Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN3129

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-08-2010
Datum publicatie
05-08-2010
Zaaknummer
01/889020-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor gewoonteheling, opzetheling, diefstallen, vernielingen, het deelnemen aan een criminele organisatie en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Opgelegd onder meer een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek voorarrest waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering en voortzetting psychische behandeling.

De inzet van de bijzondere opsporingsbevoegdheden hebben rechtmatig plaatsgevonden.

De belastende verklaringen van de medeverdachte zijn op rechtmatige wijze verkregen.

(zie ook LJN BN3127)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/889020-09

Datum uitspraak: 04 augustus 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 december 2009, 17 februari 2010, 3 mei 2010, 20 juli 2010 en 21 juli 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 5 november 2009.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 17 februari 2010 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 29 mei 2008 tot en met 20 juni 2008, te Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij/zij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:

1. in of omstreeks de periode van 29 mei 2008 tot en met 20 juni 2008 te Nijmegen, althans in Nederland: twee (personen)auto's (Ford Mondeo en Ford Fiesta) (zaak BRZ83.01); en/of

2. in of omstreeks de periode van 3 juni 2008 tot en met 20 juni 2008 te Nijmegen, althans in Nederland: een (personen)auto (Mercedes) (zaak BRZ83.02); en/of

3. in of omstreeks de periode van 6 juni 2008 tot en met 20 juni 2008 te Nijmegen, althans in Nederland: een (personen)auto (Audi A4) (zaak BRZ83.03);

(artikel 417 Wetboek van Strafrecht, artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

A.

hij in of omstreeks de periode van 29 mei 2008 tot en met 20 juni 2008 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

twee (personen)auto's (Ford Fiesta en Ford Mondeo) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto's wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(zaak BRZ83.01)

en/of

B.

hij in of omstreeks de periode van 3 juni 2008 tot en met 20 juni 2008 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een (personen)auto (Mercedes) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(zaak BRZ83.02)

en/of

C.

hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2008 tot en met 20 juni 2008 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een (personen)auto (Audi A4) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(zaak BRZ83.03)

(artikel 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 13 april 2009 tot en met 26 augustus 2009, te Landhorst, gemeente Sint Anthonis en/of te Berghem, gemeente Oss, en/of te Nijmegen en/of te Venray, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:

1. in of omstreeks de periode van 13 april 2009 tot en met 20 april 2009 te Venray en/of te Nijmegen, althans in Nederland: twee (tuin)banken en/of een hoekstuk en/of bijbehorende kussens en/of een tafel (zaak BRZ83.14); en/of

2. in of omstreeks de periode van 17 april 2009 tot en met 4 juni 2009 te Berghem, gemeente Oss, althans in Nederland: een (personen)auto (Opel Insignia) (zaak BRZ83.10); en/of

3. in of omstreeks de periode van 20 april 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Venray en/of te Nijmegen, althans in Nederland: een tuinset, bestaande uit een tafel en/of zes stoelen (zaak BRZ83.15); en/of

4. in of omstreeks de periode van 23 april 2009 tot en met 6 mei 2009 te Nijmegen, althans in Nederland: een (personen)auto (Mazda 6) (zaak BRZ83.07); en/of

5. in of omstreeks de periode van 26 april 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Venray en/of te Nijmegen, althans in Nederland: een loungeset, bestaande uit een hoekbank en/of een stoel en/of een salontafel en/of een bijzettafel (zaak BRZ83.37); en/of

6. in of omstreeks de periode van 2 mei 2009 tot en met 13 mei 2009 te Nijmegen, althans in Nederland: twee elektrische fietsen (zaak BRZ83.13); en/of

7. in of omstreeks de periode van 7 mei 2009 tot en met 26 augustus 2009, althans op of omstreeks 7 mei 2009, te Venray en/of te Nijmegen, althans in Nederland: 114 vogels (zaak BRZ83.18); en/of

8. in of omstreeks de periode van 11 mei 2009 tot en met 20 mei 2009 te Nijmegen, althans in Nederland: een (personen)auto (Volkswagen Golf) (zaak BRZ83.05); en/of

9. op of omstreeks 26 mei 2009 te Nijmegen, althans in Nederland: een motorfiets (Suzuki) (zaak BRZ83.19); en/of

10. in of omstreeks de periode van 26 mei 2009 tot en met 28 mei 2009 te Venray en/of te Nijmegen, althans in Nederland: ongeveer 150 vogels (zaak BRZ83.11); en/of

11. in of omstreeks de periode van 3 juni 2009 tot en met 4 juni 2009 te Venray en/of te Nijmegen, althans in Nederland: 36 vogels (zaak BRZ83.20); en/of

12. in of omstreeks de periode van 18 juni 2009 tot en met 29 juni 2009 te Nijmegen, althans in Nederland: een (personen)auto (Mercedes, [kenteken 1]) (zaak BRZ83.09); en/of

13. in of omstreeks de periode van 21 juni 2009 tot en met 1 juli 2009 te Nijmegen, althans in Nederland: een (personen)auto (Hyundai) (zaak BRZ83.08); en/of

14. in of omstreeks de periode van 21 juni 2009 tot en met 23 juni 2009 te Berghem, gemeente Oss, althans in Nederland: een (personen)auto Volkswagen Golf (zaak BRZ83.06) en/of

15. in of omstreeks de periode van 5 juli 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, althans in Nederland: een motorfiets (Aprilia) (zaak BRZ83.30);

(artikel 417 Wetboek van Strafrecht, artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de periode van 18 juli 2009 tot en met 4 augustus 2009 te Zetten, gemeente Overbetuwe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Mercedes, [kenteken 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (personen)auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking en/of een valse sleutel;

(zaak BRZ83.26)

(artikel 310 jo. 311 lid 1 sub 4 en sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks 18 juli 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, en/of te Zetten, gemeente Overbetuwe, en/of te Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (Mercedes, [kenteken 2]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(zaak BRZ83.26)

(artikel 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, artikel 47 lid ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij in of omstreeks de periode van 3 augustus 2009 tot en met 5 augustus 2009 te Nijmegen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 3]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (personen)auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel, te weten een (zogenaamd) engine control kastje en/of een (bijbehorend) opzetstuk met sleutel;

(zaak BRZ83.25)

(artikel 310 jo. 311 lid 1 ahf/sub 4 en sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 3 augustus 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Nijmegen en/of te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 3]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(zaak BRZ83.25)

(artikel 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij in of omstreeks de periode van 9 augustus 2009 tot en met 10 augustus 2009 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 4]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (personen)auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel, te weten een (zogenaamd) engine control kastje en/of een (bijbehorend) opzetstuk met sleutel;

(zaak BRZ83.29)

(artikel 310 jo. 311 lid 1 ahf/sub 4 en sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 9 augustus 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Nijmegen en/of te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 4]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(zaak BRZ83.29)

(artikel 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2009 tot en met 14 augustus 2009 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 5]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (personen)auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel, te weten een (zogenaamd) engine control kastje en/of een (bijbehorend) opzetstuk met sleutel;

(zaak BRZ83.28)

(artikel 310 jo. 311 lid 1 ahf/sub 4 en sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Nijmegen en/of te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 5]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(zaak BRZ83.28)

(artikel 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

7.

hij in of omstreeks de periode van 17 augustus 2009 tot en met 18 augustus 2009 te Beuningen, gemeente Beuningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

(personen)auto (Mazda 6, [kenteken 6]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (personen)auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(zaak BRZ83.27)

(artikel 310 jo. 311 lid 1 ahf/sub 4 en sub 5 Wetboek van Strafrecht)

8.

hij op of omstreeks 25 augustus 2009 te Wijchen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 7]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en daarbij die weg te nemen (personen)auto onder zijn/hun bereik te brengen

door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel, met zijn mededader met een (zogenaamd) engine control kastje en/of (bijbehorend) opzetstuk met sleutel naar die (personen)auto is gegaan en/of een ruitje van die (personen)auto heeft stuk geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaak BRZ83.23)

(artikel 310 jo. 311 lid 1 ahf/sub 4 en sub 5 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

9.

hij in of omstreeks de periode van 23 april 2009 tot en met 26 augustus 2009 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk na te noemen personen)auto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan na te noemen personen, in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, te weten:

- in of omstreeks de periode van 23 april 2009 tot en met 6 mei 2009 te Nijmegen, althans in Nederland: een (personen)auto (Mazda 6, [kenteken 8]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door de achterklep van die (personen)auto te forceren en/of met de knieën tegen die (personen)auto te stoten en/of door op het dak van die

(personen)auto te springen en/of aan een portier van die (personen)auto te hangen (zaak BRZ83.07); en/of

- in of omstreeks de periode van 11 mei 2009 tot en met 20 mei 2009 te Berghem, gemeente Oss, althans in Nederland: een (personen)auto (Volkswagen Golf, [kenteken 9]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffe 8] en/of [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door aan de achterzijde van die (personen)auto de beide C-stijlen door te zagen en/of de achterklep te verwijderen (zaak

BRZ83.05); en/of

- in of omstreeks de periode van 18 juli 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, althans in Nederland: een (personen)auto (Mercedes, [kenteken 2]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door die (personen)auto te strippen en/of uit elkaar te halen (zaak BRZ83.26); en/of

- in of omstreeks de periode van 3 augustus 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, althans in Nederland: een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 3]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door de bekleding uit die (personen)auto te halen en/of die (personen)auto te strippen en/of uit elkaar te halen (zaak BRZ83.25); en/of

- in of omstreeks de periode van 9 augustus 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, althans in Nederland: een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 4]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door die (personen)auto te strippen en/of uit elkaar te halen (zaak BRZ83.29); en/of

- in of omstreeks de periode van 13 augustus 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, althans in Nederland: een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 5]), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door die (personen)auto te strippen en/of uit elkaar te halen (zaak BRZ83.28);

(artikel 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht, artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

10.

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, en/of te Berghem, gemeente Oss, en/of te Nijmegen, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

woninginbraken en/of diefstallen en/of opzethelingen en/of vernielingen en/of witwassen;

(zaak BRZ83.38)

(artikel 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

11.

hij in of omstreeks de periode van 4 juli 2009 tot en met 16 juli 2009, althans op of omstreeks 16 juli 2009, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een semi-automatisch kogelgeweer,

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(zaak BRZ83.21)

(artikel 26 lid 1 Wet Wapens en Munitie, artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding:

De standpunten van partijen.

De verdediging heeft aangevoerd dat op onderdelen de dagvaarding nietig is omdat de dagvaarding op die punten onvoldoende bepaald is. Voor verdachte is daarmee onvoldoende duidelijk wat hem wordt verweten, zodat hij zich op die onderdelen niet goed kan verdedigen.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de dagvaarding voldoende concreet is omdat uit de hierin opgenomen verwijzingen naar zaaksnummers blijkt over welke personenauto het gaat.

Het oordeel van de rechtbank.

De officier van justitie verwijst in de tenlastelegging bij elk verwijt naar het betreffende zaaksdossier waarop het feit betrekking heeft. Daarnaast wordt in de tenlastelegging telkens de periode en de (personen)auto met daarbij het kenteken aangegeven waarop het feit betrekking heeft. Ter terechtzitting is gebleken dat zowel de verdachte als de raadsman bij de inhoudelijke behandeling van de feiten op de hoogte waren van de strafbare feiten waarop de tenlastelegging betrekking heeft.

De rechtbank verwerpt daarom het verweer strekkende tot (partiële) nietigheid van de dagvaarding. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken van gebreken aangaande de dagvaarding, zodat de dagvaarding geldig is.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. De officier van justitie kan worden ontvangen in zijn vervolging. Er zijn geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmotivering.

Eerst zal de rechtbank ingaan op de door de verdediging gevoerde verweren ten aanzien van het verkrijgen van het bewijs door de politie in het onderhavige onderzoek en de betrouwbaarheid hiervan. Daarna bespreekt de rechtbank de tenlastegelegde feiten afzonderlijk.

Aanleiding onderzoek in relatie tot inzet dwangmiddelen

Door de raadsman van [verdachte] is - kort samengevat- het verweer gevoerd dat er onvoldoende rechtsgrond aanwezig was voor de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden zoals taps, inkijkoperaties en een peilbaken.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Verdenking.

In het opsporingsonderzoek (naam) heeft [medeverdachte 4] meerdere verklaringen afgelegd die zijn gevoegd in onderhavig strafdossier. [medeverdachte 4] heeft onder meer verklaard dat de door hem en zijn [medeverdachte 5] gestolen auto's werden afgezet aan een tussenpersoon genaamd [medeverdachtete 6]. [medeverdachte 5] nam korte tijd na de diefstallen telefonisch contact op met deze [medeverdachtete 6]. Deze [medeverdachtete 6] reed in een witte Volkswagen Golf. [medeverdachte 4] heeft een foto van verdachte [medeverdachte 6] aangewezen als de [medeverdachtete 6] waarover hij in zijn verklaringen spreekt. Hij verklaarde verder dat de personenauto's na de diefstal op aanwijzingen van [medeverdachtete 6] werden neergezet in Nijmegen. [medeverdachtete 6], die een dag reed in een Smart, kleur paars of paarsachtig, had tegen hem gezegd dat dit de personenauto was van de uiteindelijke afnemer van de gestolen auto's.

Twee personenauto's die zijn weggenomen bij een woninginbraak op 16 juni 2008 te Zeeland, te weten een Porsche en BMW, zijn overeenkomstig de verklaring van [medeverdachte 4], aangetroffen in Nijmegen in de wijk Tolhuis.

Onderzoek heeft uitgewezen dat [medeverdachte 6] reed in een witte Volkswagen Golf en verdachte [verdachte] in een Smart die voldeed aan voormelde omschrijving. Verdachte [verdachte] is woonachtig in Nijmegen in de wijk (naam wijk). Uit historische telefoongegevens is gebleken dat op de dagen van de door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] gepleegde diefstallen van personenauto's en/of kort hierna (veelvuldig) telefonisch contact is geweest tussen het telefoonnummer van [medeverdachte 5] en het telefoonnummer [telefoonnummer 1]. Met dit telefoonnummer werd op zijn beurt vaak binnen afzienbare tijd daarna contact met het [telefoonnummer 2] opgenomen. Het staat vast dat dit telefoonnummer in gebruik is bij verdachte [verdachte].

