Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BM1247

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-04-2010
Datum publicatie
15-04-2010
Zaaknummer
619208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Is (voormalig) werkgever aansprakelijk voor door werknemer gemiste Ziektewet-uitkering?"

Wetsverwijzingen
Ziektewet
Ziektewet 38
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2010/135
AR-Updates.nl 2010-0338
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 619208

Rolnummer : 09-3599

Uitspraak : 15 april 2010

in de zaak van:

[de heer M],

wonende te Best,

eiser,

procederende met toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch nr. 1EP3818 d.d. 13 mei 2009

gemachtigde: mr. J.J. Geuze ([adres])

t e g e n :

de besloten vennootschap Vos Logistics Oss B.V.,

gevestigd te Oss,

gedaagde,

gemachtigde: mr. V.J. van der Donk ([adres]).

1. De procedure

Deze blijkt uit de volgende stukken:

- de dagvaarding, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- de conclusie van repliek, met producties;

- de conclusie van dupliek, met producties;

- de akte, houdende uitlating producties, zijdens eiser.

Partijen zullen verder worden aangeduid als '[eiser]' en 'Vos'.

2. Het geschil

2.1. [eiser] stelt als volgt.

Hij is van 9 juli 2007 tot 9 januari 2008 bij Vos in dienst geweest als vrachtwagenchauffeur tegen een salaris van € 2.011,99 bruto per maand.

Op 4 oktober 2007 heeft [eiser] zich telefonisch ziek gemeld bij zijn leidinggevende/planner. Op 5 oktober 2007 heeft hij zijn huisarts geconsulteerd. Hij is tot het einde van het dienstverband arbeidsongeschikt gebleven. Vos heeft ondanks de op haar rustende verplichting nagelaten om bij het einde van het dienstverband bij het UWV melding te doen van [eiser]'s arbeidsongeschiktheid. Verzoeken daartoe van [eiser]'s raadsman op 17 oktober 2008 en 31 oktober 2008 hebben niet tot resultaat geleid. Omdat Vos die melding niet heeft gedaan, is zij gehouden [eiser] een bedrag te betalen gelijk aan het ziekengeld dat [eiser] bij correcte melding zou hebben ontvangen van het UWV. Het gaat daarbij om 70 % van zijn dagloon ofwel € 1.408,39 bruto per maand, te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag.

Voorts heeft [eiser] over het tijdvak van 4 oktober 2007 tot 1 december 2008 [de kantonrechter leest: 1 december 2007] geen loon ontvangen. Over deze periode is Vos nog

€ 3.764,37 bruto ter zake achterstallig loon verschuldigd, te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag.

Ten slotte is Vos de wettelijke verhoging en wettelijke rente verschuldigd.

2.2. Op bovenstaande gronden vordert [eiser] veroordeling van Vos tot betaling van:

a. € 3.764,37 bruto ter zake achterstallig loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging daarover ad € 1.882,18;

b. € 1.408,39, te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag, vanaf 9 januari 2008 tot de dag waarop het UWV [eiser] hetzij een ZW-uitkering toekent, hetzij een WW-uitkering;

c. de wettelijke rente over voormelde bedragen met ingang van 1 december 2007 althans vanaf de dag der dagvaarding.

Ten slotte vordert [eiser] veroordeling van Vos in de proceskosten.

2.3. Vos voert, kort samengevat, het volgende verweer.

Op 4 oktober 2007 is [eiser] tijdens werktijd naar huis gegaan. Tegen een collega met de voornaam [B] heeft hij gezegd dat hij zich niet lekker voelde en naar de huisarts zou gaan. Een dergelijke mededeling aan een collega kan niet worden aangemerkt als een (geldige) ziekmelding, temeer niet omdat de melding niet heeft plaatsgevonden op de wijze als voorgeschreven in het bij Vos geldende verzuimreglement.

Na 4 oktober 2007 is er enige dagen niets meer van [eiser] vernomen. Telefonisch contact bleek niet mogelijk. Vervolgens heeft Vos op 12 oktober 2007 een aangetekende brief aan [eiser] gestuurd waarin zij meedeelt ervan uit te gaan dat hij ontslag heeft genomen omdat hij zonder enig bericht niet meer op het werk is verschenen.

