Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL5982

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
01/845624-08
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BP1071, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- Opgelegd tbs met verpleging van overheidswege. In het verleden is bij verdachte meermalen een gedragsstoornis gediagnosticeerd, welke stoornis zich nu lijkt te hebben ontwikkeld tot een persoonlijkheidsstoornis. Door weigering van verdachte mee te werken aan een onderzoek naar zijn geestvermogens is deze diagnose niet bevestigd kunnen worden. De rechtbank acht de aanwijzingen in de rapportages echter zeer sterk. Gesproken kan worden van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Gelet op de inhoud van de rapportages en het delictverleden van verdachte is de kans op herhaling van geweldsdelicten groot.

- Voor wat betreft één bewezen verklaard feit sprake van noodweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummers: 01/845624-08, 01/845565-08, 01/845103-08 en 01/841280-08

Parketnummer vordering: 01/851150-07

Datum uitspraak: 24 februari 2010

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [woonplaats], [adres] ,

thans gedetineerd te: (detentieplaats).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 maart 2009, 12 juni 2009, 7 september 2009, 23 november 2009 en 10 februari 2010.

Op 30 maart 2009 heeft de rechtbank de tegen verdachte/veroordeelde, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaken zijn aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 23 februari 2009.

Nadat de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 01/845103-08 op de terechtzitting van 12 juni 2009 en in de zaak met parketnummer 01/841280-08 op de terechtzitting van10 februari 2010 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

In de zaak met parketnummer 01/845624-08

1.

hij op of omstreeks 22 december 2008 te Uden aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een of meer snijwonden aan

het gezicht en/of hoofd ), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met een

spiegel en/of (een stuk) glas, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te

slaan en/of te steken en/of te snijden;

(artikel 302 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 december 2008 te Uden ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die

[slachtoffer 1] met een spiegel en/of een stuk glas, althans een scherp en/of

puntig voorwerp, heeft geslagen en/of gestoken en/of gesneden, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 22 december 2008 te Uden opzettelijk [slachtoffer 2]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en / of beroofd gehouden, door

die [slachtoffer 2] opzettelijk en wederrechtelijk

- (met kracht) bij de arm en/of haren beet te pakken en/of

- (vervolgens) met zich mee te trekken en/of te duwen en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] in de toiletruimte te duwen en/of

- (vervolgens) de deur van die toiletruimte (aan de binnenzijde) op slot te

draaien en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] te slaan en/of bijten en/of bij haar keel en/of

hals te pakken;

(artikel 282 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 22 december 2008 te Uden ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- de keel en/of hals van die [slachtoffer 2] heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt

gehouden (waardoor die [slachtoffer 2] geen lucht meer kreeg) en/of

- die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal heeft gebeten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 Jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 december 2008 te Uden opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten [slachtoffer 2]),

-bij haar keel en/of hals heeft gepakt en/of die keel en/of hals heeft

dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of

- die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal heeft gebeten,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(artikel 300 Wetboek van Strafrecht)

In de zaak met parketnummer 01/841280-08

hij op of omstreeks 03 mei 2008 te Uden opzettelijk niet heeft voldaan aan een

bevel of een vordering, krachtens artikel 424 Wetboek van Strafrecht en/of artikel 2.1.1.1. lid 1 en/of artikel 2.1.1.1. lid 2 van de Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Uden, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] (beiden hoofdagent van Regiopolitie Brabant-Noord, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen

en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar

opzettelijk, nadat deze ambtena(a)r(en) hem had(den) bevolen, althans van hem

had(den) gevorderd weg te gaan en niet terug te komen bij pand [adres 1] of

in de onmiddelijke nabijheid van pand [adres 1], geen gevolg gegeven aan dit

bevel of die vordering;

(artikel 184 Wetboek van Strafrecht)

In de zaak met parketnummer 01/845565-08

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 09 november 2008 te Oss

opzettelijk en wederrechtelijk

- een of meer ruit(en) van (een) woning(en) (gelegen aan de [adres 2] en/of [adres 3]) en/of

