Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL8287

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-02-2010
Datum publicatie
19-03-2010
Zaaknummer
651651
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Conformiteit bij koop roerende zaak. Stinkende zitbank. Kantonrechter heeft tijdens plaatsopneming geconstateerd dat er enkel van zeer dichtbij enige geur is waar te nemen en dat die geur niet zodanig onaangenaam en sterk is dat zou moeten worden geoordeeld dat deze bank niet voor normaal gebruik geschikt is. Eisers mochten er niet van uit gaan dat de bank, waarvan de bekleding bestaat uit polyamide en polyester en de vulling uit panteraschuim, volkomen reukloos zou zijn. Er is geen sprake van dat de bank niet aan het conformiteitsvereiste voldoet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 651651

Rolnummer : 09-9751

Uitspraak : 11 februari 2010

in de zaak van:

[S.],

procederende met toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand van 21 augustus 2009,

nr. 1ES9915, en

[W.],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in conventie

verweerders in reconventie,

hierna te noemen [S. c.s.].,

gemachtigde: mr. H.M.A. van den Boogaard,

t e g e n :

[B.],

wonende te [woonplaats], zaakdoende te [woonplaats]

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

hierna te noemen [B.],

gemachtigde: mr. R. Brouwer,

als vervolg op het eerder in deze zaak op 17 december 2009 gewezen vonnis.

1. De verdere procedure

Nadat het vonnis van 17 december 2009 was gewezen, hebben [S. c.s.]. een conclusie van antwoord in reconventie genomen. De bij opgemeld vonnis bevolen plaatsopneming en verschijning van partijen hebben plaatsgevonden op 20 januari 2010, waarna wederom vonnis is bepaald. Het ter zake de plaatsopneming en verschijning van partijen opgemaakte proces-verbaal is ter griffie neergelegd.

2. Het geschil

in conventie en in reconventie

2.1. [S. c.s.]. vorderen in conventie ontbinding van de koopovereenkomst tussen partijen en ontslag van [S. c.s.]. uit enige verplichting die zou kunnen voortvloeien uit deze overeenkomst alsmede betaling van € 2.607,-, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

[S. c.s.]. leggen daaraan het volgende ten grondslag. [S. c.s.]. hebben op 1 juli 2009 bij [B.] een 3-zitsbank, een 2-zitsbank en een hokker gekocht voor de prijs van € 4.000,-. Een bedrag van € 2.250,- is meteen betaald en de 3-zitsbank en de hokker zijn op 2 juli 2009 geleverd. De 3-zitsbank en de hokker bleken vanaf het begin ernstig te stinken. De meubels hebben een zeer muffe lucht om zich hangen die ernstiger wordt naarmate dat het warmeer is. [S. c.s.]. hebben de volgende dag bij [B.] geklaagd. [B.] heeft te kennen gegeven dat hij vond dat de bank niet stonk en dat hij de tekortkoming niet zal repareren en evenmin ontbinding van de koopovereenkomst zal accepteren. [S. c.s.]. hebben op 30 juli 2009 aan [B.] een termijn gesteld om de tekortkoming te repareren en in reactie hierop heeft [B.] wederom de klacht ontkend.

De meubels voldoen niet aan hetgeen [S. c.s.]. mochten verwachten en zij voldoen daarmee niet aan het conformiteitsvereiste. [B.] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. De gehele koopovereenkomst dient te worden ontbonden nu de meubels bij elkaar zijn uitgezocht. Met de ontbinding van de koopovereenkomst hebben [S. c.s.]. recht op terugbetaling van de koopsom.

[S. c.s.]. hebben juridische bijstand moeten inschakelen om de vordering betaald te krijgen. De buitengerechtelijke kosten bedragen € 357,-.

2.2. [B.] heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd. De geleverde producten ruiken niet onprettig. De geur van de afgeleverde meubels is een normale geur die bij een nieuwe bank en hokker aanwezig kan zijn. Van een stinkende lucht is geen sprake. Voor de aankoop van de geleverde producten hebben [S. c.s.]. deze uitgebreid beoordeeld en zij hebben toen geen opmerkingen gemaakt dat de producten zouden stinken. De meubels beantwoorden aan de overeenkomst. De geconstateerde geur is een subjectief oordeel. De door [S. c.s.]. veronderstelde afwijking van het overeengekomene rechtvaardigt gezien haar geringe betekenis niet een ontbinding met al haar gevolgen.

2.3. [B.] vordert in reconventie dat [S. c.s.]. zal worden geboden om de op 1 juli 2009 gesloten overeenkomst na te komen, of straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van [S. c.s.]. in de kosten van deze procedure.

