Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0636

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-06-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
475439
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Agentuurovereenkomst. Eiser is gevestigd in Monaco. Kantonrechter bevoegd. Monegaskische recht van toepassing. Agentuurovereenkomst opgezegd zonder vergoeding. Vordering van agent (eiser) toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

In de zaak van:

de vennootschap naar het recht van Monaco Samfet Sam,

gevestigd en kantoorhoudende te Monte Carlo (Monaco),

eiser in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. N.C.M. Koch, advocaat te Breda (Postbus [postbusnummer]),

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Interfood B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Bladel,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. A.J. van der Vegt, advocaat te Eindhoven (postbus [postbusnummer]),

heeft de kantonrechter te Eindhoven in vervolg op de tussenvonnis van 6 maart 2008 en 8 januari 2009 het navolgende vonnis gewezen.

1. De verdere procedure in conventie en in reconventie

1.1. Deze blijkt uit de volgende stukken na het tweede tussenvonnis:

- een nadere conclusie na tweede tussenvonnis in conventie en in reconventie alsmede vermeerdering van eis van 23 april 2009 zijdens Samfet Sam met twee niet doorgenummerde producties;

- een nadere conclusie na tweede tussenvonnis tevens houdende wijziging van eis van 23 april 2009 zijdens Interfood met drie doorgenummerde producties;

- een nadere conclusie na tweede tussenvonnis als op 20 juli 2009 zijdens Samfet Sam genomen en op voorhand aan griffie en aan Interfood toegezonden;

- een nadere conclusie na tweede tussenvonnis als op 20 juli 2009 zijdens Interfood genomen en op voorhand aan griffie en aan Samfet Sam toegezonden;

- de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt tijdens de comparitie van partijen d.d. 20 juli 2009, alwaar namens eiser in conventie c.a. verscheen de heer [L] namens Samfet Sam en haar gemachtigde voornoemd alsook de heer J.A. Kleijmans, tolk en namens gedaagde in conventie c.a. de heer [S], statutair directeur van Interfood, en haar gemachtigde voornoemd;

- een conclusie na comparitie van 8 oktober 2009 zijdens Samfet Sam met zes niet doorgenummerde producties;

- een conclusie na comparitie van 8 oktober 2009 zijdens Interfood met negen doorgenummerde producties;

- de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt tijdens de comparitie van partijen d.d. 26 november 2009, alwaar namens eiser in conventie c.a. verschenen de heer [L] namens Samfet Sam en haar gemachtigde voornoemd alsook de heer J.A. Kleijmans, tolk en namens gedaagde in conventie c.a. verschenen de heer [S], statutair directeur van Interfood, en haar gemachtigde voornoemd.

1.2. Partijen zullen worden aangeduid met "Samfet Sam" en "Interfood".

1.3. De uitspraak is in verband met overige werkzaamheden van de kantonrechter thans bepaald op heden. De kantonrechter betreurt deze vertraging uitdrukkelijk.

2. De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

2.1. De kantonrechter volhardt bij zijn tussenvonnissen van 6 maart 2008 en 8 januari 2009, behoudens voor zover de kantonrechter daar hierna uitdrukkelijk op terugkomt.

In reconventie

2.2. Bij haar conclusie van 23 april 2009 heeft Interfood haar vordering in reconventie ingetrokken, nu Interfood op basis van vergelijking tussen de door Samfet Sam aangedragen stukken en haar eigen administratie heeft vastgesteld dat Samfet Sam inderdaad de geldlening inmiddels heeft terugbetaald.

2.3. Dit betekent dat Interfood ten onrechte Samfet Sam in reconventie heeft betrokken.

2.4. De kantonrechter kan derhalve een eindbeoordeling in reconventie uitspreken, hiertoe bevoegd op grond van artikel 97 Rv - als abusievelijk niet eerder vermeld in eerdere tussenvonnissen - nu de lening was verstrekt in het kader van de tussen partijen bestaande handelsagentverhouding (als door Interfood in ieder geval in aanvang voor de private markt niet betwist), en in dat kader via verrekening (aldus Samfet Sam) is afgelost en dus sprake was van samenhang als in artikel 97 Rv vereist.

2.5. Nu Interfood haar vordering in reconventie heeft ingetrokken kan geen afwijzing meer worden uitgesproken. Wel zal Interfood als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de reconventie, waarbij de reconventie - ondanks de genoemde samenhang met de handelsagentverhouding - toch als zelfstandige vordering zal worden aangemerkt. Aan Samfet Sam zal drie punten in het kader van het gebruikelijk tarief (categorie "€ 100.000,= tot € 200.000,=") worden toegekend.

In conventie

2.6. Door de kantonrechter is overwogen in onderdeel 2.9 van het tussenvonnis van 8 januari 2009 dat de vorderingen van Samfet Sam in conventie uitsluitend aan de hand van Monegaskisch recht zullen worden beoordeeld. In onderdeel 2.10 van genoemd tussenvonnis heeft vervolgens de kantonrechter overwogen dat derhalve Samfet Sam haar stellingen nader aan de hand van laatstgenoemd recht zal moeten uitwerken, en dat hetzelfde geldt voor sommige van de door Interfood in conventie gevoerde verweren.

