Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BM0498

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-04-2010
Datum publicatie
12-04-2010
Zaaknummer
01/845432-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ3320, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opmerkelijke zedenzaak. Het in eerste instantie vrijwillig seksueel contact ontaardt in verkrachting, met als gevolg zeer fors en blijvend lichamelijk letsel. De rechtbank legt na een eis van 8 jaar terzake poging tot doodslag, een gevangenisstraf op terzake verkrachting voor de duur van 4 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845432-09

Datum uitspraak: 12 april 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

wonende te [woonplaats] [adres],

thans gedetineerd te: PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 januari, 22 maart en 29 maart 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 26 november 2009.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 22 maart 2010 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 september 2009 te Oss, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet

(meermalen)

- met één of meer vinger(s) en/of zijn hand (met kracht) die [slachtoffer] aan de hals heeft vastgehouden en/of in de hals heeft geknepen en/of (daarbij) door middel van een voorwerp druk heeft uitgeoefend op de hals van die [slachtoffer] en/of

- gedurende langere tijd en/of met grote kracht druk heeft uitgeoefend en/of doen inwerken op de rechter schouder/arm van die [slachtoffer] en/of

- (met en/of door middel van een hard en/of massief (langwerpig) voorwerp) gedurende langere tijd en/of met grote kracht druk heeft uitgeoefend en/of doen inwerken op de bovenbenen van die [slachtoffer] en/of

- (met en/of door middel van een hard en/of massief voorwerp) gedurende langere tijd en/of met grote kracht druk heeft uitgeoefend en/of doen inwerken op het bovenlichaam en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer] en/of

- met één of meer vinger(s) en/of zijn hand en/of door middel van een voorwerp (met kracht) de benen van die [slachtoffer] heeft gespreid en/of (vervolgens) gespreid heeft gehouden en/of (vervolgens)

- (met kracht) (meermalen) een of meer vinger(s) en/of zijn (tot vuist gebalde) hand en/of arm en/of een (hard en/of massief en/of langwerpig) voorwerp in de anus en/of de vagina van die [slachtoffer] heeft gestoten/geduwd/bewogen en/of (daardoor) een of meer scheur(en) heeft veroorzaakt in de schede/vagina en/of de kringspier en/of de sluitspier en/of de anusspier en/of het rectum en/of de dikke darm en/of de dunne darm althans een of meer darm(en) en/of (vervolgens)

- terwijl die [slachtoffer] (aanhoudend) een aanzienlijke hoeveelheid bloed verloor uit haar vagina en/of anus en/of enige tijd buiten bewustzijn is geweest en/of hem (meermalen) zei/kenbaar maakte dat zij pijn had en/of (meermalen) kreunde,

gedurende geruime tijd (te weten tot omstreeks 02.46 uur) heeft nagelaten om noodzakelijke en/of adequate medische hulp voor die [slachtoffer] in te schakelen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[artikel 287 jo. 45 Wetboek van Strafrecht]

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 september 2009 te Oss, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een persoon genaamd [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (met kracht) (meermalen) een of meer vinger(s) en/of zijn (tot vuist gebalde) hand en/of arm en/of een (hard en/of massief en/of langwerpig) voorwerp in de anus en/of de vagina van die [slachtoffer]

gestoten/geduwd/bewogen, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- met één of meer vinger(s) en/of zijn hand (met kracht) die [slachtoffer] aan de hals heeft vastgehouden en/of in de hals heeft geknepen en/of (daarbij) door middel van een voorwerp druk heeft uitgeoefend op de hals van die [slachtoffer] en/of

- gedurende langere tijd en/of met grote kracht en/of al dan niet door middel van een voorwerp druk heeft uitgeoefend en/of doen inwerken op de rechter schouder/arm van die [slachtoffer] en/of

- (met en/of door middel van een hard en/of massief (langwerpig) voorwerp) gedurende langere tijd en/of met grote kracht druk heeft uitgeoefend en/of doen inwerken op de bovenbenen van die [slachtoffer] en/of

- (met en/of door middel van een hard en/of massief voorwerp) gedurende langere tijd en/of met grote kracht druk heeft uitgeoefend en/of doen inwerken op het bovenlichaam en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer] en/of

