Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL3700

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
17-02-2010
Zaaknummer
01/839203-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en drie medeverdachten raken in een vechtpartij verwikkeld met Poolse bewoners en Poolse vrienden van de bewoners in een poging van verdachte en zijn mededaders om de Polen uit de woning te zetten die enkele van de Polen van een van de medeverdachten huurde. Bij de vechtpartij hebben verdachte en zijn mededaders wapens gebruikt. Verdachte heeft gebruik gemaakt van een bougiesleutel als slagwapen. Een van de Polen is op de intensive care opgenomen. Verdachte en de medeverdachten zijn als medeplegers aangemerkt. Verdachte is voor zijn aandeel in de vechtpartij veroordeeld tot een gevangenisstraf 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Een beroep op noodweer is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/839203-09

Datum uitspraak: 16 februari 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: Vught PPC.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 augustus 2009, 6 november 2009 en 2 februari 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 13 juli 2009.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 11 april 2009 te Helmond ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of een of meer

ander(en) van het leven te beroven, met dat opzet voornoemd(e) perso(o)n(en)

meermalen, althans eenmaal, met een of meer mes(sen) en/of een zwaard, althans

een of meer scherpe en/of puntige voorwerpen, in het (boven)lichaam

heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of voornoemd(e) perso(o)n(en)

meermalen, althans eenmaal, met een of meer knuppel(s) en/of (een) (ijzeren)

sta(a)(f)(ven), althans een of meer grote en/of zware en/of harde voorwerpen,

op/tegen het hoofd en/of lichaam heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[artikel 287 jo 45 Wetboek van Strafrecht];

en/of

hij op of omstreeks 11 april 2009 te Helmond ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of een of meer

ander(en) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemd(e)

perso(o)n(en) meermalen, althans eenmaal, met een of meer mes(sen) en/of een

zwaard, althans een of meer scherpe en/of puntige voorwerpen, in het

(boven)lichaam heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of voornoemd(e)

perso(o)n(en) meermalen, althans eenmaal, met een of meer knuppel(s) en/of

(een) (ijzeren) sta(a)(f)(ven), althans een of meer grote en/of zware en/of

harde voorwerpen, op/tegen het hoofd en/of lichaam heeft/hebben geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 11 april 2009 te Helmond tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te

weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] en/of een of meer ander(en)) heeft/hebben geschopt en/of

(met een of meerdere knuppel(s) en/of (een) (ijzeren) sta(a)(f)(ven), althans

een of meer grote en/of zware en/of harde voorwerpen) heeft/hebben geslagen,

waardoor voornoemde voornoemde perso(o)n(en) letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

(artikel 300 Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Vaststaande feiten.

Op 11 april 2009 begaven politiemensen zich naar aanleiding van een melding betreffende een vechtpartij tussen een groot aantal personen naar het adres [adres] te Helmond. Aldaar troffen zij zeven personen aan van Poolse afkomst. Twee van hen, te weten aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] hadden steekwonden in de rug en werden per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd.1 In het ziekenhuis is [slachtoffer 1] op de intensive care opgenomen en is een thoraxdrain geplaatst in verband met bloed in de borstkasholte en een ingeklapte long.2 [slachtoffer 5] is ter observatie opgenomen en bleef stabiel.3 Twee andere Polen, te weten aangevers [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] waren ook gewond. [slachtoffer 4] had schaafverwondingen aan de rechter elleboog/bovenarm, rechter bil regio, een klein wondje onder de navel en kneuzingen die vanzelf herstellen.4 [slachtoffer 3] had verwondingen op zijn hoofd, hand en aan zijn rug.5

Op de achterplaats van de woning troffen de agenten de volgende voorwerpen aan:

een samurai-zwaard, een op een pistool gelijkend voorwerp en een houder daarvan, een houten knuppel, een beitel en een klein mesje.6 Op dat mesje is celmateriaal met bloed aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [slachtoffer 5]. Op de houder van het nepwapen is een onvolledig DNA-mengprofiel aangetroffen. De aanwezigheid van celmateriaal van verdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kan op grond van vergelijkend DNA-onderzoek niet worden uitgesloten. Daarnaast is op de beitel DNA-materiaal aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [slachtoffer 4] en op de honkbalknuppel is DNA-materiaal aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [slachtoffer 5].7 Op het zwaard is celmateriaal/bloed aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [slachtoffer 5]. Tevens is op het zwaard nog een ander DNA-mengprofiel gevonden waarin DNA-kenmerken zichtbaar zijn die afkomstig kunnen zijn van [slachtoffer 5] en [medeverdachte 2]. Tenslotte is op het zwaard nog een ander DNA-mengprofiel van minimaal drie personen aangetroffen, waarvan minimaal één man. Dit mengprofiel bevat celmateriaal/bloed dat afkomstig kan zijn van onder meer [slachtoffer 1], [slachtoffer 5] en [medeverdachte 2].8