De kantonrechter heeft vervolgens diverse punten benoemd waar partijen aandacht aan dienden te besteden.

2.7. Hieronder zal de kantonrechter deze punten als ook andere relevante punten successievelijk als onderdeel van het totale geschil behandelen, waarbij het ingevolge HR 19 december 2008, LJN BG 1682, de (kanton)rechter in het algemeen vrij staat de geschilpunten die hem worden voorgelegd, te behandelen in de volgorde die hem het meest aangewezen lijkt. De kantonrechter zal hierbij steeds - voor zover thans nog van belang - kort de respectieve standpunten van partijen weergeven.

Bestaan van handelsagentovereenkomst voor de publieke markt?

2.8.1. Partijen verschillen uitdrukkelijk van mening over de vraag of tussen hen ook een handelsagentrelatie of agentuurrelatie heeft bestaan voor de publieke markt.

2.8.2. Samfet Sam heeft het bestaan van een agentuurrelatie ook voor de publieke markt, ondanks het tendersysteem en het verbod naar Algerijns recht te werken via agenten, nader gemotiveerd door te wijzen op de door haar verrichte diensten. Hierbij was klaarblijkelijk - aldus door de kantonrechter begrepen - het vergaren van informatie tegen betaling (van steekpenningen, door Samfet Sam ter comparitie op 26 oktober 2009 'un peu de corruption' genoemd) voor welke prijs door Interfood moest worden geboden om de publieke tender binnen te halen, een belangrijk aspect.

2.8.3. Interfood heeft gemotiveerd betwist dat door Samfet Sam in dit verband diensten zijn verricht die onder artikel 1 van de wet 1008 van 4 juli 1978 (onderdeel productie 12 zijdens Interfood als gehecht aan de nadere conclusie c.a. van 23 april 2009) vallen. Samfet Sam, aldus Interfood, verrichtte slechts hand- en spandiensten en is daarvoor beloond.

2.8.4. Samfet Sam heeft tijdens de comparitie van 26 oktober 2009 aandacht gevraagd voor onderdeel 25 van haar dagvaarding. De kantonrechter begrijpt dat aldus dat Samfet Sam primair wenst dat haar schadevergoedingsvordering(en) wordt beoordeeld op basis van de verrichtingen van Samfet Sam ten behoeve van Interfood op de private markt, nu dit voor Samfet Sam qua uitkomst gunstiger zou uitpakken, waarbij de publieke markt eerst subsidiair bij een beoordeling dient te worden betrokken.

De kantonrechter zal dan ook voorshands dit punt laten rusten en eerst bezien of op basis van de stellingen betreffende de private markt al een beslissing kan worden genomen. Aldus kan een nadere instructie (bijvoorbeeld bewijsopdracht) mogelijk achterwege blijven.

Bestaan van handelsagentovereenkomst voor de private markt?

2.9.1. Tijdens de comparitie van partijen van 20 juli 2009 is door Interfood aangegeven - naar aanleiding van vragen van de kantonrechter - dat vanaf ongeveer begin 2004 tot en met juni 2005 aan Samfet Sam door Interfood 1,5% betaald is over de omzet vervat in de door Interfood voor Samfet Sam geworven opdrachten op de private markt, zij het dat incidenteel een lager percentage is betaald. Er was uitsluitend 1,5% voor de samenwerking op de private markt afgesproken. Tevens is tussen partijen in die periode gesproken over het percentage van 1,5%, dat Interfood te hoog vond. Zo heeft Interfood - naar eigen zeggen - in augustus 2004 voorgesteld om voortaan met 1,25% te werken maar dit was voor Samfet Sam niet aanvaardbaar. Interfood heeft echter - zowel in diverse processtukken als tijdens comparities - ook het standpunt betrokken dat geen harde afspraak bestond ter zake 1,5% provisie. Voorts heeft Interfood zich in de conclusie van 23 april 2009 op het standpunt gesteld dat geen sprake was van een agentuurovereenkomst, maar een opeenvolging van losse overeenkomsten ('case by case basis'), dit onder verwijzing naar een opinie van een advocaat werkend in Monaco, mr. Fabien Penvern (productie 11 bij genoemde conclusie).

2.9.2. Samfet Sam heeft zich op het standpunt gesteld dat er 1,5% is afgesproken en betaald. Samfet Sam kan dit aantonen middels door Interfood betaalde facturen waarin door Samfet Sam provisie/commissie in rekening werd gebracht. Het klopt dat Interfood dit percentage op enig moment naar beneden wilde aanpassen en dat daar discussie over is geweest. Toen Samfet Sam aangaf voor een lager percentage niet te kunnen 'draaien' heeft Interfood de samenwerking beëindigd.