Nadat de raadsman van[eiser] tegen de brief van 12 oktober 2007 had geprotesteerd, heeft Vos bij brief van 1 november 2007 laten weten, dat zij de ziekmelding van [eiser] per 25 oktober 2007 zal accepteren en dat zij de periode van 4 oktober 2007 tot en met 24 oktober 2007 zal beschouwen als opgenomen vakantiedagen dan wel als onbetaald verlof. Over de periode van 25 oktober 2007 tot 9 januari 2008 is het normale salaris uitbetaald.

Bij het einde van het dienstverband per laatstgenoemde datum was van arbeidsongeschiktheid geen sprake. Om die reden heeft Vos geen melding van arbeidsongeschiktheid bij het UWV gedaan. Klaarblijkelijk heeft [eiser] zelf onvoldoende actie ondernomen om voor een WW- dan wel ZW-uitkering in aanmerking te komen.

Voor zover de vorderingen van [eiser] zouden worden toegewezen, dient de wettelijke verhoging te worden gematigd.

3. De beoordeling

3.1. De kantonrechter zal eerst onderdeel a van de vordering bespreken.

3.2.1. Tussen partijen staat vast, dat [eiser] op 4 oktober 2007 tijdens de werkdag naar huis is gegaan. Vos heeft erkend (CvA, pt. 4), dat [eiser] daarbij aan zijn collega met de voornaam [B] (die blijkens de onweersproken stelling van [eiser] bij repliek werkzaam is als planner bij Vos) heeft medegedeeld dat hij zich niet lekker voelde en naar de huisarts zou gaan.

Hoewel aan [eiser] kan worden toegegeven, dat hij niet zonder enig bericht is weggebleven van het werk, is de kantonrechter met Vos van oordeel, dat deze mededeling van [eiser] niet als een geldige ziekmelding kan worden opgevat. De mededeling dat men zich niet lekker voelt impliceert niet zonder meer, dat men zich niet tot werken in staat acht. Bovendien heeft [eiser] niet betwist, dat het verzuimreglement (CvA, prod. 4) op de arbeidsverhouding van toepassing is en heeft hij evenmin betwist, dat aan de eisen van het verzuimreglement niet is voldaan. Volgens dat reglement dient een ziekmelding te geschieden èn aan de direct leidinggevende èn aan de afdeling Personeelszaken.

Vos heeft de ziekmelding alsnog geaccepteerd per 25 oktober 2007.

Omdat niet voldoende is gebleken dat een geldige ziekmelding heeft plaatsgevonden, noch dat [eiser] in de periode van 4 oktober tot en met 24 oktober arbeidsongeschikt was, moet ervan worden uitgegaan dat [eiser] zonder geldige reden het werk heeft verzuimd. [eiser] heeft daarom over deze periode geen recht op loon.

3.2.2. Vos heeft niet betwist, dat [eiser] over de periode van 25 oktober 2007 tot 1 december 2007 recht heeft op loon. Zij stelt dat zij dit loon ook heeft uitbetaald, waarvoor zij verwijst naar de overgelegde salarisstroken.

Uit de stellingen van Vos (CvA, pt. 21) en de overgelegde salarisstrook (CvA, prod. 6-g) blijkt, dat Vos over de maand oktober 2007 slechts een bedrag van € 262,43 bruto ter zake van salaris heeft betaald. Het ziekengeld over de maand oktober is volgens Vos vermeld op de salarisstrook over november en ook in die maand uitbetaald. Verder heeft Vos gesteld, dat [eiser] in de maand september 2007 twintig dagen zonder geldige reden niet heeft gewerkt en dat zij het over die dagen ten onrechte uitbetaalde loon heeft verrekend met het loon over de maand oktober.

