Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BM1473

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-04-2010
Datum publicatie
16-04-2010
Zaaknummer
679575
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis in kort geding. Eiseres heeft ter terechtzitting de feitelijke en juridische grondslag van de vordering gewijzigd. Zij heeft deze wijziging niet voorafgaand aan de zitting aan de niet verschenen gedaagde kenbaar gemaakt en evenmin verzocht dit alsnog te mogen doen. Volgens eiseres was dat niet noodzakelijk omdat er geen sprake is van een wijziging van eis maar slechts van een toelichting op de vordering. De kantonrechter laat de door eiseres voorgestane verandering van de grondslag van de eis buiten beschouwing en doet recht op basis van de grondslag zoals in de inleidende dagvaarding weergegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 679575

Rolnummer : 10-2139

Uitspraak : 14 april 2010

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. J. Blakborn,

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vision Beheer B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

gedaagde,

niet verschenen.

1. De procedure

Nadat een dag was bepaald voor de behandeling van deze zaak, heeft eiseres, verder te noemen "[eiseres]", gedaagde, verder te noemen "Vision Beheer", doen dagvaarden. De mondelinge behandeling heeft op 7 april 2010 plaatsgevonden. Vision Beheer is bij die gelegenheid niet verschenen en tegen haar is verstek verleend. [eiseres] heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling haar eis verminderd en haar standpunt doen toelichten bij monde van haar gemachtigde, voornoemd. Deze heeft daartoe pleitaantekeningen gehanteerd die aan de kantonrechter zijn overgelegd. Daarop is vonnis bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1. [eiseres] vordert na vermindering van haar eis - zakelijk weergegeven - dat de kantonrechter bij wege van voorziening ex artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), uitvoerbaar bij voorraad, Vision Beheer zal veroordelen tot betaling van de achterstallige pensioenpremies vanaf 1 januari 2006, zijnde 45 termijnen à € 36,84 is € 1.657,80, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW vanaf de dag der opeisbaarheid van iedere termijn tot aan de dag der algehele voldoening en tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 2.000,-, met veroordeling van Vision Beheer in de kosten van het geding.

[eiseres] legt daaraan, kort weergegeven, het volgende ten grondslag. Vision Beheer is bestuurder van Aquaventure B.V., hierna te noemen Aquaventure. [eiseres] is per 1 september 2009 uit dienst getreden van Aquaventure. Aquaventure was niet al haar pensioenverplichtingen tegenover [eiseres] nagekomen. Aquaventure heeft erkend de premies namens [eiseres] te moeten voldoen. Bij het einde van het dienstverband heeft Aquaventure bij monde van diens middellijk bestuurder, de heer [X], tevens bestuurder van Vision Beheer, aan [eiseres] aangegeven ervoor zorg te doen dragen dat de pensioenverplichtingen door Aquaventure alsnog zouden worden voldaan, althans partijen spraken af dat er een totaalbedrag van € 3.205,08 nog betaald zou dienen te worden. Aquaventure heeft echter een bedrag van € 1.657,80 onbetaald gelaten. Aquaventure is op 17 november 2009 in staat van faillissement komen te verkeren.

Gezien de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst die partijen hadden, maakt [eiseres] thans aanspraak op betaling van het volledige bedrag bij de bestuurder van Aquaventure. Het gaat om het bedrag dat Aquaventure nog niet aan het pensioenfonds heeft afgedragen. Vision Beheer is hiervoor als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk.

[eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van de incassokosten als vermogensschade die zij lijdt ten gevolge van het toerekenbaar tekortschieten van Vision Beheer.

