Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL3895

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
16-02-2010
Zaaknummer
01/841205-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BU7977, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitbaatster café Den Bosch veroordeeld voor het meerdere malen in de uitoefening van een bedrijf personen opzettelijk discrimineren wegens hun ras. Verdachte heeft een aantal mensen vanwege hun huidskleur de toegang tot het café ontzegd en laten verwijderen. Daarnaast heeft verdachte een persoon opzettelijk gediscrimineerd door deze vanwege zijn huidskleur te weigeren een toegangskaart voor een feest te verkopen. Het verweer dat een van de personen is geweigerd omdat deze eerder problemen heeft veroorzaakt bij het café is verworpen nu uit de de bewijsmiddelen blijkt dat deze problemen pas in de periode na de weigering zijn ontstaan.

Opgelegd een werkstraf van 60 uur subsidiair 30 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar. Toewijzing immateriële schade van € 250,-- aan een van de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/841205-09

Datum uitspraak: 16 februari 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 februari 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 december 2009.

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 2 februari 2010 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

Aan verdachte is met inachtneming van de wijziging tenlastegelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 01 januari 2008 tot en met 31 december 2008

te 's-Hertogenbosch, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander /

anderen, althans alleen, in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf,

namelijk als eigenaresse en/of uitbaatster van een café (te weten café

"[café 1]"), een of meer personen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens

hun/zijn ras, door die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die

[slachtoffer 4] vanwege hun/zijn afkomst en/of huidskleur de toegang tot café

"[café 1]" te ontzeggen en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of

die [slachtoffer 4] uit cafe "[café 1] te (laten) verwijderen;

Artikel 137g Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 01 januari 2008 tot en met 31 december 2008

te 's-Hertogenbosch, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander /

anderen, althans alleen, in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf,

namelijk als eigenaresse en/of uitbaatster van een café (te weten café

"[café 1]"), een of meer personen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], heeft gediscrimineerd wegens hun/zijn ras, door

die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] vanwege

hun/zijn afkomst en/of huidskleur de toegang tot café "[café 1]" te ontzeggen

en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] uit cafe

"[café 1] te (laten) verwijderen;

Artikel 429quater Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 19 februari 2009 te 's-Hertogenbosch, in de uitoefening van

een ambt, beroep of bedrijf, namelijk als eigenaresse en/of uitbaatster van

een café (te weten café "[café 1]"), een persoon, te weten [slachtoffer 5],

opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens zijn ras, door vanwege zijn afkomst

en/of huidskleur te weigeren aan deze [slachtoffer 5] een toegangskaart voor een

feest te verkopen;

Artikel 137g Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 19 februari 2009 te 's-Hertogenbosch, in de uitoefening

van een ambt, beroep of bedrijf, namelijk als eigenaresse en/of uitbaatster

van een café (te weten café "[café 1]"), een persoon, te weten [slachtoffer 5],

heeft gediscrimineerd wegens zijn ras, door vanwege zijn afkomst en/of

huidskleur te weigeren aan deze [slachtoffer 5] een toegangskaart voor een feest te

verkopen;

Artikel 429quater Wetboek van Strafrecht

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

De vaststaande feiten.

Ten aanzien van feit 1 en 2:

Verdachte is de eigenaresse en uitbaatster van café [café 1] te 's-Hertogenbosch1.

Ten aanzien van feit 1:

Aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hebben een donkere danwel een getinte huidskleur2.

Ten aanzien van feit 2:

Op 19 februari 2009 was aangever [slachtoffer 5] in café [café 1]3. Hij wilde een toegangskaart kopen voor carnaval. Verdachte heeft dit geweigerd4. [slachtoffer 5] heeft een donkere huidskleur5.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht feit 1 primair (ten aanzien van alle in de tenlastelegging genoemde personen) en feit 2 primair bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van beide feiten. Verdachte ontkent het tenlastegelegde.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht feit 1 primair ten aanzien van de personen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en feit 2 primair bewezen. De rechtbank zal hieronder aangeven op grond waarvan zij tot dit oordeel is gekomen. Ook zal de rechtbank ingaan op de verweren die de raadsman heeft gevoerd.