2.9.3. De kantonrechter kan Interfood niet volgen in haar - eerst bij conclusie van 23 april 2009 betrokken - stellingname dat naar Monegaskisch recht in het geheel geen overeenkomst tot stand zou zijn gekomen. Allereerst wordt niet verklaard waarom Interfood zulks thans van oordeel is, waar zij in haar conclusie van antwoord in conventie c.a. van 30 augustus 2006 in onderdeel 20 nog stelt "op die (=private, ktr) markt treedt Samfet Sam wel op als agent maar niet exclusief", en vervolgens in onderdeel 30 van die conclusie - na een schets over de gang van zaken ter zake "de hoogte van de afspraken omtrent het loon" - aangeeft dat op 5 april 2005 door Interfood is aangegeven dat "het percentage moet worden verlaagd naar 0,75% als Interfood nog enige winst wil kunnen maken". Ook in het kortgeding (zie onderdelen 3.3. en 4.4.van het als productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie c.a. overgelegde vonnis van 22 mei 2006) heeft Interfood zich klaarblijkelijk op het standpunt gesteld dat "alleen voor de private markt was tussen partijen sprake van een agentuurovereenkomst" (onderdeel 3.3) . De kortgedingrechter heeft dan ook vastgesteld dat "niet in geding (is) dat Samfet op de private markt werkzaamheden verrichtte op basis van een agentuurovereenkomst waarvoor zij van Interfood commissie ontving" (onderdeel 4.4.). Ook in de brief van Interfood van 12 mei 2005 (productie 2 bij dagvaarding) schrijft Interfood "(...) we do not agree to continue on the same basis as before", nadat door Interfood al in haar e-mail van 11 april 2005 (productie 5 bij conclusie van antwoord c.a zijdens Interfood) aan Samfet Sam is geschreven "Samfet is not happy about the discussions occasionally on the % of the commission". Dit alles is niet te rijmen met het meest recente standpunt van Interfood dat in het geheel geen (duur)overeenkomst zou bestaan.

2.9.4. Voorts is de opinie van mr. Penvern gebaseerd op "your presentation of the facts", waarbij deze 'presentatie' niet eveneens is overgelegd, hetgeen tot behoedzaamheid noopt.

Dit wordt nog versterkt door het feit dat in de opinie er van uit wordt gegaan dat Interfood geen enkele marge overhield ("absolutely no margin left" en " totally unbalanced, detrimental to Interfood and to the exclusive benefit of Samfet Sam(..)" ). Dit is evident onjuist. Interfood heeft zelf middels productie 21 bij conclusie van 8 oktober 2009 een nettomarge van 0,6% opgegeven over de periode 23 februari 2004 tot en met 30 juni 2005. Die marge heeft Interfood - zelfs rekening houdend met tegenvallers als late betaling (zie hierna) - derhalve minstens gerealiseerd, en daar is de aan Samfet Sam betaalde respectievelijk te betalen commissie al vanaf, aldus de verklaring van drs. Neerhoff RA (productie 17 bij conclusie zijdens Interfood van 8 oktober 2009). Gezien de voorbehouden (van ongeveer een half A-4) die de verklaring van drs. Neerhoff begeleiden dient overigens ook die verklaring met de nodige terughoudendheid te worden gehanteerd, maar kan wel de geconstateerde marge als bodem worden beschouwd. Dit lijkt geen boude veronderstelling nu van de 'marge' wordt afgetrokken de 'extra rente', hetgeen erop wijst dat Interfood klaarblijkelijk het door de afnemer pas laat betalen ook op een bepaalde wijze op de marge laat drukken.

2.9.5. Uit de artikelen 1011 en 1015 Code Civil van Monaco (zie productie 12 bij conclusie van 23 april 2009 zijdens Interfood) leidt de kantonrechter af dat ook in Monaco men aan "Haviltexen" (vergelijk HR 4 september 2009, LJN BI6319) doet en dat ook aan gebruiken (vergelijk artikel 6:248 lid 1 BW) betekenis wordt gehecht. Verder kan blijkens artikel 1824 van de Code Civil Monégasque (zie productie 1 bij de tweede nadere conclusie van 19 juni 2008 zijdens Samfet Sam) een opdracht (genus van de agentuurrelatie) ook mondeling worden verstrekt of zelfs stilzwijgend aanvaard worden.

2.9.6. Gegeven de beschikbare feiten en gegeven de niet door Interfood weersproken uitspraak van het Tribunal de Première Instance de Monaco van 17 december 1998, als genoemd door mr. Lavagna - kort gezegd er op neerkomend dat uit de feitelijke gang van zaken het bestaan van een agentuurrelatie kan worden afgeleid, (productie 1 bij tweede conclusie in conventie en in reconventie van 19 juni 2008 zijdens Samfet Sam) - moet dan ook worden geconcludeerd dat Interfood met Samfet Sam in ieder geval in 2004 een mondelinge agentuurovereenkomst is aangegaan, waarbij in beginsel de afspraak gold - behoudens gezamenlijke afwijking - dat een provisie van 1,5% aan Samfet Sam zou worden betaald over de per op naam van Interfood gesloten contracten te realiseren omzet.