- een of meer deur(en) en/of vloer(en) en/of een trapleuning en/of een of meer

gordijn(en) (gelegen aan de [adres 2]),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar

gemaakt, te weten door voornoemde ruiten te forceren en/of met bebloede

hand(en) de woning (gelegen aan de [adres 2]) van die [slachtoffer 3]

binnen te gaan en/of een of meer voorwerp(en) vast te pakken en/of vast te

houden;

Artikel 350 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 09 november 2008 te Oss opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten [slachtoffer 3]), heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze

letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Artikel 300 Wetboek van Strafrecht

In de zaak met parketnummer 01/845103-08

Primair

Hij op of omstreeks 06 februari 2008 te Uden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 6] van het leven te beroven, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen met dat opzet die [slachtoffer 6] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd en/of het (overige) lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt (terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag), terwijl de uivoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(artikel 287 jo 45 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 februari 2008 te Uden tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 6], opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 6]

meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd en/of het (overige)

lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

[Artikel 302 jo 45 jo 47 Wetboek van Strafrecht]

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 februari 2008 te Uden tezamen en in vereniging met een

ander en/of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten [slachtoffer 6]), meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben

geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

[Artikel 300 jo 47 Wetboek van Strafrecht]

Voorzover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/851150-07 is aangebracht bij vordering van 26 februari 2009. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 18 december 2007. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/845624-08 onder 1 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. De rechtbank acht met name niet bewezen dat [slachtoffer 1] ten gevolge van het handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, mede gezien de foto's van het slachtoffer [slachtoffer 1] op pagina 28 van het proces-verbaal in de zaak met parketnummer 01/845624-08.

De rechtbank acht tevens niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen in de zaak met parketnummer 01/845103-08 primair en subsidiair is ten laste gelegd. De officier van justitie heeft ten aanzien van deze feiten ook vrijspraak gevorderd.

De rechtbank acht enkel bewezen dat verdachte [slachtoffer 6] één vuistslag heeft gegeven. Het door zijn mededader gebruikte geweld kan, naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de omstandigheden niet aan verdachte worden toegerekend. Verdachte zal daarom van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag en subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

In de zaak met parketnummer 01/845624-08

1.

Subsidiair:

op 22 december 2008 te Uden ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die

[slachtoffer 1] met een stuk glas heeft geslagen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

op 22 december 2008 te Uden opzettelijk [slachtoffer 2]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

die [slachtoffer 2] opzettelijk en wederrechtelijk

- (met kracht) bij de arm en haren beet te pakken en

- met zich mee te trekken en

- die [slachtoffer 2] in de toiletruimte te duwen en

- de deur van die toiletruimte (aan de binnenzijde) op slot te

draaien en

- die [slachtoffer 2] te bijten en bij haar keel en/of hals te pakken.

3.

op 22 december 2008 te Uden ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- de keel en/of hals van die [slachtoffer 2] heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt

gehouden (waardoor die [slachtoffer 2] bijna geen lucht meer kreeg) en

- die [slachtoffer 2] meermalen heeft gebeten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

In de zaak met parketnummer 01/841280-08

op 03 mei 2008 te Uden opzettelijk niet heeft voldaan aan een

bevel krachtens artikel 2.1.1.1. lid 2 van de Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Uden, gedaan door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (beiden hoofdagent van Regiopolitie Brabant-Noord, die waren belast met de uitoefening van enig toezicht, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaren hem hadden bevolen weg te gaan en niet terug te komen bij [adres 1] of in de onmiddellijke nabijheid van [adres 1], geen gevolg gegeven aan dit bevel.

In de zaak met parketnummer 01/845565-08

1.

op tijdstippen op 09 november 2008 te Oss opzettelijk en wederrechtelijk

- ruiten van woningen gelegen aan de [adres 2] en [adres 3] en

- een gordijn gelegen aan de [adres 2], toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5], heeft vernield of beschadigd, te weten door voornoemde ruiten te forceren en met bebloede handen de woning (gelegen aan de [adres 2]) van die [slachtoffer 3] binnen te gaan en dat gordijn vast te pakken en/of vast te

houden.

