Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6800

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-03-2010
Datum publicatie
11-03-2010
Zaaknummer
01/842065-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gedeelte van de kinderpornobestanden is door de politie bij onderzoek aan de computer van verdachte aangetroffen als zogenaamd unallocated file. Gelet op de wijze van verzamelen van kinderpornobestanden door verdachte en de verdere opslag/verwerking van deze bestanden op de computer door hem is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook deze bestanden gedurende enige tijd in de tenlaste gelegde periode in bezit heeft gehad als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het invoeren en het in het bezit hebben van kinderporno tot een werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis, en tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/842065-09

Datum uitspraak: 10 maart 2010

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 februari 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 januari 2010.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij (op een of meer tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 1 maart 2007

tot en met 19 november 2007 te Boxtel en/of Hilvarenbeek, in elk geval in

Nederland, en/of in de Verenigde Staten van Amerika, één of meermalen een

afbeelding en/of een gegevensdrager (te weten (een of meer harddisk(s) van)

een computer/laptop en/of (computer)bestanden, bevattende één of meer

afbeelding(en) van (een) seksuele gedraging(en),

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een of meer perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren

betrokken en/of schijnbaar was/waren betrokken,

(telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd

en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad,

te weten 129 films en 216 foto's, althans een of meer (digitale)

afbeeldingen/foto's/films van een of meer (naakte en/of deels naakte)

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt

en die (een) seksuele gedraging(en) met zichzelf en/of een of meer andere

perso(o)n(en) verrichten en/of laten verrichten, en/of die op zodanige wijze

poseren en/of zijn afgebeeld, dat hun (ontblote) geslachtsdelen nadrukkelijk

en/of uitdagend in beeld zijn gebracht, en/of die op zodanige wijze poseren

en/of zijn afgebeeld, dat dit kennelijk (mede) is bedoeld om seksuele

prikkeling op te wekken,

en/of bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit:

- een naakte jongen van 12 tot 14 jaar, wiens penis door een volwassen vrouw

in haar vagina wordt gebracht en die wordt afgetrokken door deze vrouw (1e

beschreven filmbestand, p. 18 van het pv);

- een naakt meisje van 8 tot 10 jaar oud pijpt een half naakte volwassen man,

waarna de man de vagina van het meisje likt (2e beschreven filmbestand, p. 18

van het pv);

- een naakt meisje van 4 tot 6 jaar oud ligt met gespreide benen op een bed,

terwijl een volwassen man meerdere keren de eikel van zijn penis in de vagina

van het meisje duwt (4e beschreven filmbestand, p. 19 van het pv);

- een naakt meisje van 8 tot 12 jaar oud, dat ligt met haar benen gespreid en

waarbij zij haar middelvinger in haar vagina heef (afbeelding/foto 4, p. 22/23

van het pv);

- twee naakte jongens tussen de 10 en 14 jaar oud, die elkaars penis in hun

mond hebben (afbeelding/foto 8, p. 23 van het pv);

[artikel 240b Wetboek van Strafrecht]

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijsbeslissing.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs verdachte van een deel van de tenlastegelegde periode, te weten van 1 maart 2007 tot 23 september 2007, behoort te worden vrijgesproken.

Voorts is de rechtbank net als de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte de kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid, vervaardigd, doorgevoerd of uitgevoerd, zodat verdachte ook van die gedeeltes van de tenlastelegging behoort te worden vrijgesproken.

Anders dan de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank echter wel van oordeel dat verdachte de kinderpornografische afbeeldingen vanuit de Verenigde Staten van Amerika Nederland heeft ingevoerd, nu verdachte zelf heeft verklaard dat hij een groot deel van de kinderpornografische afbeeldingen in de Verenigde Staten van Amerika heeft gedownload op zijn laptop en vervolgens de laptop weer mee naar Nederland heeft genomen.

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat op grond van de inhoud van het dossier niet kan worden vastgesteld welke afbeeldingen of filmpjes in de verwijderde items op de zogenaamde unallocated files op de harde schijf stonden en welke nog eenvoudig te openen waren. Uit het dossier blijkt dat bestanden uit de unallocated clusters ook zijn overgedragen aan de politie.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Door verdachte is ter terechtzitting aangegeven dat hij door het zoeken op termen als "teens", "teenager" en "young women" via het programma Limewire grote aantallen bestanden tegelijk binnenhaalde waaronder ook kinderpornografische afbeeldingen. Onder andere deze kinderpornografische afbeeldingen zijn door verdachte op zijn laptop gezet en hij heeft deze bestanden ten minste enige tijd op zijn computer gehad alvorens hij enkele bestanden daarvan heeft verwijderd. Verdachte heeft voorts ter terechtzitting verklaard dat hij op deze wijze via Limewire zoveel bestanden binnen haalde dat hij deze in korte tijd niet kon bekijken. Bovendien heeft verdachte blijkens zijn verklaring ter terechtzitting niet alle kinderporno na het bekijken daarvan direct verwijderd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door zijn hierboven omschreven wijze van downloaden van bestanden de bestanden die op de unallocated files zijn aangetroffen eveneens ten minste enige tijd opzettelijk in zijn bezit heeft gehad alvorens hij deze heeft verwijderd. De rechtbank maakt om die reden geen onderscheid tussen de op de unallocated files aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen en de overige aangetroffen afbeeldingen.