Schadevergoeding?

2.10.1. Uit artikel 3 van de wet 1008 van 4 juli 1978 (hierna 'wet 1008') blijkt dat opzegging door de principaal ('mandant'), indien deze niet wordt gerechtvaardigd door een fout van de agent ('faute du mandataire'), ertoe leidt dat de agent recht heeft op vergoeding van de aldus veroorzaakte schade ('indemnité compensatrice').

2.10.2. De beide geraadpleegde advocaten, mrs. Lavagna en Penvern gaan er beiden vanuit dat naar Monegaskisch recht het verbreken van de agentuurrelatie tot schadeplichtigheid lijdt, zeker indien dit zonder inachtneming van een (redelijke) opzegtermijn geschiedt. Zo schrijft mr. Penvern: "However, in all circumstances, suddenly termination must be avoided and reasonable notice period must be observed". Rechtspraak over (de omvang van) deze schadevergoeding naar Monegaskisch recht ontbreekt echter, aldus beide advocaten. Het door mr. Lavagna genoemde geval van het Hof van Beroep van Monaco van 7 december 1999 maakt dit niet anders - zoals door de kantonrechter al ter comparitie aangegeven -, nu daarbij het door partijen (in die procedure) gekozen Franse recht werd toegepast. In dit geval ontbreekt een rechtskeuze voor Frans recht (of het de kantonrechter beter bekende Nederlandse recht).

2.10.3. Naar de kantonrechter begrijpt is de schadevergoeding bedoeld voor het verlies van het agentschap, waarbij het ontbreken van een opzegtermijn of hanteren van een te korte opzegtermijn is inbegrepen. Dit leidt de kantonrechter af uit de uitspraak van het Tribunal (zie hiervoor) waarbij artikel 3 wet 1008 van toepassing werd geacht op een opzegging van de principaal van 12 mei 1997 per 17 mei 1997. Dat niettemin naast respectievelijk bovenop een schadevergoeding als bedoeld in artikel 3 wet 1008 nog naar Monegaskisch recht aanspraak zou bestaan op een vergoeding wegens ontijdige opzegging of opzegging met een te korte opzegtermijn is dan ook onvoldoende gesteld of gebleken.

2.10.4. In ieder geval heeft Interfood per faxbericht van 22 juli 2005 met terugwerkende kracht tot 30 juni 2005 per laatstgenoemde datum de samenwerking opgezegd. Interfood heeft wel gesteld dat dit eerder zou zijn aangekondigd, maar - wat hier verder van zij - de uiteindelijke mededeling van beëindiging dateert van 22 juli 2005. In die mededeling wordt ook niet gerept van een (eerdere) voorwaardelijke opzegging per 30 juni 2005. Dat Interfood stelt dat steeds de datum van 30 juni 2005 is genoemd als datum waarop zij duidelijkheid wilde over haar wijzigingsvoorstellen - die nogal een waaier van mogelijkheden bevatte - betekent niet dat Samfet Sam dat als voorwaardelijke opzegging per die datum van de lopende overeenkomst heeft moeten opvatten. Ook de tekst en toon van de e-mail van 3 van 12 april 2005 wijzen niet in die richting.

Dat onmiddellijke opzegging gerechtvaardigd was omdat Interfood aan de transacties niets zou verdienen is gezien het voorgaande niet komen vast te staan. Dat Interfood liever aan de transacties meer wilde overhouden dan aanvankelijk het geval was, is helder, maar kan geen rechtvaardigingsgrond voor abrupte beëindiging opleveren in deze. Dat de houding van Samfet Sam als 'faute' als bedoeld in artikel 3 wet 1008 moet worden aangemerkt is evenmin voldoende gesteld of gebleken

2.11.1. De kantonrechter zal thans zelf de schade moeten begroten, bij gebreke van duidelijke Monegaskische handvatten, en hierbij uitgaan van de beginselen die alle Code Civil landen respectievelijk alle EU-landen in (West)Europa gemeen hebben.

Derhalve zal moet worden begroot welke schade Samfet Sam heeft geleden door de bruuske verbreking van de agentuurrelatie terwijl geen vergoeding is aangeboden. De relatie heeft ongeveer 18 maanden geduurd en in die periode heeft Samfet Sam (zie productie 4 en 5 bij de conclusie zijdens Samfet Sam van 8 oktober 2009) ter zake provisie aan Interfood gedeclareerd afgerond $ 350.000,= en € 116.540,=.

Enerzijds mocht Samfet Sam niet verwachten dat de samenwerking op de private markt voor eeuwig zou zijn. Anderzijds heeft Interfood niet alleen abrupt de relatie verbroken maar tevens de werkneemster van Samfet Sam, mevrouw [Z] - tevens contactpersoon in Algerije van Samfet Sam voor Interfood - per 1 juli 2005 in dienst genomen.