Op basis van deze feiten en omstandigheden was er naar het oordeel van de rechtbank voldoende grond voor het aannemen van een redelijk vermoeden van schuld van gewoonteheling van personenauto's door de [medeverdachte 6] en [verdachte].

Taps.

De rechter-commissaris heeft op grond van voormelde verdenking tapmachtigingen verleend.

De rechtbank is van oordeel dat dit op goede gronden heeft plaatsgevonden. Voor de inzet van taps is vereist een verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Ook dient het onderzoek de inzet van dit middel dringend te vorderen. De rechtbank is van oordeel dat aan deze vereisten is voldaan, nu de verdenking ziet op de gewoonteheling van personenauto's die in overwegende mate zijn verkregen middels woninginbraken. Dergelijke feiten leveren naar hun aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde op.

Inkijkoperaties

Uit de taps is onder meer informatie naar voren gekomen over de locaties van garageboxen waar mogelijk van diefstal afkomstige personenauto's aanwezig konden zijn. Deze informatie rechtvaardigde naar het oordeel van de rechtbank de daaropvolgende inkijkoperaties bij de verschillende garageboxen.

Peilbaken

Gelet op de verdenking acht de rechtbank de plaatsing van een peilbaken onder de Ford Ka, die blijkens de voorafgaande observatie, voornamelijk werd gebruikt door [verdachte] rechtmatig. Het enkele feit dat anderen dan [verdachte] ook van deze auto gebruik hebben gemaakt doet hieraan niet af. De rechtbank ziet niet in dat hierdoor -zoals door de raadsman van [verdachte] gesteld- sprake zou zijn van een schending in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

De raadsman van [verdachte] heeft verder betoogd dat uit het dossier niet blijkt of de peilzender voldoet aan de vereisten die de wet er volgens het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering aan stelt. De rechtbank meent dat de informatieverstrekking op dit punt vollediger had kunnen zijn, maar constateert dat in het dossier een proces-verbaal aanwezig is inhoudende dat op ambtseed is verklaard dat de technisch goedgekeurde configuratie is aangebracht door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van hetgeen hieromtrent in het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal is opgenomen. De verdediging heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die dit anders maken.

Conclusie

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat de inzet van de verscheidene bijzondere opsporingsbevoegdheden rechtmatig heeft plaatsgevonden en dat geen gronden voor bewijsuitsluiting aanwezig zijn. Ook de omstandigheid dat de officier van justitie voor de eerste vier feiten op de tenlastelegging, waarop - in eerste instantie - de verdenking werd gebaseerd, thans verzoekt [verdachte] voor deze vier feiten vrij te spreken maakt dit niet anders. Dit eindoordeel is immers gebaseerd op een grondig strafrechtelijk onderzoek, dat is gevolgd op een eerdere verdenking.

Ten aanzien van de verklaringen van [medeverdachte 1].

Naar de mening van de advocaat van verdachte moeten de verklaringen van [medeverdachte 1] waarin hij belastend verklaart over verdachte en andere medeverdachten, worden uitgesloten van het bewijs. De verklaringen van [medeverdachte 1] zijn - aldus de advocaat van verdachte - in de eerste plaats tot stand gekomen door middel van beïnvloeding van de politie, door [medeverdachte 1] tijdens de verhoren te confronteren met onrechtmatig verkregen onderzoeksresultaten. Zijn verklaringen moeten naar de mening van de advocaat van verdachte worden gezien als zogenoemde 'fruits of the poisonous tree'.

In de tweede plaats dienen - aldus de advocaat van verdachte - de verklaringen van [medeverdachte 1] in het algemeen als onbetrouwbaar te worden gekwalificeerd. Naar de mening van de advocaat van verdachte verkleint [medeverdachte 1] in de door hem afgelegde verklaringen ten onrechte zijn eigen rol bij het plegen van de aan hem en zijn medeverdachten ten laste gelegde strafbare feiten, terwijl hij tegelijkertijd zijn medeverdachten, met name verdachte, ten aanzien van diezelfde feiten zwaar belast.

De officier van justitie verzet zich tegen bewijsuitsluiting van de door [medeverdachte 1] afgelegde verklaringen, omdat naar zijn mening de onderzoeksresultaten uit het opsporingsonderzoek rechtmatig zijn verkregen en [medeverdachte 1] in de door hem afgelegde verklaringen niet alleen zijn medeverdachten maar ook zichzelf in aanzienlijke mate heeft belast.

De rechtbank overweegt als volgt.

Zoals reeds is betoogd zijn de onderzoeksresultaten waarmee [medeverdachte 1] tijdens zijn verhoren bij de politie is geconfronteerd, naar het oordeel van de rechtbank op rechtmatige wijze verkregen. De verklaringen die [medeverdachte 1] heeft afgelegd naar aanleiding van de hem voorgehouden onderzoeksresultaten zijn evenmin onrechtmatig verkregen. Er is niet gesteld of anderszins gebleken dat bij het voorhouden van de onderzoeksresultaten aan [medeverdachte 1] sprake is geweest van een onjuiste feitenweergave.

[medeverdachte 1] heeft met zijn bij de politie afgelegde verklaringen zichzelf in belangrijke mate belast, waarbij hij, daarnaast, tevens heeft verklaard over de rol van de medeverdachten bij de diverse ten laste gelegde strafbare feiten. Het beeld dat door [medeverdachte 1] in zijn verklaringen wordt geschetst, wordt (grotendeels) bevestigd door de inhoud van de in het opsporingsonderzoek vastgelegde sms-berichten en tapgesprekken. Hierna zal de rechtbank dit onderlinge verband steeds per feit en meer in detail aangeven.

De rechtbank concludeert op grond van het vorenstaande dat de verklaringen van [medeverdachte 1] op rechtmatige wijze zijn verkregen en als betrouwbaar kunnen worden gekwalificeerd. Zijn verklaringen zullen als bewijsmiddel worden gebruikt.

Ten aanzien van de gebezigde codetaal overweegt de rechtbank het volgende.

In een aantal tapgesprekken tussen verdachte en medeverdachten werden de term "gaan stappen" en soortgelijke termen gebruikt voor het maken van een afspraak. In een aantal gevallen bleek een dergelijke afspraak te worden gevolgd door een (poging tot) autodiefstal. Dit is duidelijk te zien bij de poging tot diefstal in Wychen van een personenauto op

25 augustus 2009 door verdachte en [medeverdachte 2] (zaak 23). Dit patroon heeft zich een aantal keren eerder voorgedaan, zo blijkt uit de combinatie van tapgesprekken, bakengegevens van de Ford Ka van verdachte (deze auto blijkt dan ter plaatse te zijn geweest van de diefstal van een personenauto) en het aantreffen van gestolen voertuigen in een loods van verdachten in Landhorst. [medeverdachte 1] heeft op dit punt een bekennende verklaring afgelegd, die steun vindt in de bovenstaande andere bewijsmiddelen en mede om die reden geloofwaardig is. Uit dit alles blijkt dat binnen de groep rond verdachte codetaal gebruikt werd om op een versluierde wijze samen criminele plannen te maken.

Ten aanzien van feit 1.

Het standpunt van partijen.

De verdediging en de officier van justitie zijn van mening dat zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat uit de processtukken en uit het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring voor het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde te komen. De rechtbank spreekt verdachte hiervan vrij.

Ten aanzien van feit 2.

Het standpunt van partijen.

De officier van justitie is van mening dat het tenlastegelegde onderdeel 2.6 (zaak 13) niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat verdachte van dit onderdeel moet worden vrijgesproken. Hij acht de gewoonteheling van de overige onder 2 tenlastegelegde opzethelingen wettig en overtuigend bewezen.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de opzetheling tenlastegelegd onder de onderdelen 2.1 (zaak 14), 2.3 (zaak 15), 2.5 (zaak 37) en 2.15 (zaak 30).

Ten aanzien van de overige tenlastegelegde feiten onder 2 is de verdediging van mening dat gewoonteheling niet wettig en overtuigend is bewezen. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van onderdeel 2.6 (zaak 13).

De rechtbank is van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen. Tussen de aangifte en de gesprekken die verdachte heeft gevoerd over een elektrische fiets bevindt zich geruime tijd en op basis van het onderzoek is onvoldoende aangetoond dat de fiets waarover verdachte sprak, een van de fietsen uit de aangifte betreft. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onderdeel 2.6.

Ten aanzien van onderdeel 2.1 (zaak 14).

Op 14 april 2009 heeft [slachtoffer 10] aangifte gedaan van de diefstal van een complete tuinset, bestaande uit twee loungestoelen, twee banken met hoekstuk, een tafel met glasplaat en bij deze tuinset behorende kussens in de nacht van 13 april 2009 op 14 april 2009.1 [medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij omstreeks half april 2009 samen met medeverdachte [medeverdachte 6] in de wijk 'Landweert' te Venray uit een achtertuin grenzend aan de A73 een loungeset en twee losse loungestoelen heeft weggenomen. Deze hebben zij in een aanhangwagen van medeverdachte [medeverdachte 6] geladen die door verdachte later op de dag nog is opgehaald.2 Verdachte heeft ter zitting verklaard dat een deel van deze loungeset bij verdachte en zijn vriendin zijn neergezet, terwijl hij wist dat het gestolen goederen betrof.3 Gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte is de tenlastegelegde opzetheling wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van onderdeel 2.2 (zaak 10).

[slachtoffer 11] heeft aangifte gedaan van de diefstal van een personenauto, merk Opel Insignia, kleur grijs, met spaakwielen, voorzien van het kenteken 74-HZG-3 met bijbehorende autosleutels. Deze diefstal vond plaats op 17 april 2009 tussen 00.00 uur en 06.00 uur.4 Bij de inkijkoperatie op 30 mei 2009 nam de politie waar dat in een loods aan de [adres 1] te Berghem, gemeente Oss, een grijze Opel zonder kentekenplaten was geparkeerd. Bij de inkijkoperatie op 4 juni 2009 constateerde de politie dat op het schutblad onder de motorkap het chassisnummer onleesbaar was gemaakt. Op het dashboard achter de voorruit was evenwel nog een gedeelte van het chassisnummer zichtbaar. (chassisnummer). In het dashboardvak werd voorts een autosleutel aangetroffen die paste op het contactslot van de auto.5

Uit onderzoek bij het Korps Landelijke Politiediensten bleek dat slechts één als gestolen gesignaleerd voertuig beschikte over de voornoemde combinatie van cijfers en letters in het chassisnummer. Dit betrof de eerder door aangever (aangever) als gestolen opgegeven Opel Insignia met het [kenteken 10] Uit de bevindingen van het opsporingsteam bleek dat verdachte als gebruiker van de loods aan de [adres 1] te Berghem kon worden aangemerkt. Uit observaties bleek dat verdachte regelmatig samen met [medeverdachte 1] bij de loods werd gezien. De aanhangwagen die in gebruik was bij verdachte en [medeverdachte 1] werd in de loods en nabij de woning van verdachte gestald. Uit de peilbakengegevens van de voertuigen in gebruik bij verdachte en [medeverdachte 1] bleek dat deze voertuigen regelmatig bij de loods en bij het woonadres van de huurder van de loods, [medeverdachte 8], bevonden. Diverse telefoongesprekken en sms-berichten tussen verdachte en [medeverdachte 1] hadden betrekking op de (de huur van) de loods. 7

[medeverdachte 9] heeft verklaard dat verdachte hem een Opel Insignia te koop heeft aangeboden.8 In een opgenomen telefoongesprek zei verdachte tegen medeverdachte [medeverdachte 6] dat hij een Opel Insignia met 18 inch spaakwielen had staan. Ter zitting verklaarde verdachte hierover dat hij heeft geprobeerd om deze wielen te verkopen.9 De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte zeggenschap had over de aangetroffen auto en deze derhalve in strafrechtelijke zin voorhanden heeft gehad. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte het contact onderhield met de stelers. Verder verklaarde [medeverdachte 1] dat hij met verdachte in de loods aan de [adres 1] te Berghem kwam en dat daar toen een vrij nieuwe donkergrijze Opel Insignia stond, model stationcar, met schade aan de achterzijde. Op verzoek van verdachte heeft [medeverdachte 1] foto's van deze Opel Insignia verzonden naar een potentiële koper uit Leiden. [medeverdachte 1] verklaarde voorts dat hem duidelijk was dat de Opel Insignia van diefstal afkomstig was en dat verdachte deze wilde verkopen.

Verdachte heeft de Opel uiteindelijk verkocht en [medeverdachte 1] heeft uit de opbrengst van deze verkoop een bedrag van 200 of 300 euro van verdachte ontvangen.10

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] en het feit dat de chassisnummers onleesbaar waren gemaakt en de kentekenplaten van de auto waren verwijderd, terwijl deze auto is aangetroffen in een loods in gebruik bij verdachte en [medeverdachte 1] temidden van andere als gestolen opgegeven voertuigen, is de rechtbank van oordeel dat bij verdachte de wetenschap bestond dat de Opel Insignia een van diefstal afkomstig goed betrof.

De rechtbank acht onderdeel 2.2 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van onderdeel 2.3 (zaak 15).

[slachtoffer 12] heeft aangifte gedaan van de diefstal van een tuinset bestaande uit zes stoelen en een tafel met een antracietgrijze tafel met een uit drie delen bestaand hardstenen blad. Deze diefstal vond plaats op 20 april 2009 tussen 00.00 uur en 08.00 uur.11 Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij deze tuinset heeft gekocht terwijl hij wist dat deze die dag gestolen was.12 De rechtbank is van oordeel dat dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van onderdeel 2.4 (zaak 7).

