 1 Toyota Landcruiser en 2 Volkswagen Transporters, geleased bij [bedrijf 2];

Feit 3: 4 trucks, merk DAF, kentekens [kenteken 4], [kenteken 5], [kenteken 6] en [kenteken 7], gehuurd bij [bedrijf 5];

Feit 4: 2 trucks, merk Scania, kentekens [kenteken 8] en [kenteken 9], gehuurd van VSB Groep;

Feit 5: 7 trucks, kentekens [kenteken 10], [kenteken 11], [kenteken 12], [kenteken 13], [kenteken 14], [kenteken 15] en [kenteken 16], gehuurd bij [bedrijf 8] (hierna: Runner);

Feit 6: 3 trucks, merk MAN, kentekens [kenteken 17], [kenteken 18] en [kenteken 19], gehuurd bij [bedrijf 9]. (hierna: [bedrijf 9];

Feit 7: 1 (koel)trailer, chassisnummer 5038355), gehuurd bij [bedrijf 10]/[bedrijf 11];

Feit 8: 3 bedrijfsauto's, VW Caddy kenteken [kenteken 20] en 2 VW Transporters kentekens [kenteken 21] en [kenteken 22], geleased bij [bedrijf 12]

Feit 9: 1 (semi)dieplader, gehuurd bij [bedrijf 13];

Feit 10: 2 trucks, merk Daf, kentekens [kenteken 24] en [kenteken 25], gehuurd bij [bedrijf 13]

Standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie vraagt vrijspraak voor feit 3. Vanwege het ontbreken van de huurcontracten in het dossier is niet vast te stellen wanneer de trucks zijn gehuurd, en daarmee ook niet of de tenlastegelegde oplichtingsmiddelen voor de aflevering van de trucks (kunnen) zijn ingezet door [verdachte] en [medeverdachte] De officier van justitie acht de overige tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Bij feit 1 en feit 2 is er sprake van eendaadse samenloop.

Van de feiten 5 t/m 8 en 10 acht zij de primaire variant, oplichting, bewezen.

Van de feiten 4 en 9 vraagt zij vrijspraak voor de primaire variant, omdat zij de tenlastegelegde oplichtingsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen acht. Het subsidiair tenlastegelegde, verduistering, acht zij wel bewezen.

Standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft vrijspraak voor alle feiten bepleit. Hij voert daartoe -kort gezegd- het navolgende aan.

Er is geen sprake van oplichting. De tenlastegelegde oplichtingsmiddelen zijn niet gebruikt. Met betrekking tot de vervoersovereenkomst met Sony is van belang dat deze pas is overgelegd nadat er al groen licht door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] was gegeven. Deze is derhalve niet van betekenis geweest bij de door hen te nemen beslissing tot financiering van de trucks en bedrijfsauto's. Het enkele "zich voordoen als bonafide huurder" levert nog geen oplichting op (HR 13 november 2001, NJ 2002, 262). Overigens zijn de huurpenningen en andere verplichtingen altijd voldaan. Het enkele elders stallen van een truck levert nog geen verduistering op, evenmin het verwijderen van stickers, track en trace apparatuur of andere onderdelen van de truck. Dat was bovendien door [verdachte] met de financierder of verhuurder besproken.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Activiteiten [bedrijf 3]. en [bedrijf 7]

[verdachte] heeft verklaard de transportmiddelen te zijn gaan leasen of huren in verband met vervoer van goederen door zijn bedrijf 22. De geleasde of gehuurde trucks zijn echter naar het oordeel van de rechtbank niet dan wel zeer sporadisch ingezet voor vorenbedoelde transportdoeleinden. [verdachte] en [medeverdachte] hadden daartoe ook niet de intentie. De rechtbank leidt dit af uit de navolgende feiten en omstandigheden.

Geen vervoersovereenkomsten

In de eerste plaats is niet gebleken van door [bedrijf 3]. of [bedrijf 7] afgesloten vervoersovereenkomsten. Het ondernemingsplan vermeldt wel dat er vervoerscontracten zijn gesloten met Sony en Philips, maar [verdachte] heeft verklaard dat er geen vervoersovereenkomst met hen is afgesloten. [verdachte] en [medeverdachte] hebben ook gesproken over een vervoersovereenkomst die zou zijn gesloten met het [bedrijf 14] te Boxtel. De twee door [bedrijf 3] van [bedrijf 5] gehuurde trucks die aldaar zijn teruggevonden, waren echter door [bedrijf 14] van [bedrijf 3]. gehuurd.

Geen opleggers

De verhuurder van het bedrijfspand, [persoon 1] verklaart voorts dat hij alleen maar trekkers bij het bedrijf heeft gezien, bijna nooit met oplegger. Op de trailer na blijkt uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ook niet van het leasen of huren van opleggers door [bedrijf 3] of [bedrijf 7].

Chauffeur

Voorts was er feitelijk slechts één chauffeur in dienst, via [uitzendbureau] Dit betreft [chauffeur 1] Deze heeft zich niet tot amper met vervoerswerkzaamheden beziggehouden. Volgens de directeur van het uitzendbureau heeft [chauffeur 1] van 19 januari 2010 tot 9 maart 2010 bij de bedrijven van [verdachte] gewerkt, voor het grootste deel in de loods. Het als chauffeur optreden is er nooit van gekomen. [chauffeur 1] zelf geeft aan dat zijn werkzaamheden grotendeels bestonden uit het werken in de loods, doen van boodschappen of het wegbrengen en ophalen van trekkers, om er aanpassingen aan te laten doen.

Inkomsten/uitgaven

In het einddossier bevinden zich uitdraaien van de Belastingdienst, onder meer betreffend een nihilaangifte omzetbelasting door [bedrijf 3] over het eerste kwartaal van 2010.29 Daartegenover staat dat uit de onder de vaststaande feiten genoemde afgesloten contracten volgt, dat [bedrijf 3] per geleased/gehuurd transportmiddel tussen 700,00 euro en 2.500,00 euro per maand diende te vergoeden, nog los van de borg die in diverse gevallen betaald diende te worden.

Onderzoek transportmiddelen

Op 9 maart 2010 zijn [verdachte] en [medeverdachte] naar aanleiding van de aangifte van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] aangehouden op verdenking van oplichting/verduistering. Er is vervolgens onderzoek verricht naar de geleasde en gehuurde transportmiddelen. Deze bleken niet in gebruik voor transportdoeleinden bij de bedrijven van [verdachte].

Verkocht/uitgevoerd

Negen van de transportmiddelen zijn helemaal niet teruggevonden, te weten de trucks die zijn geleased/gehuurd bij [bedrijf 1] (3) , [bedrijf 8] (4, kentekens [kenteken 11], [kenteken 13], [kenteken 14], [kenteken 15]) en [bedrijf 13] (2). Onderzoek van de politie wijst uit dat deze trucks inmiddels waren verkocht aan een wederpartij van buiten Nederland en/of voorzien van een Duits (export)kenteken. Door of namens de bedrijven van [verdachte] is geen aangifte of melding van vermissing gedaan.