Partijen discussiëren over de omvang van de door Samfet Sam gedane investeringen ten behoeve van de private markt - Samfet Sam was immers al eerder actief in Algerije en mevrouw [Z] was al in dienst vanaf 2001 - maar dat enige investering is verricht lijkt aannemelijk.

2.11.2. In beginsel (zie ook artikel 6:101 lid 6 boek IV D van de Draft Common Frame of Reference (hierna DCFR) jo boek III DCFR) leidt dit naar redelijkheid en billijkheid (zie principle 23, 'Good faith and fair dealing') tot een schadevergoeding gebaseerd op 6 maanden provisie, derhalve afgerond $ 117.000,= en € 38.847,=.

2.12. Gezien artikel 6:103 boek VI DCFR moeten echter voordelen mee worden genomen bij de schadeberekening indien dit 'fair and reasonable' is. In dit geval heeft Samfet Sam zich gedurende 6 maanden kosten bespaard, zoals de vergoeding verschuldigd aan mevrouw [Z].

Of mevrouw [Z] vanwege de gang van zaken in juli 2005 schadeplichtig is geworden richting Samfet Sam staat buiten deze berekening, die juist uitgaat van onverkorte voortzetting en de daarmee samenhangende kosten voor Samfet Sam.

2.13.1. De basisvergoeding aan mevrouw [Z] bedroeg blijkens productie 1 bij dagvaarding 20.000,= Franse Francs per maand, zijnde afgerond € 3.048,=. Mevrouw [Z] had ook recht op een dertiende maand, hetgeen per maand een bijtelling betekent van afgerond € 254,=. Zij had voorts recht op1/11 deel van de door Samfet Sam ontvangen commissie gerealiseerd op nieuwe klanten sinds 19 oktober 2001. Dat de klanten op de private markt, waar Samfet Sam voor Interfood actief werd vanaf 2004, hiertoe behoorden ligt in de rede.

2.13.2. In totaal heeft Samfet Sam zich aldus over een periode van 6 maanden 6 x (€ 3.048,= +/ + € 254,=) zijnde € 19.812,= bespaard aan loonkosten. Verder heeft Samfet Sam aan niet uit te keren commissie aan mevrouw [Z] 1/11 x $ 117.000,= x 1/3 (immers 6 van de 18 maanden) zijnde afgerond $ 5.303,= bespaard en 1/11 x € 58.270,= x 1/3, zijnde afgerond € 1.766,= bespaard.

Dit betekent € 21.578,= (€ 19.812,= en € 1.766,=) en $ 5.303,= besparing over een periode van 6 maanden.

2.14. Het voorgaande betekent dat aan Samfet Sam kan worden toegewezen als schadevergoeding wegens verbreking van de agentuurrelatie een bedrag groot $ 111.697,= en een bedrag groot € 17.269,=.

2.15. Nu door Samfet Sam niet is aangevoerd dat Monegaskisch recht voorziet in een regeling gelijk aan artikel 6:125 BW noch ter zake enige aanspraak heeft geformuleerd, zal de kantonrechter uitsluitend het hiervoor genoemde bedrag in Amerikaans dollars ($) toekennen, zonder eventuele valutaschade te onderzoeken.

Ditzelfde geldt voor andere bedragen in Amerikaanse dollars ($) als in deze procedure aan de orde.

De restantvordering Milktrade

2.16. Tijdens de comparitie van partijen heeft Interfood zich op het standpunt gesteld er "in principe geen probleem" mee te hebben "de $ 36.000,= te voldoen".

Gezien de context waarin dit door Interfood is verklaard, namelijk op de vraag van de kantonrechter tot verduidelijking van hetgeen Interfood had opgemerkt in haar conclusie na comparitie van 8 oktober 2009, onderdelen 15 e.v., - nadat dit punt ook al tijdens de comparitie van 29 juli 2009 aan de orde was geweest - moet dit worden aangemerkt als een erkenning van de verschuldigdheid van genoemd bedrag aan Samfet Sam. Verdere behandeling van hetgeen Samfet Sam en Interfood over en weer op dit punt hebben aangevoerd kan dan ook achterwege blijven.

2.17. Bij de bepaling van de omvang van de totale vordering ter zake nog verschuldigde commissie zal dit bedrag dan ook worden betrokken.

De vorderingen betreffende de periode 30 juni 2005 en 22 juli 2005

2.18. Met de transacties na 30 juni 2005 die nog door Samfet Sam zijn voorbereid is volgens Interfood per saldo $ 52.950,= gemoeid. Dit blijkt uit het als productie 2 aan de conclusie van antwoord zijdens Interfood gehechte overzicht, dat rekenkundig niet door Samfet Sam is betwist (zie voor de verrekeningen met de vordering van [Z] hierna onderdeel 2.20).

