Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN2577

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-07-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
01/825184-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3235, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het laten uittrekken van kleding, laten rondrennen en blinddoeken van een minderjarige jongen en hem vervolgens fotograferen levert ontucht op ex artikel 247 Sr. Daarnaast heeft verdachte met een andere minderjarige jongen ontucht gepleegd door foto's van die geblindoekte en deels ontklede jongen, met op zijn bovenlichaam en liezen wasknijpers geplaatst. Door het voorhanden hebben van die foto(s) heeft verdachte ook kinderporno in bezit gehad.

De rechtbank spreekt vrij van het in onderbroek en sokken gekleed laten rondrennen door een andere jongen omdat zij dat niet seksueel van aard acht.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 224 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met verplicht reclasseringscontact. Daarnaast dient schade te worden vergoed.

De rechtbank heeft onder meer ook rekening gehouden met de stoornis van Asperger waaraan verdachte lijdt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825184-10

Datum uitspraak: 30 juli 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 juli 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 juni 2010.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 16 juli 2010 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat (een kopie van de vordering tot wijziging is aangehecht):

1.

hij op of omstreeks 02 april 2010 te Eindhoven, althans elders in Nederland,

met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog

niet had/hadden bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, bestaande uit het laten uittrekken van kleding van/door

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of het vervolgens laten rondrennen en/of

opdrukken en/of sit-ups laten doen en/of het blinderen van die [slachtoffer 1] en/of

(vervolgens) foto's maken van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];

(artikel 247 wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 april 2010 te Eindhoven, althans elders in Nederland,

ter uitvoering van zijn voornemen om met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet

had/hadden bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd bestaande uit het laten uittrekken van kleding en/of vervolgens het

laten rondrennen en/of laten opdrukken en/of laten doen van sit-ups en/of het

(onverhoeds) blinderen van die [slachtoffer 1] en/of het maken van foto's, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 247 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 april 2010 te Eindhoven, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], door geweld of enige andere

feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid,

te weten door zijn, verdachtes, overwicht en/of door het doen van een of

meerdere belofte(s), te weten het beloven/voorhouden van een geldbedrag

en/of een of meer(speelgoed)auto('s) en/of andere goed(eren) en/of het

doen/voorstellen van (een) spelletje(s) en/of opdracht(en), gericht tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], hen

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden,

immers heeft verdachte een of meer van de hiervoor genoemde pero(o)n(en)

- hun kleding doen/laten uittrekken en/of

- (in hun onderbroek) laten (rond)rennen en/of

- laten opdrukken en/of

- sit-ups en/of (buikspier)oefeningen laten doen en/of

- een blinddoek om het hoofd gebonden en/of

heeft verdachte een (foto)opname gemaakt van die [slachtoffer 1];

(artikel 284 Sr)

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 februari

2010 tot en met 02 april 2010 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, één of

meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, (telkens) bevattende één of

meer afbeelding(en) van (een) seksuele gedraging(en), te weten een afbeelding

van een jongen, kennelijk jonger dan achttien jaar, welke (gedeeltelijk)

ontkleed en/of geblindeerd op een tafel ligt en/of een of meer wasknijper(s)

op zijn bovenlichaam en/of buik en/of onderlichaam heeft, bij welke

vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was

betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of

uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

(artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 februari

2010 tot 01 maart 2010 te Eindhoven, althans elders in Nederland, met [slachtoffer 5], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten

echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

het ontkleden van het bovenlichaam van die [slachtoffer 5] en/of het (onverhoeds) naar

beneden trekken van de broek van die [slachtoffer 5] en/of het (onverhoeds) (een klein

stukje) naar beneden schuiven/trekken van de onderbroek van die [slachtoffer 5] en/of