De rechtbank acht het tenlastegelegde onder 1 ten aanzien van [slachtoffer 3] niet bewezen. [slachtoffer 3] heeft verklaard over een incident op 5 februari 2008, waarbij hij door verdachte niet werd toegelaten tot café [café 1] ondanks dat hij een toegangskaartje had6. In het dossier liggen geen andere verklaringen met betrekking tot dit voorval. [slachtoffer 3] heeft verder nog in het algemeen verklaard dat hij vaak problemen krijgt als hij met getinte vrienden bij café [café 1] naar binnen wil7. Dit vindt de rechtbank onvoldoende concreet. Niet blijkt welke problemen dit precies zijn, wanneer dit heeft plaatsgevonden en welke rol verdachte daarin heeft gespeeld. Ook wordt daarvoor geen ondersteuning gevonden in andere bewijsmiddelen. De rechtbank zal verdachte gelet op vorenstaande van het deel van de tenlastelegging dat ziet op aangever [slachtoffer 3] vrijspreken.

Ten aanzien van feit 1:

Aangever [slachtoffer 1] heeft op 27 oktober 2008 verklaard dat hij sinds het begin van 2008 meerdere malen is geweigerd bij café [café 1]. Vaak stond de eigenaresse dan aan de deur. Hij kreeg bijvoorbeeld te horen dat het een avond was voor vaste klanten, terwijl een jongen van Nederlandse afkomst wel naar binnen mocht ondanks dat het de eerste keer was dat die jongen daar kwam. Ook is hij meerdere keren geweigerd door een portier. De portier gaf dan te kennen dat hij opdracht had om hem te weigeren. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij nooit problemen heeft veroorzaakt8.

Aangever [slachtoffer 2] heeft op 27 oktober 2008 verklaard dat hij sinds begin maart 2008 wordt geweigerd bij café [café 1]. Hij werd iedere keer samen met [slachtoffer 1] geweigerd en ook is hij verschillende keren geweigerd zonder het bijzijn van [slachtoffer 1]. Een aantal malen is hij geweigerd door de oudste zus van de drie. Hij kreeg bijvoorbeeld te horen dat hij een meisje van eigen afkomst mee moest nemen of dat de avond alleen voor vaste klanten was bestemd. Ook is hij een keer door de portier geweigerd. De portier zei dat hij hem van de eigenaresse niet binnen mocht laten9.

Aangever [slachtoffer 4] heeft op 31 maart 2009 verklaard dat hij sinds een jaar café [café 1] bezoekt. Hij werd vanaf het moment dat de eigenaresse aan de deur stond niet meer toegelaten. Onder andere is gezegd dat hij met een meisje van eigen afkomst moest komen. Ook werd gezegd dat het te druk was, terwijl op hetzelfde moment wel blanke mensen werden binnengelaten. Verder heeft [slachtoffer 4] verklaard over een avond dat hij door de jongste dochter werd binnengelaten en dat hij vervolgens door de eigenaresse werd verwijderd. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij nooit aanleiding heeft gegeven voor weigering10.

De verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] worden ondersteund door de verklaring van [getuige 1], portier bij café [café 1]. [getuige 1] heeft verklaard dat hij op een gegeven moment 5 jongens van buitenlandse afkomst binnenliet. Toen ze net binnen waren zei verdachte dat de jongens eruit moesten. [getuige 1] heeft verklaard dat de politie zelf kan bedenken waarom de jongens eruit moesten en dat hij dat niet gaat zeggen. Wel heeft hij verklaard dat hij de jongens naar Basta, het meldpunt discriminatie, heeft gestuurd en dat dit genoeg zegt. Verder heeft hij verklaard dat de jongens daarna nog vaker aan de deur zijn geweest. Als verdachte er niet was dan liet hij ze binnen. Als verdachte dan later in het café kwam, moesten ze er weer uit11.

De rechtbank acht komen vast te staan dat de verklaring van [getuige 1] omtrent de 5 jongens ondermeer de aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] betreft. [getuige 1] heeft namelijk verklaard dat hij de jongens naar Basta heeft gestuurd12, mevrouw [medewerkster Basta] van Basta heeft verklaard dat vanaf september 2008 5 personen melding hebben gemaakt van discriminatie bij café [café 1] waaronder [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4]13 en vervolgens is door [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] aangifte gedaan zoals hiervoor weergegeven.