De kantonrechter is van oordeel dat deze verrekening ten onrechte heeft plaatsgevonden. [eiser] heeft immers onweersproken gesteld, dat sprake is geweest van een ontslag op staande voet op 31 augustus 2007 dat na protest zijdens [eiser] ongedaan is gemaakt door Vos. Voor zover Vos heeft gesteld, dat daarna in de maand september nog sprake is geweest van een eenzijdige ontslagneming door [eiser] welk ontslag door Vos was geaccepteerd, heeft Vos daaraan toegevoegd (dupliek punt 9) dat dit ontslag op een misverstand bleek te berusten en dat zij [eiser] weer in dienst heeft genomen. Nu Vos deze stellingen niet verder heeft toegelicht, hetgeen gelet op de door haar toegepaste verrekening wel op haar weg had gelegen, en zij zelf aanvoert dat sprake is geweest van een misverstand, dient ervan te worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst in de maand september onafgebroken heeft voortgeduurd. Voor een verrekening van het loon over oktober met (beweerdelijk teveel betaald) loon over de maand september was derhalve geen grondslag.

De kantonrechter zal Vos in de gelegenheid stellen deze verrekening ongedaan te maken. De zaak zal naar de rolzitting worden verwezen. Vos zal in de gelegenheid worden gesteld om aan de hand van correcte salarisstroken en bewijsstukken aan te tonen dat het loon c.q. ziekengeld, overuren en vakantiegeld over de periode van 1 september tot 4 oktober 2007 en over de periode van 25 oktober 2007 tot 9 januari 2008 alsnog correct is uitbetaald.

3.3. Met betrekking tot onderdeel b van de vordering overweegt de kantonrechter als volgt.

3.3.1. Zoals hierboven reeds aangegeven heeft Vos een ziekmelding per 25 oktober 2007 geaccepteerd. Haar stelling bij antwoord, dat [eiser] vervolgens niet zou hebben gereageerd op de oproep van de bedrijfsarts voor het spreekuur op 20 november 2007, is door [eiser] bij repliek gemotiveerd weersproken waarna Vos in haar dupliek op deze kwestie niet meer is teruggekomen. [eiser] heeft voorts onweersproken gesteld (CvR, pt. 8), dat de bedrijfsarts hem arbeidsongeschikt heeft geoordeeld. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van het standpunt van [eiser], dat bovendien nog wordt ondersteund door de door Vos overgelegde salarisstroken van 30 november 2007 en 31 december 2007 (CvA, prod. 6-h en i), blijkens welke salarisstroken door Vos ziekengeld aan [eiser] is uitgekeerd. Vos heeft bij dupliek weliswaar betoogd, dat de vermelding "ziekengeld" op de salarisstroken op een misverstand berust, doch waar zij geen enkele verklaring voor dit "misverstand" heeft gegeven en waar gesteld noch gebleken is, dat op enig moment een hersteldmelding is gevolgd, dient ervan te worden uitgegaan dat [eiser] vanaf 25 oktober 2007 volledig arbeidsongeschikt was en is gebleven tot 9 januari 2008 (datum einde dienstverband).

3.3.2. Vos heeft erkend, dat zij in beginsel als werkgever verplicht is haar medewerking te verlenen aan de vaststelling van een juiste uitkering voor [eiser] en dat zij in dat verband verplicht is om, indien een werknemer bij het einde van het dienstverband arbeidsongeschikt is, een zogenoemde ziek-uit-dienst-melding aan het UWV te doen. Vast staat, dat die melding in onderhavig geval niet heeft plaatsgevonden omdat Vos zich op het (onjuiste) standpunt stelde dat [eiser] op 9 januari 2008 niet arbeidsongeschikt was.

3.3.3. [eiser] heeft aan dit onderdeel van zijn vordering ten grondslag gelegd, dat Vos gehouden is tot betaling van -kort gezegd- ziekengeld over de periode ná het einde van het dienstverband, omdat Vos de vereiste mededeling niet aan het UWV heeft gedaan. Kennelijk doelt [eiser] hiermee op een verplichting van Vos tot betaling van schadevergoeding uit hoofde van een tekortkoming aan de zijde van Vos met betrekking tot haar wettelijke werkgeversverplichtingen.