(vervolgens) het (onverhoeds) plaatsen van een of meer wasknijper(s) op het

bovenlichaam en/of de buik en/of de lies/liezen, althans het onderlichaam, van

die [slachtoffer 5] en/of het (onverhoeds) blinderen van die [slachtoffer 5] en/of het nemen

van foto-opnamen van die [slachtoffer 5];

artikel 247 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 februari

2010 tot 01 maart 2010 te Eindhoven, althans elders in Nederland, ter

uitvoering van zijn voornemen om met [slachtoffer 5], die toen de leeftijd van

zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, bestaande die ontuchtige handeling(en) uit

het ontkleden van het bovenlichaam van die [slachtoffer 5] en/of het (onverhoeds) naar

beneden trekken van de broek van die [slachtoffer 5] en/of het (onverhoeds) (een klein

stukje) naar beneden schuiven/trekken van de onderbroek van die [slachtoffer 5] en/of

(vervolgens) het (onverhoeds) plaatsen van een of meer wasknijper(s) op het

bovenlichaam en/of de buik en/of de lies/liezen, althans het onderlichaam, van

die [slachtoffer 5] en/of het (onverhoeds) blinderen van die [slachtoffer 5] en/of het nemen

van foto-opnamen van die [slachtoffer 5], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

art. 45 Wetboek van Strafrecht

art. 247 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 februari 2010 te Eindhoven, [slachtoffer 5], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door

bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, te weten door zijn, verdachtes, overwicht en/of door het doen van een of meerdere belofte(s), te weten het beloven/voorhouden van een geldbedrag en/of een of meer(speelgoed)auto('s)

en/of andere goed(eren) en/of het doen/voorstellen van (een) spelletje(s) en/of

opdracht(en), gericht tegen [slachtoffer 5], hem wederrechtelijk heeft gedwongen

iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft verdachte

- voornoemde [slachtoffer 5] op een tafel laten/doen liggen en/of

- de (boven)kleding van die [slachtoffer 5] uitgetrokken en/of

- de broek van die [slachtoffer 5] naar beneden getrokken en/of

- de onderbroek van die [slachtoffer 5] (een klein stukje) naar beneden getrokken/geschoven en/of

- een of meerdere wasknijper(s) op het lichaam van die [slachtoffer 5] geplaatst en/of

- een T-shirt over het hoofd van die [slachtoffer 5] gelegd en/of

- een of meer (foto)opname(s) van die [slachtoffer 5] gemaakt;

(artikel 284 Sr)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Inleiding

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met de in de tenlastelegging genoemde jongens een spel heeft gespeeld waarbij de jongens zich gedeeltelijk hebben uitgekleed en in die ontklede toestand opdrachten hebben vervuld. Verdachte heeft aangevoerd dat hij het spel in het verleden zelf bij scouting had gespeeld en dat de daarmee gemoeide handelingen geen seksuele lading hebben gehad. Voor wat betreft feit 1 ging volgens verdachte het initiatief van het gedeeltelijk uitkleden van een van de jongens uit en heeft verdachte nadien gezegd dat de jongens zich verder uit moesten kleden in de veronderstelling dat de jongens dan wel met het spel zouden willen stoppen. Verdachte heeft voorts verklaard niet te weten waarom hij een jongen heeft geblinddoekt en waarom hij foto's heeft gemaakt. Ten aanzien van feit 2 heeft verdachte verklaard niet te weten waarom hij het t-shirt van de jongen over diens gezicht heeft gelegd en waarom hij foto's heeft gemaakt en evenmin waarom hij de wasknijpers op het lichaam heeft aangebracht.

Vaststaande feiten ten aanzien van feit 1.