[slachtoffer 7] heeft aangifte gedaan van de diefstal van een personenauto, merk Mazda type 6 Citd, voorzien van het [kenteken 8]. Deze diefstal vond plaats tussen 23 april 2009 te 22.30 uur en 24 april 2009 te 06.50 uur.13 Op 23 april 2009 was er om 22:53 uur sms-verkeer tussen [medeverdachte 1] en verdachte, waarin [medeverdachte 1] vroeg of 'kleine' is geweest. Hierop berichtte verdachte om 23:00 uur aan [medeverdachte 1]: "ja is net geweest. Hij ging toch stappen. Dan gebruik hij die ene en zet hem morgen over als jij die andere heb .. Jij begrijp". [medeverdachte 1] berichtte verdachte hierop: "Ok baas". Verdachte berichtte daarop aan Orth: "Ik ga er ook heen, kom daarna naar jou".14 Blijkens de verklaring van [medeverdachte 1] werd met 'kleine', [medeverdachte 2] bedoeld.15 Zoals gerelateerd in de bevindingen ten aanzien van de gebruikte taal in de afgeluisterde telefoongesprekken, werd in de onderlinge communicatie tussen verdachte en zijn medeverdachten met 'stappen' bedoeld het stelen van personenauto's.16 Vervolgens stuurde [medeverdachte 2] op 24 april 2009 te 01:19 uur een sms-bericht naar verdachte met als inhoud: ";-)".17

Uit de peilbakengegevens van de Ford Ka met het kenteken [kenteken 11] bleek dat deze auto op 24 april 2009 tussen 16:08:08 uur en 21:39:13 uur op [adres 2] te Nijmegen heeft stilgestaan.18 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij samen met verdachte een garagebox heeft gehuurd op de [adres 2] te Nijmegen. Deze garagebox werd door [medeverdachte 1] en door verdachte gebruikt om gestolen auto's te stallen. In de garagebox heeft ook een gestolen Mazda gestaan die later door verdachte en [medeverdachte 1] via een internet advertentie is verkocht aan een garagebedrijf in Leiden. Deze Mazda werd door [medeverdachte 1] en door verdachte beschadigd om voor te doen alsof het een geïmporteerde schadeauto betrof.19 Dit bleek tevens uit een telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] op 4 mei 2009 waarin verdachte aan [medeverdachte 1] meldde dat ene [persoon 1] die al vaker had gereageerd nu weer had gereageerd en dat verdachte hem een berichtje heeft gestuurd dat hij kon bieden. Hij had dit bericht ondertekend met (voornaam), onderdelen en auto's. Hierop antwoordde [medeverdachte 1] vervolgens: "goed zo knul". Daarop volgde op 4 mei 2009 een telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] waarin verdachte zei: "Ja, hij is toch verkocht" en "dat ze 'hem' woensdag komen halen".20

De politie zag op woensdag 6 mei 2009 [medeverdachte 1] en een autoambulance voorzien van het [kenteken 12] bij de garagebox aan de [adres 2] te Nijmegen staan. De autoambulance reed vervolgens geladen met een Mazda type 6 Citd zonder kentekenplaten, vanuit de garagebox aan de [adres 2] naar het [autodemontagebedrijf] in Leiden.21 Bij een onderzoek bij voornoemd bedrijf in Leiden trof de politie een goudkleurige Mazda Sedan aan.22 Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij deze Mazda via internet voor € 1.700,- van '(voornaam)' had gekocht, waarbij op de aankoopnota stond vermeld: verkoper [medeverdachte 1], adres [adres 3].23

Uit onderzoek bij het landelijk informatiecentrum voertuigcriminaliteit bleek vervolgens dat in de periode van 1 januari 2009 tot en met 6 mei 2009 slechts één soortgelijke Mazda als gestolen stond geregistreerd. Uit onderzoek naar het chassisnummer (nummer) van de in Leiden aangetroffen Mazda bleek dat het de Mazda van de aangever betrof.24

Op basis van de inhoud van de tapgesprekken en sms-berichten tussen verdachte en [medeverdachte 1], de betrokkenheid van verdachte bij de garagebox in de [adres 2] te Nijmegen en de bevindingen van de politie ten aanzien van de Mazda, is de rechtbank van oordeel dat verdachte voornoemde Mazda voorhanden heeft gehad en dat hij wist dat deze van diefstal afkomstig was. De rechtbank acht dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van onderdeel 2.5 (zaak 37).

[slachtoffer 14] heeft aangifte gedaan van de diefstal van een loungeset, bestaande uit een hoekbank, stoel, salontafel en bijzettafel. Deze diefstal vond plaats tussen 26 april 2009 te 17:30 uur en 27 april 2009 te 07:30 uur.25 Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij deze loungeset heeft gekocht terwijl hij wist dat deze van diefstal afkomstig was.26 Bij de doorzoeking van de woning van verdachte aan het adres [adres 3] te Nijmegen zijn een bank, hoekstukken, tussenstukken en een lage tafel van een loungeset in beslag genomen.27 Gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte is de rechtbank van oordeel dat dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van onderdeel 2.7 (zaak 18).

Uit de aangifte van [slachtoffer 15] volgt dat tussen 6 mei 2009 te 10.00 uur en 7 mei 2009 te 8.30 uur 114 vogels zijn gestolen, waaronder 20 roodkoppapegaai Amadines en 50 Japanse meeuwtjes uit diens volière te Venray.28

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat in de nacht van 6 op 7 mei om 2.58 uur een telefoongesprek plaatsvond tussen medeverdachte [medeverdachte 6] en verdachte, waarin medeverdachte [medeverdachte 6] vroeg naar "rijstvogels". Verdachte gaf hierop aan dat hij daar niks aan had omdat die niet zoveel waard waren. Medeverdachte [medeverdachte 6] zei hierop dat er ook andere zaten. Verdachte zei toen dat hij wel wat andere kon meepakken.29

Om 4.03 uur vond wederom telefonisch contact plaats tussen medeverdachte [medeverdachte 6] en verdachte. Medeverdachte [medeverdachte 6] vroeg of hij ze in een doos kon houden tot hij ze bij verdachte kon brengen. Medeverdachte [medeverdachte 6] zei dat er ook allemaal dingen bij zaten met rode koppen, ongeveer 20 stuks.30

Op 7 mei 2009 vonden nog meer telefoongesprekken plaats tussen medeverdachte [medeverdachte 6] en verdachte over vogels. Daarbij werd tevens gesproken over de verkoop van de "Japanse meeuwtjes".31

Medeverdachte [medeverdachte 6] heeft geen inhoudelijke verklaring afgelegd. Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij de roodkoppapegaai Amadine die is aangetroffen in zijn volière had gekocht op de markt in Cuijk.32

De rechtbank acht op basis van de aangifte, het tijdstip van de telefoongesprekken tussen verdachte [medeverdachte 6] en verdachte en de inhoud van deze gesprekken bewezen dat verdachte [medeverdachte 6] zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de vogels en verdachte aan de opzetheling als tenlastegelegd in onderdeel 2.7.

Ten aanzien van onderdeel 2.8 (zaak 5).

[slachtoffe 8] heeft mede namens [slachtoffer 9] aangifte gedaan van de diefstal van een grijze Volkswagen Golf van [slachtoffer 9], voorzien van het [kenteken 9]. Deze diefstal vond plaats op 11 mei 2009.33 Uit de telefoontaps is op te maken dat verdachte met [medeverdachte 1] en met [getuige 1] vanaf 12 mei 2009 contact heeft gehad omtrent de verkoop van een Volkswagen Golf en een Opel. Afgesproken werd dat [getuige 1] eerst op woensdag de Golf en daarna de Opel mocht ophalen.34 In de nacht van 19 op 20 mei 2009 nam de politie bij een inkijkoperatie waar dat in de garagebox aan de [adres 2] te Nijmegen een donkerkleurige personenwagen zonder kentekenplaten van vermoedelijk het merk Volkswagen stond.35 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij samen met verdachte een garagebox heeft gehuurd op de [adres 2] te Nijmegen. Deze garagebox werd door [medeverdachte 1] en door verdachte gebruikt om gestolen auto's te stallen. In de garagebox heeft ook een gestolen Volkswagen gestaan die later door verdachte en [medeverdachte 1] via een internet advertentie is verkocht aan een garagebedrijf in Leiden.36 Op 20 mei 2009 zag de politie dat in de garagebox aan de [adres 2] te Nijmegen een donkerkleurige Volkswagen stond, dat de Audi A4 van [medeverdachte 1] met daarachter een autoambulance naar deze garagebox reed en dat de autoambulance even later geladen met de donkere Volkswagen Golf weg reed. De autoambulance werd vervolgens op de Rijksweg A12 door agenten van het Korps Landelijke Politie Diensten gecontroleerd.37 Uit het onderzoek van de technische recherche naar de identiteit van de donkere Volkswagen op de autoambulance is gebleken dat dit de op 11 mei 2009 weggenomen Volkswagen Golf uit de aangifte betreft.38

Op basis van de inhoud van de tapgesprekken en sms-berichten tussen verdachte en [medeverdachte 1], het feit dat de diefstal van de Volkswagen Golf plaatsvond op 11 mei 2009, dat deze op 12 mei 2009 door verdachte aan getuige [getuige 1] te koop werd aangeboden, de betrokkenheid van verdachte bij de garagebox in de [adres 2] te Nijmegen en de bevindingen van de politie ten aanzien van de Volkswagen Golf, is de rechtbank van oordeel dat verdachte voornoemde Volkswagen Golf voorhanden heeft gehad en dat hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat deze van diefstal afkomstig was. De rechtbank acht dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van onderdeel 2.9 (zaak 19).

Op 24 mei 2009 is in Nijmegen een motorfiets van het merk Suzuki gestolen. Het betrof een gele crossmotor. Aangever was op 26 mei 2009 bij zijn broer aan het adres [adres 3] te Nijmegen in de achtertuin. Vanuit die tuin had hij zicht op [adres 4] straat te Nijmegen. Hij hoorde het geluid van een crossmotor, keek over de schutting en zag een gele crossmotor voorbij rijden. Hij herkende de motor direct als zijn eigen motor, zowel aan het uiterlijk als aan het geluid. Aangever rende achter de motor aan en zag dat hij stopte bij het adres [adres 3] te Nijmegen. Later zag hij dat de motor daar in de achtertuin stond.39 Verdachte liet diezelfde avond twee politieagenten toe tot zijn woning aan het adres [adres 3] te Nijmegen. De verbalisanten zagen in de achtertuin van deze woning een crossmotor staan. Verdachte verklaarde, gevraagd naar de herkomst van de motor, dat deze motor - met zijn toestemming en met het doel de motor te verkopen - in zijn achtertuin was neergezet door medeverdachte [medeverdachte 3] en een andere hem onbekende persoon. Dat gebeurde met toestemming van verdachte; hij had aangeboden de motor te verkopen. Medeverdachte [medeverdachte 3] werd die avond aangehouden.40 Uit een getapt telefoongesprek op 24 mei 2009 tussen medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 3] in dat gesprek aan verdachte mededeelde dat hij, medeverdachte [medeverdachte 3], een motor had staan. Hij vroeg of verdachte deze wilde kopen of verkopen. In datzelfde gesprek meldde medeverdachte [medeverdachte 3] aan verdachte dat die motor '800' kostte en dat hij op internet stond voor '28'. Verdachte stuurde diezelfde avond een sms-bericht aan [medeverdachte 1], waarin hij melding maakte van de motor die hij, verdachte, kon krijgen voor '750e' terwijl ze daar op Marktplaats '2800e' voor vroegen. Verdachte zei die avond in een later telefoongesprek tegen [medeverdachte 1] dat 'hij' zo goed als nieuw was en zo goed als voor niks, omdat 'ze er voor 28 meier op staan, gebruikt dan'.

In een op 26 mei 2009 in de avond tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] gevoerd telefoongesprek heeft verdachte tegen medeverdachte [medeverdachte 3] gezegd dat hij de motor moest komen brengen omdat hij iemand had die interesse had in de motor. Medeverdachte [medeverdachte 3] stemde daarmee in en vond het beter om dat in de avond te doen.41

De vriendin van medeverdachte [medeverdachte 3], [getuige 2], verklaarde dat haar vriend samen met [persoon 2] de motor op 26 mei 2009 naar verdachte bracht.42 Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij wist dat de motor gestolen was.43

Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte 3] de motor in de ten laste gelegde periode voorhanden hebben gehad terwijl beiden ten tijde van het voorhanden krijgen wisten dat de motor van diefstal afkomstig was.

Ten aanzien van onderdeel 2.10 (zaak 11).

Uit de aangifte van [slachtoffer 16] volgt dat in de nacht van 26 op 27 mei 2009 uit zijn volière te Venray verschillende vogels, onder andere mozaïekkanaries en barmsijsjes, zijn gestolen.44 Deze vogels waren voorzien van een vaste pootring met kweeknummer 6847.45

Blijkens het proces-verbaal van het Regionaal Milieu Team van de politieregio Brabant-Noord is het kweeknummer een door een ringenverstrekkende vogelbond aan de kweker afgegeven uniek nummer. Tijdens de doorzoeking bij [verdachte] zijn in de volière achter zijn woning verschillende vogels inbeslaggenomen. Hieronder waren 5 mozaïekkanaries met een pootring met kweeknummer 6847.46

In een tapgesprek op 27 mei 2009 om 13.09 uur tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 6] wordt gesproken over het meenemen van vogels door medeverdachte [medeverdachte 6] naar verdachte. Drie minuten later belde verdachte met [getuige 3] en zei hij in dit gesprek dat hij wat Isabel barmsijsjes en mozaïeken had zitten. Uit de daaropvolgende gesprekken op 27 en 28 mei 2009 volgt dat verdachte de vogels die hij had gekregen van medeverdachte [medeverdachte 6] heeft verkocht.47

[medeverdachte 6] heeft bij de politie geen inhoudelijke verklaring afgelegd.

De rechtbank acht op grond van de aangifte, het aantreffen van vogels met het unieke kweeknummer in de volière van verdachte en de telefoongesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 6] over dezelfde soort vogels wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [medeverdachte 6] zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de vogels en verdachte aan de opzetheling.

Ten aanzien van onderdeel 2.11 (zaak 20).