2.19. Nu de opzegging (zie hierboven onderdeel 2.10.4) eerst per 22 juli 2005 is ingegaan en voorts geen goede reden te bedenken valt waarom Samfet Sam geen provisieaanspraak zou kunnen uitoefenen over de genoemde transacties - gesteld noch gebleken is dat Monegaskisch recht zich hiertegen verzet of dit anders regelt -, zal het bedrag van $ 52.950,= eveneens worden toegewezen.

De verrekening met vorderingen '[Z]"

2.20. Na uitvoerige bespreking ter comparitie van de eerst ten behoeve van de heer [L] ter plekke vertaalde verklaring van de heer Engels (productie 19 bij conclusie van 8 oktober 2009 zijdens Interfood) is in ieder geval het volgende komen vast te staan.

Samfet Sam heeft ingestemd met verrekening van de aanspraken van mevrouw [Z] met de nog openstaande posten. Namens Samfet Sam stelt de heer [L] dat dit onder de uitdrukkelijke voorwaarde was dat eerst het volledige restant aan commissies zou worden betaald. Daarna zou cessie plaatsvinden van de aanspraken van [Z]. Interfood heeft - naar de kantonrechter begrijpt - de afspraak anders begrepen, namelijk dat gewoon kon worden verrekend en bovendien stelt Interfood te zijn doorgegaan met betalingen aan Samfet Sam.

2.21. De kantonrechter is niet geïnformeerd hoe 'cessie' als door Samfet Sam gesteld moet worden begrepen naar Monegaskisch recht.

Als productie 7 bij conclusie van antwoord c.a is bovendien een akte van cessie overgelegd tussen Interfood en mevrouw [Z] voor respectievelijk $ 16.037,10 en € 3.740,79.

Anders dan Samfet Sam heeft gesteld is deze cessie wel degelijk voldoende bepaald - althans naar Nederlands recht en gesteld noch gebleken is dat dit naar Monegaskisch recht anders zou zijn - en is in de gegeven omstandigheden nader onderzoek naar wat Samfet Sam en Interfood tijdens de in de verklaring van de heer Engels genoemde conference call over en weer hebben gezegd, bedoeld en redelijkerwijs mochten verwachten niet (langer) opportuun.

In ieder geval is door Samfet Sam niet aangevoerd dat toen al het standpunt zou zijn betrokken dat mevrouw [Z] schadeplichtig was richting Samfet Sam en dat zulks ook zou moeten worden meegenomen.

2.22. Bij de becijfering van het nog aan Samfet Sam toekomende bedrag zal de verrekening dan ook worden betrokken zoals door Interfood uitgevoerd in productie 2 als gevoegd bij de conclusie van antwoord c.a. van 30 augustus 2006 zijdens Interfood.

Dit betekent dat aan Samfet Sam in ieder geval, gezien het overwogene in onderdelen 2.17. en 2.19 en rekening houdend met de hierboven besproken verrekening, toekomt € 88.950,=. Dit bedrag zal - omwille van de duidelijkheid - apart worden toegewezen.

Opschorting betalingsverplichting algemeen en m.b.t. facturen S195/04 en S027/05

2.23. Interfood heeft in algemene zin het standpunt betrokken dat zij pas tot uitbetaling van facturen aan Samfet Sam overging zodra de met de respectieve factuur corresponderende levering door de afnemer was betaald. Volgens Interfood was dit tussen partijen afgesproken.

2.24. Volgens Samfet Sam was het inderdaad zo dat ze vaak lang op haar geld moest wachten en dat Interfood wachtte totdat er door de afnemer werd betaald, maar bestond daarover geen afspraak. Er werd ook veel met documenten (accreditief) gewerkt en dan werd Interfood betaald als het schip de haven - naar de kantonrechter begrijpt van vertrek - verliet. Vervolgens werd Samfet Sam betaald.

2.25. Interfood heeft nog aangevoerd dat in het bestemmingsland ook verklaringen moesten worden afgegeven om subsidies te kunnen verkrijgen, waarbij de afgifte van die verklaringen soms maanden op zich deed wachten. Dan moest Samfet Sam daar achter aan. Samfet Sam heeft in dat kader nog aangevoerd dat vanaf juni 2005 Samfet Sam dit niet meer kon regelen.

2.26. Het voorgaande brengt de kantonrechter, mede gezien artikel 1015 Code Civil Monégasque, tot het oordeel dat in algemene zin tussen Samfet Sam en Interfood stilzwijgend het gebruik - als partijen bindende afspraak - gold dat Interfood eerst moest zijn betaald alvorens Samfet Sam werd betaald. Dit betekent dat Interfood betaling van de corresponderende factuur van Samfet Sam mag opschorten totdat betaling aan Interfood van de respectieve aflevering is gevolgd.

