Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN4047

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-08-2010
Datum publicatie
16-08-2010
Zaaknummer
677215
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kennelijke fout in uitspraak huurcommissie door de huurcommissie niet verbeterd, maar door de kantonrechter wel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/205

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN

In de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. H.Th.L. Janssen, advocaat te Waalre,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procederend in persoon,

heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de navolgende stukken:

­ de dagvaarding, met producties;

­ de conclusie van antwoord;

­ de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt van het verhandelde op de comparitie van partijen d.d. 27 juli 2010.

2. Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1 Eiseres vordert dat de kantonrechter zal bepalen dat gedaagde aan eiseres servicekosten verschuldigd is geworden ten bedrage van € 747,96 met betrekking tot de huur van woonruimtes aan de [adres] over de periode van 1 januari 2009 tot 9 mei 2009. Verder vordert eiseres van gedaagde betaling van € 347,96, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding (18 februari 2010) tot de dag der voldoening.

Aan deze vordering legt eiseres ten grondslag dat over de genoemde periode inderdaad het genoemde bedrag aan servicekosten verschuldigd is en dat er na betaling van een voorschot van € 400,-- nog € 347,96 door gedaagde te betalen overblijft, waartoe gedaagde, ondanks aanmaningen en sommatie, niet bereid is.

2.2 Gedaagde voert aan dat zij aan de huurcommissie de vraag heeft voorgelegd of het door eiseres aan servicekosten berekende bedrag correct is. De huurcommissie heeft uitgesproken dat de betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot de servicekosten over de periode van 10 mei 2008 tot 9 mei 2009 € 747,96 bedraagt. Dit klopt volgens gedaagde niet omdat zij pas per 1 januari 2009 de woonruimte is gaan huren. De kantonrechter begrijpt het standpunt van gedaagde aldus dat zij ervan uitgaat dat de huurcommissie de servicekosten van € 747,96 voor een geheel jaar correct heeft geoordeeld, waaruit dan de conclusie zou kunnen worden getrokken dat voor de periode van 1 januari 2009 tot 9 mei 2009 slechts ongeveer 1/3 van dit bedrag correct zou zijn.

2.3 Eiseres heeft in de dagvaarding geargumenteerd uiteengezet dat de huurcommissie een kennelijke vergissing heeft gemaakt in de data: de commissie moet in plaats van 10 mei 2008 1 januari 2009 hebben bedoeld, zo betoogt eiseres.

De argumentatie die eiseres hiertoe heeft ontwikkeld is door gedaagde niet betwist, laat staan weerlegd. Niet in de conclusie van antwoord en ook niet op de comparitie van partijen, waar gedaagde zonder bericht van verhindering niet is verschenen.

De kantonrechter oordeelt dat op grond van de door eiseres ontwikkelde argumentatie inderdaad geoordeeld moet worden dat in de uitspraak van de huurcommissie een kennelijke fout is gemaakt. Dat de huurcommissie die fout desgevraagd niet heeft willen herstellen kan er niet aan in de weg staan dat de kantonrechter dat wèl doet.

De slotconclusie is dat de servicekosten correct zijn berekend en dat de vordering toewijsbaar is.

2.4 Als de in het ongelijk gestelde partij dient gedaagde de kosten van het geding te dragen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

bepaalt dat gedaagde aan eiseres servicekosten verschuldigd is geworden van € 747,96 met betrekking tot de huur van woonruimte aan de [adres] over de periode van 1 januari 2009 tot 9 mei 2009;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen de somma van € 347,96, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding (18 februari 2010) tot de dag der voldoening;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 92,65 wegens dagvaardingskosten, € 158,-- wegens griffierecht en € 200,-- wegens gemachtigdensalaris;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 12 augustus 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.