Voorts is een van de transportmiddelen die wel zijn teruggevonden eveneens voorzien van een Duits exportkenteken. Het betreft een van de trucks [kenteken 12]) die zijn gehuurd bij [bedrijf 8]; deze is teruggevonden op het [adres 2] in Weert.

Gestald

Zeven van de transportmiddelen zijn aangetroffen op het terrein van [bedrijf 15], [adres 3] te Weert, te weten de trailer en de trucks die zijn geleased/gehuurd bij [bedrijf 6] (2), [bedrijf 8] (1, [kenteken 10]) en [bedrijf 9] (3). Zij zijn daar vanaf 6 maart 2010 op verzoek van [verdachte] gestald, omdat ze stilstonden.

Aanpassingen die herkenning of opsporing bemoeilijken

Wat opvalt is dat de gestalde trailer en de gestalde twee trucks die zijn gehuurd bij [bedrijf 6] aanpassingen hadden die herkenning of opsporing ervan bemoeilijken, een van de trucks miste daarbij het track en trace systeem. Een van de transportmiddelen is teruggevonden op het bedrijventerrein Ekkersreijt in Son, het betreft een van de trucks [kenteken 16] die zijn gehuurd bij [bedrijf 8], ook deze truck had aanpassingen die herkenning of opsporing bemoeilijken. Een van de transportmiddelen is teruggevonden bij een garagebedrijf in Lommel, België, het betreft de dieplader, ook deze had aanpassingen die herkenning of opsporing bemoeilijken. Een van de transportmiddelen is teruggevonden bij een garagebedrijf in Eindhoven; het betreft de bedrijfsauto Toyota geleased bij [bedrijf 2] Deze bedrijfsauto stond daar om aanpassingen te krijgen die herkenning of opsporing bemoeilijken.

Bedrijfsauto met track en trace systeem uit truck ingebouwd

Een van de transportmiddelen is teruggevonden in Wychen; het betreft de bedrijfsauto VW Transporter geleased bij [bedrijf 2], hier was het track en trace systeem van een van de hiervoor genoemde verkochte en uitgevoerde trucks van [bedrijf 8] ingebouwd. Een van de transportmiddelen is teruggevonden in Veldhoven; het betreft de bedrijfsauto VW Transporter geleased bij [bedrijf 12], hier was het track en trace systeem van een van de hiervoor genoemde gestalde trucks van [bedrijf 6] ingebouwd. Een van de transportmiddelen is teruggevonden in Veldhoven; het betreft de bedrijfsauto VW Transporter geleased bij [bedrijf 12], hier was het track en trace systeem van een van de hiervoor genoemde uitgevoerde trucks van [bedrijf 8] ingebouwd. Een van de transportmiddelen is teruggevonden bij getuige [getuige 1] het betreft de bedrijfsauto VW Caddy geleased bij [bedrijf 12], hier was het track en trace systeem van een van de hiervoor genoemde verkochte en uitgevoerde trucks van [bedrijf 8] ingebouwd.

Overige

Een van de transportmiddelen is teruggevonden in een garage in Eindhoven; het betreft de bedrijfsauto VW Transporter geleased bij [bedrijf 2]. Twee van de transportmiddelen, zijnde twee van de door [bedrijf 5] verhuurde trucks, zijn zoals hiervoor reeds aangegeven teruggevonden bij [bedrijf 13] die ze had gehuurd van de bedrijven van verdachte. Twee van de transportmiddelen, zijnde twee van de door [bedrijf 5] verhuurde trucks, zijn aangetroffen bij het bedrijfspand van [verdachte].

Betrokkenheid [verdachte] bij verkochte trucks [bedrijf 16]

Een aantal van de hiervoor genoemde trucks is verkocht via [bedrijf 16] en/of op naam gezet van [persoon 2], op dat moment directeur en enig aandeelhouder van [bedrijf 16], zoals hierna nog zal worden toegelicht. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij tot maart 2009 met [bedrijf 16] toen nog genaamd [bedrijf 17] van doen had en sindsdien geen bemoeienis met deze onderneming meer heeft gehad.

Op grond van de hierna genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank echter vast dat [verdachte] ook na maart 2009, nog tot in 2010 aantoonbaar bemoeienis heeft gehad met [bedrijf 16]:

- een uitdraai van de handelsregisterhistorie betreffende [bedrijf 16] waaruit blijkt dat [verdachte] vanaf 23 april 2009 tot 30 december 2009 aandeelhouder en directeur van [bedrijf 17] was en dat per 23 april 2009 het statutair adres van de B.V. is gewijzigd in: [adres 2] zijnde het woonadres van [verdachte].

- het uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel d.d. 24 maart 2010 waaruit blijkt dat met ingang van 27 januari 2010 de statutaire naam [bedrijf 17] is veranderd in [bedrijf 16] B.V., dat de handelsnaam [bedrijf 16] is, dat het telefoonnummer van [bedrijf 16] [telefoonnummer] is, en dat [persoon 2] sedert 30 december 2009 enig aandeelhouder en directeur van [bedrijf 16] B.V. is.

- een uitdraai van Google d.d. 15 maart 2010 met betrekking tot [bedrijf 16], waaruit blijkt dat 2 trucks werden aangeboden door [bedrijf 16] in Nederweert waarbij als contactpersoon werd genoemd: [verdachte] met telefoonummer [telefoonnummer verdachte].

- de verklaring van [persoon 3] van [bedrijf 13] afgelegd op 1 april 2010, dat toen hij op 7 december 2009 in Nederweert (bij [bedrijf 16]) op de [adres 4] op het kantoor kwam daar twee personen aantrof, waaronder [verdachte] en dat hij zag dat [verdachte] schrok dat [persoon 3] ineens voor zijn neus stond.

Medeplegen van [medeverdachte]

De rechtbank is op grond van onder meer na te melden bewijsmiddelen van oordeel dat, hoewel [medeverdachte] meer handelingen heeft verricht in het kader van zijn werkzaamheden voor [verdachte], hij reeds op grond van na te melden bewijsmiddelen zodanig nauw en volledig betrokken is geweest bij de essentiële handelingen van de oplichting/verduistering dat hij als medepleger moet worden aangemerkt.