2.

op 09 november 2008 te Oss opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten [slachtoffer 3]), heeft gestompt, waardoor deze

letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

In de zaak met parketnummer 01/845103-08

meer subsidiair

op 06 februari 2008 te Uden opzettelijk mishandelend een

persoon, te weten [slachtoffer 6], heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

De strafbaarheid van het feit in de zaak met parketnummer 01/845103-08 meer subsidiair.

Getuige [getuige] heeft wisselend verklaard. Gelet hierop zal de rechtbank de verklaringen van deze getuige niet gebruiken voor het bewijs.

Uit de bewijsmiddelen is de rechtbank gebleken dat verdachte als eerste is aangevallen door [slachtoffer 6]. Verdachte heeft zich verdedigd door [slachtoffer 6] een stomp te geven.

De rechtbank is van oordeel dat sprake was van een noodweersituatie

Verdachte hoefde in de gegeven omstandigheden niet anders te handelen dan hij heeft gedaan. Het door hem gebruikte geweld is niet disproportioneel. Aan het subsidiariteits- en proportionaliteitsvereiste is voldaan. De rechtbank zal verdachte dan ook ten aanzien van het bewezen verklaarde onder 01/845103-08 meer subsidiair ontslaan van alle rechtsvervolging, nu er sprake is van noodweer.

Er zijn ten aanzien van de overige bewezen verklaarde feiten geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 60a, 184, 282, 300,

302, 350.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Vrijspraak van de primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 01/845103-08.

Ten aanzien van de feiten 01/845624-08 1 primair, 2, 3, 01/841280-08 en 01/845565-08:

- 18 maanden gevangenisstraf met aftrek voorarrest;

- terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voor de duur van 2 jaar;

- toewijzing vordering benadeelde partij [slachtoffer 3];

- toewijzing vordering benadeelde partij [slachtoffer 7];

- toewijzing vordering benadeelde partij [slachtoffer 1];

- afwijzing vordering benadeelde partij [slachtoffer 6];

- tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde straf van 2 weken gevangenisstraf in de zaak met parketnummer 01/851150-07.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De op te leggen straffen en maatregelen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte werd ter zake van strafbare feiten soortgelijk aan de door hem gepleegde feiten blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder veroordeeld;

- de mate van het leed dat aan een aantal slachtoffers is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer, alsmede dat verdachte zich om het lot van deze slachtoffers kennelijk volstrekt niet heeft bekommerd;

- verdachte verkeerde tijdens het plegen van de feiten onder invloed van verdovende middelen waarvan hij, zeker de tweede keer, de negatieve werking op zijn gedrag kende of moest begrijpen en welke verdovende middelen hij toch heeft gebruikt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank zal een kortere gevangenisstraf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De officier van justitie heeft een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gevorderd op de zitting van 10 februari 2010.

Op 22 maart 2009 is door M.J.A. Pulles, psycholoog, een rapport omtrent verdachte opgemaakt. Dit rapport houdt onder meer in:

"Onderzochte weigert mee te werken aan het onderzoek en hij motiveert zijn weigering vanuit de beleving dat hij ten onrechte in detentie zit. Onderzochte presenteert zich vooral als slachtoffer en het delict wordt door hem gebagatelliseerd. In het proces-verbaal van verhoor van 23 december 2008 wordt aan onderzochte gevraagd wat hij vindt van het feit dat hij aanklaagster [slachtoffer 2] heeft gebeten en van haar vrijheid heeft beroofd. Onderzochte antwoordt daarop: "Ik weet zeker dat ik als ik met haar ga praten dat het uit de lucht zal zijn." Gevoelens van schuld worden door onderzochte niet benoemd en klinken ook niet door in hetgeen wel door hem verteld wordt. Onderzochte doet een sociaal wenselijk en zeer positief gekleurd verslag van zijn recente leven en zijn toekomstplannen. Zaken als volwassenheid, respect en verantwoordelijkheid nemen in dat verhaal een prominente plaats in. De minder fraaie aspecten van het leven van onderzochte worden niet benoemd. In de twee gesprekscontacten ontstaat bij onderzoeker een indruk van de persoonlijkheid van onderzochte die aansluit bij hetgeen eerder, door de verslavingsreclassering en door mevr. Zászlós werd beschreven. Waar echter mevr. Zászlós spreekt van een gedragsstoornis, gedeeltelijk in remissie, is onderzoeker van mening dat van remissie op dit moment geen sprake meer lijkt te zijn. Tevens lijkt de stoornis zoals die in januari 2007 werd beschreven door mevr. Zászlós, zich inmiddels te hebben ontwikkeld tot een persoonlijkheidsstoornis met cluster B kenmerken. Met name antisociale trekken lijken bepalend te zijn in het ontstaan van het probleemgedrag van onderzochte.