2.2. Vision Beheer is niet in de procedure verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

3. De beoordeling

3.1. Ter terechtzitting heeft [eiseres] nog het volgende aangevoerd. Het niet afdragen van de wel ingehouden pensioenpremies is een tekortkoming van Aquaventure geweest in de nakoming van haar verbintenis uit de arbeidsovereenkomst met [eiseres]. Aquaventure is in de eerste plaats gehouden tot vergoeding van de als gevolg daarvan door [eiseres] geleden schade. Gezien het faillissement van Aquaventure en de daardoor niet te verwachten uitkering aan [eiseres] is Vision Beheer als bestuurder aansprakelijk gesteld omdat zij op grond van onbehoorlijk bestuur jegens [eiseres] gehouden is deze schade te voldoen aangezien Vision Beheer een persoonlijk verwijt treft. De bestuurder van Vision Beheer, de heer [X], is namelijk reeds vanaf 25 juni 2009 aangesproken tot betaling van de achterstallige pensioenpremies. Op dat moment bleek dus al dat Aquaventure de pensioenpremies de afgelopen jaren niet had afgedragen. Tot betaling is de heer [X] althans Aquaventure ondanks een akkoord tussen partijen, niet overgegaan. Vision Beheer is aansprakelijk omdat zij van meet af aan heeft geweten dat de ingehouden pensioenpremies niet tijdig en volledig werden afgedragen aan de pensioenverzekeraar. Vision Beheer is derhalve op grond van eigen onrechtmatig handelen aansprakelijk voor de door [eiseres] geleden schade door niet in te grijpen terwijl zij ervan op de hoogte was dat de ingehouden pensioenpremies niet werden afgedragen aan de verzekeraar en waarbij zij [eiseres] zelf aan het lijntje heeft gehouden door aan te geven dat er betaling zou volgen. Vision Beheer heeft de ingehouden pensioenpremies gedurende lange tijd voor een geheel ander doel gebruikt, te weten voor de gewone bedrijfsvoering van Aquaventure.

3.2. Nadat [eiseres] bij dagvaarding aan haar vordering een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst door Aquaventure, waarvoor zij Vision Beheer als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk achtte, ten grondslag heeft gelegd, heeft [eiseres] zich aldus ter terechtzitting beroepen op een onrechtmatige daad van Vision Beheer als grondslag van de vordering. Aan [eiseres] is ter terechtzitting te kennen gegeven dat haar nadere stellingname een wijziging van de grondslag van de vordering inhield en dat zij de grondslag van haar vordering enkel kon wijzigen op de bij wet voorgeschreven wijze, rekening houdende met de omstandigheid dat Vision Beheer niet in de procedure was verschenen. [eiseres] heeft daarop geantwoord dat er van een wijziging van grondslag geen sprake was maar slechts van een nadere toelichting.

3.3. Hetgeen door [eiseres] als toelichting op de vordering is aangemerkt houdt een verandering van zowel de feitelijke als de juridische grondslag van de eis in. Nu Vision Beheer niet in het geding is verschenen had [eiseres] deze verandering tijdig bij exploot aan Vision Beheer kenbaar moeten maken. [eiseres] heeft dat niet gedaan en evenmin verzocht om alsnog in de gelegenheid te worden gesteld de verandering van de grondslag van eis bij exploot aan Vision Beheer kenbaar te maken. De door [eiseres] voorgestane verandering van de grondslag van de eis zal daarom buiten beschouwing worden gelaten en recht zal worden gedaan op basis van de grondslag zoals in de inleidende dagvaarding weergegeven.

3.4. De grondslag van de vordering komt er op neer dat Vision Beheer als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de tekortkoming van Aquaventure in de nakoming van de tussen [eiseres] en Aquaventure gesloten overeenkomst. Een bestuurder van een rechtspersoon is rechtens niet enkel uit hoofde van diens positie hoofdelijk aansprakelijk voor een tekortkoming van de vennootschap in de nakoming van de door die vennootschap met derden gesloten overeenkomsten. Niet alleen heeft [eiseres] bij dagvaarding geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan Vision Beheer als bestuurder van Aquaventure in dit geval voor de gestelde tekortkoming van Aquaventure aansprakelijk zou zijn, maar bovendien heeft zij ter terechtzitting gesteld dat de aansprakelijkheid van Vision Beheer, gegeven de nadere door haar gestelde feiten, op een andere feitelijke en juridische grondslag berust dan in de dagvaarding gesteld. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de vordering gegeven de te beoordelen grondslag, ongegrond is. De vordering zal daarom worden afgewezen.

3.5. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

4. De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure aan de zijde van Vision Beheer gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.