- de verklaringen ter terechtzitting van [medeverdachte] (in zijn eigen zaak) en van [verdachte] (in zijn eigen zaak) dat [verdachte] iemand zocht die hem financieel kon adviseren en die gesprekken kon voeren met handelspartners. Omdat hij -[medeverdachte]- een financiële achtergrond had en verstand van financiële/leasezaken, zo verklaarde [medeverdachte] ter zitting, beter kon onderhandelen dan [verdachte], voerde hij de onderhandelingen met potentiële leveranciers en vulden [verdachte] en hij -[medeverdachte]- elkaar aan. Naast deze werkzaamheden verzorgde [medeverdachte] naar zijn zeggen de facturering en beantwoordde telefoontjes. Meer in het bijzonder is [medeverdachte] betrokken geweest bij de onderhandelingen met onder meer [bedrijf 1] en heeft daarin actief meegedaan en voorts meer in het algemeen is hij aanwezig is geweest bij de besprekingen over het leasen van voertuigen voor het bedrijf.

- de verklaring van [persoon 4] dat [verdachte] zich in alle gesprekken die hij voerde met vertegenwoordigers van [bedrijf 1] liet bijstaan door [medeverdachte], die binnen de bedrijven van [verdachte] werkzaam zou zijn als financieel directeur.

- de verklaring van [persoon 21], werkzaam bij garage [naam garage], dat hij telefonisch werd benaderd door [medeverdachte] en dat deze de onderhandelingen voerde.

- de verklaring van [persoon 1] de verhuurder van het pand waarin [bedrijf 3] was gevestigd, dat [medeverdachte] de financiële man in het bedrijf was.

- de verklaring van [persoon 1] van [uitzendbureau] te Weert dat hij met [medeverdachte] afspraken maakte over het inhuren/leveren van chauffeurs voor internationaal vervoer.

Op grond van de stukken en het gehouden verhoor is voorts genoegzaam gebleken dat er geen facturen voor gevoerde transporten zijn uitgegaan en, behalve een persoon van [uitzendbureau] geen chauffeurs voor [bedrijf 3] werkzaam zijn geweest, hetgeen de conclusie rechtvaardigt dat er geen, dan wel nagenoeg geen transportactiviteiten van enige betekenis hebben plaatsgevonden. Gelet hierop kan het, naar het oordeel van de rechtbank, niet anders zijn dan dat [medeverdachte] en [verdachte] onder valse voorwendselen de slachtoffers hebben bewogen tot afgifte van de trekkers, er op neerkomend dat er door [bedrijf 3] transporten zouden worden uitgevoerd met de geleasde/gehuurde trekkers, terwijl hij wist dat die trekkers daarvoor door [bedrijf 3].niet zouden worden gebruikt.

Overwegingen van de rechtbank

per feit : Met inachtneming van het hiervoor overwogene zal de rechtbank de bewijsbaarheid en de eventuele bewijsmiddelen van de afzonderlijke feiten bespreken.

Feit 2

Zoals hiervoor onder het kopje "algemeen" is overwogen was er tussen [bedrijf 3] of [bedrijf 7] enerzijds en [bedrijf 4] anderzijds geen vervoersovereenkomst afgesloten. In het einddossier bevindt zich echter wel een vervoersovereenkomst tussen [bedrijf 4] en [bedrijf 3], namens deze laatste getekend door [verdachte] op 25 januari 2010. Namens [bedrijf 4] zou [persoon113] op diezelfde datum hebben getekend. Het betreft een overeenkomst met betrekking tot het vervoeren door [bedrijf 3] van goederen voor [bedrijf 4]. [persoon 13] verklaart echter dat hij het bedrijf [bedrijf 3] niet kent en dat hij met hen geen contract heeft afgesloten. De handtekening die onder het contract staat is zeker niet van hem. [verdachte] verklaart dat hij dat gelooft, beaamt dat hijzelf het contract wel getekend heeft en dat het vervolgens naar [bedrijf 1] is gegaan. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de betreffende vervoersovereenkomst vals is.

De gesprekken met [bedrijf 1] zijn gevoerd door [verdachte] en [medeverdachte] samen. In een van de gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte] met [bedrijf 1] over de financiering door [bedrijf 1] van drie trucks is de valse vervoersovereenkomst door hen overgelegd.

De rechtbank acht op die gronden, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder het kopje "algemeen" over de rol van [medeverdachte] is opgemerkt, wettig en overtuigend bewezen dat voor wat betreft de contracten met [bedrijf 1] van de valse vervoersovereenkomst gebruik is gemaakt door [verdachte] en [medeverdachte] door deze bij de gesprekken met [bedrijf 1] over te leggen.

Nu uit de aangifte van [persoon 4] en overige bewijsmiddelen enkel volgt dat er tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 2] leasecontracten zijn afgesloten, en niets omtrent de wijze waarop, acht de rechtbank voor wat betreft de contracten met [bedrijf 2] niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en/of [medeverdachte] hierbij gebruik hebben gemaakt van een valse vervoersovereenkomst met [bedrijf 4]. De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Feit 1

Uit de aangifte van [bedrijf 1] volgt dat tijdens de contractsonderhandelingen met [bedrijf 1], waaraan ook [medeverdachte] deelnam, door [verdachte] is verklaard dat hij een transportonderneming was begonnen, gericht op het transporteren van waardevolle goederen over geheel Europa. Voorts heeft [verdachte] verklaard dat hij een dergelijke vervoersovereenkomst met Sony had afgesloten, en dat hij het alleenrecht had verworven voor het vervoer van Sony-goederen door geheel Europa. Voor [bedrijf 1] was dit van eminent belang. Zoals eerder overwogen was er geen vervoersovereenkomst met Sony gesloten, hebben geen of amper transporten plaatsgevonden met de trucks en is dit ook niet de intentie geweest van [verdachte]. Door desondanks bedrieglijk en in strijd met de waarheid de hiervoor genoemde mededelingen aan [bedrijf 1] te doen, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een samenweefsel van verdichtsels waardoor [bedrijf 1] is bewogen tot de financiering van de drie trucks.

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichting van [bedrijf 1] door [verdachte] en [medeverdachte], met inachtneming van hetgeen hiervoor onder het kopje "algemeen" over de rol van [medeverdachte] is opgemerkt, wettig en overtuigend bewezen.

Omdat de valse vervoersovereenkomst tussen [bedrijf 4] en [bedrijf 3] dateert van 25 januari 2010, en het leasecontract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 1] al van eerder datum, kan echter naar het oordeel van de rechtbank het overleggen van bedoelde vervoersovereenkomst aan [bedrijf 1] niet gelden als redengevend oplichtingsmiddel, nu niet gezegd kan worden dat [bedrijf 1] hierdoor is bewogen tot de financiering over te gaan.

Ook het voeren door [medeverdachte] van de valse naam [valse namen] wordt door de rechtbank niet als redengevend oplichtingsmiddel gezien. Van belang daarvoor is dat naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen is dat het noemen van deze naam [bedrijf 1] op enige wijze gebracht heeft tot de beslissing om tot financiering over te gaan.

Nu voorts uit de aangifte van [persoon 4] en overige bewijsmiddelen enkel volgt dat er tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 2] leasecontracten zijn afgesloten, en niets omtrent de wijze waarop, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat [bedrijf 2] hierbij is opgelicht.

