Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL3881

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-01-2010
Datum publicatie
15-02-2010
Zaaknummer
205465 / FA RK 10-106
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ten aanzien van betrokkene was reeds een voorwaardelijk machtiging afgegeven. Betrokkene laat zich vrijwillig opnemen. Dit leidt niet tot conversie van de lopende voorwaardelijke machtiging in een voorlopige machtiging. De expirerende voorwaardelijke machtiging wordt opgevolgd door een nieuwe voorwaardelijke machtiging die herleeft zodra betrokkene wordt ontslagen uit de vrijwillige opname.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Zaaknummer : 205465 / FA RK 10-106

Uitspraak : 28 januari 2010

Beschikking met betrekking tot:

[betrokkene],

hierna mede te noemen: de betrokkene,

geboren op [geboortedatum]

wonende te [woonadres] en aldaar verblijvende.

De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- een verzoek van de officier van justitie te 's-Hertogenbosch van 7 januari 2010, ingekomen ter griffie op 8 januari 2010;

- een op 23 december 2009 ondertekende en met redenen omklede geneeskundige verklaring van [Y], psychiater, die betrokkene kort tevoren heeft onderzocht maar niet bij de behandeling was betrokken;

- een door de behandelend psychiater, [X], met instemming van betrokkene opgesteld behandelingsplan.

De officier van justitie verzoekt primair een voorwaardelijke machtiging, subsidiair een voorlopige machtiging en meer subsidiair een machtiging tot voortgezet verblijf, met betrekking tot betrokkene.

Op 28 januari 2010 heeft de behandeling van de zaak plaatsgevonden waarbij betrokkene, in tegenwoordigheid van zijn raadsman mr. F.P. Aarts, alsmede de psychiater

[X] en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige [Z] zijn gehoord. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting is voldoende vast komen te staan:

- dat betrokkene is gestoord in zijn geestvermogens en dat die stoornis betrokkene gevaar doet veroorzaken. Hij is al sinds verschillende jaren bekend bij de [hulpverleningsinstelling] met een schizo-affectieve stoornis. Hij hoort diverse stemmen, sommige goedaardig, sommige kwaadaardig. Hij ervaart ook een innerlijke stem die hem opdrachten geeft. Hij gaf ook aan beelden te zien, maar de laatste tijd treedt dit wat minder op. In periodes dat het slecht met hem gaat is hij erg achterdochtig en erg angstig en verwaarloost hij zichzelf heel ernstig. Hij kan dan ook verward zijn en in een verward toestandsbeeld heeft hij een persoon met een kruk geslagen. In het verleden veroorzaakte hij veel overlast in de periodes dat het slecht met hem ging, hij kon dan ook gevaarlijk over zijn balkon hangen. Er bestaat ook gevaar voor maatschappelijke teloorgang;

- dat dit gevaar in beginsel buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend als en zolang betrokkene zich conform het behandelingsplan onder behandeling stelt van voornoemde behandelend psychiater;

- dat betrokkene ingestemd heeft met de voorwaarden zoals beschreven in bijgevoegd behandelingsplan;

- dat een psychiatrisch ziekenhuis binnen de [hulpverleningsinstelling] te [vestigingsplaats] bereid is betrokkene op te nemen;

- dat aan toewijzing van het verzoek niet in de weg staat dat betrokkene thans op eigen verzoek is opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis. Immers, op grond van het bepaalde in artikel 14d, lid 2, tweede volzin, van de Wet BOPZ leidt een dergelijke vrijwillige opname niet tot conversie van de lopende voorwaardelijke machtiging in een voorlopige machtiging. Gelet hierop en indachtig de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam d.d. 6 juni 2005, Bj 2005, 9, valt niet goed in te zien waarom in een dergelijke situatie van vrijwillige opname een expirerende voorwaardelijke machtiging niet opgevolgd zou kunnen worden door een nieuwe voorwaardelijke machtiging die herleeft, zodra betrokkene wordt ontslagen uit de vrijwillige opname.

De beslissing

De rechtbank:

verleent voorwaardelijke machtiging tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis overeenkomstig het in de artikelen 14a en 14d van de Wet BOPZ bepaalde;

stelt als voorwaarden:

a. dat betrokkene zich onder behandeling stelt van psychiater [X];

b. dat betrokkene de in het behandelplan beschreven voorwaarden naleeft;

bepaalt dat de geneesheer-directeur betrokkene moet opnemen indien buiten de inrichting het gevaar niet langer kan worden afgewend door naleving van de voorwaarden en dat de geneesheer-directeur betrokkene kan opnemen wanneer deze daarom zelf vraagt of wanneer betrokkene de voorwaarden niet naleeft;

bepaalt de duur van deze machtiging op twaalf maanden, ingaande 28 januari 2010, eindigende op 28 januari 2011.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Luyck, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2010, in aanwezigheid van de griffier.

wbo

Bijlage: behandelplan

Voor afschrift afgegeven aan:

bestuur van:GGzE

de Inspectie gezondheidszorg

officier van justitie

betrokkene

raadsman