- met één of meer vinger(s) en/of zijn hand en/of door middel van een voorwerp (met kracht) de benen van die [slachtoffer] heeft gespreid en/of (vervolgens) gespreid gehouden en/of (vervolgens)

- al dan niet onverhoeds zodanig grote kracht heeft aangewend dat die [slachtoffer] niet de gelegenheid had om zich tegen voornoemde handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam te

verweren en/of zich daaraan te onttrekken en/of dat verdachte hiermee doorging nadat zij kenbaar had gemaakt dit niet te willen;

[artikel 242 Wetboek van Strafrecht]

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 september 2009 te Oss, althans in Nederland, met een persoon genaamd [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat zij niet of

onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (met kracht) (meermalen) een of meer vinger(s) en/of zijn (tot vuist gebalde) hand en/of arm en/of een (hard en/of massief en/of langwerpig) voorwerp in de anus en/of de vagina van die [slachtoffer] gestoten/geduwd/bewogen, terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad en/of ten gevolge van dit feit levensgevaar voor die [slachtoffer] te duchten is geweest;

[artikel 243 jo. 248 Wetboek van Strafrecht]

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 september 2009 te Oss, althans in Nederland, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een of meer scheuren in de schede/vagina en/of de kringspier en/of de sluitspier en/of de anusspier en/of het rectum en/of de dikke darm en/of de dunne darm althans een of meer darm(en)), heeft toegebracht, door opzettelijk (met kracht) (meermalen) een of meer vinger(s) en/of zijn (tot vuist gebalde) hand en/of arm en/of een (hard en/of massief en/of langwerpig) voorwerp in de anus en/of de vagina van die [slachtoffer] te stoten/duwen/bewegen;

[artikel 302 Wetboek van Strafrecht]

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De vaststaande feiten

Verdachte en mevrouw [slachtoffer], verder te noemen het slachtoffer, zijn via Hyves met elkaar in contact gekomen. Zij besloten elkaar te ontmoeten en op 28 september 2009 vond hun derde ontmoeting plaats, dit keer in de woning van verdachte. In beide voorgaande ontmoetingen is het tot seksuele handelingen gekomen.1 Het slachtoffer en verdachte hebben beiden die avond alcohol gedronken.2

Op 29 september 2009 om 2.46 uur verzocht verdachte bij de 112 centrale om een ambulance naar zijn woning aan de [adres] te Oss te sturen omdat daar een vrouw hevig bloedde 'van onderen'.3 Toen de ambulance ter plaatse kwam, werd het slachtoffer door ambulancemedewerkers liggend aangetroffen in de hal van de woning van verdachte, naakt met enkel een slipje aan.4 Het slachtoffer werd overgebracht naar het ziekenhuis.

Aldaar werd door de artsen ernstig vaginaal en anaal letsel geconstateerd, waarna met spoed operatief werd ingegrepen. Het letsel was levensbedreigend door bloedverlies en infectie.5 Bij de gecombineerde operatie door een gynaecoloog en een algemeen chirurg werd ondermeer het volgende letsel geconstateerd: twee diepe scheurverwondingen in de schede in combinatie met een aantal meer oppervlakkige scheurverwondingen, zowel vaginaal als in de uitwendige geslachtsorganen. Daarnaast werden twee diepe scheurverwondingen van de anus aangetroffen: een diepe, dóór de kringspieren van de anus verlopende ruptuur aan de rugzijde (volgens de chirurg met een lengte van tenminste 10 cm en mogelijk 15 cm) en een diepe ruptuur in het slijmvies van de anus rechts zijwaarts. Na het openen van de buik werd een perforatie van het laatste deel van de dikke darm vastgesteld over een traject van 12 cm in combinatie met een bloeduitstorting in de ophangband van de dunne darm.6

Tijdens de operatie werden de scheurverwondingen gehecht en is een stoma aangelegd.

Overige verklaringen omtrent de feiten

Het slachtoffer heeft aangegeven dat zij zich van de bewuste avond en nacht niet veel meer kan herinneren, maar wat zij wel nog weet van die nacht is dat zij heel hard heeft gehuild van pijn, dat iets in haar lichaam heel erg zeer deed en dat ze op het bed lag en veel pijn had.7

[verbalisant 1] sprak het slachtoffer in het ziekenhuis te Oss, vlak vóór de operatie. Volgens [verbalisant 1] vertelde aangeefster dat ze bij een vriend was geweest, dat zij samen wat wijn gedronken hadden, dat zij met deze [verdachte] gevreeën had, dat [verdachte] met zijn vingers in haar bips was geweest totdat het pijn deed en dat zij dat ook tegen hem had gezegd en dat [verdachte] toen niets meer van haar wilde weten.8

Volgens de behandelend [gynaecoloog] had aangeefster na de operatie gezegd dat "ze had gezegd dat hij moest ophouden, maar dat hij dat niet deed."9 [chirurg] heeft verklaard dat aangeefster, toen zij in de behandelkamer wat was bijgekomen en een beetje aanspreekbaar was, had gezegd dat iets of iemand van achteren naar binnen was geweest, dat het niet haar man was geweest, maar de man waar ze in huis was gevonden. Getuige hoorde de vrouw zeggen dat die man het had gedaan en dat ze hem niet wilde zien.10

Volgens verdachte heeft hij met instemming van het slachtoffer seksuele handelingen bij haar gepleegd in de zin van het penetreren van haar anus en vagina met zijn vingers. Volgens verdachte heeft hij het slachtoffer met maximaal vier vingers tot aan het breedste deel van zijn hand (tot aan zijn knokkels) meermalen met kracht in haar vagina en anus gepenetreerd11 Het slachtoffer zou tijdens die handelingen niet buiten bewustzijn zijn geweest en voorts op geen enkel moment gezegd of anderszins kenbaar gemaakt hebben dat ze deze handelingen niet wilde of dat ze pijn had.12 Zij zou zelfs met haar hand zijn hand hebben aangeduwd. Verdachte heeft verklaard geen verklaring te kunnen geven voor de diepe verwondingen die bij het slachtoffer zijn geconstateerd.13

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het aan verdachte onder primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij is van mening dat het een combinatie van factoren is, die maakt dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer.

Verdachte heeft het slachtoffer op gewelddadige wijze meermalen met zijn vingers, hand en/of arm gepenetreerd in zowel haar vagina als haar anus, verdachte bleef hiermee doorgaan ondanks dat het slachtoffer schreeuwde dat zij pijn had en dat hij moest stoppen. Door dit handelen van verdachte heeft het slachtoffer letsel opgelopen dat zowel door bloedverlies als door infectiegevaar levensgevaarlijk is. Ondanks dat verdachte wist wat hij uitwendig met haar gedaan had en hoewel overduidelijk was dat zij fors bloedde en dat zij aangaf dat zij pijn had, heeft verdachte in elk geval gedurende drie kwartier nagelaten om 112 te bellen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte bepleit vrijspraak voor hetgeen verdachte primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair is tenlastegelegd. Verdachte heeft geen enkel opzet gehad op het bij het slachtoffer geconstateerde letsel, zo al zou komen vast te staan dat dit door zijn handelen is ontstaan. Volgens verdachte heeft hij met instemming van het slachtoffer seksuele handelingen bij haar gepleegd. Verdachte heeft het slachtoffer met maximaal vier vingers tot aan het breedste deel van zijn hand (tot aan zijn knokkels) meermalen met kracht in haar vagina en anus gepenetreerd. Het slachtoffer zou tijdens die handelingen niet buiten bewustzijn zijn geweest en voorts op geen enkel moment gezegd of anderszins kenbaar gemaakt hebben dat ze deze handelingen niet wilde of dat ze pijn had. Er is dus geen sprake geweest van een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn, lichamelijke onmacht, dan wel een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht.

Het oordeel van de rechtbank.