De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van deze onderdelen van de tenlastelegging.

Feit 3

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de oplichting van [bedrijf 5]. De kennelijk tussen [bedrijf 5] en [bedrijf 3] afgesloten contracten voor de huur van in totaal vier trucks bevinden zich niet in het dossier. Nu uit het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan wanneer de contracten zouden zijn gesloten kan de rechtbank met betrekking tot de tenlastegelegde oplichtingsmiddelen niet vaststellen of deze - zo al bewezen - de (beslissing tot) afgifte van de trucks hebben beïnvloed, zodat vrijspraak moet volgen.

Feit 4

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde oplichting van [bedrijf 6]. De rechtbank acht echter wel de subsidiair tenlastgelegde verduistering in vereniging van twee trucks van [bedrijf 6] wettig en overtuigend bewezen.

Vrijspraak oplichting

Onder verwijzing naar hetgeen hierover onder feit 1 is overwogen acht de rechtbank het voeren door [medeverdachte] van de valse naam [valse namen] ook in het onderhavige geval geen redengevend oplichtingsmiddel.

De rechtbank acht voorts niet wettig en overtuigend bewezen dat de overige tenlastegelegde oplichtingsmiddelen door [verdachte] of [medeverdachte] zijn gebruikt en [bedrijf 6] hebben bewogen tot de afgifte van de twee trucks. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte] en [verdachte] niet de intentie hebben gehad de trucks voor transporten te gebruiken, is hiervoor onvoldoende. De aangever spreekt enkel van het door [verdachte] huren van twee trucks, maar niet van de wijze waarop het contact daaromtrent heeft plaatsgevonden of wat de inhoud daarvan was, en wat de beweegredenen van [bedrijf 6] zijn geweest om tot afgifte van de trucks over te gaan. Ook uit overige bewijsmiddelen uit het dossier of het verhandelde ter terechtzitting komt dit niet naar voren, zodat vrijspraak moet volgen.

Bewezenverklaring verduistering

Zoals eerder is overwogen heeft [persoon 5] namens [bedrijf 6] aangifte gedaan van diefstal of verduistering van twee Scania trucks, gekentekend [kenteken 8] en [kenteken 9]. Deze trucks zijn teruggevonden op een terrein aan de [straatnaam] in Weert, alwaar een truckhandelaar is gevestigd. [verdachte] heeft ze daar gestald. Uit onderzoek ter plaatse is daarbij gebleken dat uit een van de twee trucks ([kenteken 9]) het track en trace systeem was verwijderd, en dat van beide trucks het [merk]logo was verwijderd en ook de extra-verlichting, de lampen en beugels inclusief side-skirts waren verdwenen. Aanvullend heeft [persoon 5] aangegeven dat voornoemd track en trace systeem in een VW-transporter bleek te zijn ingebouwd. Volgens [persoon 5] is aan niemand toestemming gegeven om voornoemde onderdelen van de trucks te verwijderen. Evenmin is toestemming gegeven het track en tracesysteem uit te bouwen uit de truck en in te bouwen in een ander voertuig. Door zo te handelen gaf men hen de indruk dat de truck zich daar bevond waar het systeem aanwees dat hij zich bevond. Hij voelt zich hierdoor opgelicht.

[verdachte] ontkent niet dat hij de trucks heeft gehuurd en door de aangever genoemde aanpassingen heeft aangebracht dan wel doen aanbrengen aan de trucks. [verdachte] ontkent wel dat hij zich daarmee de trucks wederrechtelijk heeft toegeëigend. Hij heeft hiertoe ter zitting gesteld dat hij tevoren met aangever had besproken dat hij de belettering van [merknaam], alsmede de voornoemde onderdelen zou verwijderen. En ook dat hij een eigen track en trace systeem zou (doen) inbouwen in de trucks omdat de zijdens aangever ingebouwde systemen niet voldeden aan de daaraan door de verzekeraar van verdachte gestelde vereisten, waardoor de trucks niet verzekerd zouden zijn. Volgens [verdachte] heeft hij met aangever tevens besproken dat de systemen van aangever in verband hiermee dienden te worden uitgebouwd ter voorkoming van onjuiste aanwijzing als gevolg van onderlinge beïnvloeding van beide systemen. Volgens [verdachte] heeft aangever zich hiermee akkoord verklaard. [verdachte] heeft hierbij opgemerkt dat hierbij van betekenis was dat aangever te allen tijde door tussenkomst van het bedrijf van verdachte kon vernemen waar de trucks zich bevonden.

De rechtbank volgt [verdachte] niet in dit verweer, en overweegt hiertoe het volgende. Allereerst heeft [verdachte] het voorgaande eerst ter zitting verklaard, en deze verklaring niet nader onderbouwd. In een van zijn verklaringen afgelegd bij de politie heeft hij bovendien nog aangegeven dat hij "natuurlijk" geen toestemming had om de track en trace systemen uit te bouwen en te plaatsen in andere auto's. De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] op zich zelf volstrekt ongeloofwaardig. Uit de omstandigheid dat zijdens aangever een track en trace systeem was ingebouwd waarmee hij vanuit zijn eigen bedrijf de locatie van de trucks kon volgen, blijkt dat hij hieraan kennelijk hechtte. Dit volgt ook uit de verklaring van aangever dat hij zich door het uitbouwen, en inbouwen in een ander voertuig, opgelicht voelt. De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] temeer ongeloofwaardig, nu uit slechts een van de twee trekkers het GPS systeem was verwijderd. De rechtbank merkt verder nog op dat op geen enkele wijze is gebleken dat in de trekker waaruit het GPS systeem van aangever was verwijderd een systeem van [verdachte] in de plaats is gekomen. Tot slot merkt de rechtbank op dat de verklaring van [verdachte] ter zitting dat de uit de truck uitgebouwde GPS was ingebouwd om te voorkomen dat deze zonder spanning zou komen, waardoor bij aangever steeds het alarm zou afgaan evenmin geloofwaardig is, minst genomen reeds gelet op zijn verklaring dat hij met aangever afspraken zou hebben gemaakt over het vervangen.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van [verdachte]. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder het kopje "algemeen" over de rol van [medeverdachte] is opgemerkt, dat [verdachte] en [medeverdachte] door de eerdergenoemde aanpassingen aan de trucks te (doen) verrichten in combinatie met het stallen van de trucks op een voor de eigenaar ervan onbekende plaats, als heer en meester over de trucks zijn gaan beschikken, en deze zich daarmee opzettelijk wederrechtelijk hebben toegeëigend.

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat wettig en overtuigend bewezen is hetgeen [verdachte] onder feit 4 subsidiair is tenlastegelegd.

Feit 5

De rechtbank acht de primair tenlastegelegde oplichting van [bedrijf 8] niet wettig en overtuigend bewezen, en zal [verdachte] daarvan vrijspreken. De rechtbank acht echter wel de subsidiair tenlastgelegde verduistering in vereniging van zes trucks van [bedrijf 8] wettig en overtuigend bewezen.