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de poging tot doodslag en/of de poging tot zware mishandeling en/of de mishandeling van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] niet wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen de poging tot doodslag op [slachtoffer 1] en de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4]. De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en vraagt daarvoor vrijspraak. De verklaringen van de Poolse aangevers en de getuigen zijn onbetrouwbaar.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beoordeling van de bewijsmiddelen ziet de rechtbank zich voor het volgende probleem gesteld. Het dossier bevat een grote hoeveelheid verklaringen van aangevers, getuigen en verdachten. De meeste betrokkenen zijn meermalen door de politie en later ook nog door de rechter-commissaris gehoord. Tussen de verklaringen van de betrokkenen zitten soms grote verschillen. Ook hebben meerdere mensen op verschillende momenten (gedeeltelijk) met elkaar tegenstrijdige verklaringen afgelegd. De rechtbank wijt dit alles met name aan de volgende omstandigheden:

- ten tijde van de vechtpartij was sprake van een chaotische situatie en was het donker;

- een ieder heeft de situatie vanuit zijn eigen perspectief beleefd en niemand heeft een compleet overzicht over de gehele situatie gehad;

- een aantal Poolse aangevers / getuigen was onder invloed van alcohol;

- het tijdsverloop tussen de verhoren bij de politie en bij de rechter-commissaris.

Gelet hierop zal de rechtbank de afgelegde verklaringen behoedzaam en met terughoudendheid bezien. Met inachtneming daarvan gaat de rechtbank op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feitelijke gang van zaken:

[verdachte], huurder van de woning [adres] te Helmond, heeft deze onderverhuurd aan drie Poolse medewerkers van [getuige 1]. Een van de voorwaarden hierbij was dat deze medewerkers geen bezoek zouden ontvangen. Op 11 april 2009 bracht [verdachte] samen met zijn zoon [medeverdachte 3] een bezoek aan de woning en constateerde dat naast de drie huurders nog drie personen aanwezig waren. [verdachte] heeft hierop met [getuige 1] gebeld en heeft samen met zijn zoon [medeverdachte 3] de heer [getuige 1] en zijn vriendin [getuige 2] opgehaald en meegenomen naar de woning.9 [verdachte] was tijdens het telefoongesprek met [getuige 1] en daarna boos en riep tegen [getuige 1] dat hij direct mee moest komen om het probleem in voornoemde woning op te lossen, anders zou hij 'die jongens kapot maken/vermoorden'.10 Aangekomen in de woning is een discussie / ruzie ontstaan tussen [verdachte] en een aantal aanwezige Polen. Op enig moment is [medeverdachte 1], een vriend van de familie [naam], gebeld door [medeverdachte 2], de oudste zoon van [verdachte]. [medeverdachte 2] deelde [medeverdachte 1] mee dat hij naar het adres [adres] moest komen omdat de Polen ruzie hadden en dat deze Polen er nu uit moesten. [medeverdachte 1] is vervolgens direct, gewapend met een honkbalknuppel, naar de woning gerend.11 Eerder was [medeverdachte 2] door zijn vader gebeld die hem op de hoogte stelde van de problemen met de Polen en wilde dat hij direct naar hem (vader) toekwam.12 [medeverdachte 2] is bijna gelijktijdig met [medeverdachte 1] bij de woning gearriveerd. In de tuin van de woning is een vechtpartij ontstaan tussen de Poolse bewoners en bezoekers van het pand enerzijds en [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] anderzijds.13 [medeverdachte 1] hanteerde hierbij de door hem meegenomen knuppel, [medeverdachte 2] een zwaard en een neppistool en [verdachte] een ander slagwapen, naar eigen zeggen een bougiesleutel.14 Verder is er geslagen en geschopt.15 Ook [medeverdachte 3] heeft op een zeker moment deelgenomen aan de vechtpartij, echter zonder hierbij een wapen te gebruiken.16 De Polen waren ongewapend.17 Toen de politie ter plaatse kwam, waren [medeverdachte 1] en de familie [naam] inmiddels niet meer bij de woning aanwezig en troffen de agenten de hierboven onder de vaststaande feiten weergegeven situatie aan.

