Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN3069

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-08-2010
Datum publicatie
06-08-2010
Zaaknummer
01/035315-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Kwijtschelding ex artikel 577b van het te betalen ontnomen wederrechtelijk verkregen voordeel.

Vonnis van 6 maart 2003: verplichting tot betaling van eur 60.000,- wegens handel in harddrugs. In verband met schulden en gebrek aan verdiencapaciteit wordt een bedrag van eur 59.425,- aan 70-jarige veroordeelde kwijtgescholden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

kenmerk: 10/366

parketnummer: 01/035315-02

Deze beslissing betreft een op 8 april 2009 ter griffie van deze rechtbank ingediend verzoekschrift als bedoeld in artikel 577b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van:

[verzoeker]

geboren te [geboorteplaats, geboortedatum] 1940

wonende te [woonplaats] [adres]

Inleiding.

Het verzoekschrift strekt tot vermindering of kwijtschelding van het vastgestelde bedrag en de bevolen vervangende hechtenis van de door de meervoudige kamer in deze rechtbank bij onherroepelijk vonnis van 24 september 2003 aan verzoeker opgelegde maatregel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Dit betreft een ontnemingsmaatregel ter hoogte van € 60.000 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 420 dagen.

Het verzoekschrift is op 14 mei 2010 en 23 juli 2010 in openbare raadkamer behandeld. Op 14 mei 2010 zijn de officier van justitie en verzoeker gehoord. Op 23 juli 2010 is de officier van justitie gehoord. Verzoeker is, hoewel hem op 14 mei 2010 is aangezegd weer aanwezig te zijn, niet verschenen. Naar de opvatting van de officier van justitie zijn er geen termen aanwezig om over te gaan tot vermindering of kwijtschelding van de aan verzoeker opgelegde ontnemingsmaatregel.

De beoordeling.

Het verzoek is tijdig ingediend, in aanmerking nemende het bepaalde in artikel 577b, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 6 maart 2003 is verzoeker op tegenspraak veroordeeld ter zake medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Aan verzoeker is een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 30 maanden.

Voorts is bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 24 september 2003 aan verzoeker, ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij door middel van of uit de baten van de feiten ter zake waarvan hij is veroordeeld heeft verkregen, de verplichting opgelegd om aan de Staat der Nederlanden te betalen een bedrag van € 60.000,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 420 dagen.

Verzoeker heeft aangevoerd dat hij grote schulden heeft. Verzoeker heeft met verschillende bescheiden aangetoond dat hij onder meer een schuld van € 42.507,56 bij de gemeente Helmond heeft en dat hij een schuld van € 11.395,25 bij AGC gerechtsdeurwaarders & incasso heeft. Voorts heeft verzoeker aangevoerd dat hij een AOW-uitkering ontvangt. Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om vermindering of kwijtschelding van het nog openstaande bedrag van € 59.425,- omdat hij gelet op zijn schulden en zijn beperkte inkomen niet in staat is het openstaande bedrag te betalen.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij thans en in de toekomst niet in staat is om aan zijn betalingsverplichting te voldoen omdat hij over onvoldoende draagkracht beschikt. Na oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht bleek de gemeente Helmond een vordering op verzoeker te hebben. Thans bedraagt die vordering € 42.507,56. Voorts heeft verzoeker bij AGC gerechtsdeurwaarders & incasso een schuld opgebouwd van € 11.395,25. Verzoeker ontvangt een AOW-uitkering en is 70 jaar oud waardoor geen sprake meer is van verdiencapaciteit. Nu de rechtbank derhalve het niet waarschijnlijk acht dat verzoeker op de lange termijn wel over enige financiële draagkracht zal beschikken, ziet de rechtbank aanleiding het bedrag van de ontnemingsmaatregel en de bevolen vervangende hechtenis kwijt te schelden.

De beslissing.

De rechtbank bepaalt dat het nog openstaande geldbedrag van € 59.425,- van het bij uitspraak van 24 september 2003 vastgestelde geldbedrag van € 60.000,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, alsmede de daarbij bevolen vervangende hechtenis, worden kwijtgescholden.

Deze beslissing is gegeven door

mr. I.M. Nusselder, voorzitter,

mr. P.P.M. Rousseau en mr. P.J. Appelhof, leden

in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Boerboom, griffier,

en is uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 6 augustus 2010.

Parketnummer: 01/035315-02

Kenmerk: 10/366

Inzake: [verzoeker]