Uit de aangifte van [slachtoffer 17] volgt dat in de nacht van 3 op 4 juni 2009 uit haar volière te Vierlingsbeek verschillende vogels, onder andere 1 witwangtoerako, 1 kuif bull bull, 1 groene roodstaart bull bull en 2 oranje kop troepialen zijn gestolen.48

Tijdens de doorzoeking bij verdachte zijn in de volière achter zijn woning verschillende vogels inbeslaggenomen. Hieronder was 1 witwangtoerako. Opvallend aan deze vogel was dat er enkele stukjes teen met nagel ontbraken. (betrokkene) heeft verklaard dat haar witwangtoerako mank was.49

Op 4 juni 2009 om 12.24 uur stuurde verdachte een sms-bericht aan [getuige 3]: "probeer vandaag te komen als je het red, zijn 5 grote vogels. Passen maar net in kooi. Zit een toeraka. Buulbuul, troepiaal enz in". Verdachte belde dezelfde dag om 19.03 uur naar medeverdachte [medeverdachte 6] en zei dat die manke Nelis niks was en dat hij voor de andere vier 200 wil geven. Die kleintjes en zo niet, alleen de 4 bovenste. Medeverdachte [medeverdachte 6] vroeg of hij wat aan de manke Nelis had, waarop verdachte antwoordde dat hij hem er wel in kon gooien.50

De rechtbank acht op grond van de aangifte, de telefoongesprekken tussen medeverdachte [medeverdachte 6] en verdachte, het sms-bericht van verdachte aan [getuige 3] en het aantreffen van een "manke" witwangtoerako bewezen dat verdachte [medeverdachte 6] zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de vogels en verdachte aan de opzetheling daarvan.

Ten aanzien van onderdeel 2.12 (zaak 09) en onderdeel 2.13 (zaak 08).

In de periode 18 tot en met 19 juli 2009 werd een grijze Mercedes C240, bouwjaar 2004, gestolen met als [kenteken 1].51 Het betrof een auto met een benzinemotor.52

Op 29 juni 2009 werd deze auto door de politie in Nijmegen aangetroffen in de wijk [adres 3], 15e straat, en vervolgens in beslag genomen.53

Op 22 juni 2009 werd een Hyundai Tucson met kenteken [kenteken 13] gestolen.54 Deze auto werd op 1 juli 2009 uitgebrand aangetroffen in een garagebox aan de [adres 2] te Nijmegen. Verbalisanten verklaarden dat het door hen onderzochte voertuig de Hyundai Tucson met kenteken [kenteken 13] betrof, omdat het chassisnummer van de gestolen auto volledig overeen kam met dat van de aangetroffen (uitgebrande) auto.55

Uit het verhoor van [getuige 4], bevelvoerder bij de brandweer, blijkt dat er op het moment dat de brandweer op 1 juli 2009 ter plaatse kwam een uitslaande brand gaande was in een garagebox aan [adres 2] te Nijmegen. In die garagebox werd door de politie een uitgebrande Hyundai Tucson aangetroffen.56

Kort na de diefstal van de Mercedes, al op 19 juni 2009, was er vanaf 17.23 uur sms-verkeer tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarbij het gaat over "vitamine c". In latere berichten is er sprake van '1750' en 'type D'. Diezelfde dag, omstreeks 23.19 uur, stuurde verdachte een sms-bericht naar de telefoon van [medeverdachte 9] waarin hij meldde dat hij een "merc c 240 benzine automaat, bouwjaar 2004", kon kopen.57 In het sms-verkeer dat daarop volgde, bleek dat de prijs tussen 2500 en 2000 euro lag en dat uiteindelijk met een prijs van 2250 euro werd ingestemd.58 In de dagen daarna (24 en 25 juni 2009) was er sms-verkeer tussen [medeverdachte 1] en verdachte waarin gesproken werd over "vitamine c" of "c".59 Uit ander sms-verkeer tussen het nummer van verdachte en toestelnummer [telefoonnummer 4] bleek dat verdachte aan de (verdere) verkoop wat wilde verdienen.60 De toonzetting van deze stroom sms-berichten werd gaandeweg minder vriendelijk. In een sms-bericht op 26 juni 2009 gaf verdachte aan "en anders niet meer komen met die troep ik kan zat kopen vriend".61 Verdachte berichtte uiteindelijk dat "dat ding" opgehaald moest worden "daar". De gebruiker van [telefoonnummer 4] was het daar kennelijk niet mee eens en berichtte aansluitend onder andere terug: "haal niks uit gaat vlammen in ik ben geen Mano jongen". Nadat de brand in de garagebox aan de [adres 2] te Nijmegen heeft plaats gehad was er een tapgesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 11].62 Medeverdachte [medeverdachte 11] erkent in zijn verklaring d.d. 1 september 2009 dat hij dit gesprek (nr. 275728415, met telefoonnummer [telefoonnummer 3]) heeft gevoerd.63 Verdachte zei in voornoemd gesprek tegen medeverdachte [medeverdachte 11] dat medeverdachte [medeverdachte 11] een groot probleem had, waarna medeverdachte [medeverdachte 11] aangaf dat verdachte hem een kunstje had geflikt door het ding in kwestie af te voeren. De woorden "je met je eigen weggehaald", "je hebt hem er op laten zetten" en "voor 7 1/2 meier ga ik niet lopen huilen" maken het aannemelijk dat het hier gaat om een auto. Weer iets verder in het gesprek schold verdachte de ander uit voor "rooie flikker".64

Op 2 juli 2009 voerden medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte een telefoongesprek om 11.10 uur. Uit het begin van het gesprek blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte spraken over de brand in de garagebox en hetgeen daaraan was voorafgegaan. Verdachte gaf aan dat rooie "dat ding" in de fik had gestoken. Uit het gesprek volgt verder dat verdachte er vanuit ging dat de reden voor de brandstichting er in gelegen was dat "(bijnaam)" dacht dat verdachte de auto stiekem had opgeladen. Dat met de aanduiding "(bijnaam)" de medeverdachte [medeverdachte 11] werd bedoeld blijkt wanneer door medeverdachte [medeverdachte 3] in één zin de koppeling tussen "(bijnaam)" en "die van [medeverdachte 11]" wordt gelegd.65

Op 2 juli 2009 vond er vanaf 12.14.56 een gesprek plaats tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 11] (met nr. [telefoonnummer 3]). In dat gesprek zei verdachte tegen medeverdachte [medeverdachte 11] dat hij te ver was gegaan. Medeverdachte [medeverdachte 11] zei toen tegen verdachte: "je hebt dat ding zelf weg laten halen en dit is de consequentie".66 Uit het gesprek op 2 juli 2009 (nummer) tussen verdachte en zijn moeder bleek dat er in de garagebox ook andere goederen van verdachte lagen opgeslagen: "maar ze hebben ook mijn pers in de fik gestoken .... kost me een roodje ...".67

De telefoons die werden gebruikt in genoemde gesprekken, telefoonnummers

[telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] zijn beide in die tijd in gebruik is geweest bij medeverdachte [medeverdachte 11].68

Van dit eerste nummer gaf medeverdachte [medeverdachte 11] zelf toe dat hij de gebruiker was.69 Ook volgt dit gegeven uit de hierboven geciteerde sms-berichten over de verdere gang van zaken rond de koop van de Mercedes. In een later verhoor gaven zowel [medeverdachte 1] als verdachte aan dat met 'C' of 'Vitamine C' gedoeld wordt op een personenauto van het merk Mercedes.70

Verdachte verklaarde bij de politie dat medeverdachte [medeverdachte 11] een grijze Mercedes type C heeft neergezet op het pleintje nabij de woning van verdachte. Deze Mercedes is volgens verdachte overgebracht naar een garagebox aan [adres 2] te Nijmegen. Deze Mercedes is later weer teruggezet op het pleintje nabij de woning van verdachte en is daar aangetroffen door de politie. De politie heeft deze Mercedes in beslag genomen.71 Medeverdachte [medeverdachte 11] zei daarna dat verdachte die auto had weggehaald. Medeverdachte [medeverdachte 11] wilde 1.000 euro voor deze auto hebben. Toen verdachte in het ziekenhuis lag is de garagebox aan [adres 2] in brand gestoken. Daar stond de Hyundai Tucson in. Die was ook van medeverdachte [medeverdachte 11]. Hij verklaarde dat een deel van de hierboven beschreven sms-berichten afkomstig zijn van medeverdachte [medeverdachte 11], met name noemde hij ook het sms-bericht waarin medeverdachte [medeverdachte 11] zei dat hij de auto niet terughaalt en dreigt met brandstichting.72

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat de ruzie tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 11] ging over een Mercedes C 240. Over deze auto heeft hij op 2 september 2009 verklaard dat verdachte van alle auto's iets af wist en dat medeverdachte [medeverdachte 11] hem, [medeverdachte 1], een Mercedes C 240 te koop had aangeboden. Daarvoor had [medeverdachte 1] al verklaard dat hij van deze auto had kunnen vermoeden dat deze auto van diefstal afkomstig was. Later had hij gehoord van verdachte dat de politie deze auto heeft weggehaald. Hij herkende de foto van medeverdachte [medeverdachte 11] als de persoon die hij kende als deze (voornaam), die hij tevens kende als "(bijnaam)". Over de garagebox aan de [adres 2] heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij en verdachte samen een garagebox gehuurd hadden om gestolen personenauto's in de buurt te kunnen stallen.73

[medeverdachte 9] heeft verklaard dat verdachte hem een Mercedes C240 benzine heeft aangeboden en dat verdachte hem gestolen waar aanbood.74

De rechtbank acht op grond van de bovenstaande verklaringen, in combinatie met de genoemde sms-berichten en het aantreffen van de gestolen personenauto van het merk Mercedes met [kenteken 1], wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte 1] deze auto voorhanden hebben gehad en dat zij beiden ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. [medeverdachte 1] geeft dit toe. Voor verdachte volgt de wetenschap uit het patroon van zijn handelen. Verdachte heeft de auto zeer kort na de diefstal te koop aangeboden aan [medeverdachte 9]. In de dagen dat hij over de (verdere) verkoop onderhandelde met [medeverdachte 9], bevond deze auto zich nabij zijn woning en/of in een garagebox waar [medeverdachte 1] en hij beiden zeggenschap over hadden.

Uit de inhoud van de gesprekken blijkt verder dat [medeverdachte 1] en verdachte beiden zeggenschap hebben gehad over de Mercedes en Hyundai Tucson. Deze laatstgenoemde auto is door de politie uitgebrand aangetroffen in de garagebox aan de [adres 2] te Nijmegen. Deze garagebox was gehuurd door [medeverdachte 1] en verdachte samen om gestolen auto's in te stallen. In het gesprek d.d. 2 juli 2009 tussen medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte over de brandstichting in de garagebox gaf verdachte aan dat medeverdachte [medeverdachte 11] "dat ding" in de fik heeft gestoken.75 Hieruit volgt dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de Hyundai Tucson in de garagebox. De heftige emotie bij verdachte vormt een extra aanwijzing dat hij een (zakelijk) belang had bij deze auto. De verklaring van verdachte dat hij uitsluitend [medeverdachte 1] wilde helpen in deze kwestie is naar het oordeel van de rechtbank niet geloofwaardig, gelet op inhoud en toonzetting van de (sms-)contacten tussen hem en medeverdachte [medeverdachte 11] en de latere telefoongesprekken tussen beiden. Bovendien is het verdachte die medeverdachte [medeverdachte 11] aanspreekt na de brand en niet [medeverdachte 1], hetgeen logisch zou zijn indien [medeverdachte 1] als enige de wederpartij van medeverdachte [medeverdachte 11] zou zijn geweest. Wel leidt de rechtbank uit de verklaring van verdachte af dat ook [medeverdachte 1] wetenschap had van de aanwezigheid van de Hyundai Tucson.

Gelet op de algemene werkwijze van verdachte en [medeverdachte 1], naast het gegeven dat de auto van medeverdachte [medeverdachte 11] afkomstig was, de prijsstelling (in- en verkoopprijs lagen ver onder de werkelijke waarde) volgt dat beiden op het moment van het voorhanden krijgen wisten dat het door misdrijven verkregen goederen betrof en daarmee opzetheling hebben gepleegd met betrekking tot beide voertuigen. De rechtbank is van oordeel dat het tenlastegelegde onder 2.12 en 2.13 wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van onderdeel 2.14 (zaak 06).

[slachtoffer 18] heeft aangifte gedaan van de diefstal van een Volkswagen Golf, voorzien van het [kenteken 14]. Deze diefstal vond plaats in de nacht van 21 op 22 juni 2009.76

Uit tapgesprekken blijkt dat op 23 juni 2009 tussen 18.55 uur en 18.57 uur sms-verkeer plaats vond tussen verdachte en [medeverdachte 1] over het laten staan van een object, omdat ze niet voor niks op en neer wilden rijden en dat 'ze' op 24 juni 2009 er toch heen moesten. Vervolgens vond op 24 juni 2009 tussen [medeverdachte 1], verdachte en een van de huurders van de loods aan de [adres 1] te Berghem telefonisch contact plaats over het ophalen door de politie van hun Volkswagen Golf.77 Op 23 juni 2009 te 19.30 uur constateerde de politie na te zijn aangesproken door een bestuurder van een personenauto op de (adres) dat achter de loods aan de [adres 1] te Berghem een Volkswagen Golf met het [kenteken 14] stond geparkeerd.78

Uit de bevindingen van het opsporingsteam bleek dat verdachte als gebruiker van de loods aan de [adres 1] te Berghem kon worden aangemerkt. Uit observaties bleek dat verdachte regelmatig samen met [medeverdachte 1] bij de loods werd gezien. De aanhangwagen die in gebruik was bij verdachte en [medeverdachte 1] werd in de loods en nabij de woning van verdachte gestald. Uit de peilbakengegevens van de voertuigen in gebruik bij verdachte en [medeverdachte 1] bleek dat deze voertuigen zich regelmatig bij de loods en bij het woonadres van de huurder van de loods, [medeverdachte 8], bevonden. Diverse telefoongesprekken en sms-berichten tussen verdachte en [medeverdachte 1] hadden betrekking op de (de huur van) de loods.79 De politie nam waar dat zowel verdachte als [medeverdachte 1] zich op 24 juni 2009 bij de loods aan de [adres 1] te Berghem bevonden.80 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij wist dat de Volkswagen Golf gestolen was en dat verdachte wist dat deze auto bij de loods aan de [adres 1] te Berghem stond.81

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 1], de inhoud van de telefoontaps en het feit dat deze auto is aangetroffen achter een loods in gebruik bij verdachte en [medeverdachte 1] in welke loods andere als gestolen opgegeven voertuigen stonden (zie hiervoor onderdeel 2.2) is de rechtbank van oordeel dat bij verdachte de wetenschap bestond dat de betreffende Volkswagen Golf een van diefstal afkomstig goed betrof.

