Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN5122

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-08-2010
Datum publicatie
27-08-2010
Zaaknummer
675434
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tel Sell. Uit het niet dupliceren van gedaagde mag niet worden afgeleid dat zij haar verweer intrekt.

Het aan Tel Sell opgedragen bewijs dat de door gedaagde geplaatste bestelling is ontvangen, is niet geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/228

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN

In de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Direct Pay Services B.V., rechtsopvolgster van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Robba B.V. h.o.d.n. Tel Sell,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres,

gemachtigde: Webcasso B.V.,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procederend in persoon,

heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen als vervolg op het tussenvonnis van 3 juni 2010.

1. Het verdere verloop van het geding

1.1. Dit blijkt uit:

- de akte van uitlating van de zijde van eiseres;

- de schriftelijke antwoordakte van de zijde van gedaagde.

2. De verdere beoordeling

2.1. De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 3 juni 2010 is overwogen en beslist. Omdat eiseres het bij antwoord gevoerde verweer van gedaagde, dat de door haar bestelde plumeau nooit is afgeleverd, onvoldoende had weerlegd is eiseres, ondanks het niet meer dupliceren door gedaagde, in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat de door gedaagde in januari 2008 bij Tel Sell geplaatste bestelling bij gedaagde is afgeleverd.

2.2. Ter voldoening aan die bewijsopdracht heeft eiseres een akte genomen. Eiseres stelt daarin dat zij niet meer bij machte is een getekend bewijs van aflevering in het geding te brengen omdat dit bewijs inmiddels door de vervoerder van Tel Sell is vernietigd. Eiseres stelt enkel over een screenprint te beschikken. Het is volgens eiseres echter niet zo dat de melding dat de bestelling is afgeleverd door haarzelf in het systeem wordt gezet. Dat wordt door de vervoerder gedaan. Verder stelt eiseres nog dat gedaagde in het minnelijke traject nooit heeft aangegeven dat haar bestelling niet zou zijn aangekomen.

2.3. Gedaagde heeft vervolgens herhaald dat zij nooit iets van Tel Sell heeft ontvangen. Zij heeft bovendien gesteld wel degelijk telefonisch contact met eiseres te hebben opgenomen, bij welke gelegenheid eiseres mededeelde dat gedaagde niet in het bestand stond. Dit weerhield de deurwaarder er volgens gedaagde echter niet van om door te gaan met aanmaningen sturen.

2.4. De kantonrechter stelt op grond van de voorgaande stellingen van partijen vast dat het bewijs dat geleverd moest worden niet is geleverd. Zoals reeds in het tussenvonnis van 3 juni 2010 was overwogen, levert de door eiseres overgelegde screenprint onvoldoende bewijs op van haar stelling dat de door gedaagde gedane bestelling is verzonden en, nog belangrijker, daadwerkelijk door gedaagde is ontvangen. Dat de meldingen in haar systeem er volgens eiseres door de vervoerder worden ingezet, maakt dat niet anders. Het moet bij gebreke van een getekend bewijs van aflevering voor mogelijk worden gehouden dat de bestelling van gedaagde in het ongerede is geraakt en gedaagde derhalve nooit heeft bereikt. Gedaagde heeft bij antwoord bovendien onweersproken gesteld dat na haar bestelling Tel Sell in Nederland van de televisie werd gehaald en zij er nadien nooit meer iets van heeft gehoord.

2.5. De conclusie van het voorgaande is dat de vordering dient te worden afgewezen.

2.6. Eiseres wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Deze worden op de voet van artikel 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering begroot op € 60,--.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiseres in de kosten van de procedure, aan de zijde van gedaagde begroot op € 60,--.

Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 augustus 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.