De door mevr. Zászlós geconstateerde benedengemiddelde intelligentie wordt in het contact gemaskeerd door de soepele en zelfbewust wijze waarop onderzochte zich kan presenteren. Het is mogelijk dat onderzochte hierdoor in situaties terechtkomt waarin hij wordt overschat door zijn omgeving en vervolgens ook door die omgeving overvraagd wordt.

Door de weigering van onderzochte kan op de overige vragen door onderzoeker geen antwoord worden gegeven."

Op 18 maart 2009 is door J.R. Nijdam, psychiater, een rapport omtrent verdachte opgemaakt. Dit rapport houdt onder meer in:

"Betrokkene weigert aan het onderzoek mee te werken en de psychiater heeft dan ook geen enkel contact met hem gehad. Dit impliceert dat er geen psychiatrisch onderzoek heeft kunnen plaatsvinden en dat er dientengevolge geen onderbouwde uitspraken over betrokkene kunnen worden gedaan. Slechts op basis van de beschikbare informatie kunnen nog enkele opmerkingen worden gegeven. Uit de vermelde rapportages komt het beeld naar voren van een man met een zich ontwikkelende persoonlijkheidsstoornis, van jongs af aan bestaande gedragsproblemen, al van zeer jonge leeftijd optredende justitiecontacten en een langdurig instituutsverleden, die de laatste jaren ook alcohol en drugs, met name cocaïne, is gaan gebruiken. Uit de beschrijvingen in het proces-verbaal van betrokkenes gedragingen ten tijde dat het tenlastegelegde plaatsvond lijkt het aannemelijk dat betrokkene paranoïde psychotisch heeft gereageerd op het gebruik van cocaïne. Paranoïde reacties zijn bij cocaïnegebruik, en zeker wanneer dit wordt gebased, frequent."

Op 19 november 2009 is door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, J.B. Seinen, psycholoog en D. Harari, psychiater, een rapport opgemaakt. Dit rapport houdt onder meer in:

"Onderzoeker psychiater Simons concludeerde in het PJ-rapport 2001 dat er volgens de DSM-IV classificatie bij betrokkene sprake van van verwaarlozing van een kind, een gedragsstoornis en een dysthyme stoornis (AsI) en tevens een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling (AsII). Een aandachtstekortstoornis werd daarin ook genoemd. Kort samengevat luidde het advies om betrokkene (zeer) intensief te behandelen binnen een gestructureerde (gesloten) klinische setting. (pag. 23)

Psycholoog Zászlós verrichtte en Pro Justitia onderzoek ten behoeve van de strafzaak en concludeerde, zo blijkt uit het PJ-rapport 2007 dat betrokkenes intelligentie op "benedengemiddeld" niveau gemeten werd en dat er in diagnostische zin bij betrokkene sprake was van 'een gedragsstoornis, gedeeltelijk in remissie' met daarbij een 'zwakke impuls- en agressieregulatie' (pag. 28).

Een consultbrief van psychiater Van der Steen, NIFP te Den Bosch (d.d. 3 maart 2008) vermeldt dat er aanwijzingen waren voor persoonlijkheidsproblematiek 'met cluster B-kenmerken'. (pag. 29)

Psychologisch onderzoek J.B. Seinen.

Betrokkene heeft zijn medewerking aan het onderzoek consequent en stellig geweigerd. (pag. 39)

Gedragskundige beschouwing van de levensgeschiedenis.(pag. 40)

Vanaf zijn 3e jaar vertoont betrokkene gedragsproblemen, aanvankelijk met een overwegend opstandige kleuring, later - vanaf zijn 12e jaar - zijn de gedragsproblemen opvallend antisociaal van aard.(...) Het bovenstaande biedt duidelijke aanwijzingen voor een gedragsstoornis, die in de PJ-rapportage van 2001 - betrokkene is dan 12 jaar - ook inderdaad wordt gediagnosticeerd. Deze gedragsstoornis kan, naar mijn mening op grond van de ernst van de beschreven gedragsontsporingen, nader worden geclassificeerd als een antisociale gedragsstoornis, beginnend in de kindertijd.(...)

Betrokkenes verdere ontwikkeling, zoals beschreven in het milieurapport, is zorgelijk.(...)

Het PJ-rapport uit 2001 spreekt behalve van de al genoemde 'gedragsstoornis' van een 'bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling', psychiater Masthoff in zijn consultbrief d.d. 12 oktober 2006 (betrokkene is dan bijna 18 jaar) van 'een oppositionele gedragsstoornis waarbij ook psychopathiforme tendensen zichtbaar lijken', psychiater Van der Steen in zijn consultbrief d.d. 3 maart 2008 (betrokkene is dan 19 jaar) van 'aanwijzingen voor persoonlijkheidsproblematiek met cluster B-kenmerken (hieronder vallen onder andere kenmerken van de antisociale persoonlijkheidsstoornis, rapporteur)'.

Kennelijk delen de genoemde rapporteurs de bezorgdheid over betrokkenes persoonlijkheidsontwikkeling en stemmen zij overeen als het gaat om de aard van de persoonlijkheidsproblematiek, namelijk liggend in het oppositionele c.q. antisociale c.q. psychopathiforme spectrum.(pag. 41)

Diagnostische beschouwing.

Zoals vermeld weigerde betrokkene niet alleen het (test)onderzoek, maar ook de individuele gesprekken. Een duidelijk beeld van zijn persoonlijkheid hebben we daarom niet kunnen vormen. Het is daarom evenmin duidelijk geworden hoe voornoemde oppositionele c.q. antisociale gedragskenmerken zijn ingebed in zijn persoonlijkheid.(pag. 42)

Uit de processen-verbaal komt naar voren dat betrokkene ten tijde van de feiten d.d. 9 november 2008 en 22 december 2008 onder invloed zou zijn geweest van onder andere grote hoeveelheden cocaïne. Op grond van de uit de processen-verbaal blijkende informatie is het waarschijnlijk dat betrokkene ten tijde van deze feiten - indien bewezen - verkeerde in een door cocaïne geïnduceerde (tijdelijke) paranoïde psychotische toestand.(pag. 43)

Psychiatrisch onderzoek. D. Harari

Behandelgeschiedenis en vroegere rapportages.

In het PJ-rapport uit 2001 wordt door psychiater Simons als diagnose gesteld: verwaarlozing van een kind, gedragsstoornis, dysthyme stoornis/mogelijke depressieve ontwikkeling (AsI) bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling (AsII). Emotionele verharding heeft al gedeeltelijk ingezet en het gevaar van psychopathische persoonlijkheidsontwikkeling is niet veraf, aldus Simons. In ditzelfde PJ-rapport wordt door kinder- en jeugdpsychologe Schouwenaars gesproken van een gedragsstoornis, die zou kunnen ontwikkelen tot een antisociale persoonlijkheidsstoornis, bij een ernstig verwaarloosd kind, bij wie de gewetensvorming is verstoord en duidelijke emotionele verharding heeft ingezet.(pag. 46)

In voortgangsrapportage van De Hunnerberg van april 2002 wordt geconcludeerd dat er sprake is van een gedragsstoornis met verregaande aandachtsproblematiek, verstoorde identiteitsontwikkeling en depressieve kenmerken, samenhangend met ernstige pedagogische verwaarlozing en isolatie.(pag. 46-47)

Psychiater Masthoff noemt in oktober 2006 een oppositionele gedragsstoornis overgaand in antisociale gedragskenmerken waarbij ook psychopathiforme tendensen zichtbaar lijken te zijn. Er wordt gesproken van een zorgelijke ontwikkeling, daar betrokkene al vier tot vijf jaar intensief begeleid is en reeds korte tijd na re-integratie in de maatschappij een ernstig geweldsdelict heeft gepleegd.