Het verweer van de raadsman dat [slachtoffer 4] onderdeel uitmaakte van de groep die op 31 augustus 2008 problemen veroorzaakte bij café [café 1] en dat dit de grond van weigering opleverde, kan niet slagen gelet op de aangiften van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] omtrent de periode alsook de aanvullende verklaring van [getuige 1], inhoudende dat die groep pas nadat zij eerder dat jaar geweigerd waren bij café [café 1] vervelend gedrag is gaan vertonen14.

De rechtbank zal de verklaring van portier [getuige 2] niet bezigen voor het bewijs. De rechtbank acht deze verklaring onvoldoende betrouwbaar gelet op de omstandigheid dat [getuige 2] door verdachte is ontslagen.

Naast bovenstaande belastende verklaringen liggen in het dossier ook ontlastende verklaringen, namelijk de verklaringen van [getuige 3] en [getuige 4], beiden medewerksters van café [café 1] en de verklaringen van [getuige 5] en [getuige 6], beiden dochters van verdachte. [getuige 3] heeft verklaard dat iedereen café [café 1] binnen mag als ze zich maar gedragen15. [getuige 4] heeft verklaard dat zij niet gelooft dat huidskleur een rol speelt16. [getuige 3] en [getuige 4] werken beiden achter de bar17 en staan dus niet bij de deur. [getuige 4] heeft verklaard dat zij nooit bij de deur staat18. De rechtbank vindt deze verklaringen onvoldoende concreet en gelet ook op de omstandigheid dat beiden niet betrokken zijn bij het deurbeleid, acht de rechtbank deze verklaringen onvoldoende ontlastend. Ook de verklaringen van [getuige 5] en [getuige 6] acht de rechtbank onvoldoende ontlastend. Beiden hebben wel portierswerkzaamheden verricht in de tenlastegelegde periode19, maar zij hebben slechts in het algemeen verklaard over het toelatingsbeleid dat iedereen binnen mag mits men zich gedraagt20. Zij hebben niet over deze specifieke zaak verklaard. De rechtbank acht dan ook de hiervoor weergegeven onafhankelijke en concrete verklaring van portier [getuige 1] van doorslaggevend belang.

Verdachte heeft verklaard dat zij niet discrimineert en dat zij mensen alleen weigert als zij problemen veroorzaken. Verdachte heeft verder verklaard dat zij twijfelt of de aangevers problemen hebben veroorzaakt21. Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van verdachte onvoldoende ontlastend is.

Ten slotte ligt in het dossier de verklaring van [getuige 7] naar aanleiding van een vechtpartij in café [café 2] te 's-Hertogenbosch op 3 oktober 2009. [getuige 7] heeft verklaard dat verdachte haar vertelde dat zij liever geen allochtonen binnen laat en dat zij hiermee problemen had gehad, in die zin dat ze zou discrimineren. Verder zei verdachte, aldus [getuige 7]: 'zie je nu laat ik er een keer één binnen en heb ik weer problemen'22. De rechtbank gebruikt deze verklaring van [getuige 7] ter ondersteuning van haar overtuiging ten aanzien van beide feiten.

Op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 4], [getuige 1] en [medewerkster Basta], in onderlinge samenhang bezien, en gelet ook op de verklaring van [getuige 7], is de rechtbank van oordeel dat verdachte het tenlastegelegde onder 1 primair heeft begaan zoals hierna is bewezenverklaard.

Ten aanzien van feit 2:

Aangever [slachtoffer 5] heeft verklaard dat verdachte tegen zijn vriendin [getuige 8] heeft gezegd: 'jouw vriendje is niet van de juiste soort'23.

De verklaring van [slachtoffer 5] komt overeen met de verklaring van [getuige 8] inhoudende dat verdachte naar [slachtoffer 5] keek en zei: 'hij is niet van de juiste soort'24. De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaring van [getuige 8] niet voor het bewijs mag worden gebruikt, aangezien deze verklaring leugenachtig zou zijn. Hij heeft daartoe aangevoerd dat [getuige 8] heeft verklaard dat zij heeft begrepen dat verdachte bereid zou zijn geweest om [getuige 9] en [getuige 10] een bepaalde verklaring te laten afleggen. Door [getuige 9] en [getuige 10] wordt dit echter ontkend. De rechtbank is van oordeel dat vorenstaande geen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [getuige 8] met betrekking tot het niet verkopen van een kaart aan [slachtoffer 5] en hetgeen verdachte toen heeft gezegd, nu deze verklaring op dit punt voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