De rechtbank acht onderdeel 2.14 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van onderdeel 2.15 (zaak 30).

[slachtoffer 19] heeft aangifte gedaan van de diefstal van zijn motorfiets, merk Aprilia RSV Mille, voorzien van het [kenteken 15]. Deze diefstal vond plaats op 5 juli 2009.82 De politie constateerde op 19 augustus 2009 dat in de loods aan [adres 5] te Landhorst een motor stond.83 De politie nam vervolgens waar dat op 19 augustus 2009 zowel verdachte als de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte] zich bij voornoemde loods bevonden.84 Uit het onderzoek naar de in de loods aangetroffen motorfiets bleek dat het chassisnummer overeenkwam met het chassisnummer van de Aprilia van aangever.85

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de motorfiets, merk Aprilia, voorhanden heeft gehad en dat hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het een gestolen motorfiets betrof.86 Gelet op de aangifte, de bevindingen in de loods aan [adres 5] te (gemeente) en de bekennende verklaring van verdachte is ook dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.

Gelet op de bewezenverklaring van de hiervoor genoemde onderdelen van het onder 2 tenlastegelegde (telkens opzetheling) en gezien de aard van deze feiten en de wijze waarop deze opzethelingen gepleegd worden is de rechtbank van oordeel dat naar aard en wijze waarop deze feiten telkens tot stand komen, er sprake is van een zodanig verband tussen deze strafbare feiten, dat gesproken kan worden van gewoonteheling in de zin van artikel 417 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de feiten 3, 4, 5, 6 en 7.

De rechtbank is van oordeel dat deze feiten zich lenen voor een gezamenlijke bespreking.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het tenlastegelegde onder 3 subsidiair, 4 primair, 5 primair, 6 subsidiair en 7 wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van feit 3.

De verdediging is van mening dat de diefstal van de personenauto's niet wettig en overtuigend is bewezen. Ten aanzien van de heling heeft de verdediging vrijspraak bepleit omdat het aantreffen van een chassis geen veroordeling voor het voorhanden hebben van een personenauto kan opleveren.

Ten aanzien van de feiten 4, 5, 6 en 7.

De verdediging is primair van mening dat wegens bewijsuitsluiting van de resultaten uit de door de politie gebruikte bijzondere opsporingsmiddelen en de verklaringen van de [medeverdachte 1], het medeplegen van de diefstal van de betreffende personenauto's niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Subsidiair heeft de verdediging zich ten aanzien van de diefstal van de betreffende personenauto's gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met de kanttekening dat de Ford Ka met het kenteken [kenteken 11] niet alleen door verdachte, maar ook door zijn partner en broer werd gebruikt.

Ten aanzien van de heling is de verdediging primair van mening dat hiervoor vrijspraak moet volgen, gelet op de bepleite bewijsuitsluiting. Subsidiair is de verdediging van oordeel dat het aantreffen van een chassis van een personenauto niet het voorhanden hebben van een personenauto oplevert, zodat ook hiervoor vrijspraak dient te volgen.

Het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het verweer met betrekking tot het aangetroffen chassis bij de feiten 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair.

De rechtbank het geconstateerd dat de politie tijdens de inkijkoperaties op 4 en 19 augustus 2009 en de doorzoeking op 26 augustus 2009 in de loods aan [adres 5] te [gemeente] in eerste instantie diverse nagenoeg intact zijnde personenauto's heeft aangetroffen. Op een later tijdstip worden dezelfde personenauto's aangetroffen, maar dan geheel of gedeeltelijk uit elkaar gehaald. Reeds om die reden slaagt het verweer van de raadsman niet, zodat de rechtbank het door de raadsman op dit punt gevoerde verweer verwerpt.

Ten aanzien van feit 3 (zaak 26).

Op enig moment in de periode tussen 18 juli 2009 en 4 augustus 2009 werd in Zetten een personenauto Mercedes C 180 Compressor stationcar voorzien van het [kenteken 2] (bouwjaar 2009) gestolen87.

Op 19 augustus 2009 werd bij een inkijkoperatie in de loods aan [adres 5] te [gemeente] door de politie een gestripte personenauto aangetroffen, voorzien van het chassisnummer [chassisnummer] Dit was het chassisnummer dat behoorde bij de gestolen Mercedes met [kenteken 2].89 Door de politie is waargenomen dat verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 19 augustus 2009 in de loods aan [adres 5] te [gemeente] aanwezig waren.90

Deze loods was door de eigenaar te huur aangeboden middels een advertentie op Marktplaats.nl. Op deze advertentie was op 6 juli 2009 om 13.11 uur telefonisch gereageerd door een man die zich [voornaam] uit [gemeente] noemde en die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] Dit telefoonnummer was in gebruik bij verdachte.92 Na dit telefoongesprek stuurde verdachte een sms-bericht naar het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 2] met de tekst dat hij morgen om 10 uur een afspraak had en de vraag wie het op N nam. Tevens stuurde hij een sms-bericht naar het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 1] met de vraag of het op zijn 'n.' kon. Middels een sms-bericht afkomstig van het nummer van [medeverdachte 1] volgde vrijwel direct de reactie "kan he".93

Op 8 juli 2009 werd de eigenaar van de loods gebeld door verdachte (vanaf nummer [telefoonnummer 6]), die zich dan [medeverdachte 1] noemt, om een afspraak te maken om het huurcontract te tekenen.94 Hierna volgden meerdere sms-berichten tussen de telefoonnummers in gebruik bij verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] die betrekking hadden op de huur van de loods en de te betalen borgsom.95 Op 12 juli 2009 zond verdachte een sms-bericht naar het nummer in gebruik bij [medeverdachte 2] met de tekst: "Ik heb gebeld dat ik hem neem. Hij is van ons. Dinsdag belt hij om te tekenen."96 Op maandag 13 juli 2009 werd [medeverdachte 1] gebeld door de eigenaar van de loods en werden details van de huurovereenkomst besproken.97 Er werd een huurcontract opgemaakt met ingang van 20 juli 2009 op naam van [medeverdachte 1].98 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte bij hem was gekomen met het verzoek om deze loods op zijn naam te zetten. Hij heeft tevens verklaard dat hij wist van drie gestolen auto's die in die loods hadden gestaan, waaronder een grijze Mercedes stationcar en dat hij een paar dagen later een volledig gestripte auto aantrof, maar aan het chassis nog kon zien dat het een Mercedes was geweest. [medeverdachte 1] heeft naar eigen zeggen met [medeverdachte 2] de carrosserie weggebracht en vervolgens van verdachte 200 à 250 euro ontvangen met de opmerking dat dit zijn deel van de winst was. [medeverdachte 1] verklaarde tevens dat er geen specifieke afspraken waren gemaakt omtrent de werkzaamheden in de loods, maar dat als er een auto stond verdachte, [medeverdachte 2] en hijzelf aan de auto begonnen en dat ieder van hen ongeveer evenveel werk aan de auto's verrichtte.99

Uit observaties in de periode tussen 2 maart 2009 en 8 juni 2009 is gebleken dat verdachte gebruik maakt van een Ford Ka met het kenteken [kenteken 11], die op naam staat van zijn broer. De enige andere gebruiker was de partner van verdachte. Deze auto is door de politie voorzien van een peilbaken. Uit de bakengegevens blijkt dat deze auto in de periode tussen 7 juli 2009 tot en met 4 augustus op tenminste vijf dagen aanwezig is geweest op [adres 5] te [gemeente].100

Op 4 augustus 2009 zag de politie dat in een loods aan [adres 5] te Landhorst een Mercedes Benz uit de C-klasse de loods werd binnengereden. Deze Mercedes voldeed aan de omschrijving van de auto die in Zetten was weggenomen. De Mercedes was op dat moment echter middels tie rips voorzien van een kentekenplaat met het nummer [kenteken 16]. Dit kenteken hoorde zeer waarschijnlijk bij een op 4 augustus 2009 gestolen Toyota Avensis. Nadat de Mercedes in de loods was gestald, reden twee mannen weg in een Ford Ka met het kenteken [kenteken 11].101 De diefstal van voornoemde Toyota is aan verdachte en zijn medeverdachten tenlastegelegd onder feit 4 en zal hierna worden besproken.

Op 5 augustus 2009 werd vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 7], in gebruik bij verdachte, een sms-bericht verstuurd waarin aan de ontvanger, [medeverdachte 9], werd gevraagd of hij interesse had in een c compressor.102 In een opvolgend bericht werd vermeld dat hij hem al wel had staan, nieuw 2280 gelopen.103 [medeverdachte 9] verklaarde hierover dat verdachte hem een C Compressor te koop aanbood en dat verdachte kort hierna bij hem is geweest met een aanhangwagen volgeladen met auto-onderdelen.104

Op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder feit 3 primair tenlastegelegde diefstal. Wel acht de rechtbank op grond hiervan de onder feit 3 subsidiair tenlastegelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4 (zaak 25).

Tussen 3 augustus 2009 omstreeks 20.30 uur en 5 augustus 2009 omstreeks 07.45 uur is in Nijmegen aan [adres 6] een personenauto Toyota Avensis voorzien van het [kenteken 3] gestolen. De auto was eigendom van [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] verklaarde dat in de auto een paardrijzweep aanwezig was.105

Op 19 augustus 2009 werd bij een inkijkoperatie in een loods aan [adres 5] te Landhorst door de politie een gestripte personenauto aangetroffen. Deze auto kon aan de hand van het chassisnummer worden geïdentificeerd als de hiervoor genoemde gestolen Toyota Avensis met [kenteken 3].106

Op grond van de hiervoor onder feit 3 met betrekking tot deze loods reeds genoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat deze loods werd gebruikt door verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1].

Uit observaties in de periode tussen 2 maart 2009 en 8 juni 2009 is gebleken dat verdachte gebruik maakte van de auto van zijn broer, een Ford Ka met kenteken [kenteken 11]. De enige andere gebruiker is de partner van verdachte.107 Deze auto is door de politie voorzien van een peilbaken. Uit de bakengegevens bleek dat deze auto op 3 augustus 2009 omstreeks 23.59 uur is vertrokken vanaf het woonadres van verdachte, vervolgens tussen 00.20 - 00.36 uur reed in de omgeving van [adres 6] te Nijmegen en daarna naar de [naam] in [gemeente] is gereden, waar [medeverdachte 2] woont.

Tussen 01.02 - 01.19 uur reed de auto wederom in de omgeving van [adres 6] in [gemeente]. Vervolgens reed de auto naar [adres 5] te Landhorst. Omstreeks 02.30 uur zag de politie dat in de loods aan [adres 5] een Mercedes Benz uit de C-klasse de loods werd binnengereden. Deze Mercedes voldeed aan de omschrijving van een auto die in Zetten is weggenomen. De Mercedes was op dit moment middels tie rips voorzien van een kentekenplaat met het nummer [kenteken 16]. Dit kenteken hoorde zeer waarschijnlijk bij de gestolen Toyota Avensis. Nadat de Mercedes in loods was gestald, reden twee mannen weg in een Ford Ka met kenteken [kenteken 11]. De Ford Ka arriveerde op de [adres] omstreeks 03.04 uur en tot slot omstreeks 03.10 uur op [adres 3] te [gemeente], waar verdachte woont.108

Op 25 augustus 2009 werden in de Ford Ka met kenteken [kenteken 11] door de politie aangetroffen: een zwart kastje van het merk Valeo, een zwart opzetstukje van het merk Valeo met daaraan vastgetaped een autosleutel en een grijs kastje met daarop een sticker van het merk Toyota en de tekst Engine Control.109 Uit onderzoek van de Forensisch Technische Recherche bleek dat het mogelijk was om met deze spullen een auto van het merk Toyota type Avensis te starten.110

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in de loods heeft geholpen bij het verwijderen van de bekleding uit een Toyota Avensis, waarover verdachte verklaarde dat deze auto was gestolen. [medeverdachte 1] verklaarde dat hij dat zelf ook kon zien omdat het contactslot er uit lag. Tevens verklaarde [medeverdachte 1] dat hij uit deze auto een zweep had gepakt en tegen de muur van de loods had gezet.111 Bij de doorzoeking van de loods op 28 augustus 2009 trof de politie een paardrijzweep aan.112 [slachtoffer 2] herkende deze zweep als de zweep die in de ontvreemde auto aanwezig was.113

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank het onder feit 4 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 5 (zaak 29).

Tussen 9 augustus 2009 23.00 uur en 10 augustus 2009 07.30 uur is in Nijmegen aan [straat] een personenauto, Toyota Avensis voorzien van [kenteken 4] gestolen. Deze auto was eigendom van [slachtoffer 3] 114

Uit de telefoontaps blijkt dat verdachte en [medeverdachte 2] spraken over 'stappen'. Op 8 augustus 2009 stuurde verdachte een sms-bericht naar [medeverdachte 2] inhoudende: "we kijken morgen wel wat hij zeg. Anders doe ik het toch aan hem. Want die laat mij nooit met iets zitten. Wanneer wil je wat gaan drinken". [medeverdachte 2] stuurde daarop een sms-bericht naar verdachte: "ja daarom t bedoel je toch ... Zeg maar lust wel een lekker biertje...". Verdachte antwoordde per sms-bericht aan [medeverdachte 2] met: "ja die bedoel ik. Maak mij niet uit ik wil morgen al gaan". Daarna spraken verdachte en [medeverdachte 2] af om elkaar op 9 augustus 2009 om 11 uur te zien.115 Naar aanleiding van de bevindingen van de politie kan worden aangenomen dat met 'stappen' stelen werd bedoeld.116 Uit de aangifte blijkt dat de diefstal heeft plaatsgevonden tussen 9 augustus 2009 te 23.00 uur en 10 augustus 2009 te 07.30 uur. De rechtbank acht dit een extra aanwijzing voor de betrokkenheid van beide verdachten bij de diefstal van de betreffende Toyota Avensis.