1. Vrijspraak van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte primair is tenlastegelegd (poging tot doodslag), zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Weliswaar neemt de rechtbank aan, zoals navolgend met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde nog zal worden gemotiveerd, dat verdachte met geweld zijn hand en een deel van zijn arm in de anus en de vagina van het slachtoffer heeft gestoten ten gevolge waarvan het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, de rechtbank acht echter niet bewezen dat verdachte daarbij (tenminste) bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer tengevolge van dit handelen zou komen te overlijden. Ook uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte valt dit (voorwaardelijk) opzet niet zondermeer af te leiden.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gedragingen van verdachte naar die uiterlijke verschijningsvorm niet aan te merken als zo zeer gericht op de dood van het slachtoffer dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. De rechtbank overweegt daartoe dat de seksuele handelingen - anale en vaginale penetratie met de vingers- aanvankelijk met instemming van het slachtoffer hebben plaatsgevonden. Niettegenstaande het zeer gewelddadige karakter van de penetratie welke vervolgens plaatsvond, kan naar het oordeel van de rechtbank niet gezegd worden dat het haast niet anders kan dan die penetratie te duiden als te zijn gericht op de dood van het slachtoffer. De rechtbank ziet voorts niet in dat het niet onmiddellijk inroepen van medische hulp een bijdrage levert aan dat voorwaardelijk opzet op de poging doodslag, zoals door de Officier van Justitie is betoogd, nu vaststaat dat verdachte uiteindelijk medische hulp heeft ingeschakeld. Het tijdsverloop tussen het ontstaan van het letsel en het uiteindelijk contacteren van 112 is niet dusdanig groot dat uit dit enkele verloop kan worden afgeleid dat verdachte de dood van het slachtoffer op deze wijze wilde bewerkstelligen. Het tijdsverloop na de seksuele handelingen kan overigens niet bijdragen aan de intentie en het karakter van deze seksuele handelingen, zodat dit deel van de tenlastelegging niet leidt tot een bewezenverklaring van poging tot doodslag.

2. Bewezenverklaring van de subsidiar ten laste gelegde verkrachting

Met betrekking tot de bij het slachtoffer geconstateerde letsels in en rond de vagina, in en rond de anus en de dikke darm zijn door verschillende getuige-deskundigen verklaringen afgelegd over onder andere het ontstaan van deze letsels.

[gynaecoloog] (gynacoloog) verklaart op 14 januari 2010 bij de rechter-commissaris ondermeer het volgende:

'U vraagt mij naar de twee hele diepe scheuren in de schede die ik heb geconstateerd bij het vaginaal onderzoek van mevrouw [slachtoffer]. De scheuren hadden een lengte van 10 tot 15 centimeter. Een dergelijke scheur kan worden veroorzaakt door extreme rekking. Een vuist heeft een dergelijke omvang om deze rekking te veroorzaken. Het inbrengen van een platte hand ook. De scheur in de dikke darm en de hematoom aan de ophangband van de dunne darm kunnen door een hand of dildo veroorzaakt worden indien deze langer zijn dan een penis. Dit geeft echter ontzettend veel pijn en bloedverlies. Het was een hele ravage die ik bij mevrouw [slachtoffer] heb gezien. Dit kan zij mijns inziens niet vrijwillig hebben gedaan'.

[forensisch geneeskundige] (forensisch geneeskundige) verklaart op 9 februari 2010 bij de rechter-commissaris ondermeer het volgende:

'De officier van justitie houdt mij voor dat ik in mijn verslag op pagina 3 heb aangegeven dat het letsel aan de anale sluitspier is ontstaan onder invloed van extern inwerkend geweld en vraagt mij dit nader toe te lichten. Als een voorwerp in de anus wordt gebracht vormt deze sluitspier zich om het voorwerp heen. Bij het inbrengen van een groter voorwerp rekt deze spier uit totdat hij op een gegeven moment scheurt. Met "geweld" bedoel ik te zeggen dat het lichaam zich niet verder kan oprekken en dat het op een gegeven moment moet scheuren'.

[chirurg] (chirurg) verklaart op 9 februari 2010 bij de rechtercommissaris ondermeer het volgende:

'De scheur van 25 a 30 centimeter (....) betreft één lange scheur aan de voorkant van de anus en darm. Deze scheur moet door een voorwerp zijn veroorzaakt. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt zijn door het één keer met fors geweld inbrengen van een vuist tot aan de elleboog. Wat ik bij mevrouw had aangetroffen was een ravage. Er waren tenminste drie scheuren in het rectum. Het was compleet kapot gescheurd daar. Zowel van voor als van achter. Zoiets moet heel veel pijn doen. Wil je daar zoveel schade toebrengen dan moet je geweld toepassen. Gelet op de drie scheuren in het rectum en de lange scheur in het sigmoïd is het waarschijnlijk dat eerder een kleiner voorwerp met geweld meerdere malen is ingebracht. Een kleiner voorwerp zou bijvoorbeeld ook een vuist zijn geweest'.