Op 2 april 2010 zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met twee vrienden door verdachte toegelaten op het terrein en in het gebouw van de modelautoclub ERCE te Eindhoven.1 [slachtoffer 1] was toen 13 jaar oud en [slachtoffer 2] 11 jaar, de andere twee jongens waren 11 en 10 jaar oud.2 Behalve verdachte en de vier jongens was er niemand op het terrein en in het gebouw aanwezig. Verdachte kende de jongens niet en heeft hen een aantal keren een spel ("open-dicht") laten spelen3, waarvan hij wist dat ze dat zouden verliezen.4 Als ze zouden winnen zouden ze een modelauto krijgen, bij verlies moesten ze als tegenprestatie iets doen.5 De jongens verloren alle spelletjes.6 Eerst moesten ze zich opdrukken. Later moesten ze zich ontkleden en in hun onderbroek rondrennen.7 Alleen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben rondgerend terwijl zij waren ontkleed op hun onderbroek en sokken na. 8 De andere twee jongens zijn vertrokken. Enige tijd later is ook [slachtoffer 2] vertrokken. Verdachte heeft [slachtoffer 2] van het terrein gelaten en de poort achter hem op slot gedaan.9 [slachtoffer 1] had zich intussen weer aangekleed maar moest vervolgens, nadat hij weer een spel verloren had, al zijn kleren uitdoen. Hij heeft zich toen uitgekleed op zijn onderbroek na en moest op een tafel gaan zitten. Verdachte heeft [slachtoffer 1] toen geblinddoekt waarna hij zich op tafel op moest drukken en sit-ups moest doen. Daar heeft verdachte foto's van gemaakt.10 Terwijl verdachte daarmee bezig was kwam een van de eerder vertrokken jongens binnen en is het spel gestopt. De teruggekomen jongen was door zijn moeder, die buiten het hek stond, gestuurd en over de poort geklommen. Rond het terrein is een hek met prikkeldraad. Verdachte heeft geen van de jongens aangeraakt.11

Vaststaande feiten ten aanzien van feit 2.

Verdachte was op een dag in februari 2010 alleen met [slachtoffer 5] in het gebouw van de modelautoclub ERCE te Eindhoven.12 [slachtoffer 5] was toen 13 jaar oud.13 Verdachte heeft met [slachtoffer 5] een aantal keren het spel "open-dicht" gespeeld waarvan hij wist dat [slachtoffer 5] zou verliezen. Als [slachtoffer 5] zou winnen zou hij 50 euro krijgen. [slachtoffer 5] verloor de spelletjes en moest als tegenprestatie op tafel gaan liggen waarna verdachte [slachtoffer 5]s t-shirt uittrok en over diens hoofd legde zodat [slachtoffer 5] niets kon zien. Vervolgens heeft verdachte wasknijpers op [slachtoffer 5]s lichaam geplaatst wat een beetje pijn deed. Daarna heeft verdachte [slachtoffer 5]s broek uitgetrokken en diens onderbroek een klein beetje naar beneden gedaan en op diens liezen wasknijpers geplaatst. [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij het niet leuk vond maar verdachte zei dat het een tegenprestatie was en dat [slachtoffer 5] 30 seconden moest blijven liggen.14 Zonder dat [slachtoffer 5] het wist heeft verdachte toen een foto van [slachtoffer 5] gemaakt.15 [slachtoffer 5] heeft later verklaard het beschamend te vinden als anderen die foto zouden zien.16

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft tot vrijspraak van feit 1 primair en subsidiair, feit 2 en feit 3 primair en subsidiair gerekwireerd. Volgens de officier van justitie kan het seksuele karakter van de handelingen niet overtuigend worden bewezen. Gelet op de verklaringen van verdachte en de over verdachte uitgebrachte persoonsrapportages is er waarschijnlijk geen sprake geweest van het oproepen van seksuele gevoelens of een poging daartoe, en ook de jongens verklaren niets over seksuele gevoelens. De officier van justitie acht het onder feit 1 meer subsidiair en feit 3 meer subsidiair ten laste gelegde artikel 284 Sr (dwang) wettig en overtuigend bewezen omdat verdachte iets aan de jongens in het vooruitzicht heeft gesteld en als volwassene overwicht had terwijl de jongens hebben verklaard dat zij het niet prettig vonden.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging is het geheel eens met het standpunt van de officier ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair, feit 2 en feit 3 primair en subsidiair en bepleit vrijspraak omdat de handelingen geen seksueel karakter hebben gehad en dientengevolge ook de foto geen seksuele gedraging toont. De verdediging verwijst in dit verband nog naar HR 30 november 2004, LJN AQ 0950, NJ 2005, 184 en Rechtbank Breda 4 april 2008, LJN BC 8601.