De verklaringen van [slachtoffer 5] en [getuige 8] worden ondersteund door de verklaring van [getuige 11]. Zij heeft verklaard dat zij voor de bar stond waar de kaarten werden verkocht en dat naast haar [slachtoffer 5] en [getuige 8] stonden. Zij heeft verder verklaard dat zij hoorde dat [getuige 8] vroeg of [slachtoffer 5] ook een kaart mocht en dat verdachte toen zei: 'hij is van de verkeerde soort'25.

In het dossier bevinden zich verder de verklaringen van [getuige 12]26, [getuige 10]27 en [getuige 9]28. Dit zijn zogenaamde de auditu verklaringen ofwel verklaringen van horen zeggen. Deze verklaringen ondersteunen de lezing van [slachtoffer 5], [getuige 8] en [getuige 11].

Voorts is een verklaring afgenomen van [getuige 13] die ook aanwezig was in café [café 1] tijdens de kaartverkoop voor carnaval. [getuige 13] heeft verklaard dat verdachte haar geen kaart wilde verkopen, omdat verdachte dacht dat zij van Turkse komaf was. Verder heeft zij verklaard dat zij vlakbij [slachtoffer 5] stond tijdens de kaartverkoop en dat zij hoorde dat verdachte iets tegen [slachtoffer 5] zei. [getuige 13] heeft verklaard dat het al langer geleden is en dat zij de woorden niet meer letterlijk weet, maar het was iets van 'ik ken types als jou, die hebben het in Den Bosch al verpest'29.

Naast bovenstaande belastende verklaringen bevinden zich in het dossier ook twee ontlastende verklaringen, namelijk de verklaringen van [getuige 3] en [getuige 4], beiden medewerksters van café [café 1]. [getuige 3] heeft verklaard dat verdachte weliswaar tegen de vriendin van [slachtoffer 5] zei: 'jouw soort wil ik hier niet', maar dat verdachte dit zei omdat het meisje verdachte had uitgescholden30. Ook [getuige 4] heeft verklaard dat verdachte tegen de vriendin van de jongen zei dat ze mensen van het soort dat tegen haar tekeer gaat niet binnen wil hebben31.

De verklaringen van [getuige 3] en [getuige 4] komen overeen met de verklaring van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat zij met "soort", mensen bedoelde die haar uitschelden. Verder heeft zij verklaard dat zij niet discrimineert en dat zij [slachtoffer 5] geen kaart wilde verkopen, omdat hij geen vaste klant is32.

De rechtbank acht de hiervoor weergegeven verklaringen van [slachtoffer 5], [getuige 8], [getuige 11], [getuige 12], [getuige 10], [getuige 9] en [getuige 13], in onderlinge samenhang bezien, mede gelet op de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 en de verklaring van [getuige 7], geloofwaardiger dan de verklaringen van verdachte, [getuige 3] en [getuige 4].

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte het tenlastegelegde onder 2 primair heeft begaan zoals hierna is bewezenverklaard.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

(primair)

in de periode van 01 januari 2008 tot en met 31 december 2008 te 's-Hertogenbosch in de uitoefening van een bedrijf, namelijk als eigenaresse en uitbaatster van een café (te weten café "[café 1]"), personen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4], opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens hun ras, door die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 4] vanwege hun huidskleur de toegang tot café "[café 1]" te ontzeggen en die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] uit café "[café 1]" te (laten) verwijderen;

2.

(primair)

op 19 februari 2009 te 's-Hertogenbosch, in de uitoefening van een bedrijf, namelijk als eigenaresse en uitbaatster van een café (te weten café "[café 1]"), een persoon, te weten [slachtoffer 5], opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens zijn ras, door vanwege zijn huidskleur te weigeren aan deze [slachtoffer 5] een toegangskaart voor een feest te verkopen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te hare laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 137g.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft bij het formuleren van zijn eis rekening gehouden met de gevoelens van vernedering die de benadeelden hebben gevoeld. Verder heeft de officier van justitie rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte meerdere malen in de fout is gegaan en niet bereid was met Basta of de benadeelden in gesprek te gaan.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht verdachte van beide feiten vrij te spreken en heeft ten aanzien van de strafmaat geen verweer gevoerd.