2.27. Door Interfood is gesteld dat de factuur 5101124 (Yasmine; onderdeel factuur 27/05 van Samfet Sam groot € 1.418,40, productie 8 bij dagvaarding) nimmer is betaald. Samfet Sam heeft dit niet gemotiveerd betwist. Aan Samfet Sam kan worden toegegeven dat zij nimmer op de hoogte is gebracht van deze non-betaling maar dat doet aan het niet-betaald zijn niet af. Nu aan Samfet Sam slechts 1,5% toekomt van de omzet is sprake van een zodanig belang voor Interfood (namelijk € 94.560,=) dat niet in de rede ligt dat Interfood dit zonder reden zou laten lopen. Samfet Sam mag dan ook haar uitbetaling van deze factuur, althans voorzover het € 1.418,40 betreft, blijven opschorten, zodat dit deel van de vordering van Samfet Sam thans wordt afgewezen.

2.28. Door Interfood is voorts gesteld dat factuur S.027/05 naast Yasmine deels ziet op contracten van na 30 juni 2005, hetgeen al is beslecht in onderdelen 2.18 en 2.19. Dat Interfood betaling van de hele (verzamel)factuur van Samfet Sam zou mogen opschorten totdat alle verschillende afnemers allemaal zouden hebben betaald is gesteld noch gebleken, zodat aan de betaling van het wel thans reeds verschuldigde deel van de factuur niets in de weg staat.

2.29. Derhalve is Samfet Sam van factuur S.027/05 thans reeds verschuldigd € 6.833,70. Ook dit bedrag zal omwille van de duidelijkheid apart worden toegewezen.

2.30. Met betrekking tot factuur S.195/04, althans het daarin opgenomen bedrag ter zake Saprodil betreffende contract 4000523 ad € 1.451,25 (zie factuur S.195/04, zjnde productie 13 bij dagvaarding), heeft Interfood zich op het standpunt gesteld dat door haar kredietverzekeraar 90% van het door de afnemer verschuldigde bedrag is uitbetaald. Nu echter nog steeds 10% ontbreekt acht Interfood zich niet gehouden tot enige uitbetaling aan Samfet Sam. Ook ten aanzien van deze vordering heeft Samfet Sam zich op het standpunt gesteld dat zij van de non-betaling niet op de hoogte was.

2.31. Aan Samfet Sam kan worden toegegeven dat Interfood terstond duidelijker had kunnen communiceren waarom dit deel van factuur S.195.04 onbetaald bleef, maar nu onvoldoende weersproken is dat Interfood op het betreffende contract 10% van de koopprijs nog niet heeft ontvangen, mag Interfood ook hier opschorten. Op dit punt zal de vordering van Samfet Sam derhalve worden afgewezen.

Vergoeding van gederfde rente door Samfet Sam aan Interfood bij te late betaling door klanten?

2.32. Tijdens de comparitie van partijen van 26 oktober 2009 heeft Interfood - naar de kantonrechter heeft begrepen - zich op het standpunt gesteld dat Samfet Sam gehouden is, conform afspraak tussen partijen, aan Interfood de rente te vergoeden die Interfood heeft gederfd doordat Interfood de betaling voor de transacties - waarvoor Samfet Sam provisie ontving - te laat heeft ontvangen. In ieder geval zou deze afspraak gelden voor 'extreme gevallen' en vooral zien op de transacties tussen 1 juli 2005 en 22 juli 2005.

2.33. Samfet Sam heeft een dergelijke afspraak stellig betwist en ook het moment van het aan de orde stellen in deze procedure bekritiseerd.

2.34. De kantonrechter gaat aan deze nadere stelling van Interfood voorbij. Allereerst omdat het innemen van dit nieuwe principiële en ingrijpende standpunt ruim drie jaar na aanvang van de procedure in strijd met de goede procesorde moet worden geacht. Het in behandeling nemen zou immers een nadere uitwisseling van stukken en conclusies vergen, los van eventuele bewijsopdrachten ter zake het bestaan van de gestelde afspraak.

Voorts is de stellingname uiterst onaannemelijk nu naast de hierboven besproken opschorting Interfood nimmer uitvoering aan de thans gestelde afspraak heeft gegeven. Enige aftrek van gederfde rente blijkt niet uit de door partijen in ruime mate overgelegde stukken waaronder afrekeningen. In het bijzonder bevat het door Interfood zelve geproduceerde overzicht (productie 2 bij conclusie van antwoord c.a zijdens Interfood) geen enkele rekenkundige verwijzing naar deze gestelde afspraak.

De verklaringen voor recht

2.35. Los van de toekenning van de onder 2.14 becijferde schadeloosstelling zullen de verzochte verklaringen voor recht niet worden afgegeven, nu niet gebleken is dat naar Monegaskisch recht - naast de hiervoor bedoelde schadevergoeding - aanspraak bestaat op inachtneming van een opzegtermijn en vergoeding bij niet naleving daarvan, noch gebleken is dat naar Monegaskisch recht naast de hiervoor bedoelde schadevergoeding aanspraak zou bestaan op een klantenvergoeding.