De verdediging bepleit voorts vrijspraak voor het onder feit 1 meer subsidiair en 3 meer subsidiair ten laste gelegde, daartoe aanvoerend dat verdachte geen persoon met overwicht is, dat de enkele overmacht als volwassene onvoldoende is en dat de jongens de opdrachten vrijwillig hebben uitgevoerd.

Het oordeel van de rechtbank.

De wetgever heeft ontucht strafbaar gesteld en doelde daarbij blijkens de Memorie van Toelichting17 op handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Seksuele handelingen met personen beneden de leeftijd van 16 jaar zijn in strijd met de sociaal-ethische norm (behalve als er slechts een klein leeftijdsverschil is). Deze zijn strafbaar gesteld in art. 247 van het Wetboek van Strafrecht. Het leeftijdsverschil tussen verdachte en de jongens in kwestie is groot. De kernvraag bij de huidige ten laste gelegde feiten is of het handelen van verdachte seksueel van aard was. Als dat zo was waren die handelingen ontuchtig. Daarbij zijn de omstandigheden van het geval van belang. Ook in het geval dat geen lichamelijk contact tussen de verdachte en de minderjarige heeft plaatsgevonden, kan onder omstandigheden sprake zijn van ontucht in de zin van art. 247 Sr.18 Of de minderjarige al dan niet heeft ingestemd met de handelingen is niet van belang19.

Ten aanzien van feit 1:

Verdachte heeft op een besloten plek [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met een truc (het spel) overgehaald zich bijna geheel uit te kleden en aldus ontkleed rond te rennen. Mede gelet op de verklaring van verdachte dat dit een spel was dat hij in het verleden bij scouting had gespeeld en dat dit voor hem geen seksuele lading had, acht de rechtbank die handelingen op zichzelf genomen niet seksueel van aard. Aan de omstandigheid dat verdachte vervolgens [slachtoffer 1] heeft geblinddoekt en van [slachtoffer 1] heeft verlangd dat deze, slechts gekleed in een onderbroek, diverse houdingen aannam terwijl verdachte daarvan heimelijk foto's maakte, kan een seksueel karakter naar het oordeel van de rechtbank niet ontzegd worden.

Wat er ook zij van de stelling van verdachte dat die handelingen bij hem geen seksuele opwinding teweeg brachten, die handelingen waren naar het oordeel van de rechtbank wel gericht op en geschikt voor het teweegbrengen van seksuele opwinding (toen of door middel van de genomen foto's later) bij verdachte en/of anderen.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank het bewezen verklaarde feitelijke handelen van verdachte ten aanzien van [slachtoffer 1] seksueel van aard en daarmee ontuchtig. Het handelen ten aanzien van [slachtoffer 2], dat niet verder ging dan het slechts gekleed in onderbroek en sokken laten rondrennen, acht de rechtbank niet seksueel van aard zodat zij verdachte daarvan zal vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2:

Verdachte heeft op een besloten plek [slachtoffer 5] overgehaald op tafel te gaan liggen en hem vervolgens bijna geheel uitgekleed en wasknijpers op diens lichaam geplaatst en daarvan heimelijk foto's gemaakt. Uit de in het proces-verbaal opgenomen afdrukken van de foto's die verdachte van [slachtoffer 5] heeft gemaakt leidt de rechtbank af dat verdachte de onderbroek van [slachtoffer 5] aan een zijde tot aan het begin van de lies naar beneden heeft geschoven en tenminste één wasknijper in die lies heeft geplaatst. De rechtbank acht deze handelingen seksueel van aard en daarmee ontuchtig. De gemaakte foto bevat een seksuele gedraging.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