Vrijspraak oplichting

Onder verwijzing naar hetgeen hierover onder feit 1 is overwogen acht de rechtbank het voeren door [medeverdachte] van de valse naam [valse namen] ook in het onderhavige geval geen redengevend oplichtingsmiddel.

De rechtbank acht voorts niet wettig en overtuigend bewezen dat de overige tenlastegelegde oplichtingsmiddelen door [verdachte] of [medeverdachte] zijn gebruikt en [bedrijf 8] hebben bewogen tot de afgifte van de twee trucks. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte] en [verdachte] niet de intentie hebben gehad de trucks voor transporten te gebruiken, is hiervoor onvoldoende. De aangever spreekt enkel van het door [bedrijf 3] en [bedrijf 7] in de persoon van [verdachte] huren van in totaal zeven trucks, maar niet van de wijze waarop het contact daaromtrent heeft plaatsgevonden of wat de inhoud daarvan was, en wat de beweegredenen van [bedrijf 8] zijn geweest om tot afgifte van de trucks over te gaan. Ook uit overige bewijsmiddelen uit het dossier of het verhandelde ter terechtzitting komt dit niet naar voren, zodat vrijspraak moet volgen.

Bewezenverklaring verduistering

Zoals hiervoor onder het kopje "algemeen" is overwogen heeft [persoon 12] namens [bedrijf 8] aangifte gedaan van diefstal of verduistering van zeven trucks. Vier van deze trucks zijn niet teruggevonden. Een van de trucks is teruggevonden op een terrein aan de [straatnaam] in Weert. Deze vijf trucks waren ten tijde van de aanhouding van [verdachte] en [medeverdachte] verkocht en/of voorzien van een Duits (export)kenteken. Van vier van deze vijf trucks was het track en trace systeem verwijderd en ingebouwd in (bedrijfs)auto's in gebruik bij de bedrijven van [verdachte].

Een zesde truck is, zoals eveneens volgt uit hetgeen onder het kopje algemeen is opgenomen, teruggevonden op het bedrijventerrein Ekkersreijt in Son. Aangever [persoon 12] geeft aan dat die truck ontdaan was van kentekenplaten en de opgeplakte [bedrijf 8] stickers, en dat de tachograafinstallatie uit de cabine gedemonteerd was. Het is hem wel duidelijk dat [bedrijf 3]. verkeerde plannen heeft met de trucks, zo verklaart hij. Hij voelt zich door [verdachte] en [medeverdachte] opgelicht. Door het uitbouwen uit de trucks van de track en trace systemen en inbouwen in andere auto's heeft men [bedrijf 8] voor de gek gehouden. Men werd in de waan gelaten dat de auto's zich in Nederland bevonden. Er werd geen toestemming gegeven de trucks uit te voeren of te verkopen aan derden. Er werd ook geen toestemming gegeven de track en trace systemen uit te bouwen en op de vermelde wijze te gebruiken. [verdachte] ontkent niet dat hij de trucks heeft gehuurd. [verdachte] ontkent wel dat hij zich de trucks wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Voor de bespreking van het verweer van [verdachte] op dit punt dat betrekking heeft op de aanpassingen die aan de trucks zijn gedaan, waaronder het verwijderen van track en trace systemen, verwijst de rechtbank naar hetgeen hierover onder feit 4 is opgemerkt, en verwerpt het verweer op dezelfde gronden ook met betrekking tot het onderhavige feit.

[verdachte] verklaart bij de politie dat hij weet dat hij gehuurde trucks niet mag verkopen. Hij geeft voorts aan dat hij niets weet van de trucks die zijn verkocht en/of voorzien van een Duits (export)kenteken. Ook hierin volgt de rechtbank [verdachte] niet. De betrokkenheid van [verdachte] en [medeverdachte] volgt uit het navolgende:

-[verdachte] of [medeverdachte] hebben geen aangifte of melding van vermissing van de trucks gedaan;

-De trucks waren drie tot vijf weken nadat ze in het bezit zijn gekomen van [bedrijf 3] of [bedrijf 7] reeds voorzien van een Duits (export)kenteken. In die periode zijn uit vier ervan de track en trace systemen gehaald en ingebouwd in door [bedrijf 3] of [bedrijf 7] geleasde bedrijfsauto's.;

-Vier van de trucks zijn verkocht door [bedrijf 16] en drie ervan op naam gesteld van de directeur, [persoon 2]. De vierde is op naam gesteld van [persoon 6] uit Roemenië. Met [bedrijf 16] heeft [verdachte] aantoonbaar bemoeienis gehad, zoals hiervoor is overwogen.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van [verdachte]. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen met inachtneming van hetgeen hiervoor onder het kopje "algemeen" over de rol van [medeverdachte] is opgemerkt, dat [verdachte] en [medeverdachte] door trucks te (doen) verkopen en/of voorzien van een exportkenteken dan wel eerdergenoemde aanpassingen aan een truck te (doen) verrichten in combinatie met het stallen van de truck op een voor de eigenaar ervan onbekende plaats, als heer en meester over die trucks zijn gaan beschikken, en deze zich daarmee opzettelijk wederrechtelijk hebben toegeëigend.

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat wettig en overtuigend bewezen is hetgeen [verdachte] onder feit 5 subsidiair met betrekking tot bedoelde zes trucks is tenlastegelegd.

Zoals hiervoor onder het kopje algemeen reeds is aangegeven is de zevende truck, met kenteken [kenteken 10], aangetroffen op het terrein van [bedrijf 15], [adres 3] te Weert. Deze is daar vanaf 6 maart 2010 op verzoek van [verdachte] gestald, omdat deze stilstond. Het enkele stallen door de huurder van gehuurde trucks op het terrein van een derde maakt echter naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat bewezen is dat de huurder zich deze trucks wederrechtelijk heeft toegeëigend, in casu te meer daar uit de aangifte van [bedrijf 8] noch uit overige bewijsmiddelen is gebleken dat dit tegen de verklaarde wil van de eigenaar was. Nu ook anderszins niet is gebleken van omstandigheden waaruit de wederrechtelijke toe-eigening kan volgen, spreekt de rechtbank [verdachte] voor dat onderdeel van de subsidiair tenlastegelegde verduistering vrij.

Feit 6

De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde oplichting van [bedrijf 9] alsmede van de subsidiair tenlastegelegde verduistering van drie trucks van [bedrijf 9].