De rechtbank stelt zich vervolgens de vraag of aan de verdachten strafbare feiten zijn te verwijten en zo ja, hoe deze dan te kwalificeren.

De rechtbank kan, gelet op de hierboven geschetste problematiek rond de beoordeling van de in deze zaak afgelegde verklaringen, niet met voldoende overtuiging vaststellen wie van de verdachten precies welk geweld heeft toegepast. Dit gegeven hoeft echter aan strafrechtelijke verantwoordelijkheid niet in de weg te staan indien kan worden vastgesteld dat de verdachten zodanig bewust en nauw hebben samengewerkt dat sprake is van medeplegen.

In het onderhavige geval is de rechtbank van oordeel dat de samenwerking tussen de verdachten [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zodanig nauw en bewust is geweest dat sprake is van medeplegen van geweld. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Vanaf het moment dat [medeverdachte 2] [medeverdachte 1] telefonisch op de hoogte stelde van de situatie in de woning aan de [adres], wisten zowel [verdachte] als [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] wat hun gezamenlijke bedoeling was, namelijk de Polen zonodig met geweld de woning uitzetten. Vervolgens plegen alle drie de verdachten ook daadwerkelijk, min of meer gelijktijdig, ernstig geweld tegen dezelfde groep personen. Zij hanteren daarbij alle drie een wapen waarmee ernstig letsel veroorzaakt kan worden.

Onder deze omstandigheden houdt de rechtbank alle drie de verdachten verantwoordelijk voor het door hen gezamenlijk gepleegde geweld en veroorzaakte letsel. Gelet op de aard en ernst van de verwondingen van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] acht de rechtbank ten aanzien van hen medeplegen van poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen. Hierbij overweegt de rechtbank dat verdachten, gelet op hun gezamenlijke optreden en de door hen gebruikte wapens, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard hebben dat door hun handelen iemand zou komen te overlijden. Daarmee is voorwaardelijk opzet op de dood bewezen.

Ten aanzien van alle in de tenlastelegging genoemde personen en [slachtoffer 6]18, acht de rechtbank medeplegen van eenvoudige mishandeling bewezen, behalve ten aanzien van [slachtoffer 2]. Met betrekking tot [slachtoffer 2] overweegt de rechtbank dat hij in zijn verklaringen niet aangeeft dat ook tegen hemzelf geweld gebruikt is.

Ten aanzien van [medeverdachte 3] acht de rechtbank medeplegen van poging tot doodslag niet bewezen, nu niet uit de bewijsmiddelen blijkt dat hij op de hoogte was van het feit dat zijn broer [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar de woning zouden komen en dat zij en zijn vader vervolgens wapens zouden gebruiken. Ook heeft [medeverdachte 3] zelf geen wapen gebruikt.

Wel acht de rechtbank medeplegen van eenvoudige mishandeling wettig en overtuigend bewezen. [medeverdachte 3] heeft, toen de vechtpartij eenmaal gaande was, zich hiervan niet gedistantieerd en heeft naar eigen zeggen iemand aan zijn haren getrokken en samen met zijn vader twee mensen geslagen en geschopt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 11 april 2009 te Helmond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde personen, met een mes en/of een zwaard, in het bovenlichaam heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

op 11 april 2009 te Helmond tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk mishandelend meerdere personen (te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en een ander) heeft geschopt en/of (met een knuppel) heeft geslagen, waardoor voornoemde personen letsel hebben bekomen en/of pijn hebben ondervonden.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Voor zover de verdediging een beroep op noodweer heeft willen doen, waar zij stelt dat verdachte zijn zoons wilde ontzetten, verwerpt de rechtbank dit verweer, aangezien verdachte het initiatief heeft genomen om de Polen zonodig met geweld uit de woning te zetten en zijn zoons bij die situatie heeft betrokken.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 47, 57, 287, 300.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde: reclasseringstoezicht.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman pleit voor vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten. Subsidiair kan worden volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest.

De raadsman heeft ter terechtzitting tevens een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis op grond van art. 67a lid 3 Sv gedaan.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening houden met het volgende. Verdachte heeft bij de woning aan de [adres] samen met anderen gewelddadige feiten gepleegd. Hij is er niet voor teruggeschrokken om samen met anderen dergelijk zwaar geweld met wapens tegen zijn medemens te gebruiken en heeft aldus het recht in eigen hand genomen. