Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6801

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-02-2010
Datum publicatie
11-03-2010
Zaaknummer
01/836006-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Wet deskundige in strafzaken en aanwijzing technisch onderzoek/deskundigen onderzoek.

De rechtbank vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris waarbij de vordering van de officier van justitie tot benoeming van een NFI-deskundige was afgewezen.

Onderzoek naar de samenstelling van stoffen in relatie tot de opiumwet dient te worden aangemerkt als deskundigenonderzoek, temeer daar dit anders dan indicatief niet door de opsporingsdienst wordt uitgevoerd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 150
Wetboek van Strafvordering 150b
Wetboek van Strafvordering 227
Wetboek van Strafvordering 446
Wet deskundige in strafzaken
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 146
JM 2010/130 met annotatie van De Kok
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Hertogenbosch Raadkamer

Parketnummer: 01/836006-10

Kenmerk: 10/209

Beschikking ex artikel 227 jo. 446 Wetboek van Strafvordering

in de strafzaak van verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],

wonende aan de [adres] te [woonplaats].

De officier van justitie heeft bij akte van 12 februari 2010 een beroepschrift ingediend ter griffie van deze rechtbank.

Het beroepschrift is behandeld in raadkamer van deze rechtbank op 17 februari 2010. Daarbij is de officier van justitie gehoord. De verdachte is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt.

De officier van justitie is het niet eens met de beschikking van de rechter-commissaris van 9 februari 2010 waarbij de vordering van de officier van justitie tot benoeming van een NFI-deskundige is afgewezen.

Overwegingen

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd één of meer bij het NFI werkzame tekenbevoegde deskundigen op het deskundigheidsgebied 'verdovende middelen' te benoemen in de strafzaak tegen verdachte.

De rechter-commissaris heeft overwogen dat ten aanzien van het onderzoek zoals gevorderd door de officier van justitie geen sprake is van deskundigenonderzoek in de zin van de Wet deskundige in strafzaken, gelet op de Aanwijzing technisch onderzoek/deskundigenonderzoek van het College van procureurs-generaal en de bijlage daarbij onder nummer 31.

Het College van procureurs-generaal heeft een 'Aanwijzing technisch onderzoek/deskundigenonderzoek' gegeven in de zin van artikel 130 lid 4 Wet RO waarin nader is gepreciseerd wanneer sprake is van deskundigenonderzoek in de zin van de wet en wanneer dat niet het geval is, nu in het geval van een deskundigenonderzoek wel in het geval van een technisch onderzoek geen informatieverplichting geldt jegens de verdachte.

De Aanwijzing geeft aan dat in de fase van interpretatie en analyse van de veiliggestelde sporen en andere gegevens het ervan afhangt op welk onderzoeksgebied het onderzoek plaatsvindt of dit al dan niet als deskundigenonderzoek in de zin van artikel 150 Sv kan worden aangemerkt. Onderzoek wordt niet aangemerkt als deskundigenonderzoek als het plaatsvindt op een onderzoekgebied dat is vermeld op de lijst die is opgenomen als bijlage 1 bij de aanwijzing én het wordt verricht door een opsporingsinstantie. Onderzoek wordt wel aangemerkt als deskundigenonderzoek wanneer het onderzoek niet wordt verricht door een opsporingsinstantie; wanneer een onderzoeksgebied niet is vermeld op de hiervoor genoemde lijst; wanneer een (nadere) analyse of beoordeling van de bevindingen van het technisch opsporingsonderzoek aan de orde is.

De rechtbank stelt vast dat in deze zaak op verdovende middelen gelijkende stoffen in beslag zijn genomen en dat er onderzoek naar de samenstelling van die stoffen dient te geschieden, welk onderzoek niet binnen de politieorganisatie wordt uitgevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van interpretatie en analyse van bewijsmateriaal. Het te verrichten onderzoek dient derhalve te worden aangemerkt als deskundigenonderzoek. Gelet op hiervoor overwogene, is het enkele feit dat het gebied 'verdovende middelen' vermeld is op de lijst 'Onderzoeksgebieden behorende tot het domein van de opsporingsinstanties' onvoldoende onderbouwing voor de afwijzing van de gevorderde benoeming.

De rechtbank zal de beschikking van de rechter-commissaris vernietigen en alsnog de gevorderde benoeming toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het hoger beroep gegrond;

- vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris van 9 februari 2010;

- benoemt één of meer door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) aan te wijzen deskundigen die is/zijn geregistreerd in het NFI-register van tekenbevoegden in het deskundigheidsgebied 'verdovende middelen' om een op naam gesteld rapport uit te brengen ter beantwoording van de vraag: Bevat het materiaal middelen die vermeld zijn op een van de lijsten van de Opiumwet of op de bijlagen van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en zo ja, welke.

Aldus gegeven in raadkamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch door mr. E.C.M. de Klerk, voorzitter, en mrs. F.P.E. Wiemans en D. Streefkerk, leden, en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 19 februari 2010.

De griffier is buiten staat deze de voorzitter,

beschikking mede te ondertekenen.