Voorts heeft [chirurg] bij de politie verklaard: De verwondingen aan de anus en vagina zijn door separaat handelen veroorzaakt. Ik baseer dit op het feit dat het vlies wat zich tussen de vagina en het rectum bevindt, wonderwel nog intact was. Ik kan u zeggen dat ik de wonden als vers interpreteer.14

In zijn deskundigenrapport van 9 maart 2010 rapporteert [forensisch arts KNMG] (forensisch arts KNMG) ondermeer het volgende:

'De rupturen van de schede kunnen worden verklaard door de inwerking van zeer hevig stomp penetrerend geweld op de uitwendige geslachtsdelen en de schede, in combinatie met hevig uitwendig botsend geweld op de directe omgeving. Dit kan worden opgeleverd door herhaald en zeer krachtig met een hard voorwerp of hard lichaamsdeel tegen de toegang tot de schede te stoten en deze met grote kracht stomp te penetreren.

De combinatie van bloeduitstortingen, oppervlakkige huidverscheuringen, diepe rupturen van de anus met verscheuring van de daaraan grenzende dikke darm en de bloeduitstorting in de ophangband kunnen worden verklaard door de inwerking van zeer hevig botsend en stomp penetrerend geweld op de anus, het laatste deel van de dikke darm en het achterste deel van het kleine bekken bij de ophangband van de dunne darm. Dit kan worden opgeleverd door met een hard voorwerp of lichaamsdeel van minimaal 30 centimeter bij herhaling tegen de anus te stoten en deze met dusdanig grote kracht te penetreren dat daardoor ernstige verscheuringen van de anus en van de aangrenzende dikke darm worden veroorzaakt.

In de ervaring van de geconsulteerde externe deskundige [deskundige 1] en op basis van de geraadpleegde wetenschappelijke literatuur, is het uiterst onwaarschijnlijk dat een niet ernstig psychiatrisch belast slachtoffer zich met name genitale en anale verwondingen zoals die werden gediagnosticeerd bij [slachtoffer], op vrijwillige basis zichzelf zal (laten) toebrengen'.

Ter zitting van 22 maart 2010 hebben de deskundigen [forensisch arts KNMG] en [deskundige 1] hun voormelde bevindingen bevestigd.

Getuige-deskundige [deskunidge 1] heeft ter zitting voorts nog verklaard dat de pijn, die deze verwondingen met zich mee brengen, vergelijkbaar is met het opensnijden van de eigen buik en daarbij eigenhandig verwijderen van de blinde darm.15

Op basis van de hiervoor weergegeven verklaringen van de (getuige) deskundigen, in onderling verband bezien, komt de rechtbank tot de volgende conclusies:

1. De verklaring van verdachte dat hij tijdens 'harde sex' niet verder zou zijn gegaan dan het met de vingers, tot aan de knokkels, penetreren van de vagina en de anus van het slachtoffer, waarbij het slachtoffer zijn hand nog wat zou hebben aangeduwd, acht de rechtbank onaannemelijk;

2. Nu er uit het dossier op geen enkele wijze blijkt van het gebruik van enig ander voorwerp (zoals een vibrator) bij de penetratie van het slachtoffer, gaat de rechtbank er van uit dat dit gebeurd moet zijn met de hand / vuist van verdachte die ten minste enkele malen inclusief een deel van de arm zowel vaginaal als anaal is ingebracht;

3. Dit kan niet anders dan met kracht en geweld zijn gebeurd;

4. Het bij het slachtoffer geconstateerde letsel is veroorzaakt door verdachte;

5. Van het vrijwillig ondergaan van deze handelingen door het slachtoffer kan geen sprake zijn geweest.

Aldus acht de rechtbank bewezen (zoals subsidiair ten laste is gelegd) dat verdachte het slachtoffer met geweld heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