Vrijspraak oplichting

Onder verwijzing naar hetgeen hierover onder feit 1 is overwogen acht de rechtbank het voeren door [medeverdachte] van de valse naam [valse namen] ook in het onderhavige geval geen redengevend oplichtingsmiddel.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de overige tenlastegelegde oplichtingsmiddelen door [verdachte] of [medeverdachte] zijn gebruikt en [bedrijf 9] hebben bewogen tot de afgifte van de twee trucks. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte] en [verdachte] niet de intentie hebben gehad de trucks voor transporten te gebruiken, is hiervoor onvoldoende. De aangever spreekt enkel van contacten die er met beiden zijn geweest, maar niet van de inhoud daarvan en wat de beweegredenen van [bedrijf 9] zijn geweest om tot afgifte van de trucks over te gaan. Ook uit overige bewijsmiddelen uit het dossier of het verhandelde ter terechtzitting komt dit niet naar voren, zodat vrijspraak moet volgen.

Vrijspraak verduistering

Zoals hiervoor onder het kopje "algemeen" reeds is aangegeven zijn de drie van [bedrijf 9] gehuurde trucks aangetroffen op het terrein van [bedrijf 15], [adres 3] te Weert. Zij zijn daar vanaf 6 maart 2010 op verzoek van [verdachte] gestald, omdat ze stilstonden. Het enkele stallen door de huurder van gehuurde trucks op het terrein van een derde maakt echter naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat bewezen is dat de huurder zich deze trucks wederrechtelijk heeft toegeëigend, in casu te meer daar uit de aangifte van [bedrijf 9] noch uit overige bewijsmiddelen is gebleken dat dit tegen de verklaarde wil van de eigenaar was. Nu ook anderszins niet is gebleken van omstandigheden waaruit de wederrechtelijke toe-eigening kan volgen, spreekt de rechtbank [verdachte] ook van de subsidiair tenlastegelegde verduistering vrij.

Feit 7

Uit de aangifte van Roijakkers volgt dat [medeverdachte] namens [bedrijf 3] contact op heeft genomen met [bedrijf 11] om voor langere tijd een trailer te huren. In een gesprek tussen aangever, [medeverdachte] en [verdachte] is aangegeven dat ze een koel trailer nodig hadden voor beveiligd transport. De trailer is verhuurd. Deze werd gestript teruggevonden, en de wielen zijn vervangen door oude wielen. In het contract staat dat er niet aan de trailer verbouwd mag worden. In zijn aanvullende aangifte verklaart Roijakkers nog dat voor het verwijderen van de striping en logo's toestemming nodig was, die niet werd verkregen. De vervangen banden waren niet voor een trailer bestemd en waren gemonteerd om verkeerde velgen. Tevens was de kentekenplaat verwijderd. Opvallend is dat er in de periode van 1 maand dat de trailer weg is geweest maar 700 km op de teller staat.

Zoals eerder onder het kopje algemeen is overwogen waren er geen vervoerscontracten door [bedrijf 3] of [bedrijf 7] afgesloten, hebben zij geen of amper transporten uitgevoerd en is dit ook niet de intentie geweest van [verdachte] en [medeverdachte] In het onderhavige geval wordt dit nog eens bevestigd door het lage aantal kilometers dat met de trailer is afgelegd en de aanpassingen waarmee de trailer is teruggevonden. Door desondanks bedrieglijk en in strijd met de waarheid [bedrijf 11] mede te delen dat de trailer nodig was voor beveiligd transport en zich ook overigens voor te doen als bonafide huurder, is sprake van het aannemen van een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels, waardoor [bedrijf 11] is bewogen tot de financiering van de trailer.

De rechtbank acht de tenlastegelegde oplichting van [bedrijf 11] door [verdachte] en [medeverdachte], met inachtneming van hetgeen hiervoor onder het kopje algemeen over de rol van [medeverdachte] is opgemerkt, wettig en overtuigend bewezen.

Feit 8

De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde oplichting van [bedrijf 12] alsmede van de subsidiair tenlastegelegde verduistering van drie bedrijfsauto's van [bedrijf 12].

Vrijspraak oplichting

Onder verwijzing naar hetgeen hierover onder feit 1 is overwogen acht de rechtbank het voeren door [medeverdachte] van de valse naam [valse namen] ook in het onderhavige geval geen redengevend oplichtingsmiddel.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de overige tenlastegelegde oplichtingsmiddelen door [verdachte] of [medeverdachte] zijn gebruikt en [bedrijf 12] hebben bewogen tot de afgifte van de drie bedrijfsauto's. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte] en [verdachte] niet de intentie hebben gehad de bedrijfsauto's voor transporten te gebruiken, is hiervoor onvoldoende. Uit de aangifte volgt onvoldoende wat de beweegredenen van [bedrijf 12] zijn geweest om tot afgifte van de bedrijfsauto's over te gaan. Ook uit overige bewijsmiddelen uit het dossier of het verhandelde ter terechtzitting komt dit niet naar voren, zodat vrijspraak moet volgen.

Vrijspraak verduistering

Zoals hiervoor onder het kopje algemeen reeds is aangegeven zijn de drie van [bedrijf 12] gehuurde bedrijfsauto's aangetroffen in Veldhoven en bij getuige Maas. Het enkele aantreffen van deze bedrijfsauto's elders dan op het terrein van [bedrijf 3] en [bedrijf 7] leidt echter naar het oordeel van de rechtbank nog niet tot de bewezenverklaring dat deze bedrijfsauto's wederrechtelijk zijn toegeëigend, ook niet in de onderhavige zaak, waar in de drie bedrijfsauto's track en trace systemen van andere voertuigen waren ingebouwd. Hoewel deze omstandigheid tegen het licht van hetgeen hiervoor onder feit 5 is overwogen te denken geeft, was het volgens de algemene bepalingen in het contract toegestaan dat de auto op eigen kosten werd voorzien van extra accessoires. Nu voorts ook anderszins niet is gebleken van omstandigheden waaruit de wederrechtelijke toe-eigening kan volgen, spreekt de rechtbank [verdachte] ook van de subsidiair tenlastegelegde verduistering vrij.

Feit 9

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsman de primair tenlastegelegde oplichting van [bedrijf 13] niet wettig en overtuigend bewezen, en zal [verdachte] daarvan vrijspreken. De rechtbank acht echter wel de subsidiair tenlastgelegde verduistering in vereniging van de (semi)dieplader van [bedrijf 13] wettig en overtuigend bewezen.

Vrijspraak oplichting

Onder verwijzing naar hetgeen hierover onder feit 1 is overwogen acht de rechtbank het voeren door [medeverdachte] van de valse naam [valse namen] ook in het onderhavige geval geen redengevend oplichtingsmiddel.

De rechtbank acht voorts niet wettig en overtuigend bewezen dat de overige tenlastegelegde oplichtingsmiddelen door [verdachte] of [medeverdachte] zijn gebruikt en [bedrijf 13] hebben bewogen tot de afgifte van de twee trucks. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte] en [verdachte] niet de intentie hebben gehad de trucks voor transporten te gebruiken, is hiervoor onvoldoende. De aangever spreekt enkel van contact met [bedrijf 7] over het huren van een semi dieplader, maar niet van de wijze waarop het contact daaromtrent heeft plaatsgevonden of wat de inhoud daarvan was, en wat de beweegredenen van [bedrijf 13] zijn geweest om tot afgifte van de semi dieplader over te gaan. Ook uit overige bewijsmiddelen uit het dossier of het verhandelde ter terechtzitting komt dit niet naar voren, zodat vrijspraak moet volgen.