(primair)

op 02 april 2010 te Eindhoven met [slachtoffer 1], die toen de leeftijd van zestien jaren nog

niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het laten uittrekken van kleding van/door [slachtoffer 1] en het vervolgens laten rondrennen en

opdrukken en sit-ups laten doen en het blinddoeken van die [slachtoffer 1] en vervolgens foto's maken van die [slachtoffer 1];

2.

in de periode van 01 februari 2010 tot en met 02 april 2010 te Eindhoven een gegevensdrager bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten een afbeelding

van een jongen, kennelijk jonger dan achttien jaar, welke gedeeltelijk ontkleed en geblinddoekt op een tafel ligt en wasknijpers op zijn bovenlichaam en onderlichaam heeft, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad;

3.

(primair)

op een tijdstip in de periode van 01 februari 2010 tot 01 maart 2010 te Eindhoven met [slachtoffer 5], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten

echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontkleden van het bovenlichaam van die [slachtoffer 5] en het naar beneden trekken van de broek van die [slachtoffer 5] en het een klein stukje naar beneden schuiven van de onderbroek van die [slachtoffer 5] en

vervolgens het plaatsen van wasknijpers op het bovenlichaam en de liezen van die [slachtoffer 5] en het blinddoeken van die [slachtoffer 5] en het nemen van foto's van die [slachtoffer 5].

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 240b, 247.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie verzoekt aan verdachte, ten aanzien van de feiten 1 meer subsidiair en 3 meer subsidiair, op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 224 dagen met aftrek van voorarrest waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar eis rekening gehouden met de omstandigheden dat verdachte lijdend is aan de stoornis van Asperger, dat de strafbare feiten in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend, dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten en dat sprake is van een laag tot laaggemiddeld recidiverisico.

De officier van justitie verzoekt de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] geheel toe te wijzen, te weten een bedrag van € 442,62, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie acht het gevorderde bedrag redelijk. De officier van justitie heeft daarbij gelet op de toelichting bij de vordering, de verklaring van [slachtoffer 5] en zijn slachtofferverklaring, waaruit naar voren komt dat een en ander een grote impact op hem heeft gehad.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primair verzocht verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten. Subsidiair heeft de raadsman zich ten aanzien van de strafmaat gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en zich aangesloten bij de eis van de officier van justitie.

De raadsman heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij in het geheel niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Meer specifiek

Verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd met twee jongens beneden de leeftijd van 16 jaren. De jongens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] waren ten tijde van het misbruik 13 jaar oud. Verdachte heeft daarmee gehandeld in strijd met artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht dat jeugdigen beschermt tegen seksuele handelingen (feit 1 primair en 3 primair).

Verder heeft verdachte met zijn mobiele telefoon van [slachtoffer 5] twee foto's bevattende die seksuele gedragingen gemaakt en deze foto's bewaard. Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderporno. Verdachte heeft daarmee gehandeld in strijd met artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht dat jeugdigen beschermt tegen de exploitatie van seksueel misbruik (feit 2).

Strafverzwarende omstandigheden

Verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] aangetast. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedendelicten nog lange tijd de psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden.

Strafmatigende omstandigheden

Bij de strafoplegging zal de rechtbank rekening houden met de omstandigheid dat verdachte ter zake van strafbare feiten soortgelijk aan de door hem gepleegde strafbare feiten niet eerder werd veroordeeld. Verder houdt de rechtbank rekening met het omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door dr. P.J.A. van Panhuis d.d. 9 juli 2010 waaruit blijkt dat verdachte lijdende is aan de stoornis van Asperger, een stoornis binnen het autistisch spectrum, en dat de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend20.