Op 19 augustus 2009 werd bij een inkijkoperatie in een loods aan [adres 5] te Landhorst door de politie een gestripte personenauto aangetroffen. Deze auto kon aan de hand van het chassisnummer worden geïdentificeerd als de hiervoor genoemde gestolen Toyota Avensis met [kenteken 4].117

Op grond van de hiervoor onder feit 3 met betrekking tot deze loods reeds genoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat deze loods werd gebruikt door verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1].

Uit observaties in de periode tussen 2 maart 2009 en 8 juni 2009 is gebleken dat verdachte gebruik maakte van de auto van zijn broer, een Ford Ka met kenteken [kenteken 11]. De enige andere gebruiker is de partner van verdachte (zie feit 4). Op 25 augustus 2009 werd in de Ford Ka - na de aanhouding van verdachte en [medeverdachte 2] terzake een poging diefstal van een Toyota Avensis (zaaksdossier 23) - door de politie aangetroffen: een zwart kastje van het merk Valeo, een zwart opzetstukje va het merk Valeo met daaraan vastgetaped een autosleutel en een grijs kastje met daarop een sticker van het merk Toyota en de tekst Engine Control. Uit onderzoek van de Forensisch Technische Recherche bleek dat het mogelijk was om met deze spullen een auto van het merk Toyota type Avensis te starten (zie feit 4).

Gelet op het voorgaande mede in samenhang bezien met de bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 3, 4, 5 en 7 is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met [medeverdachte 2] het primair tenlastegelegde heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 6 (zaak 28).

Tussen 13 augustus 2009 22.00 uur en 14 augustus 2009 10.30 uur is in Nijmegen aan de [adres 7] een personenauto, Toyota Avensis, voorzien van het kenteken

[kenteken 5] gestolen. Deze auto was eigendom van [slachtoffer 4].118

Op 19 augustus 2009 werd bij een inkijkoperatie in een loods aan [adres 5] te Landhorst door de politie aangetroffen een Toyota Avensis, voorzien van het kenteken

[kenteken 5]. Een raampje aan de achterzijde van deze auto was verbroken.119

Bij de doorzoeking van de loods op 26 augustus 2009 werd een totaal gestripte Toyota Avensis aangetroffen met chassisnummer dat hoorde bij de weggenomen Toyota Avensis met [kenteken 5]. Tevens werden in de loods diverse pasjes op naam van [slachtoffer 4] aangetroffen.120 [slachtoffer 4] heeft deze goederen herkend als zijn eigendom.121

Op grond van de hiervoor onder feit 3 met betrekking tot deze loods reeds genoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat deze loods werd gebruikt door verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1].

Op 15 augustus 2009 werd vanaf het telefoonnummer in gebruik bij verdachte een sms-bericht verstuurd naar [medeverdachte 1] met de tekst: "ik heb een nieuwe vogel met zwart in de vleugels".122 [medeverdachte 1] verklaarde hierover dat hij begreep dat dit ging over een gestolen auto en dat hij later van verdachte hoorde dat het om een Toyota Avensis ging.123

Uit observaties in de periode tussen 2 maart 2009 en 8 juni 2009 is gebleken dat verdachte gebruik maakte van de auto van zijn broer, een Ford Ka met kenteken [kenteken 11]. De enige andere gebruiker was de partner van verdachte.124 Op 25 augustus 2009 werden in deze Ford Ka door de politie aangetroffen: een zwart kastje van het merk Valeo, een zwart opzetstukje va het merk Valeo met daaraan vastgetaped een autosleutel en een grijs kastje met daarop een sticker van het merk Toyota en de tekst Engine Control. Uit onderzoek van de Forensisch Technische Recherche bleek dat het mogelijk was om met deze spullen een auto van het merk Toyota type Avensis te starten (zie feit 4).

Gelet op het voorgaande en in samenhang bezien met de bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 3, 4, 5 en 7 is de rechtbank van oordeel dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van feit 7 (zaak 27).

Tussen 17 augustus 2009 te 22.00 uur en 18 augustus 2009 te 06.39 uur is in [gemeente] [adres] een personenauto, Mazda type 6, voorzien van [kenteken 6] gestolen. Deze auto was eigendom van [slachtoffer 5]125

Op 19 augustus 2009 werd bij een inkijkoperatie in een loods aan [adres 5] te Landhorst door de politie een personenauto aangetroffen van het merk Mazda type 6 voorzien van het [kenteken 6]. De auto was op dat moment volledig intact, op het achterste raampje aan de linkerzijde na, dat was namelijk verbroken.126 Op grond van de hiervoor onder feit 3 met betrekking tot deze loods reeds genoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat deze loods werd gebruikt door verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Door de politie (een observatieteam) werd waargenomen dat verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 19 augustus 2009 later op de dag in de loods aanwezig waren.127

Op 26 augustus 2009 werd bij een doorzoeking in voornoemde loods een Mazda aangetroffen die aan de hand van het chassisnummer werd geïdentificeerd als de gestolen Mazda met [kenteken 6].128

Uit observaties in de periode tussen 2 maart 2009 en 8 juni 2009 is gebleken dat verdachte gebruik maakte van de auto van zijn broer, een Ford Ka met kenteken [kenteken 11]. De enige andere gebruiker was de partner van verdachte.129 Deze auto was door de politie voorzien van een peilbaken. Uit de bakengegevens bleek dat deze auto op 17 augustus 2009 omstreeks 20.45 uur bij de woning van verdachte is vertrokken en tussen 21.45 - 23.12 uur in Beuningen heeft rondgereden, waarbij de auto omstreeks 22.53 uur in de directe omgeving van de [adres] is geweest. Op 18 augustus 2009 om 00.03 uur bevindt de auto zich aan de [adres], waar [medeverdachte 2] woont. Van 00.20 tot 00.25 uur was de auto weer in Beuningen, aan de [adres]. De auto reed vervolgens in de buurt van de [straat] en was terug op de [straat] van 01.11 tot 01.19 uur. Hierna arriveerde de auto omstreeks 02.01 uur bij de loods aan [straat] te Landhorst. Na enkele minuten vertrok de auto daar weer om via [adres] terug te rijden naar [adres 3] te Nijmegen.130

Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank het onder 7 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 8 (zaak 23).

Een getuige hoorde en zag in het begin van de nacht van 24 op 25 augustus 2009 in Wijchen aan [adres 8] een donkere auto stoppen en een jongen uit de auto stappen. Zij zag de jongen bij de auto van haar overbuurman staan en zoekend rondkijken. Hij had zijn handen op zijn rug en het leek alsof hij iets donkers om zijn handen had. Hij leek tegen de bestuurderszijde van de auto van de overbuurman te duwen; hij raakte de auto links, aan de bestuurderskant. Ze omschreef de jongen als volgt: circa 25 jaar oud, blank, 1.70 tot 1.80 m lang en donkere haren. De auto reed intussen weer weg. De getuige heeft hiervan melding gemaakt bij de politie.131 De waarnemingen van haar en haar vriend zijn neergelegd in het proces-verbaal van bevindingen van 25 augustus 2009. De vriend van de getuige heeft die nacht in de wijk een Ford Ka met kenteken [kenteken 11] zien rijden.132 Uit de aangifte blijkt dat aangever die nacht om 01.50 uur werd gewaarschuwd door zijn overbuurvrouw. Toen hij naar buiten ging bleek hem dat de linkerachterruit van zijn Toyota Avensis met [kenteken 7] was vernield.133

Uit analyse van de verstrekte gegevens uit de plaatsbepalingsapparatuur aan de Ford Ka waarvan verdachte [verdachte] gebruik maakte (met kenteken [kenteken 11]), zijn de navolgende plaatsbepalingen gebleken. Op 24 augustus 2009 om 23.27 uur reed de Ford weg bij de woning van verdachte [verdachte]. Op 25 augustus 2009 om 0.19 uur stopte de Ford nabij de woning van [medeverdachte 2] en reed daar na 38 seconden weer weg naar de woning van [verdachte]. Om 00.52 uur reed de Ford naar [adres 8] in Wijchen, waar de auto om 1.19 uur aankwam. Om 01.25 uur reed de Ford daar weg, was om 1.30 uur terug, reed om 1.32 uur weer weg en kwam om 01.42 uur aan bij de woning van [medeverdachte 2]. Vrijwel direct daarna reed de auto weer terug naar [adres 8] te Wijchen.134 Verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] werden daar op 25 augustus 2009 om 1.50 uur aangehouden.135 In de Ford Ka werden door de politie inbrekerswerktuigen aangetroffen. Tevens vond de politie in de auto een zwart kastje, een zwart opzetstukje van het merk Valeo met daaraan vastgetaped een autosleutel en een grijs kastje met daarop een sticker van het werk Toyota en de tekst Engine Control. Deze spullen zijn in beslag genomen.136 Uit onderzoek van de Forensisch Technische Recherche blijkt dat het mogelijk is om met de kastjes en het opzetstukje een auto van het merk Toyota type Avensis te starten (zie ook feiten 3 en 4).137

De verklaring van [medeverdachte 2] en verdachte dat zij die nacht een bekende naar Wijchen hebben gebracht acht de rechtbank in het licht van de overige feiten en omstandigheden niet aannemelijk, temeer niet omdat beide verdachten deze verklaring niet nader hebben willen of kunnen toelichten of onderbouwen.

Op grond van de vorengenoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 2] en verdachte [verdachte] op 25 augustus 2009 in Wijchen geprobeerd hebben de Toyota Avensis met het [kenteken 7] te stelen.

Ten aanzien van feit 9.

Het standpunt van partijen.

De officier van justitie is van oordeel dat de tenlastegelegde vernielingen en beschadigingen wettig en overtuigend zijn bewezen.

De verdediging is van mening dat verdachte ten aanzien van de personenauto's genoemd onder de zaaksdossiers 5, 7 en 26 wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de overig tenlastegelegde vernielingen (zaaksdossiers 25, 28 en 29) refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Gelet op de samenhang met de hiervoor besproken feiten 2 (onderdeel 2.4 en 2.8), 3, 4, 5 en 6 bepaalt de rechtbank dat hetgeen daartoe is overwogen hier als herhaald en ingelast dient te gelden. Uit voornoemde bewijsoverwegingen komt naar voren dat verdachte betrokken is geweest bij de heling en/of de diefstal van personenauto's.

Voorts acht de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] op dit punt van belang. Hij heeft verklaard dat hij en verdachte in de loods aan [adres 5] te Landhorst, in de loods aan de [adres 1] te Berghem en in de garagebox aan de [adres 1] te Nijmegen hebben gewerkt aan daar gestalde gestolen personenauto's. De schade aan de Mazda 6 (zaaksdossier 7) is door verdachte en [medeverdachte 1] aangebracht, door met de knieën tegen deze auto te stoten, op het dak te springen en aan de deur te gaan hangen. Dit deden zij om te laten lijken dat het een geïmporteerde schadeauto betrof. Er werd steeds schade aan de auto's toegebracht. Dit was een idee van verdachte, om zo de gestolen auto's als schadeauto door te kunnen verkopen.138

De op 11 mei 2009 in Nijmegen gestolen Volkswagen Golf, voorzien van het [kenteken 9] is een tijd door de verdachten geparkeerd in de garagebox aan de [adres 2] in Nijmegen. Daar is deze auto op 20 mei 2009 door de koper opgehaald. Door de politie is toen schade aan de achterzijde van de auto waargenomen.139

Gelet op de bevindingen ten aanzien van het gebruik van de garagebox aan de [adres 2] te Nijmegen en de verklaring van [medeverdachte 1], alsmede het feit dat gelet op de schade aan de Volkswagen Golf niet aannemelijk is dat deze schade ten tijde van de diefstal - kort daarvoor - reeds bestond is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de betreffende Mazda 6 en Volkwagen Golf door verdachte en [medeverdachte 1] zijn beschadigd.

[medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat in de loods aan [adres 5] te Landhorst gestolen auto's hebben gestaan die volledig uit elkaar werden gehaald. Hij heeft steeds een deel van de opbrengst van de verkoop van deze auto's ontvangen van verdachte. Ook voor de reeds uit elkaar gehaalde Mercedes, die hij eerder in de loods heeft zien staan. Met een Toyota Avensis heeft [medeverdachte 1] geholpen om de bekleding eruit te halen. [medeverdachte 2], verdachte en [medeverdachte 1] hebben deze auto uit elkaar gehaald. De onderdelen zijn steeds in een aanhanger gedaan. Verdachte heeft steeds het initiatief genomen om de gestolen auto's uit elkaar te halen. Als er een auto in de loods stond dan haalden ze deze uit elkaar. Verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] werkten in de loods allen ongeveer evenveel aan de auto's. De carrosserieën van de auto's werden door hen naar een shredderbedrijf gebracht.140 De politie trof op 4 augustus 2009 in de loods aan [adres 5] te Landhorst een Mercedes Benz aan met op de voorruit 'verkauft' geschreven.141 Daarna constateerde de politie op 19 augustus 2009 dat in voornoemde loods een Toyota Avensis, voorzien van het [kenteken 5] stond waarvan het raampje aan de achterzijde was verbroken en dat daar drie volledig uit elkaar gehaalde auto's stonden, waarvan op basis van de chassisnummers in het kentekenregister achterhaald kon worden dat dit een Mercedes-Benz C 180 Kompressor, voorzien van het [kenteken 2], een Toyota Avensis, voorzien van het [kenteken 4], een Toyota Avensis, voorzien van het [kenteken 3] van de aangevers in de zaaksdossier 25, 26, 28 en 29 betroffen.142

Bij de doorzoeking van de loods op 26 augustus 2009 werd een volledig uit elkaar gehaalde Toyota Avensis ([kenteken 5]) en twee voorstukken van totaal uit elkaar gehaalde personenauto's, merk Toyota aangetroffen.143

Op basis van de bevindingen ten aanzien van de op verschillende tijdstippen in de loods aangetroffen voertuigen, het feit dat deze voertuigen kennelijk volledig uit elkaar werden gehaald, het gebruik van de loods door verdachte en zijn medeverdachten en de verklaring van [medeverdachte 1] is de rechtbank van oordeel dat de vernieling van de hiervoor genoemde personenauto's door verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van feit 10 (zaak 38).