De rechtbank acht -meer specifiek- alleen de geweldshandelingen, welke zijn opgenomen onder het laatste gedachtestreepje wettig en overtuigend bewezen, nu het overige bij het slachtoffer geconstateerde letsel, blijkens de hiervoor genoemde deskundigenrapportages, wel is ontstaan door uitwending mechanisch geweld, maar de rechtbank niet met voldoende zekerheid kan vaststellen dat dit letsel is ontstaan door de in de tenlastelegging -onder de overige vijf gedachtestreepjes- opgenomen handelingen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

Subsidiair

op 29 september 2009 te Oss, door geweld een persoon genaamd [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte met kracht meermalen een of meer vinger(s) en/of zijn hand en/of arm in de anus en/of de vagina van die [slachtoffer] gestoten, en bestaande dat geweld hierin dat verdachte zodanig grote kracht heeft aangewend dat die [slachtoffer] niet de gelegenheid had om zich tegen voornoemde handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verweren en/of zich daaraan te onttrekken.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 63, 242.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie vordert voorts toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] ten bedrage van € 30.000--, bestaande uit immateriële schade, met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ingevolge artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van het beslag vordert de officier van justitie teruggave aan verdachte van drie USB-sticks en een vibrator.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Indien de rechtbank toch tot een bewezenverklaring mocht komen van een van de ten laste gelegde feiten, dan verzoekt de raadsman de rechtbank om rekening te houden met het feit dat verdachte ruim drie maanden in voorlopige hechtenis heeft gezeten zonder dat hem daarbij adequate medische zorg is verleend voor de ernstige vorm van suikerziekte waaraan hij lijdt, met alle gevolgen van dien. Voorts verzoekt de raadsman de rechtbank om rekening te houden het feit dat de eenmanszaak van verdachte ook drie maanden heeft stilgelegen, waardoor verdachte geen inkomen heeft kunnen genereren en schulden heeft opgebouwd. Tenslotte verzoekt de raadsman de rechtbank om rekening te houden met de handelwijze van de officier van justitie met betrekking tot het nogmaals horen van het slachtoffer na afloop van haar getuigenverhoor bij de rechter-commissaris.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank zal voorts rekening houden met de omtrent verdachte uitgebrachte rapportages van [deskundige 2] GZ-psycholoog, d.d. 5 maart 2010 en [deskundige 3] psychiater, d.d. 2 maart 2010, waarin is overwogen dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is te achten.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting. Doordat het slachtoffer zich niet alles van de bewuste nacht kan herinneren en verdachte geen volledige openheid van zaken heeft gegeven, heeft de rechtbank zich over de exacte toedracht van het ontstaan van het letsel bij het slachtoffer een beeld moeten vormen door de zich in het dossier bevindende verklaringen en rapportages van deskundigen en de ter terechtzitting gegeven toelichting daarop.

Het behoeft geen betoog dat verdachte door zijn handelen een grove inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het bewezenverklaarde feit moet voor het slachtoffer een uitermate schokkende en beangstigende ervaring zijn geweest, hetgeen ook blijkt uit de door het slachtoffer ingediende vordering benadeelde partij en haar ter terechtzitting door de voorzitter voorgelezen slachtofferverklaring. Hieruit blijkt ook dat het slachtoffer momenteel nog in ernstige mate de nadelige gevolgen van de verkrachting ondervindt. Zo heeft zij nog steeds veel last van lichamelijke klachten (onder meer pijn), is zij depressief en heeft zij angstdromen en paniekaanvallen. Naar verwachting zal zij blijvend incontinent zijn. Te verwachten valt dat het slachtoffer nog langdurig lichamelijke en psychische schade zal ondervinden van het handelen van verdachte.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van het primair ten laste gelegde en de rechtbank voorts van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank overweegt dat de in detentie beschikbare medische zorg ook feitelijk aan verdachte is geboden. De stelling van de raadsman dat door het onthouden van zorg de gezondheid van verdachte verslechterd is, is niet onderbouwd, noch anderszins gebleken.

