Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BM1521

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
19-04-2010
Zaaknummer
671723
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huur woonruimte. Erkenning huurachterstand. Compensatie proceskosten. Het had op de weg van eiseres gelegen het inlossen van de huurachtestand van € 29,04 allereerst middels een minnelijke regeling te beproeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

Zaaknummer : 671723

Rolnummer : 10-826

Uitspraak : 8 april 2010

In de zaak van:

[eiseres],

gevestigd te [adres],

eiseres,

gemachtigde: GGN Brabant, gerechtsdeurwaarders te Eindhoven,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

verschenen in persoon,

heeft de kantonrechter te Eindhoven het navolgende vonnis gewezen.

1. De procedure

1.1. De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken:

?- de dagvaarding van 20 januari 2010;

- de conclusie van antwoord van 28 januari 2010;

- de aantekeningen die door de griffier zijn gemaakt tijdens de comparitie van partijen op 10 maart 2010, met daaraan gehecht de door eiseres ter comparitie genomen akte.

1.2. Gedaagde is niet ter zitting verschenen, ondanks dat zij daartoe bij brief van 11 februari 2010 is uitgenodigd.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het geschil en de beoordeling

2.1. Eiseres vordert van gedaagde betaling van een bedrag van € 1.185,34, ter zake hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten. Voorts vordert eiseres betaling van proceskosten. Aan haar vordering legt eiseres ten grondslag dat zij met gedaagde een huurovereenkomst heeft gesloten ten aanzien van de woning gelegen te [adres] aan de Akert 98. Uit hoofde van deze overeenkomst is gedaagde maandelijks huurpenningen ten bedrage van € 439,52 verschuldigd aan eiseres. Gedaagde heeft een achterstand doen ontstaan, die na een deelbetaling door gedaagde, € 818,56 bedraagt. Gedaagde weigert dit bedrag te voldoen.

2.2. Bij antwoord erkent gedaagde de huurachterstand. Gedaagde is het overzicht op haar financiën kwijtgeraakt doordat zij ongeveer een jaar in een revalidatiecentrum heeft doorgebracht. Haar vader had met eiseres een betalingsregeling getroffen, maar dit is op enig moment misgelopen. Gedaagde wil alsnog een betalingsregeling treffen.

2.3. De kantonrechter heeft vervolgens een comparitie van partijen gelast. Op de argumenten als in de processtukken en ter comparitie aangevoerd, komt de kantonrechter, voor zover voor de beoordeling van belang, hieronder terug.

2.4. Ter comparitie stelt eiseres dat de huurachterstand, door diverse betalingen van de zijde van gedaagde, inmiddels is afgenomen tot een bedrag van € 104,86, inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten. Ter onderbouwing van de buitengerechtelijke incassokosten heeft eiseres gesteld dat zij gedaagde diverse malen heeft aangemaand en dat zij met gedaagde een betalingsregeling is overeengekomen (productie 1 bij akte 10 maart 2010). Gedaagde is niet ter comparitie verschenen en zij heeft de mogelijkheid om de nadere toelichting door eiseres te weerspreken onbenut gelaten. De kantonrechter dient dan ook uit te gaan van de juistheid van de stellingen van eiseres en zal de vordering van eiseres ten bedrage van € 104,86 dan ook toewijzen.

2.5. De kantonrechter zal echter de proceskosten compenseren als hierna te melden. Uit het betalingsoverzicht als door eiseres in haar akte van 10 maart 2010 opgenomen blijkt dat gedaagde op 20 januari 2010, de dag der dagvaarding, door een tweetal betalingen op 19 januari 2010, een huurachterstand had van € 29,04. Gelet op de eerdere betalingsregeling en de wens van gedaagde de achterstand middels een betalingsregeling af te lossen, welke wens inmiddels is omgezet in een daadwerkelijke betalingsregeling vanuit de gemeente Geldrop-Mierlo, had het op de weg van eiseres gelegen het inlossen van de huurachterstand van € 29,04 allereerst middels een minnelijke regeling te beproeven. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eiseres gedaagde dan ook op 20 januari 2010 nodeloos gedagvaard.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen een bedrag van € 104,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. W.P.C.G. Derksen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.