Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BM1950

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-04-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
01/821238-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak schuld aan ongeluk, veroordeling voor het veroorzaken van gevaar op de weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/821238-09

Datum uitspraak: 02 april 2010

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

wonende te [woonplaats], [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 maart 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 februari 2010.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 26 januari 2009 te Helmond als verkeersdeelnemer, namelijk

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de

weg, de Kastanjehoutlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld

te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, gekomen op de kruising

en/of splitsing van de Kastanjehoutlaan met de Brasemlaan,

terwijl verdachte door laagstaande zon geen, althans verminderd, in elk geval

onvoldoende, zicht had op het verkeer komende uit de Brasemlaan en/of uit

-gezien zijn, verdachtes, rijrichting- tegenovergestelde richting, in elk

geval zonder bijzondere voorzichtigheid te betrachten, met onverminderde

snelheid, in elk geval met een te hoge snelheid gezien de situatie ter

plaatse,

rechtsaf de Brasemlaan in te slaan, althans doende is geweest rechtsaf de

Brasemlaan in te rijden,

en/of

(daarbij) een (te) ruime bocht te nemen

en/of

(vervolgens) met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig op de

rijstrook bestemd voor het hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer terecht te

komen

en/of

(vervolgens) niet tijdig uit te wijken en/of het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig niet tijdig tot staan te brengen,

op het moment dat hem een uit -gezien zijn, verdachtes, rijrichting-

tegenovergestelde richting over de Brasemlaan rijdende fietster tot op korte

afstand was genaderd,

waardoor, althans mede waardoor, een aanrijding en/of botsing is ontstaan

tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en genoemde fietster,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten

hersenkneuzing en/of een gebroken oogkasrand, of zodanig lichamelijk letsel

werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de

uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

[artikel 6 Wegenverkeerswet 1994];

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 januari 2009 te Helmond als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Kastanjehoutlaan,

met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, gekomen op de kruising

en/of splitsing van de Kastanjehoutlaan met de Brasemlaan,

terwijl verdachte door laagstaande zon geen, althans verminderd, in elk geval

onvoldoende, zicht had op het verkeer komende uit de Brasemlaan en/of uit

-gezien zijn, verdachtes, rijrichting- tegenovergestelde richting, in elk

geval zonder bijzondere voorzichtigheid te betrachten, met onverminderde

snelheid, in elk geval met een te hoge snelheid gezien de situatie ter

plaatse,

rechtsaf de Brasemlaan in is geslagen, althans doende is geweest rechtsaf de

Brasemlaan in te rijden,

en/of

(daarbij) een (te) ruime bocht heeft genomen

en/of

(vervolgens) met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig op de

rijstrook bestemd voor het hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer terecht is

gekomen

en/of

(vervolgens) niet tijdig is/heeft uitgeweken en/of het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig niet tijdig tot staan heeft gebracht,

op het moment dat hem een uit -gezien zijn, verdachtes, rijrichting-

tegenovergestelde richting over de Brasemlaan rijdende fietster tot op korte

afstand was genaderd,

waardoor, althans mede waardoor, een aanrijding en/of botsing is ontstaan

tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en genoemde fietster,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

[artikel 5 Wegenverkeerswet 1994];

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. In de tenlastelegging wordt telkens "Kastanjehoutlaan" vermeld in plaats van "Kastanjehoutstraat". Uit het dossier blijkt duidelijk dat dit "Kastanjehoutstraat" moet zijn. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

subsidiair

op 26 januari 2009 te Helmond als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Kastanjehoutstraat,

met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, gekomen op de splitsing van de Kastanjehoutstraat met de Brasemlaan, terwijl verdachte door laagstaande zon geen zicht had op het verkeer komende uit de Brasemlaan en -gezien zijn, verdachtes, rijrichting- tegenovergestelde richting, zonder bijzondere voorzichtigheid te betrachten

rechtsaf de Brasemlaan is ingeslagen en daarbij een te ruime bocht heeft genomen

en vervolgens met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig op de

rijstrook bestemd voor het hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer terecht is

gekomen en (vervolgens) niet tijdig is uitgeweken en het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig niet tijdig tot staan heeft gebracht, op het moment dat hem

een uit -gezien zijn, verdachtes, rijrichting- tegenovergestelde richting over de Brasemlaan rijdende fietsster tot op korte afstand was genaderd, waardoor een aanrijding is ontstaan

tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en genoemde fietsster,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c

Wegenverkeerswet 1994 art. 5, 177, 179.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Vrijspraak van het primair tenlastegelegde.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde:

- een geldboete van € 700,-- subsidiair 14 dagen hechtenis;

- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De op te leggen straffen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de draagkracht.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- het letsel van het slachtoffer, dat is veroorzaakt door de handelingen van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- verdachte heeft meerdere malen contact gezocht met het slachtoffer en zich om haar

lot bekommerd.

Met betrekking tot de op te leggen ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

T.a.v. primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en

overtuigend bewezen.

Verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de overtreding:

subsidiair

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. subsidiair:

Geldboete van € 700,00 subsidiair 14 dagen hechtenis.

T.a.v. subsidiair:

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder

begrepen) voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2

jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 2 april 2010.