Bewezenverklaring verduistering

Zoals eerder is overwogen heeft [persoon 16] namens [bedrijf 13] aangifte gedaan van diefstal of verduistering van een (semi)dieplader. Zoals hierboven is aangegeven is de dieplader teruggevonden bij een garagebedrijf in Lommel, België. Aangever [persoon 16] geeft aan dat de truck die blauw was inmiddels was overgespoten in de kleur rood. Al hun materiaal is blauw van kleur. [bedrijf 13] heeft daar geen opdracht voor gegeven. De schade bestaat uit onder meer het weer overspuiten in de oorspronkelijk kleur.72

[verdachte] ontkent niet dat hij de dieplader heeft gehuurd. [verdachte] ontkent wel dat hij zich de dieplader wederrechtelijk heeft toegeëigend. Hij zou de dieplader aan zijn zwager hebben uitgeleend en het zicht erop hebben verloren. Gelet op de omstandigheid dat [verdachte] het voorgaande eerst ter zitting heeft verklaard, en deze verklaring niet nader heeft onderbouwd, schuift de rechtbank deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde.

De rechtbank acht met inachtneming van hetgeen hiervoor onder het kopje "algemeen" over de rol van [medeverdachte] is opgemerkt, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte] door de eerdergenoemde aanpassing aan de dieplader te laten verrichten, buiten Nederland, als heer en meester over de dieplader zijn gaan beschikken, en deze zich daarmee opzettelijk wederrechtelijk hebben toegeëigend.

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat wettig en overtuigend is bewezen hetgeen [verdachte] onder feit 9 subsidiair is tenlastegelegd.

Feit 10

De rechtbank acht de primair tenlastegelegde oplichting van [bedrijf 13] niet wettig en overtuigend bewezen, en zal [verdachte] daarvan vrijspreken. De rechtbank acht echter wel de subsidiair tenlastgelegde verduistering in vereniging van de twee trucks van [bedrijf 13] wettig en overtuigend bewezen.

Vrijspraak oplichting

Onder verwijzing naar hetgeen hierover onder feit 1 is overwogen acht de rechtbank het voeren door [medeverdachte] van de valse naam [valse namen] ook in het onderhavige geval geen redengevend oplichtingsmiddel.

De rechtbank acht voorts niet wettig en overtuigend bewezen dat de overige tenlastegelegde oplichtingsmiddelen door [verdachte] of [medeverdachte] zijn gebruikt en [bedrijf 13] hebben bewogen tot de afgifte van de twee trucks. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte] en [verdachte] niet de intentie hebben gehad de trucks voor transporten te gebruiken, is hiervoor onvoldoende. De aangever spreekt enkel over het afsluiten van contracten voor het huren van twee trucks, maar niet van de wijze waarop het contact daaromtrent heeft plaatsgevonden of wat de inhoud daarvan was, en wat de beweegredenen van [bedrijf 13] zijn geweest om tot afgifte van de trucks over te gaan. Getuige [persoon 3] verklaart wel over dit contact, maar ook uit zijn verklaring blijkt niet van de uiteindelijke beweegredenen van [bedrijf 13]. Ook uit overige bewijsmiddelen uit het dossier of het verhandelde ter terechtzitting komt dit niet naar voren, zodat vrijspraak moet volgen.

Bewezenverklaring verduistering

Zoals hiervoor onder het kopje algemeen is overwogen heeft [aangever 1] namens [bedrijf 13] aangifte gedaan van diefstal of verduistering van twee trucks. Deze trucks zijn niet teruggevonden. Zij waren ten tijde van de aanhouding van [verdachte] en [medeverdachte] verkocht ([kenteken 24] en [kenteken 25]) en een truck ([kenteken 25]) was voorzien van een Duits (export)kenteken en op naam gesteld van [persoon 6] uit Roemenië. [aangever 1] geeft aan dat de trucks zonder recht of toestemming van [bedrijf 13] zijn toegeëigend.

[verdachte] ontkent niet dat hij de trucks heeft gehuurd. [verdachte] ontkent wel dat hij zich de trucks wederrechtelijk heeft toegeëigend. Hij verklaart bij de politie dat hij weet dat hij gehuurde trucks niet mag verkopen. Hij geeft echter aan dat hij niet weet dat de trucks zijn verkocht en/of voorzien van een Duits (export)kenteken. Hierin volgt de rechtbank [verdachte] niet. De betrokkenheid van [verdachte] en [medeverdachte] volgt immers uit het navolgende:

- [verdachte] of [medeverdachte] hebben geen aangifte of melding van vermissing van de trucks gedaan;

- De trucks zijn aan één afnemer verkocht;

- De truck met kenteken [kenteken 25] was slechts drie dagen nadat deze in bezit was gekomen van [bedrijf 3] reeds voorzien van een Duits (export)kenteken;

- De trucks zijn verkocht door [bedrijf 16] Met [bedrijf 16] heeft [verdachte] aantoonbaar bemoeienis gehad, zoals hiervoor is overwogen.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van [verdachte]. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen met inachtneming van hetgeen hiervoor onder het kopje "algemeen" over de rol van [medeverdachte] is opgemerkt, dat [verdachte] en [medeverdachte] door trucks te (doen) verkopen en/of voorzien van een exportkenteken, als heer en meester over die trucks zijn gaan beschikken, en deze zich daarmee opzettelijk wederrechtelijk hebben toegeëigend.

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat wettig en overtuigend bewezen is hetgeen verdachte onder feit 10 subsidiair is tenlastegelegd.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 3, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6 primair en subsidiair, feit 8 primair en subsidiair, feit 9 primair en feit 10 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, opgenomen in de vaststaande feiten, het kopje algemeen, en bij de bespreking van de afzonderlijke feiten, eventueel in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

in de periode van 1 december 2009 tot en met 8 maart 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 1] en [bedrijf 2] heeft bewogen tot de financiering van drie vrachtauto's/trekkers (merk DAF kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] en [kenteken 3] en drie (bedrijfs)auto's (een Toyota Landcruiser en twee Volkswagen Transporters), hebbende hij, verdachte, en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -bedrielijk en in strijd met de waarheid aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] doen voorkomen dat verdachte en diens mededader -als vertegenwoordigers, bestuurder(s) of eigenaar van het bedrijf [bedrijf 3] - een vervoersovereenkomst hadden afgesloten met [bedrijf 4] ten behoeve van het vervoeren van goederen van Sony en doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader en/of [bedrijf 3] de door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] gefinancierde vrachtauto's/trekkers en (bedrijfs)auto's zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen, waardoor [bedrijf 1] en [bedrijf 2] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2.

in de periode van 1 december 2009 tot en met 8 maart 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse vervoersovereenkomst tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4], - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemde vervoersovereenkomst door hem, verdachte, en/of zijn mededader is overlegd aan een of meer vertegenwoordigers van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] (voor het verkrijgen van een financiering van meerdere vrachtauto's/trekkers en/of bedrijfsauto's), en bestaande die valsheid hierin dat in die vervoersovereenkomst stond vermeld dat er een overeenkomst was gesloten tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] waarbij [bedrijf 3] tegen betaling goederen zou gaan vervoeren voor [bedrijf 4]

4.

hij in de periode van 24 februari 2010 tot en met 8 maart 2010 in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk 2 vrachtauto's/trekkers toebehorende aan [bedrijf 6], welke goederen verdachte en zijn mededader anders dan door misdrijf, te weten door een huurovereenkomst, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5.