De straf

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 224 dagen met aftrek van het voorarrest van 104 dagen. De rechtbank zal het resterende gedeelte van die gevangenisstraf, te weten 120 dagen, in voorwaardelijke zin opleggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht ook indien dit inhoudt opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en/of het onderhouden van contact met Stichting Autisme Totaal of een soortgelijke instelling gericht op personen met een autistische stoornis. De rechtbank heeft daarbij gelet op het omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 16 juli 201021. Het voorwaardelijk opgelegde gedeelte van de straf zal derhalve niet worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de genoemde bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank zal aldus dezelfde straf opleggen als de door de officier van justitie gevorderde straf, ondanks dat de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 2 en ten aanzien van de feiten 1 en 3 de zwaardere variant bewezen acht. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde straf in overeenstemming is met de ernst van het bewezenverklaarde.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van € 292,62 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade ter hoogte van € 250,00 en materiële schade ter hoogte van € 42,62. De rechtbank is van oordeel dat de vordering voldoende onderbouwd is.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor wat betreft de overige gevorderde immateriële schade, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde onder 1 primair, 2 en 3 primair bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 primair:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen

T.a.v. feit 2:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben

T.a.v. feit 3 primair:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. feit 1 primair, feit 2, feit 3 primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 224 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

en de bijzondere voorwaarde:

dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en/of het onderhouden van contact met Stichting Autisme Totaal of een soortgelijke instelling gericht op personen met een autistische stoornis.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 2, feit 3 primair:

Maatregel van schadevergoeding van € 292,62 subsidiair 5 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] van een bedrag van € 292,62 (zegge: tweehonderdtweeënnegentig euro en tweeënzestig eurocent ), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van

€ 250,00 immateriële schade en € 42,62 materiële schade. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van € 292,62 (zegge: tweehonderdtweeënnegentig euro en tweeënzestig eurocent). Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 250,00 immateriële schade en € 42,62 materiële schade. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering (immateriële schade) niet ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.J.O. de Vries, voorzitter,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. M.Th. van Vliet, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H. Pol-Wildeman, griffier,

en is uitgesproken op 30 juli 2010.

1 Eindproces-verbaal van de regiopolitie Brabant Zuidoost nummer 2010049395 (hierna aangeduid met PV), verklaring verdachte pag. 61

2 Akten van geboorte van resp. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], zich ongenummerd bevindend in de los opgenomen documentatie van het PV.

3 PV verklaring verdachte pag. 61

4 PV verklaring [slachtoffer 1] pag. 99

5 PV bevindingen [verbalisant], pag. 87, PV verklaring verdachte pag. 62

6 PV verklaring verdachte pag. 63 en PV verklaring [slachtoffer 1] pag. 99 en pag 100.

7 PV verklaring [slachtoffer 2] pag. 88, PV verklaring [slachtoffer 1] pag. 99.

8 PV verklaring [slachtoffer 1] pag. 99 en PV verklaring [slachtoffer 2] pag. 88.

9 PV verklaring [slachtoffer 4] pag. 90.

10 PV verklaring verdachte pag. 62 en PV verklaring [slachtoffer 1] pag. 100

11 PV verklaring [slachtoffer 2] pag. 88 en PV bevindingen [verbalisant] pag. 84.

12 PV verklaring verdachte pag. 66 en 67 en PV verklaring [slachtoffer 5] pag.141.

13 Akten van geboorte van [slachtoffer 5], zich ongenummerd bevindend in de los opgenomen documentatie van het PV.

14 PV verklaring [slachtoffer 5] pag. 141 en 142.

15 PV verklaring verdachte pag. 67, PV verklaring [slachtoffer 5] pag. 142 en PV afbeelding pag. 162.

16 PV verklaring [slachtoffer 5] pag. 142.

17 Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1990/91, 20 930 nr. 13, pag. 4.

18 HR 30 november 2004, NJ 2005, 184

19 HR 2 juli 2002, NJ 2002, 584

20 Psychiatrische rapportage opgemaakt door dr. P.J.A. Panhuis, psychiater, d.d. 9 juli 2010, omtrent verdachte

21 Reclasseringsadvies opgemaakt door Reclassering Nederland d.d. 16 juli 2010, omtrent verdachte

2

Parketnummer: 01/825184-10

[verdachte]