De rechtbank betreurt dat de lichamelijke klachten van verdachte kennelijk verergeren, maar ziet hierin geen reden voor strafmatiging.

Verdachte is door de detentie niet in staat een inkomen te genereren, waardoor sprake is van opbouw van schulden. Nu het echter aan verdachte zelf te wijten is dat hij thans is gedetineerd, is naar het oordeel van de rechtbank deze problematiek dan ook geen reden voor strafmatiging.

Tenslotte heeft de rechtbank in een eerder stadium reeds vastgesteld dat de handelwijze van de officier van justitie - het nogmaals horen van het slachtoffer door de politie nadat het verhoor bij de rechter-commissaris had plaatsgevonden - niet is aan te merken als het doelbewust en met grove veronachtzaming van verdachtes belangen tekort doen aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak of anderszins een vormverzuim oplevert. Van strafmatiging kan in dit verband dan ook geen sprake zijn.

Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding de straf te matigen in verband met de hiervoor door de raadsman van verdachte gevoerde strafmaatverweren.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de immateriële schade bestaande uit de post "smartengeld" voor een bedrag van EUR 15.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering. De rechtbank acht het zeer wel mogelijk dat het slachtoffer ten gevolge van het bewezenverklaarde feit schade heeft geleden, en nog zal lijden, een bedrag van € 15.000,- te bovengaand. Dit meerdere is door de rechtbank in het kader van het strafproces echter niet eenvoudig vast te stellen.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

DE UITSPRAAK

T.a.v. primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. subsidiair:

verkrachting

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. subsidiair:

Gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. subsidiair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 15.000,00 subsidiair 110 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van EUR 15.000,- (zegge: vijftienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 110 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 15.000,- immateriële schade (post smartengeld).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van EUR 15.000,- (zegge: vijftienduizend euro), te weten EUR 15.000,- immateriële schade (post smartengeld). Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Teruggave inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten: drie USB-sticks en een vibrator.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter,

mr. S. van Lokven en mr. F.P.E. Wiemans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier,

en is uitgesproken op 12 april 2010.

1 Eindproces-verbaal politie, verklaring verdachte, p. 57-58; eindproces-verbaal politie, verklaring [slachtoffer], , p. 224-229

2 Verklaring verdachte, proces-verbaal ter terechtzitting van 22 maart 2010, p. 3;eindproces-verbaal politie, verklaring [slachtoffer], p. 230

3 Eindproces-verbaal politie, proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 oktober 2009, p. 331

4 Verklaring getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris d.d. 9 februari 2010

5 Eindproces-verbaal politie,verklaring [persoon x].d. 30 september 2009, p. 254; verklaring [chirurg] bij de rechter-commissaris d.d. 9 februari 2010; verklaring [gynacoloog] bij rechter-commissaris d.d. 14 januari 2010.

6 Verklaring [chirurg] bij de rechter-commissaris d.d. 9 februari 2010; Verklaring [gynacoloog] bij rechter-commissaris d.d. 14 januari 2010; Deskundigenrapport 'Forensisch medisch onderzoek van fotomateriaal en medische gegevens naar aanleiding van een geweldsincident op 9-09-2009 in Oss, d.d. 9 maart 2010, p. 12.

7 Verklaring aangeefster bij de rechter-commissaris d.d. 14 januari 2010

8 Eindproces-verbaal politie, proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], opgemaakt op ambtseed op 29 september 2009, p. 193

9 Verklaring [gynacoloog] bij rechter-commissaris d.d. 14 januari 2010

10 Eindproces-verbaal politie, verklaring [getuige 2], p. 273; Verklaring van [getuige 2] bij de rechter-commissaris d.d. 9 februari 2010

11 Verklaring verdachte, proces-verbaal ter terechtzitting van 22 maart 2010, p. 8-9

12 Verklaring verdachte, proces-verbaal ter terechtzitting van 22 maart 2010, p. 5 en 8

13 Verklaring verdachte, proces-verbaal ter terechtzitting van 22 maart 2010, p. 4

14 Eindproces-verbaal politie, verklaring [chirurg], p. 268.

15 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 22 maart 2010, verklaring getuige-deskundige [deskunidge 1], p. 5