[B.] legt daaraan, onder verwijzing naar hetgeen hij in conventie heeft gesteld, het navolgende ten grondslag. [S. c.s.]. dienen de overeenkomst volledig na te komen en de bij [B.] staande 2-zitsbank af te nemen tegen het overeengekomen bedrag van € 1.750,-.

2.4. [S. c.s.]. hebben, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd. De 2-zitsbank is gekocht bij de 3-zitsbank die stinkt. Beide banken zijn van hetzelfde type. De gehele koopovereenkomst dient te worden ontbonden zodat [S. c.s.]. niet gehouden zijn de bank af te nemen.

3. De beoordeling

3.1. Bij gelegenheid van de plaatsopneming heeft de kantonrechter op de door [B.] aan [S. c.s.]. geleverde 3-zitsbank plaatsgenomen en in de normale zithouding niet geconstateerd dat deze bank een geur afgaf. Enkel bij het ruiken direct aan de bank, met de neus tegen de stof, heeft de kantonrechter geconstateerd dat het zitgedeelte en de rugleuning van de bank een enigszins muffe geur afgaven, gelijkend op de geur van jute. Deze geur was niet gelijk aan de bedompte lucht die in de hal en de woonkamer/keuken van de woning van [S. c.s.]. aanwezig was. Voorts heeft de kantonrechter geconstateerd dat de armleuningen van de bank en de hokker niet de geur afgaven die aan het zitgedeelte en de rugleuning van de bank werden waargenomen.

3.2. [S. c.s.]. mogen als koper verwachten dat de meubels de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan zij de aanwezigheid niet behoefden te betwijfelen. De geur die aan de zitting en de rugleuning van de 3-zitsbank waarneembaar is, is niet sterk en enkel van zeer dichtbij te constateren, niet als in normale zithouding van de bank gebruik wordt gemaakt. Anders dan [S. c.s.]. hebben verkaard is niet gebleken dat er om de bank een muffige geur hangt. De geur die van dichtbij waarneembaar is, is niet zodanig onaangenaam en sterk dat zou moeten worden geoordeeld dat deze bank niet voor normaal gebruik geschikt is. [S. c.s.]. hebben voorafgaand aan de koop in de showroom van [B.] onweersproken de 3-zitsbank, evenals de hokker een showroommodel, uitgebreid beoordeeld en naar eigen zeggen toen geen bijzondere geur waargenomen. [S. c.s.]. mochten er niet van uit gaan dat de bank, waarvan de bekleding bestaat uit polyamide en polyester en de vulling uit panteraschuim, volkomen reukloos zouden zijn. Anders dan [S. c.s.]. aanvankelijk hebben gesteld, maar waarbij zij tijdens de plaatsopneming niet hebben volhard, is de betreffende geur niet aan de hokker waargenomen zodat ook ten aanzien van de hokker niet kan worden geoordeeld dat deze niet voor normaal gebruik geschikt is.

3.3. Uit het voorgaande volgt dat er geen sprake van is dat de 3-zitsbank en de hokker niet aan het conformiteitsvereiste voldoen. Een toerekenbare tekortkoming is derhalve niet aan de orde, zodat er geen grond is voor ontbinding van de koopovereenkomst. De in conventie gevorderde ontbinding van die overeenkomst zal daarom worden afgewezen en dat brengt mee dat de overige vorderingen in conventie eveneens moeten worden afgewezen.

3.4. Nu de koopovereenkomst in stand blijft zijn [S. c.s.]. gehouden hun daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen. [S. c.s.]. zijn gehouden de nog niet afgenomen 2-zitsbank af te nemen en het overeengekomen bedrag van € 1.750,- te voldoen. De vordering die er toe strekt dat [S. c.s.]. onder verbeurte van dwangsommen nakoming wordt geboden, zal worden toegewezen. Aan de gevorderde dwangsommen zullen een maximum en een rechterlijke matigingsbevoegdheid, van hierna te vermelden inhoud, worden verbonden.

3.5. [S. c.s.]. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure in conventie en in reconventie.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [S. c.s.]. in de kosten van deze procedure aan de zijde van [B.] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op € 350,- salaris gemachtigde;

in reconventie

gebiedt [S. c.s.]. om de op 1 juli 2009 gesloten overeenkomst na te komen door binnen twee weken na de betekening van dit vonnis de 2-zitsbank af te nemen en het overeengekomen bedrag van € 1.750,- te betalen;

veroordeelt [S. c.s.]. tot betaling van een dwangsom van € 100,- voor elke dag dat zij in strijd handelen met voornoemd gebod, met dien verstande :

- dat boven de som van € 3.000,- geen dwangsommen meer worden verbeurd;

- dat deze dwangsomsanctie vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter voor zover handhaving van die sanctie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking nemende de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

veroordeelt [S. c.s.]. in de kosten van deze procedure aan de zijde van [B.] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op € 150,-, salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.