In de PJ-rapportage van psycholoog Zászlós, januari 2007, wordt naar aanleiding van bovengenoemd delict, geconcludeerd dat er sprake is van een ernstige gedragsstoornis met zwakke impulsregulatie, moeite met regels en gezag en een lacunaire gewetensontwikkeling. De gedragsstoornis zou deels in remissie zijn. (pag. 47)

Beschouwing

Er zijn meerdere rapportages over betrokkene opgesteld, waarin gesproken wordt van een gedragsstoornis, al dan niet in gedeeltelijke remissie, en van ontwikkeling in de richting van een persoonlijkheidsstoornis cluster B. (pag. 50)

Betrokkenes voortdurende bagatelliserende en aangepaste presentatie is zorgwekkend te noemen, daar het geheel los lijkt te staan van de realiteit, waarin betrokkene toch meerdere ernstige geweldsdelicten heeft gepleegd (indien bewezen). Waar betrokkene zich gemotiveerd voor behandeling noemt, is dan ook geen enkele reden hier vertrouwen in te hebben. (..)

Het is goed voorstelbaar dat betrokkene bij de ten laste gelegde geweldsmisdrijven een kortdurende psychotische reactie op cocaïnegebuik heeft gehad. (pag. 51)

Bij betrokkene wordt weinig lijdensdruk waargenomen. Hij heeft zijn manier gevonden om de onderzoeksperiode door te komen en vaart daar naar omstandigheden wel bij, naar zijn zeggen. Juist dit ontbreken van de lijdensdruk, gepaard aan het onverminderd bagatelliseren, is mogelijk een aanwijzing voor de emotionele verharding passend bij een antisociale persoonlijkheidsstoornis.(pag. 52)

Conclusie J.B. Seinen en D. Harari

Door betrokkenes standvastige weigering mee te werken aan gedragskundig onderzoek, is het huidig onderzoek grotendeels gebaseerd op schriftelijke informatie over betrokkene.

In de uitgebreide beschikbare schriftelijke informatie over betrokkene, de eerdergenoemde rapportages en behandelverslagen wordt bij herhaling over een zwakke impulsregulatie gesproken.(...)

Hoewel in de schriftelijke informatie herhaalde aanwijzingen zijn voor ontwikkeling in de richting van een persoonlijkheidsstoornis, kunnen onderzoekers door betrokkenes weigering mee te werken, niet op grond van eigen onderzoek de vraag beantwoorden of er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling.

Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten d.d. 9 november 2008 en 22 december 2008 is het, gezien de beschikbare informatie uit de stukken goed mogelijk dat betrokkene een kortdurende psychotische reactie op cocaïne heeft gehad.(pag. 53)

Samenvattend kunnen onderzoekers niet de vraag beantwoorden of bij betrokkene sprake is van een gestoorde ontwikkeling of ziekelijke stoornis.(...)

Ten aanzien van toekomstig gedrag merken onderzoekers wel op dat de kans op herhaald cocaïnegebruik als reëel moet worden ingeschat, gezien het feit dat betrokkene ondanks een zeer beangstigende en voor hemzelf en anderen schadelijke ervaring, binnen korte tijd weer cocaïne gebruikte. Hierbij is overigens van belang dat wanneer iemand een psychotische reactie op cocaïne heeft gehad, de kans op herhaling hiervan bij herhaald cocaïnegebruik groter is en toeneemt met het aantal keren dat iemand psychotisch gereageerd heeft op cocaïne.(...)

Onderzoekers kunnen echter niet op gedragskundige gronden een uitspraak doen over de kans op recidive, daar zij betrokkene niet op zijn middelengebruik hebben kunnen bevragen en geen helderheid hebben over de omvang en over de functie van het middelengebruik voor betrokkene. (pag. 54)"

Een rapport van de Reclassering Nederland d.d. 11 december 2008. opgemaakt door mevrouw [reclasseringsmedewerker], betreffende verdachte onder meer inhoudende:

"De verwachting is dat betrokkene niet zal meewerken aan hulpverlening binnen een vrijwillig kader. Een behandeling gericht op agressie- en impulsregulatie is wenselijk, indien betrokkene schuldig wordt bevonden."

Een rapport van de Reclassering Nederland, d. 10 augustus 2009, opgemaakt door mevrouw [reclasseringsmedewerker], betreffende verdachte onder meer inhoudende:

"Inschatting van recidive- en gevaarsrisico.

Betrokkene is een grotendeels ontkennende verdachte. Om die reden kunnen wij op basis van de RISc geen uitspraak doen over het risico op recidive. Op basis van het delictverleden kan gesteld worden dat het gevaarsrisico voor anderen aanwezig is.

De leefgebieden die vanuit de RISc een interventie behoeven en waarop betrokkene 'midden'of 'hoog'scoort zijn: opleidingen, werk en leren, relaties met vrienden en kennissen, drugs- en alcoholgebruik, emotioneel welzijn, denkpatronen, gedrag en vaardigheden."

De rechtbank constateert dat verdachte categorisch heeft geweigerd mee te werken aan de totstandkoming van een rapportage omtrent zijn geestvermogens. Ook ter zitting van 10 februari 2010 heeft verdachte geweigerd zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een diagnose. Verdachte wil alleen een diagnose en/of een behandeling op vrijwillige basis.

In de in het verleden opgemaakt rapportages betreffende verdachte wordt gesproken van een gedragsstoornis, al dan niet in gedeeltelijke remissie, en van ontwikkeling in de richting van een persoonlijkheidsstoornis cluster B.

In 2007 heeft de psycholoog Zászlós nog geconludeerd dat er sprake is van een ernstige gedragsstoornis met een zwakke impulsregulatie.

Psycholoog Pulles voornoemd is in zijn rapport d.d. 10 februari 2010 van mening dat van een remissie op dit moment geen sprake meer lijkt te zijn. De stoornis lijkt volgens deze psycholoog zich inmiddels te hebben ontwikkeld tot een persoonlijkheidsstoornis met cluster B kenmerken.

Psychiater Van der Steen meldt in zijn consultbrief d.d. 3 maart 2008 dat er aanwijzingen zijn voor persoonlijkheidsproblematiek met cluster B-Kenmerken.

Psychiater Nijdam heeft in zijn rapport d.d. 18 maart 2009 geconcludeerd dat uit eerder uitgebrachte rapportages het beeld naar voren komt van een man met een zich ontwikkelende persoonlijkheidsstoornis en van jongs af aan bestaande gedragsproblemen.

In het rapport van het Pieter Baan Centrum concludeert psychiater D. Harari dat het ontbreken van lijdensdruk mogelijk een aanwijzing is voor emotionele verharding passend bij een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Psycholoog J.B. Seinen en psychiater D. Harari concluderen in het PBC -rapport dat er in de schriftelijke informatie herhaalde aanwijzingen zijn voor ontwikkeling in de richting van een persoonlijkheidsstoornis.

De rechtbank neemt de conclusies in voornoemde rapportages en de gronden waarop zij berusten over. In het verleden is bij verdachte meermalen een gedragsstoornis gediagnosticeerd, welke stoornis zich thans lijkt te hebben ontwikkeld tot een persoonlijkheidsstoornis.

Door weigering van verdachte mee te werken aan een onderzoek naar zijn geestvermogens is deze diagnose niet bevestigd kunnen worden. De rechtbank acht de aanwijzingen in de rapportages echter zeer sterk en er kan mitsdien gesproken worden van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens.

Na 2007 is verdachte niet klinisch behandeld voor zijn problematiek.

De rechtbank is van oordeel dat de stoornis ook ten tijde van het plegen van de feiten aanwezig was.

Verdachte vertoonde in zijn jeugd reeds ernstige gedragsproblemen. Deze gedragsproblemen mondden uit in criminaliteit. Ondanks het feit dat verdachte in het verleden vier tot vijf jaar intensief is begeleid heeft hij korte tijd na zijn reïntegratie een ernstig geweldsdelict gepleegd. Ook nu weer heeft verdachte in november en december 2008 ernstige geweldsdelicten gepleegd.

Gelet op de inhoud van voornoemde rapportages en het delictverleden van verdachte is de rechtbank van oordeel dat de kans op herhaling van geweldsdelicten groot is. Ter voorkoming van het opnieuw plegen van geweldsdelicten en ter bescherming van de maatschappij is een klinische behandeling nodig.

Verdachte heeft aangegeven op vrijwillige basis behandeld te willen worden.

De reclassering, zo blijkt ook uit de verklaring van de getuige-deskundige [reclasseringsmedewerker] ter terechtzitting, ziet geen heil in een behandeling op vrijwillige basis. Ook in het rapport van het Pieter Baan Centrum concludeert de psychiater D. Harari geen enkele reden te hebben erop te vertrouwen dat verdachte gemotiveerd is voor een behandeling.

De rechtbank is van oordeel dat er geen andere optie overblijft dan een behandeling in de vorm van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

De rechtbank overweegt dat de hierna te kwalificeren feiten onder 01/845624-08 feit 1 subsidiair, feit 2 en feit 3 primair misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld terwijl de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist en het misdrijven betreft die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal verdachte ter beschikking stellen met het bevel dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd, nu de algemene veiligheid van personen de verpleging eist.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7].

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien deze vordering niet eenvoudig van aard is.

De benadeelde partij kan deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6].

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien verdachte ten aanzien van het op deze vordering betrekking hebbend feit zal worden vrijgesproken (primair en subsidiair)/ worden ontslagen van alle rechtsvervolging (meer subsidiair).

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/851150-07.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

DE UITSPRAAK

T.a.v. 01/845624-08 feit 1 primair, 01/845103-08 primair, subsidiair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01/845624-08 1 subsidiair, 2 en 3 primair, in de zaak met parketnummer 01/841280-08, in de zaak met parketnummer 01/845565-08 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01/845103-08 meer subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

T.a.v. 01/845103-08 meer subsidiair:

Ontslag van alle rechtsvervolging, zijnde het feit niet strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/845624-08 feit 1 subsidiair:

poging tot zware mishandeling

T.a.v. 01/845624-08 feit 2:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

T.a.v. 01/845624-08 feit 3 primair:

poging tot zware mishandeling

T.a.v. 01/841280-08:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel krachtens wettelijk voorschrift gedaan

door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast

T.a.v. 01/845565-08 feit 1:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een

ander toebehoort, beschadigen

T.a.v. 01/845565-08 feit 2:

mishandeling

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregelen.

T.a.v. 01/845624-08 feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3 primair, 01/841280-08,

01/845565-08 feit 1, feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 01/845624-08 feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3 primair:

Terbeschikkingstelling met bevel dat de ter beschikking gestelde van

overheidswege wordt verpleegd.

T.a.v. 01/845624-08 feit 1 subsidiair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 905,86 subsidiair 18 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 905,86

(zegge: negenhonderdvijf euro en zesentachtig eurocent), bij gebreke van

betaling en verhaal te vervangen door 18 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat

uit een bedrag van EUR 875,-- immateriële schade en EUR 30,86,-- materiële

schade.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van

het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een

bedrag van EUR 905,86 (zegge: negenhonderdvijf euro en zesentachtig eurocent),

te weten EUR 875,-- immateriële schade en EUR 30,86 materiële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

In de zaak met parketnummer 01/845565-08:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 300,-- subsidiair 6 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 300,--

(zegge: driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schade.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van

het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een

bedrag van EUR 300,-- (zegge: driehonderd euro, immateriële schade).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]:

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden

begroot op nihil.

In de zaak met parketnummer 01/845103-08.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]:

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden

begroot op nihil.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij

vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 18 december 2007,

gewezen onder parketnummer 01/851150-07, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.T. van Vliet, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 24 februari 2010.