Vos heeft daartegen ingebracht, dat de toekenning van een (ziektewet-)uitkering door het UWV niet (uitsluitend) afhankelijk is van de vraag of de werkgever al dan niet de vereiste mededeling aan het UWV heeft gedaan.

De kantonrechter oordeelt dit verweer in zoverre gegrond, dat het in eerste instantie niet de civiele rechter maar het UWV is, die beoordeelt of en in hoeverre een gewezen werknemer in aanmerking komt voor een uitkering krachtens de sociale zekerheidswetgeving. Anders gezegd: het causaal verband tussen enerzijds de door Vos jegens het UWV niet nagekomen wettelijke mededelingsplicht en anderzijds de door [eiser] gestelde schade in de vorm van een niet genoten uitkering, staat niet zonder meer bij voorbaat vast.

3.3.4. Een en ander is voor de kantonrechter aanleiding de verdere beoordeling van de zaak aan te houden, teneinde Vos in de gelegenheid te stellen de hierbedoelde mededeling alsnog aan het UWV te doen, waarna het UWV de aanvraag van [eiser] tot toekenning van een ZW- of WW-uitkering over de periode vanaf 9 januari 2008 alsnog in behandeling kan nemen. De zaak zal naar de rolzitting van onderstaande datum worden verwezen, alwaar partijen zich kunnen uitlaten over de stand van zaken met betrekking tot de procedure bij het UWV.

3.3.5. Voor zover Vos nog het verweer heeft gevoerd, dat [eiser] zelf onvoldoende inspanningen zou hebben verricht om een uitkering te verkrijgen, wijst de kantonrechter dit verweer van de hand. [eiser] heeft immers onweersproken gesteld, dat hij zich op 9 januari 2008 en ook daarna meermalen tevergeefs tot het UWV heeft gewend. Toen dat geen resultaat had en Vos geen gehoor gaf aan een verzoek van [eiser]'s raadsman d.d. 1 oktober 2008 de vereiste melding bij het UWV alsnog te doen, heeft genoemde raadsman zich schriftelijk gewend tot het UWV (prod. 8 bij repliek). In haar antwoordbrief (prod. 9 bij repliek) heeft het UWV de raadsman van [eiser] verzocht zich wederom tot Vos te wenden met het verzoek de vereiste melding bij het UWV te doen. Vervolgens hebben herhaalde verzoeken van genoemde raadsman d.d. 17 oktober 2008 en 31 oktober 2008 er niet toe geleid dat Vos de betreffende melding heeft gedaan.

In het licht hiervan valt niet vol te houden dat [eiser] zich onvoldoende zou hebben ingespannen. Daarmee ontvalt ook de grondslag aan het verweer van Vos (CvA, pt. 14) dat [eiser] niet voldoende voortvarend zou hebben gehandeld.

3.4. In afwachting van de schriftelijke reacties van partijen zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

stelt Vos in de gelegenheid om bij akte en aan de hand van bewijsstukken alsnog een correcte opgave te doen van het aan [eiser] verschuldigde en betaalde loon c.q. ziekengeld, vermeerderd met overuren en vakantiegeld, over de periode van 1 september 2007 tot 4 oktober 2007 en over de periode van 25 oktober 2007 tot 9 januari 2008;

stelt Vos voorts in de gelegenheid de hierboven in 3.3.4. bedoelde mededeling alsnog aan het UWV te doen, waarna [eiser] een aanvraag tot uitkering bij het UWV kan indienen en bepaalt dat [eiser] zich vervolgens bij akte dient uit te laten over de actuele stand van zaken met betrekking tot de procedure bij het UWV;

verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 3 juni 2010 te 09.00 uur op welke zitting partijen zich in voormelde zin bij akte kunnen uitlaten; het verdient de voorkeur dat partijen de schriftelijke stukken uiterlijk woensdag 2 juni 2010 te 12.00 uur ter griffie hebben ingediend;

bepaalt dat partijen vervolgens na vier weken over en weer bij antwoord-akte kunnen reageren op elkaars standpunten;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Roeterdink, kantonrechter te 's-Hertogenbosch, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 15 april 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaaknummer: 619208 blad 5

vonnis