Het standpunt van partijen.

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De verdediging is van mening dat er geen sprake is geweest van een organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht en heeft voor dit feit vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht dient er sprake te zijn van deelname aan een gestructureerd samenwerkingsverband, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van deelname is sprake indien men behoort tot het samenwerkingsverband en een deelnemer (tenminste) wetenschap heeft dat er misdrijven worden gepleegd door/binnen het samenwerkingsverband waar hij of zij deel van uitmaakt. Daarbij geldt dat om iemand te kunnen aanmerken als deelnemer die (rechts)persoon tenminste hetzij een aandeel heeft in, hetzij ondersteunt, de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de betreffende organisatie. Om te kunnen spreken van een organisatie is verder nodig dat blijkt van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen of rechtspersonen met een bepaalde organisatiegraad, hetgeen onder andere kan blijken uit een rolverdeling tussen en positie van de individuele deelnemers binnen het samenwerkingsverband.

In deze strafzaak is te zien dat een beperkte groep kennelijk goed op elkaar ingespeelde personen in de ten laste gelegde periode gekwalificeerde diefstallen en gewoonteheling hebben gepleegd in Nederland. Uit het politieonderzoek blijkt met name uit bakengegevens, deels aangevuld met observaties, telefoontaps en andere bewijsmiddelen zoals hiervoor ten aanzien van de feiten 2 tot en met 9 reeds uitgebreider beschreven, dat de groepering die bestond uit onder andere verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de beschikking had over garageboxen en loodsen waar door derden en/of door leden van de eigen groepering gestolen voertuigen werden gestald. Verder bewerkten/vernielden zij deze voertuigen om de onderdelen te kunnen verkopen aan een derde die wist dat verdachte handelde in gestolen auto's en onderdelen daarvan, zoals de heer [medeverdachte 9].

Verdachte had in het geheel aan strafbare gedragingen een centrale rol. Zijn auto, een Ford Ka, werd vaak gebruikt en bij observaties bleek hij er de bestuurder van te zijn. Verdachte voerde, zo blijkt uit de tapgesprekken en sms-berichten, een belangrijk deel de gesprekken en onderhandelingen met derden en bepaalde zowel de inkoop- als de verkoopprijs van de aldus verhandelde gestolen goederen. In zijn verhouding tot [medeverdachte 1] blijkt duidelijk dat verdachte [medeverdachte 1] aanstuurde en daartoe meer dan eens opdrachten gaf. [medeverdachte 2] ging pas in een latere fase deel uitmaken van de groepering rond verdachte. Wel blijkt uit tapgesprekken en feitelijk aandeel in de dan gepleegde strafbare feiten dat hij volop meedeed en zich aldus een volwaardig lid toonde van de groepering. Juist ook in de tijd dat [medeverdachte 2] deel is gaan uitmaken van de groepering werden er veel auto's ontvreemd en omgezet in onderdelen (vernield). De combinatie van inkijkoperatie en observatie (feiten vanaf zaaksdossier 25) rond de loods in Landhorst geven dat aan. Ook werd bij de aanhouding van verdachte en [medeverdachte 2] op 25 augustus 2009 in de Ford Ka professionele autodiefstalapparatuur aangetroffen die was bestemd om onder andere de startonderbreker en het contactslot te omzeilen en zo de diefstal van in het bijzonder personenauto's van het merk en type Toyota Avensis mogelijk te maken.

De rol van de verdachten [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geeft, alles overziend, een voldoende mate van onderlinge verwevenheid en bestendigheid te zien bij het plegen van de vermogensdelicten en daardoor wordt in elk geval bij hen voldaan aan de voorwaarden om het totaal van handelen te kunnen kwalificeren als het handelen binnen een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, meer in het bijzonder het plegen van diefstallen en (gewoonte)heling.

De rechtbank acht het tenlastegelegde deelnemen van verdachte aan een criminele organisatie wettig en overtuigend bewezen. Gelet op het bovenstaande vanaf 1 april 2009.

Ten aanzien van feit 11 (zaak 21).

Het standpunt van partijen.

De officier van justitie en de verdediging zijn van mening dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen.

Het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het jachtgeweer voorhanden heeft gehad.144

De politie heeft op 26 augustus 2009 tijdens het onderzoek in de woning van verdachte in de slaapkamer een ongeladen vuurwapen van het merk Jager aangetroffen.145 Uit het onderzoek van dit vuurwapen, een semi-automatisch kogelgeweer, blijkt dat het een vuurwapen betreft in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, eerste lid, categorie III van de Wet wapens en munitie.146 Op basis van het aantreffen van het wapen in de woning van verdachte en de bekennende verklaring van verdachte is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen eventueel in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Ten aanzien van feit 2:

in de periode van 13 april 2009 tot en met 26 augustus 2009, te Landhorst, gemeente Sint Anthonis en/of te Berghem, gemeente Oss, en/of te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers hebben verdachte en zijn mededader(s) op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, na te melden goederen voorhanden gehad, terwijl verdachte en zijn mededader(s)

ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof:

1. in de periode van 13 april 2009 tot en met 20 april 2009 te Nijmegen: twee (tuin)banken en een hoekstuk en bijbehorende kussens en een tafel; en

2. in de periode van 17 april 2009 tot en met 4 juni 2009 te Berghem, gemeente Oss: een (personen)auto (Opel Insignia); en

3. in de periode van 20 april 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Nijmegen: een tuinset, bestaande uit een tafel en zes stoelen; en

4. in de periode van 23 april 2009 tot en met 6 mei 2009 te Nijmegen: een (personen)auto (Mazda 6); en

5. in de periode van 26 april 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Nijmegen: een loungeset, bestaande uit een hoekbank en een salontafel; en

7. in de periode van 7 mei 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Nijmegen: een aantal vogels; en

8. in de periode van 11 mei 2009 tot en met 20 mei 2009 te Nijmegen: een (personen)auto (Volkswagen Golf); en

9. op 26 mei 2009 te Nijmegen: een motorfiets (Suzuki); en

10. in de periode van 26 mei 2009 tot en met 28 mei 2009 te Nijmegen: een aantal vogels; en

11. in de periode van 3 juni 2009 tot en met 4 juni 2009 te Nijmegen: een aantal vogels; en

12. in de periode van 18 juni 2009 tot en met 29 juni 2009 te Nijmegen: een (personen)auto (Mercedes, [kenteken 1]); en

13. in de periode van 21 juni 2009 tot en met 1 juli 2009 te Nijmegen: een (personen)auto (Hyundai); en

14. in de periode van 21 juni 2009 tot en met 23 juni 2009 te Berghem, gemeente Oss: een (personen)auto Volkswagen Golf; en

15. in de periode van 5 juli 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis: een motorfiets (Aprilia);

Ten aanzien van feit 3 subsidiair:

in de periode van 18 juli 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, tezamen en in vereniging met anderen, een (personen)auto (Mercedes, [kenteken 2]) voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van die (personen)auto wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Ten aanzien van feit 4 primair:

in de periode van 3 augustus 2009 tot en met 5 augustus 2009 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 3]), toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen (personen)auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een (zogenaamd) engine control kastje en een (bijbehorend) opzetstuk met sleutel;

Ten aanzien van feit 5 primair:

in de periode van 9 augustus 2009 tot en met 10 augustus 2009 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 4]), toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen (personen)auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een (zogenaamd) engine control kastje en een (bijbehorend) opzetstuk met sleutel;

Ten aanzien van feit 6 primair:

in de periode van 13 augustus 2009 tot en met 14 augustus 2009 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 5]), toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen (personen)auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een (zogenaamd) engine control kastje en een (bijbehorend) opzetstuk met sleutel;

Ten aanzien van feit 7:

in de periode van 17 augustus 2009 tot en met 18 augustus 2009 te Beuningen, gemeente Beuningen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Mazda 6, [kenteken 6]), toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen (personen)auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Ten aanzien van feit 8:

op 25 augustus 2009 te Wijchen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 7])

toebehorende aan [slachtoffer 6] en daarbij die weg te nemen (personen)auto onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader een ruitje van die

(personen)auto heeft stuk geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Ten aanzien van feit 9:

in de periode van 23 april 2009 tot en met 26 augustus 2009 op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk na te noemen (personen)auto's, geheel of ten dele toebehorende aan na te noemen personen, heeft vernield of beschadigd, te weten:

- in de periode van 23 april 2009 tot en met 6 mei 2009 te Nijmegen: een (personen)auto (Mazda 6, [kenteken 8]), toebehorende aan [slachtoffer 7], door de achterklep van die (personen)auto te forceren en met de knieën tegen die (personen)auto te stoten en door op het dak van die (personen)auto te springen en aan een portier van die (personen)auto te hangen; en

- in de periode van 11 mei 2009 tot en met 20 mei 2009 te Berghem, gemeente Oss: een (personen)auto (Volkswagen Golf, [kenteken 9]), toebehorende aan [slachtoffer 9], door aan de achterzijde van die (personen)auto de beide C-stijlen door te zagen en de achterklep te verwijderen; en

- in de periode van 18 juli 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis: een (personen)auto (Mercedes, [kenteken 2]), toebehorende aan ALD

Automotive, door die (personen)auto uit elkaar te halen; en

- in de periode van 3 augustus 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis: een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 3]), toebehorende aan [slachtoffer 2], door de bekleding uit die (personen)auto te halen en die (personen)auto uit elkaar te halen; en

- in de periode van 9 augustus 2009 tot en met 19 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis: een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 4]), toebehorende aan [slachtoffer 3], door die (personen)auto uit elkaar te halen; en

- in de periode van 13 augustus 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis: een (personen)auto (Toyota Avensis, [kenteken 5]), toebehorende aan [slachtoffer 4], door die (personen)auto uit elkaar te halen;

Ten aanzien van feit 10:

in de periode van 1 april 2009 tot en met 26 augustus 2009 te Landhorst, gemeente Sint Anthonis, en te Berghem, gemeente Oss, en te Nijmegen heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk diefstallen en opzethelingen en vernielingen;

Ten aanzien van feit 11:

op 16 juli 2009 te Nijmegen een wapen van categorie III, te weten een semi-automatisch kogelgeweer, voorhanden heeft gehad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

De strafmotivering.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert vrijspraak voor feit 1 primair en subsidiair, feit 3 primair en feit 6 primair. Ten aanzien van feit 2, feit 3 subsidiair, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6 subsidiair, feit 7, feit 8, feit 9, feit 10 en feit 11 vordert hij:

* Gevangenisstraf van 48 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht;

* Gedeeltelijk verbeurdverklaring en gedeeltelijk onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen;

* Toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 2] tot € 23.346,75 en het overige niet ontvankelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* Toewijzing van de civiele vordering van [benadeelde partij] tot € 400,- en het overige niet ontvankelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* Niet ontvankelijk verklaring van de civiele vordering van [benadeelde partij].

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De officier van justitie maakt kenbaar voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

Het standpunt van de verdediging.

De advocaat van verdachte wijst de rechtbank op de inhoud van het reclasseringsrapport en acht matiging van de strafeis van de officier van justitie op zijn plaats. De advocaat van verdachte verzoekt de rechtbank een aanzienlijk deel van een eventueel op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. De civiele vordering van [slachtoffer 2] dient niet ontvankelijk verklaard te worden. Ten aanzien van de civiele vordering van [benadeelde partij ] refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank, mocht voor dit feit een bewezenverklaring volgen.

De civiele vordering van Weijers moet worden afgewezen omdat er geen causaal verband is tussen de schade en het feit.

De verdediging verzoekt de rechtbank het conservatoir beslag op te heffen. De op de lijst van inbeslaggenomen goederen vermelde vogels dienen aan verdachte te worden geretourneerd omdat niet vast staat dat (al) deze vogels van diefstal afkomstig zijn.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft een leidende rol gehad in een criminele organisatie die zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van diefstallen en (gewoonte)heling. Het handelen van verdachte en zijn mededaders heeft de slachtoffers grote materiële en emotionele schade berokkend. Verdachte op grootschalige en professionele wijze auto's gestolen of laten stelen en deze samen met zijn mededaders uit elkaar gehaald of beschadigd, om deze vervolgens als schadeauto of in onderdelen te verkopen. Daarbij heeft hij zich niets gelegen laten liggen aan de belangen van de gedupeerden, maar zich laten leiden door geldelijk gewin. Ook heeft verdachte gehandeld in vogels die op brutale wijze midden in de nacht uit volières in de achtertuin van de eigenaren zijn weggenomen. Hierbij heeft verdachte zich niet bekommerd om het verlies dat deze eigenaren door zijn handelen hebben moeten ervaren. Met zijn handelwijze heeft verdachte laten zien dat hij haast als vanzelfsprekend andermans eigendommen wegneemt, doorverkoopt of vernielt en alleen is gericht op het snel vergaren van geld.

Daarnaast heeft verdachte op de slaapkamer van zijn woning een vuurwapen voorhanden gehad waarmee .22 long rifle munitie kan worden afgeschoten. Het bezit van een dergelijk vuurwapen is in Nederland verboden. Daarbij komt dat verdachte al eerder is veroordeeld voor vuurwapenbezit.

De rechtbank zal verdachte in verband met een juiste normhandhaving een gevangenisstraf opleggen die de duur van het voorarrest een geruime tijd zal overschrijden.

Om te voorkomen dat verdachte na afloop van zijn straf opnieuw overgaat tot het plegen van strafbare feiten zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen, met daaraan gekoppeld reclasseringstoezicht voor een periode van twee jaar. De reclassering kan verdachte in deze periode behulpzaam zijn bij het opnieuw inrichten van zijn (werkzame) leven.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten materiële schade (voertuigschade € 23.346,75 en expertisekosten € 63,-) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor wat betreft het onderdeel bedrijfsschade van de vordering niet-ontvankelijk verklaren , aangezien dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor beoordeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander of met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de benadeelde geen schadebedrag heeft bepaald, zodat de vordering als onbepaald moet worden aangemerkt.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering van de benadeelde partij [ benadeelde partij].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien er geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Beslag.

