Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6833

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-03-2010
Datum publicatie
09-03-2010
Zaaknummer
183333 / FA RK 08-5989
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek stiefouderadoptie. Niet is komen vast te staan dat de vader niet of niet langer het gezag over de minderjarige heeft naar het Oekraïense recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Zaaknummer : 183333 / FA RK 08-5989 2

Uitspraak : 9 maart 2010

Beschikking betreffende adoptie in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

verzoeker, hierna mede te noemen: de man,

advocaat mr. M.F.J. Martens.

Belanghebbenden zijn:

[de moeder],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

verder te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.F.J. Martens,

en

[de vader]

wonende te [woonplaats], regio [regio], Oekraïne,

verder te noemen: de vader.

Deze beschikking volgt op de beschikking van deze rechtbank van 14 april 2009. De inhoud van die beschikking wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

De verdere procedure

De rechtbank heeft - na voormelde tussenbeschikking - kennisgenomen van:

- een brief (met bijlagen) van mr. Martens, gedateerd 20 juli 2009;

- een faxbericht van mr. Martens, gedateerd 15 september 2009.

De verdere beoordeling

Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank de beslissing aangehouden teneinde de (advocaat van de) man in de gelegenheid te stellen de rechtbank aan de hand van in rechte geloof verdienende bescheiden te informeren over:

- de vraag welk recht van toepassing is op de gezagsverhouding tussen de vader en de minderjarige;

- de vraag of de vader (juridisch gezien) belast is met het gezag over de minderjarige;

- de verblijfplaats van de vader.

Bij brief van 20 juli 2009 heeft mr. Martens ten aanzien van de vraag over de verblijfplaats van de vader een verklaring van een juridisch dienstverlener uit de Oekraïne met betrekking tot het inschrijvingadres van de vader overgelegd, waaruit blijkt dat de vader op het juiste adres is opgeroepen.

Bij voornoemde brief heeft mr. Martens namens de man gesteld dat het Oekraïense recht op de gezagsverhouding van toepassing is. De vader heeft immers geen enkele band met Nederland of het Nederlandse rechtssysteem zodat enkel het Oekraïense recht van toepassing is. Bij faxbericht van 15 september 2009 stelt mr. Martens namens de man dat de vader niet met het juridisch gezag over de minderjarige is belast, gelet op de door de vader ondertekende verklaring, welke is opgemaakt door een notaris (productie 4 bij verzoekschrift). Met het geven van toestemming voor de adoptie wordt tegelijkertijd het gezag prijsgegeven, aldus mr. Martens.

De rechtbank overweegt als volgt.

Titel 12 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) regelt de adoptie naar Nederlands recht. De artikelen 1:227 en 1:228 BW bevatten de gronden en voorwaarden voor de adoptie.

Op grond van lid 3 van artikel 1:227 BW kan het verzoek alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan.

Op grond van de bij het verzoekschrift overgelegde bescheiden en hetgeen bij de behandeling ter zitting is gebleken, staat vast dat:

- het kind op de dag van het verzoek minderjarig is;

- het kind niet is een kleinkind van de adoptant;

- de adoptant tenminste achttien jaren ouder is dan het kind;

- de adoptant en de moeder op de dag van het verzoek het kind reeds meer dan een jaar hebben verzorgd en opgevoed.

Ten aanzien van de voorwaarde van artikel 1:228 lid 1 onder sub d van het Burgerlijk Wetboek inhoudende dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de stukken blijkt dat zowel de vrouw als de vader de adoptie van [het kind] door de man niet tegenspreken. Bij verzoekschrift zijn hiertoe zowel een verklaring van de vrouw als van de vader overgelegd. In de verklaring van de vader, welke conform artikel 217 lid 5 van het Wetboek van Familierecht van de Oekraïne door een notaris is gelegaliseerd, staat expliciet vermeld dat de man zijn toestemming geeft aan de adoptie door een inwoner van het Koninkrijk der Nederlanden. Aan de voorwaarde zoals gesteld in artikel 1:228 lid 1 sub d is derhalve voldaan.

Ingevolge artikel 1:228 lid 1 sub g van het Burgerlijk Wetboek dient in het geval de echtgenoot van de ouder het kind adopteert, deze ouder alleen of samen met voornoemde echtgenoot belast te zijn met het gezag over de minderjarige.

De vraag die thans beantwoord moet worden is of de vader niet of niet langer het gezag over het kind heeft. De rechtbank is van oordeel dat de advocaat van de man dit onvoldoende heeft aangetoond. Uit de door de man overgelegde vertaling van artikel 217 (toestemming van de ouders voor de adoptie van een kind) en artikel 232 (rechtsgevolgen van de adoptie) van het Wetboek van Familierecht van de Oekraïne, valt naar het oordeel van de rechtbank niet af te leiden dat de vader, zoals de advocaat van de man stelt, door het geven van toestemming voor de adoptie tegelijkertijd het gezag heeft prijsgegeven. Nu niet vaststaat dat de vader niet of niet langer het gezag over de minderjarige heeft, is niet voldaan aan het wettelijke vereiste zoals gesteld in artikel 1:228 lid 1 sub g. De rechtbank zal het verzoek van de man dan ook afwijzen, nu niet aan alle voorwaarden voor adoptie is voldaan.

De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de man af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. ter Braak, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

conc.: mmb

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een procureur (advocaat)- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.