De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat er sprake is van het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht zoals hierna bewezenverklaard.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

in de periode van 23 september 2007 tot en met 19 november 2007 in Nederland en in de Verenigde Staten van Amerika, een gegevensdrager te weten een harddisk van een laptop en computerbestanden, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen,

bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een of meer perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren

betrokken, heeft ingevoerd en in bezit heeft gehad,

te weten 129 films en 216 foto's, van een of meer (naakte en/of deels naakte)

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt

en die (een) seksuele gedraging(en) met zichzelf en/of een of meer andere

perso(o)n(en) verrichten en/of laten verrichten, en/of die op zodanige wijze

poseren en/of zijn afgebeeld, dat hun (ontblote) geslachtsdelen nadrukkelijk

en/of uitdagend in beeld zijn gebracht, en/of die op zodanige wijze poseren

en/of zijn afgebeeld, dat dit kennelijk (mede) is bedoeld om seksuele

prikkeling op te wekken,

en bestaande die seksuele gedragingen onder meer uit:

- een naakte jongen van 12 tot 14 jaar, wiens penis door een volwassen vrouw

in haar vagina wordt gebracht en die wordt afgetrokken door deze vrouw;

- een naakt meisje van 8 tot 10 jaar oud pijpt een half naakte volwassen man,

waarna de man de vagina van het meisje likt;

- een naakt meisje van 4 tot 6 jaar oud ligt met gespreide benen op een bed,

terwijl een volwassen man meerdere keren de eikel van zijn penis in de vagina

van het meisje duwt;

- een naakt meisje van 8 tot 12 jaar oud, dat ligt met haar benen gespreid en

waarbij zij haar middelvinger in haar vagina heeft;

- twee naakte jongens tussen de 10 en 14 jaar oud, die elkaars penis in hun

mond hebben;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 240b.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een werkstraf gevorderd van 220 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van twee jaren. Ten nadele van verdachte heeft zij hierbij rekening gehouden met de hoeveelheid en aard van de aangetroffen foto's en films. Ten voordele van verdachte heeft zij rekening gehouden met het feit dat verdachte zelf hulp heeft gezocht en therapie heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de gevorderde werkstraf te hoog is en heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de volgende feiten en omstandigheden.

In de eerste plaats is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, omdat na de ontdekking van het feit door zijn werkgever op 19 november 2007 tot aan de terechtzitting meer dan 27 maanden zijn verstreken en verdachte al die tijd in onzekerheid heeft verkeerd.

In de tweede plaats heeft verdachte door de strafzaak zijn baan verloren en heeft hij een moeilijke periode doorgemaakt met zijn huidige partner.

In de derde plaats heeft verdachte geen documentatie, is het feit relatief beperkt en gaat het niet om extreem veel foto's.

In de vierde plaats heeft verdachte zelf hulp gezocht en therapie gevolgd voor gedragsverandering, volgt uit het opgemaakte reclasseringsrapport dat het recidive risico laag is en is zijn huidige partner zwanger.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij door het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen de vraag hiernaar mede in stand houdt en hierdoor indirect wordt bijgedragen aan mogelijk seksueel misbruik van kinderen ten behoeve van de productie van kinderporno. Het behoeft geen betoog dat dergelijk misbruik zeer nadelige gevolgen kan hebben (in de zin van psychische, emotionele en lichamelijke schade) bij de desbetreffende kinderen en dat zij hierdoor ernstig kunnen worden geschaad in hun verdere ontwikkeling. Voorts rekent de rechtbank verdachte zwaar aan dat hij een aanzienlijke hoeveelheid films en afbeeldingen in bezit heeft gehad van seksuele handelingen met en door (zeer) jonge kinderen.

De invoer van de bewuste afbeeldingen door zijn laptop over de grens te vervoeren, is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval geen strafverzwarend element.

In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat hij er blijk van heeft gegeven de ernst van het door hem gepleegde feit in te zien. In dit verband is tevens van belang dat verdachte een gedeelte van de kinderporno heeft willen verwijderen van zijn computer door bestanden te verwijderen waardoor deze als unallocated files op de harde schijf zijn aangetroffen. Voorts heeft de rechtbank in het voordeel van verdachte meegewogen dat hij na ontdekking van het feit op eigen initiatief hulp heeft gezocht en therapie heeft gevolgd om zijn gedrag te veranderen en het recidive risico terug te dringen. Ten slotte weegt de rechtbank mee dat sedert het plegen van het feit en de afdoening ervan een geruime tijd is verstreken. Van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is echter geen sprake, omdat na het moment dat verdachte er reëel rekening mee behoefde te houden dat hij zou worden vervolgd tot aan het eindvonnis nog geen twee jaren zijn verstreken. De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn stelling dat als aanvangsdatum van de redelijke termijn moet worden aangenomen de datum van ontdekking van de kinderporno door de werkgever. Die datum vormt slechts het startpunt van het politieonderzoek naar verdachte.

De rechtbank zal met inachtneming van de bovengenoemde omstandigheden een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, invoeren of in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

Werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis.

Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.F.M. Pols, voorzitter,

mr. drs. W.A.F. Damen en mr. A. Venekamp, leden,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kruitwagen, griffier,

en is uitgesproken op 10 maart 2010.