De rechtbank kan in haar vonnis geen uitspraak doen omtrent het gelegde conservatoir beslag omdat deze kwestie beslist dient te worden in het kader van de ontnemingsprocedure.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan of met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden;

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan of van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is de wet en met het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan de rechthebbende of aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 33, 33a, 36, 36c,

36f, 45, 47, 57, 140, 310, 311, 350, 416, 417

Wet wapens en munitie art. 26.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 primair, 1 subsidiair, 3 primair tenlastegelegde niet wettig en

overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van:

een gewoonte maken van het plegen van opzetheling;

Ten aanzien van feit 3 subsidiair:

medeplegen van:

opzetheling;

Ten aanzien van feit 4 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

Ten aanzien van feit 5 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

Ten aanzien van feit 6 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

Ten aanzien van feit 7:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Ten aanzien van feit 8:

poging tot:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Ten aanzien van feit 9:

medeplegen van:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, meermalen gepleegd

en

medeplegen van:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort beschadigen, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 10:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

Ten aanzien van feit 11:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen en maatregelen.

Ten aanzien van feit 2, feit 3 subsidiair, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6 primair, feit 7, feit 8, feit 9, feit 10, feit 11:

Gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

en bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht;

2. dat veroordeelde de psychische behandeling door het Canisius Wilhelmina ziekenhuis of een soortgelijke behandeling zal voortzetten en zich zal houden aan de opdrachten van de reclasseringsorganisatie die in het kader van het toezicht op naleving van deze voorwaarde noodzakelijk zijn.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d

van het Wetboek van Strafrecht;

Ten aanzien van feit 4 primair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 23.409,75 subsidiair 152 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 23.409,75 (zegge: drieentwintigduizendvierhonderdnegen euro en vijfenzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 152 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële schade (posten voertuigschade en expertisekosten).

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 23.409,75 (zegge: drieentwintigduizendvierhonderdnegen euro en vijfenzeventig eurocent), te weten materiële schade (posten voertuigschade en expertisekosten).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij of (een van) zijn mededader(s) heeft/hebben voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

Ten aanzien van feit 5 primair:

Niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 3] in haar vordering, omdat de vordering geen schadebedrag omvat.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil;

Ten aanzien van feit 2, feit 7:

Niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 8] in haar vordering, omdat de gevorderde schade geen rechtstreeks verband heeft met het bewezenverklaarde strafbare feit.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil;

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

de onder 10, 34, 35 en 36 vermelde voorwerpen op de door de officier van justitie ter

zitting overgelegde lijst van inbeslaggenomen voorwerpen;

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

de onder 1a, 1b, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 27, 28, 29, 30, 31, 32a, 32b, 32c, 32d, 32e, 32 en 33 vermelde voorwerpen op de door de officier van justitie ter zitting overgelegde lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Teruggave van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

aan de rechthebbende de onder 18, 19, 22, 23, 25 en 26 vermelde voorwerpen op de door de officier van justitie ter zitting overgelegde lijst van inbeslaggenomen voorwerpen;

aan verdachte de onder 20, 21 en 24 vermelde voorwerpen op de door de officier van justitie ter zitting overgelegde lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. H.H.E. Boomgaart en mr. A.M. Bossink, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken op 4 augustus 2010.

1 proces-verbaal van de Bovenregionale Recherche Zuid Nederland, 's-Hertogenboschst, met OPS-dossiernummer 228A09083, afgesloten op 20 november 2009, bestaande uit een algemeen dossier (A), 14 persoonsdossiers (B) en 38 zaaksdossiers (C) (hierna Proces-verbaal), aangifte op de pagina's 14 17 en 14 20

2 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 7] op de pagina's 14 107, 14 108 en 14 113

3 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2010

4 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 10 23, 10 24 en 10 5

5 Proces-verbaal, bevindingen loods [adres 1] te Berghem op de pagina's 10 33, 10 36 en 10 37

6 Proces-verbaal, bevindingen KLPD op de pagina's 10 54, 10 55 en 10 56

7 Proces-verbaal, bevindingen [adres 1] te Berghem op de pagina's (dossier A) 560 tot en met 602

8 Proces-verbaal, verklaring [medeverdachte 9] op pagina 10 138

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2010

10 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op de pagina's 10 175 en 10 186

11 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 15 11 en 15 12

12 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2010

13 Proces-verbaal, aangifte op pagina 07 27

14 Proces-verbaal, telefoontelefoontaps op de pagina's 07 36 tot en met 07 39

15 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op pagina (dossier B) 174

16 Proces-verbaal, bevindingen gebezigde termen in de telefoontaps, dossier A op de pagina's 736 tot en met 738

17 Proces-verbaal, telefoontap op pagina 07 42

18 Proces-verbaal, overzicht peilbakengegevens op pagina 07 6

19 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op de pagina's 07 185 en 07 191

20 Proces-verbaal, telefoontap op de pagina's 07 68 en 07 69

21 Proces-verbaal, bevindingen observatie op de pagina's 07 80 en 07 81

22 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 07 98 tot en met 07 101

23 Proces-verbaal, verklaring van [getuige 1] op de pagina's 07 146 tot en met 07 149 en 07 151

24 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 07 102 tot en met 07 110 en het proces-verbaal van de Politie IJsselland op de pagina's 07 131 tot en met 07 137

25 Proces-verbaal, aangifte op pagina 37 10

26 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2010

27 Proces-verbaal, kennisgeving van inbeslagneming op de pagina's 37 17 en 37 18

28 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 18 13, 18 14, 18 16 en 1817

29 Proces-verbaal, telefoontap op pagina 18 20

30 Proces-verbaal, telefoontap op pagina 18 21

31 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 18 27, 18 30 tot en met 18 33

32 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2010

33 Proces-verbaal, aangifte op pagina 05 32

34 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 05 65, 05 66, 05 74, 05 80, 05 86, 05 91, 05 100, 05 106 en 05 107

35 Proces-verbaal, bevindingen op pagina 05 37

36 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op de pagina's 05 221, 05 222 en 05 227

37 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 05 38 tot en met 05 41

38 Proces-verbaal, relaas van [verbalisanten 1 en 2] op de pagina's 05 116 tot en met 05 140

39 Proces-verbaal, aangifte en verhoor van [getuige 5] op de pagina's 19 16 tot en met 19 20 en 19 26

40 Proces-verbaal, bevindingen van [verbalisanten 3 en 4] op pagina 19 29

41 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 19 35, 19 36, 19 50 en 19 68

42 Proces-verbaal, verklaring van [getuige 2] op pagina 19 106

43 Proces-verbaal, verklaring [medeverdachte 3], dossier B persoonsdossier [medeverdachte 3] op pagina 33

44 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 11 11 en 11 12

45 Proces-verbaal, bevindingen op pagina 11 16

46 Proces-verbaal, proces-verbaal Regionaal Milieu Team op de pagina's 11 39, 11 40 en 11 45

47 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 11 28 tot en met 11 36

48 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 20 12, 20 13 en 20 16 tot en met 20 19

49 Proces-verbaal, proces-verbaal Regionaal Milieu Team op de pagina's 20 34, 20 35, 20 38 en 20 39

50 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 20 23 en 20 29

51 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 09 36 en 09 37

52 Proces-verbaal, kenteken bevraging RDW op pagina 09 45

53 Proces-verbaal, bevindingen, aantreffen auto en kennisgeving inbeslagname op de pagina's 09 47 tot en met 09 50

54 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 08 131 en 08 132

55 Proces-verbaal, Forensisch Technisch Onderzoek op de pagina's 08 128 tot en met 08 130

56 Proces-verbaal, verklaring [getuige 4] op de pagina's 08 136 en 08 137

57 Proces-verbaal, telefoontaps op pagina 09 64

58 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 09 56 tot en met 09 58, 09 60, 09 65 en 09 70 tot en met 09 77

59 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 09 110, 09 114, 09 122, 09 130 en 09 132

60 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 08 89 tot en met 08 95

61 Proces-verbaal, telefoontap op de pagina's 08 94 en 08 95

62 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 08 96, 08 98, 08 101 en 08 102

63 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 11] op pagina 08 253

64 Proces-verbaal, telefoontap op de pagina's 08 101 en 102

65 Proces-verbaal, telefoontap op de pagina's 08 106 tot en met 08 110

66 Proces-verbaal, telefoontap op de pagina's 08 111 en 08 112

67 Proces-verbaal, telefoontap op de pagina's 08 117 en 08 118

68 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 08 121 en 08 122

69 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 11] op pagina 08 125

70 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op pagina 08 198 en verklaring van [verdachte] op pagina 08 201

71 Proces-verbaal, verklaring van [verdachte] op pagina 08 199

72 Proces-verbaal, verklaring van [verdachte] op de pagina's 08 200 en 08 201

73 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op de pagina's 08 217, 08 227, 08 231 en 08 232

74 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 9] op de pagina's 09 240, 09 250 en 09 251

75 Proces-verbaal, telefoontap op pagina 08 106

76 Proces-verbaal, aangifte op pagina 06 35

77 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 06 123 tot en met 06 125

78 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 06 41 en 06 42

79 Proces-verbaal, bevindingen [adres 1] te Berghem op de pagina's (dossier A) 560 tot en met 602

80 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 06 48 en 06 49

81 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op de pagina's 06 181

82 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 30 13 en 30 14

83 Proces-verbaal, bevindingen op pagina 30 31

84 Proces-verbaal, bevindingen op pagina 30 40

85 Proces-verbaal, doorzoeking FTO en sporenonderzoek op de pagina's 78 en 79

86 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2010

87 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 26 44 tot en met 26 46

88 Proces-verbaal, bevindingen van AOE-ZN 203 op pagina 26 57

89 Proces-verbaal, bevindingen bevraging kentekenregister op pagina 26 60

90 Proces-verbaal, bevindingen observatie op de pagina's 26 69 tot en met 26 71

91 Proces-verbaal, dossier A op pagina 632

92 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2010

93 Proces-verbaal, dossier A telefoontaps op de pagina's 636, 637 en 638

94 Proces-verbaal, dossier A op de pagina's 644 en 645.

95 Proces-verbaal, dossier A op de pagina's 647, 649, 650 en 653 tot en met 657

96 Proces-verbaal, dossier A op pagina 662

97 Proces-verbaal, dossier A op de pagina's 663 en 664

98 Proces-verbaal, huurovereenkomst loods aan [adres 5] te Landhorst, dossier A op pagina 728

99 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op de pagina's 26 245 en 26 252 tot en met 26 254

100 Proces-verbaal, bevindingen peilbaken Ford Ka, dossier A op pagina 606

101 Proces-verbaal, bevindingen van [...] op de pagina's 26 55 en 26 56

102 Proces-verbaal, telefoontap op pagina 26 100

103 Proces-verbaal, telefoontap op pagina 26 102

104 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 9] op de pagina's 26 279 en 26 280

105 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 25 26, 25 28 en 25 31

106 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 25 78, 25 79 en 25 85

107 Proces-verbaal, bevindingen peilbaken Ford Ka, dossier A op pagina 606

108 Proces-verbaal, overzicht peilbakengegevens Ford Ka op pagina 25 14 tot en met 25 16

109 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 23 75 en 23 76

110 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen, nummer 2009142779-9, van verbalisant [verbalisant 7] d.d. 12 november 2009, twee pagina's met fotomap (19 foto's)

111 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op pagina 25 149

112 Proces-verbaal inbeslagname loods [adres 5] op pagina 25 141

113 Proces-verbaal, verklaring [slachtoffer 2] op pagina 25 143

114 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 29 17 en 29 18

115 Proces-verbaal, telefoontaps op de pagina's 29 49, 29 50 en 29 53 tot en met 29 55

116 Proces-verbaal, bevindingen termen, dossier A op de pagina's 736 tot en met 738

117 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 29 25, 29 26 en 29 29

118 Proces-verbaal, aangifte op de pagina's 28 17 en 28 18

119 Proces-verbaal, Forensisch Technisch Onderzoek, op de pagina's 28 70 tot en met 28 72

120 Proces-verbaal, inbeslagname loods aan [adres 5] op de pagina's 28 98 tot en met 28 101

121 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 28 102 en 28 103

122 Proces-verbaal, telefoontap op pagina 28 49

123 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op pagina 28 124

124 Proces-verbaal, bevindingen gebruiker Ford Ka, dossier A op de pagina's 795 tot en met 802

125 Proces-verbaal, aangifte op pagina 27 16

126 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 27 24, 27 25 en 27 30

127 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 27 33 tot en met 27 36

128 Proces-verbaal, Forensisch Technisch Onderzoek op de pagina's 27 54 en 27 55

129 Proces-verbaal, bevindingen gebruik Ford Ka, dossier A op de pagina's 795 tot en met 802

130 Proces-verbaal, overzicht peilbakengegevens op de pagina's 27 6 tot en met 27 8

131 Proces-verbaal, verklaring van [persoon 3] op de pagina's 23 34 en 23 35

132 Proces-verbaal, bevindingen van [persoon 4] op pagina 23 37

133 Proces-verbaal, aangifte door [slachtoffer 6] op pagina 23 40

134 Proces-verbaal, overzicht peilbakengegevens Ford Ka op pagina 23 6

135 Proces-verbaal, aanhouding van verdachte [verdachte] op pagina 23 43 en aanhouding van [medeverdachte 2] op

pagina 23 44

136 Proces-verbaal, bevindingen [verbalisanten 5 en 6] op pagina 23 75 en 23 76 en kennisgeving inbeslagneming op de pagina's 23 67 tot en met 23 71

137 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen, nummer 2009142779-9, van verbalisant [verbalisant 7] d.d. 12 november 2009, twee pagina's met fotomap (19 foto's)

138 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op de pagina's 07 185, 07 186 en 05 229

139 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 05 131, 05 135 en 05 136

140 Proces-verbaal, verklaring van [medeverdachte 1] op de pagina's 05 231 en 05 232

141 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 25 76 en 25 77

142 Proces-verbaal, bevindingen op de pagina's 28 25 tot en met 28 30 en 28 32

143 Proces-verbaal, Forensisch Technisch Onderzoek op de pagina's 28 68 tot en met 28 81

144 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2010

145 Proces-verbaal, bevindingen op pagina 21 118

146 Proces-verbaal, wapenonderzoek op de pagina's 21 145 tot en met 21 149