Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL9447

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-03-2010
Datum publicatie
30-03-2010
Zaaknummer
01/845165-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Roekeloos rijgedrag in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verdachte verkeerde onder invloed van alcohol, had geen geldig rijbewijs en reed met een veel hogere snelheid dan de toegestane snelheid. Verdachte is de controle over zijn voertuig kwijgeraakt en in aanrijding gekomen met een personenauto met vier inzittenden. Twee inzittenden van deze auto en een inzittende van de door verdachte bestuurde auto zijn daarbij gewond geraakt. Veroordeling tot een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 351
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2011/23
JWR 2010/45
NBSTRAF 2010/235
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845165-09

Datum uitspraak: 30 maart 2010

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

zonder bekende woonplaats hier ten lande,

verblijvende te [adres]

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 maart 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie .

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 februari 2010.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 april 2009 te Schijndel als verkeersdeelnemer, namelijk

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen type Golf),

daarmede rijdende over de weg, de Rooiseweg zich zodanig heeft gedragen dat

een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of

onoplettend en/of onachtzaam te handelen als volgt:

- verdachte heeft gereden over de Rooiseweg (terwijl hij niet in het bezit was

van een geldig rijbewijs) met een snelheid van ongeveer 92,7 kilometer per

uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de snelheid die

toen aldaar toegestaan was ( te weten 70 kilometer per uur ) en/of

- heeft de controle over zijn, verdachtes, voertuig verloren en/of

- is (vervolgens) bij/na het nemen van een bocht op de rijbaan bestemd voor

tegemoet komend verkeer geraakt en/of

- in botsing/aanrijding gekomen met een hem tegemoetkomend voertuig

(personenauto, merk Renault),

waardoor (een) ander(en)

- te weten [slachtoffer 1] (zijnde inzittende in het voertuig van verdachte) uit

het voertuig werd geslingerd en/of zwaar lichamelijk letsel (te weten een

gebroken jukbeen en/of een kaakfractuur) werd toegebracht, of zodanig

lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

- te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (zijnde inzittenden van de

personenauto, merk Renault) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan,

terwijl hij, verdachte, ten tijde van dit ongeval voormeld voertuig bestuurde,

na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn

adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, lid 2 onder a van de

Wegenverkeerswet 1994, 675 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram

alcohol, per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.;

Artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 april 2009 te Schijndel als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, Rooiseweg, heeft gehandeld als

volgt:

- verdachte heeft gereden over de Rooiseweg (terwijl hij niet in het bezit was

van een geldig rijbewijs) met een snelheid van ongeveer 92,7 kilometer per

uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de snelheid die

toen aldaar toegestaan was ( te weten 70 kilometer per uur ) en/of

- heeft de controle over zijn, verdachtes, voertuig verloren en/of

- is (vervolgens) bij/na het nemen van een bocht op de rijbaan bestemd voor

tegemoet komend verkeer geraakt en/of

- in botsing/aanrijding gekomen met een hem tegemoetkomend voertuig

(personenauto, merk Renault),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewezenverklaring.

De rechtbank overweegt als volgt:

Verdachte is, terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, waarvan hij de negatieve werking op zijn gedrag kende of moest begrijpen, in zijn auto gestapt met daarin 4 medepassagiers. Hij is vervolgens dat motorvoertuig gaan besturen terwijl hij in het geheel niet in het bezit is van een geldig rijbewijs, Nederlands noch Pools. Met een veel hogere snelheid dan de toegestane snelheid, is verdachte over de openbare weg gaan rijden. Hij is door rood licht gereden en zonder dat dit aan hem te danken is meer is maar door puur toeval rakelings langs andere (zwakke) verkeersdeelnemers afgegaan. Hij is vervolgens in een flauwe bocht naar links in de berm van de weg beland. Door een stuurbeweging naar te links te maken, is verdachte de controle over zijn voertuig kwijtgeraakt en is hierdoor over de rijbaan naar de links gelegen rijbaan geslipt. Op deze linkerrijstrook is hij in aanrijding gekomen met een hem op dat zelfde moment tegemoetkomende personenauto, merk Renault, waarin 4 personen zaten.

Verdachte heeft door al deze gedragingen welbewust een zeer groot gevaar voor zijn medemensen in het leven geroepen. Hij heeft welbewust onaanvaardbare risico’s genomen en is daar op zeer lichtzinnige wijze mee omgegaan. Er is dan ook sprake van roekeloosheid als schuldgradatie in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, dan ook wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

op 13 april 2009 te Schijndel als verkeersdeelnemer, namelijk

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen type Golf),

daarmede rijdende over de weg, de Rooiseweg zich zodanig heeft gedragen dat

een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door

roekeloos te handelen als volgt:

- verdachte heeft gereden over de Rooiseweg (terwijl hij niet in het bezit was

van een geldig rijbewijs) met een snelheid van ongeveer 92,7 kilometer per

uur, en heeft de controle over zijn, verdachtes, voertuig verloren en

- is vervolgens bij/na het nemen van een bocht op de rijbaan bestemd voor

tegemoetkomend verkeer geraakt en

- in aanrijding gekomen met een hem tegemoetkomend voertuig

(personenauto, merk Renault),

waardoor anderen

- te weten [slachtoffer 1] (zijnde inzittende in het voertuig van verdachte) uit

het voertuig werd geslingerd en zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

en

- [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (zijnde inzittenden van de

personenauto, merk Renault) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, ten tijde van dit ongeval voormeld voertuig bestuurde, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn

adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, lid 2 onder a van de

Wegenverkeerswet 1994, 675 microgram alcohol, per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57, 91

Wegenverkeerswet 1994 art. 6, 175, 179.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde:

-een werkstraf voor de duur van 240 uur bij het niet-verrichten daarvan vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen;

-een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

-een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaar.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank ziet geen reden, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, om van de eis van de officier van justitie af te wijken. Deze straffen zijn naar haar oordeel passend en geboden. Daarbij betrekt de rechtbank dat verdachte zich na het ongeluk in het geheel niet heeft bekommerd om de slachtoffers (de inzittenden van zijn auto noch die van de Renault) en is van de plaats van het ongeval weggelopen.

De rechtbank heeft ook in aanmerking genomen dat het handelen van verdachte ernstig gevaar heeft opgeleverd voor andere weggebruikers en aanzienlijke gevolgen heeft gehad voor [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zoals uit hun verklaringen ten overstaan van de politie blijkt.

De rechtbank is voorts van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

primair

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval

betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en terwijl hij verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8 tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

BESLISSING:

T.a.v. primair:

Werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis

T.a.v. primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk met aftrek

overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht met een proeftijd van 2 jaren

T.a.v. primair:

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder

begrepen) voor de duur van 3 jaar.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.M.P. Willemse, voorzitter,

mr. E.W. van den Heuvel en mr. F. van Laanen, leden,

in tegenwoordigheid van Y.A.M. Janssen, griffier,

en is uitgesproken op 30 maart 2010.