Hij in de periode van 18 december 2009 tot en met 8 maart 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk zes vrachtauto's/trekkers toebehorende aan [bedrijf 8] welke goederen verdachte en zijn mededader anders dan door misdrijf, te weten door een huurovereenkomst, onder zich hadden), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

7.

in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 8 maart 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] heeft bewogen tot de afgifte van een koeltrailer (chassisnummer 5038355), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een bonafide huurder en aan een of meer vertegenwoordiger(s) van [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] doen voorkomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader en/of [bedrijf 3] de door [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] verhuurde koeltrailer zouden gebruiken voor het beroepsmatig vervoeren van goederen, waardoor [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

9.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 3 maart 2010 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een (semi)dieplade toebehorende aan [bedrijf 13] welk goed verdachte en zijn mededader anders dan door misdrijf, te weten door middel van een huurovereenkomst, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

10.

hij in de periode van 18 januari 2010 tot en met 12 maart 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk twee vrachtauto's/trekkers toebehorende aan [bedrijf 13], welke goederen verdachte en zijn mededader anders dan door misdrijf, te weten door middel van een huurovereenkomst, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier acht het onder feit 3 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en vordert vrijspraak voor dat feit.

De officier van justitie acht het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2, 4 subsidiair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 subsidiair en 10 primair wettig en overtuigend bewezen en eist:

- gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Tot slot concludeert de officier van justitie tot niet-ontvankelijkverklaring van alle in deze zaak ingediende vorderingen benadeelde partij omdat -kort gezegd- daaraan in alle gevallen gebreken kleven.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft ter zitting geconcludeerd dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Voorts is de raadsman van mening dat de vorderingen benadeelde partij niet eenvoudig zijn en om die reden niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt.

In de eerste plaats acht de rechtbank het kwalijk dat verdachte op grove wijze het vertrouwen dat de slachtoffers in hem stelden heeft geschonden. Op bedrieglijke wijze heeft verdachte het vertrouwen gewekt dat hij een bonafide koper/huurder was, waarna hij vervolgens de geleverde/gehuurde trekkers ontdeed van uiterlijke kenmerken en van de originele track- en tracingsystemen en/of liet verdwijnen. De benadeelden zijn hierdoor niet alleen in hun vertrouwen beschaamd maar werden ook opgezadeld met de grote financiële gevolgen die het handelen van verdachte met zich mee hebben gebracht. De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij zichzelf ten koste van een groot aantal bedrijven op een brutale manier heeft verrijkt. Hij heeft zich in het geheel niet bekommerd om de grote materiële schade die hij deze bedrijven heeft toegebracht. Tot slot rekent de rechtbank verdachte aan dat hij de bewezen verklaarde handelingen heeft gepleegd in zijn hoedanigheid van directeur van de bedrijven [bedrijf 3] en [bedrijf 7].

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte van enkele feiten zal vrij spreken en de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf passend is en de ernst en omvang van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden. Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 5]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit (3) waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 8]

De benadeelde [bedrijf 8] heeft op 6 augustus 2010 een vordering benadeelde partij ingediend die is ingevuld en ondertekend door [persoon 7]. Bij de stukken ontbreekt echter een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel waaruit (direct of indirect) volgt dat [persoon 7] is gemachtigd namens de benadeelde op te treden. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 11]

De benadeelde [bedrijf 11] heeft op 4 augustus 2010 een vordering benadeelde partij ingediend die is ingevuld en onderteken[persoon 8]] Bij de stukken ontbreekt echter een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel waaruit (direct of indirect) volgt dat [persoon 8] is gemachtigd namens de benadeelde op te treden. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 13]

De benadeelde [bedrijf 13] heeft op 10 augustus 2010 een vordering benadeelde partij ingediend die is ingevuld en ondertekend door [persoon 9]] Bij de stukken ontbreekt echter een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel waaruit (direct of indirect) volgt dat [persoon 9] is gemachtigd namens de benadeelde op te treden. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 13]

De benadeelde [bedrijf 13] heeft op 11 augustus 2010 een vordering benadeelde partij ingediend die is ingevuld en ondertekend door [persoon 10] Bij de stukken ontbreekt echter een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel waaruit (direct of indirect) volgt dat [persoon 10] is gemachtigd namens de benadeelde op te treden. De rechtbank zal de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

[bedrijf 2]. heeft op 16 augustus 2010 een voegingsformulier ingediend waarop geen schadebedrag is ingevuld. Om die reden kan de rechtbank het formulier niet als een civiele vordering aanmerken en kan het voegingsformulier niet verder in behandeling worden genomen.

Voorzover de raadsman heeft verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen overweegt de rechtbank dat bij de beraadslaging in raadkamer het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte wordt afgewezen, gelet op de hierna aan verdachte op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 55, 57, 225, 321, 326.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 3, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6 primair, feit 6 subsidiair, feit 8 primair, feit 8 subsidiair, feit 9 primair en feit 10 primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

medeplegen van oplichting

T.a.v. feit 2:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik

feit 1 en 2 in eendaadse samenloop gepleegd,

T.a.v. feit 4 subsidiair:

medeplegen van verduistering

T.a.v. feit 5 subsidiair:

medeplegen van verduistering

T.a.v. feit 7 primair:

medeplegen van oplichting

T.a.v. feit 9 subsidiair:

medeplegen van verduistering

T.a.v. feit 10 subsisidiair:

medeplegen van verduistering

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 4 subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 7 primair, feit 9 subsidiair, feit 10 subsidiair:

Gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

Beslissing op de vorderingen benadeelde partijen.

T.a.v. feit 1:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [bedrijf 1]. in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 3:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [bedrijf 5] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 5 subsidiair:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [bedrijf 8] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 7 primair:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [bedrijf 11] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 9 subsidiair:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [bedrijf 13] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 10 subsidiair:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [bedrijf 13] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M.J. Raeijmaekers, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. A.M. Bossink, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken op 31 augustus 2010.

Mr. A.M. Bossink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.