De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft meerdere malen jonge mensen opzettelijk gediscrimineerd wegens hun ras door hen de toegang tot haar café te ontzeggen vanwege hun huidskleur. Verdachte heeft daarmee inbreuk gemaakt op een fundamenteel beginsel van onze samenleving, het verbod op discriminatie, zoals is neergelegd in artikel 1 van de Grondwet. Verdachte heeft door haar handelen de eer en waardigheid van de slachtoffers gekrenkt zoals ook blijkt uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 5]. Hij voelt zich vernederd en zijn gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen is ernstig aangetast.

De rechtbank acht oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, en een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat zij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan. De rechtbank heeft hierbij mede gelet op de omstandigheid dat verdachte de eigenaresse en uitbaatster is van nog twee andere cafés, te weten café [café 2] en café [café 3].

De rechtbank zal dezelfde straf opleggen als de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de gevorderde straf in overeenstemming is met de ernst van het bewezenverklaarde.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5].

De rechtbank acht de vordering van [slachtoffer 5] van een bedrag van € 250,00 ter zake van immateriële schade in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde onder 1 primair en 2 primair bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 primair:

in de uitoefening van een bedrijf personen opzettelijk discrimineren wegens hun ras, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2 primair:

in de uitoefening van een bedrijf personen opzettelijk discrimineren wegens hun ras

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregel.

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair:

Werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

T.a.v. feit 2 primair:

Maatregel van schadevergoeding van € 250,00 subsidiair 5 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] van een bedrag van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro), terzake van immateriële schade. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van haar schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.P.M. Rousseau, voorzitter,

mr. I.M. Nusselder en mr. P.J. Appelhof, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H. Pol-Wildeman, griffier,

en is uitgesproken op 16 februari 2010.

1 Relaas verbalisanten, pagina 3 telkens dossier 2009 024103 cafe "[café 1]", tenzij anders vermeld, en verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting

2 Verklaring [slachtoffer 1], pagina 24, verklaring [slachtoffer 2], pagina 28, verklaring [slachtoffer 3], pagina 33 en verklaring [slachtoffer 4], pagina 38 en 39

3 Aangifte [slachtoffer 5], pagina 14, verklaring [getuige 8], pagina 16 en verklaring [getuige 11], pagina 22

4 Aangifte [slachtoffer 5], pagina 14, verklaring [getuige 8], pagina 16 en 17, verklaring [getuige 11], pagina 23 en verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting

5 Aangifte [slachtoffer 5], pagina 14 en verklaring [getuige 11], pagina 22

6 Verklaring [slachtoffer 3], pagina 32 en 33

7 Verklaring [slachtoffer 3], pagina 33

8 Verklaring [slachtoffer 1], pagina 24 en 25

9 Verklaring [slachtoffer 2], pagina 28 en 29

10 Verklaring [slachtoffer 4], pagina 38-40

11 Verklaring [getuige 1], pagina 46

12 Verklaring [getuige 1], pagina 46

13 Verklaring [medewerkster Basta], pagina 42 en 43

14 Verklaring [getuige 1], pagina 88 en 89

15 Verklaring [getuige 3], pagina 61

16 Verklaring [getuige 4], pagina 65 en 66

17 Verklaring [getuige 3], pagina 59 en verklaring [getuige 4], pagina 63

18 Verklaring [getuige 4], pagina 66

19 Verklaring [getuige 5], pagina 67 en verklaring [getuige 6], pagina 70

20 Verklaring [getuige 5], pagina 68 en verklaring [getuige 6], pagina 69

21 Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting

22 Verklaring [getuige 7], pagina 2 (aanvullend proces-verbaal)

23 Aangifte [slachtoffer 5], pagina 14

24 Verklaring [getuige 8], pagina 17

25 Verklaring [getuige 11], pagina 22 en 23

26 Verklaring [getuige 12], pagina 21

27 Verklaring [getuige 10], pagina 78

28 Verklaring [getuige 9], pagina 82

29 Verklaring [getuige 13], pagina 86 en 87

30 Verklaring [getuige 3], pagina 60

31 Verklaring [getuige 4], pagina 64

32 Verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting