Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0591

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-06-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
633502
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Duitse eiseres (internetwinkel), Nederlandse gedaagde, beide rechtspersonen. In beginsel geldt artikel 2 lid 1 EEX-Vo (44/2001/EG, Brussel-I). Algemene voorwaarden van eiseres van toepassing. Artikel 23 lid 1 aanhef en onder c EEX-Vo van toepassing; in dit geval wijst artikel 12 lid 2 AV als bevoegde rechter aan die van de zetel van eiseres, maar geeft tevens de bevoegdheid aan eiseres gerechtelijke procedures in te stellen voor de rechter van de zetel van de gedaagde.De kantonrechter te Eindhoven is derhalve bevoegd. Artikel 12 lid 1 eerste zin AV bepaalt voorts dat Duits recht van toepassing is. Verder bepalen de AV dat het in beginsel op deze internationale handelskoop van roerende zaken van toepassing zijnde Weens Koopverdrag (CISG verdrag), nu zowel Nederland als Duitsland daarbij zijn aangesloten, niet van toepassing is. Deze rechtskeuze voldoet aan artikel 3 lid 1 van het van toepassing zijnde EVO-verdrag (Trb. 1980,156) (‘uitdrukkelijke rechtskeuze’) als ook aan artikel 3 lid 1 van de inmiddels – zij het voor overeenkomsten als na 17 december 2009 gesloten – per 17 december 2009 van toepassing geworden Verordening 593/2008/EG inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I). Deze zaak wordt aan de hand van Duits recht exclusief het Weens Koopverdrag beoordeeld. Gedaagde heeft koop van lampen onbetaald gelaten. Na - niet geslaagde - bewijsopdracht dat gedaagde lampen zou hebben geretourneerd en daardoor een geslaagd beroep op verrekening kan doen, wordt vordering toegewezen. Voorts wordt de wettelijke handelsrente toegewezen. Betreft een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Richtlijn betreffende Bestrijding van Betalingsachterstand bij handelstransacties van 29 juni 2000 (2000/35/EG), welke richtlijn zowel in Nederlands recht (artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek) als in Duits recht is geïmplementeerd (zie o.m. paragraaf 288 van Bürgerliches Gezetbuch).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

In de zaak van:

de buitenlandse vennootschap naar het recht van de plaats harer vestiging Light 11. de GmbH,

gevestigd te DE-40239 Dusseldorf (Duitsland),

eiseres,

gemachtigde: De Laat, gerechtsdeurwaarders en incassobureau te Waalwijk,

tegen :

[gedaagde],

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

procederend in persoon,

heeft de kantonrechter te Eindhoven in vervolg op het tussenvonnis van 7 januari 2010 het navolgende vonnis gewezen.

1. De verdere procedure

Naar aanleiding van het tussenvonnis hebben beide partijen op 4 februari 2010 gelijktijdig een akte ingediend. Op 4 maart 2010 heeft gedaagde een antwoordakte ingediend. Eiseres heeft op 29 april 2010 een antwoordakte ingediend. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.

Partijen zullen hierna wederom "Light 11" en "[gedaagde]" worden genoemd.

2. Het verdere geschil

2.1. De kantonrechter volhardt bij zijn tussenvonnis van 7 januari 2010.

2.2.1. Naar aanleiding van de door partijen genomen akten en antwoordakten is het volgende vast komen te staan:

- De factuur L 54750 van 28 augustus 2007 ten bedrage van € 467,23 voor een tweetal lampen 'Tolomeo Sosp. Dec. Body' is door [gedaagde] voldaan.

- De factuur L 55873 van 25 september 2007 ten bedrage van € 233,61 voor één lamp 'Tolomeo Sosp. Dec. Body' is niet door [gedaagde] voldaan.

- De - op zich voor een te laag bedrag op gestelde - creditfactuur L 58353 van 14 november 2007 ten bedrage van € 196,31 voor één lamp 'Tolomeo Sosp. Dec. Body' is door Light 11 gecrediteerd ten gunste van factuur L 55873.

- Het pro resto saldo van factuur L 55873 ten bedrage van € 37,30 is door Light 11 intern verrekend met het abusievelijk te weinig gecrediteerde bedrag op de creditfactuur L 58353, [gedaagde] heeft deze factuur niet hoeven voldoen en evenmin enig bedrag aangaande deze factuur voldaan.

- De factuur L 61513 van 3 januari 2008 ten bedrage van € 792,30 heeft [gedaagde] niet voldaan.

2.2.2. Hiermee staat tevens vast dat Light 11 in ieder geval één lamp 'Tolomeo Sosp. Dec. Body' heeft retourontvangen en heeft gecrediteerd.

2.3. Ten aanzien van de stelling van [gedaagde] dat zij niet één, maar twee lampen heeft geretourneerd, heeft de kantonrechter [gedaagde] in de gelegenheid gesteld haar stelling te bewijzen. [gedaagde] heeft bij akte en antwoordakte haar stelling nader toegelicht en onderbouwd met, wederom, de pakbon zoals zij eerder bij conclusie van antwoord over heeft gelegd, zij het dit keer de originele versie.

De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] niet is geslaagd in het leveren van bewijs dat zij op 3 oktober 2007, en evenmin op 2 november 2007, een tweetal lampen heeft geretourneerd. Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter reeds overwogen dat de enkele pakbon onvoldoende bewijs levert dat twee lampen zijn geretourneerd. De verzochte originele - doorslag van de - retourbon heeft [gedaagde] niet overgelegd, evenmin als een mogelijke verklaring van Light 11 aan [gedaagde] aangaande de ontvangst van twee lampen. Ook eventuele andere bewijsmiddelen waaruit zou kunnen blijken dat [gedaagde] twee lampen retour heeft gezonden en in het bijzonder dat Light 11 twee lampen heeft ontvangen, zijn door [gedaagde] niet aangedragen. Dat het gewicht van 3 kg, als vermeld op de pakbon, een aanwijzing is dat zich twee lampen in het pakket bevonden, acht de kantonrechter onvoldoende overtuigend. Dit omdat door [gedaagde] niet is gesteld laat staan aangetoond wat het gewicht van één lamp en/of van twee lampen tezamen is. Nu is komen vast te staan dat Light 11 reeds één lamp aan [gedaagde] heeft gecrediteerd en door [gedaagde] niet is aangetoond dat zij twee lampen heeft geretourneerd, kan het beroep van [gedaagde] op verrekening van factuur L 61513 met een bedrag van € 467,22 niet slagen. De vordering tot betaling van een bedrag van € 792,30 wordt dan ook volledig toegewezen.

2.4. Ter zake de afwijzing van de buitengerechtelijke incassokosten en de toewijzing van de wettelijke handelsrente en de proceskosten verwijst de kantonrechter naar het overwogene in het tussenvonnis onder de punten 3.7. en 3.8..

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om, tegen deugdelijk bewijs van kwijting, aan Light 11 te voldoen een bedrag groot € 913,50, zijnde een bedrag van € 792,30 ter zake hoofdsom en een bedrag van € 121,20 ter zake verschuldigde handelsrente, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente naar Duits recht over de hoofdsom vanaf 19 juni 2009 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van Light 11 gevallen en tot op heden begroot op een totaalbedrag van € 593,98, zijnde € 85,98 ter zake dagvaardingskosten, € 158,= ter zake griffierecht en € 350,= wegens gemachtigdensalaris;

verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en op 10 juni 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.