Rente

2.36. In onderdeel 2.12.2. van het tussenvonnis van 8 januari 2009 is Samfet Sam verzocht zorg te dragen voor een nadere toelichting op de vraag welke rente naar Monegaskisch recht over de door Samfet Sam gevorderde en door Interfood betwiste schadevergoeding verschuldigd is, waaronder de hoogte ervan en eventuele voorwaarden voor het vanaf enig moment verschuldigd worden ervan.

2.37. Samfet Sam heeft middels haar productie 2 bij conclusie van 23 april 2009 aangetoond dat de wettelijke rente in Monaco sinds 1 juli 2008 4% bedraagt. Welk percentage de rente eerder bedroeg is niet gebleken. Evenmin is - ondanks een daarop uitdrukkelijk gerichte vraag - aangegeven per welk moment rente verschuldigd is geworden over de gevorderde schadevergoeding en/of de commissiefacturen.

2.38. Het beroep op artikel 6:119a BW - als in de dagvaarding vervat - baat Samfet Sam in dit verband niet, nu Nederlands recht niet van toepassing is. Gesteld noch gebleken is voorts dat Richtlijn 200/35/EG (bestrijding betalingsachterstand bij handelstransacties) van 29 juni 2000 ook in Monaco - op grond van een verdrag tussen de Europese Unie en genoemd prinsendom - geldt en daar in wetgeving is opgenomen.

2.39. Derhalve zal aan Samfet Sam 'slechts 'de wettelijke rente zoals die gold en geldt in Monaco worden toegewezen vanaf 29 juni 2006, de dag der dagvaarding tot aan de dag der voldoening. Dat de in onderdeel 2.26. aangenomen bevoegdheid tot opschorting hieraan in concreto in de weg zou staan - bijvoorbeeld vanwege te late betaling door de respectieve afnemer -is gesteld noch gebleken.

Hetgeen meer aan rente is gevorderd op dit punt zal worden afgewezen.

2.40. De rente zal voorts uitsluitend worden toegewezen over die posten waarover zij gevorderd is, derhalve de posten genoemd in onderdeel I van het petitum van de dagvaarding. Anders dan de kantonrechter aannam in onderdeel 2.12.2. van het tussenvonnis van 8 januari 2009 is immers over de gevorderde schadevergoeding geen rente gevorderd.

Slotoverweging

2.41. Voor zover door partijen overgelegde processtukken en/of producties ten doel hebben een ander oordeel te bewerkstelligen dan hierboven successievelijk is weergegeven geldt dat zulks geacht moet worden te zijn afgewezen (zie HR 28 november 2008, LJN BE 9104).

Kostenveroordeling

2.42. Interfood zal als de meest in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de conventie. Aan Samfet Sam zullen negen punten in het kader van het gebruikelijk tarief (categorie "€ 100.000,= tot € 200.000,=") worden toegekend.

Uitvoerbaar verklaring bij voorraad?

2.43. Nu Interfood zich niet tegen een mogelijke uitvoerbaar verklaring bij voorraad van een veroordeling in conventie of reconventie heeft verzet zal de kantonrechter deze uitspreken zowel in conventie als in reconventie. Gezien artikel 235 Rv en andere mogelijkheden ziet de kantonrechter geen reden voor het ambtshalve bepalen van nadere voorwaarden zoals zekerheidsstelling.

3. De beslissing

De kantonrechter:

A. veroordeelt Interfood om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Samfet Sam te betalen de somma van $ 111.697,= en € 17.269,= wegens schadevergoeding als bedoeld in artikel 3 van de Wet 1008 van Monaco van 4 juli 1978;

B. veroordeelt Interfood om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Samfet Sam te betalen de somma van $ 88.950,= wegens verschuldigde provisies, vermeerderd met de wettelijke rente geldend in Monaco vanaf 29 juni 2006 tot de dag der voldoening;

C. veroordeelt Interfood om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Samfet Sam te betalen de somma van € 6.833,70 wegens verschuldigde provisies, vermeerderd met de wettelijke rente geldend in Monaco vanaf 29 juni 2006 tot de dag der voldoening;

D. veroordeelt Interfood in de kosten van de procedure in conventie als aan de zijde van Samfet Sam gevallen, tot op heden begroot op € 6.580,87, zijnde € 280,87 terzake van dagvaardingskosten en griffierecht en € 6.300,= ter zake van salaris gemachtigde (niet met btw belast);

E. verklaart dit vonnis in conventie voor zover het de onderdelen A tot en met D betreft uitvoerbaar bij voorraad;

F. wijst af hetgeen meer of anders gevorderd is;

In reconventie

G. veroordeelt Interfood in de kosten van de procedure in reconventie als aan de zijde van Samfet Sam gevallen, tot op heden begroot op € 2.100,= ter zake van salaris gemachtigde (niet met btw belast);

H. verklaart dit vonnis in reconventie voor zover het onderdeel G betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.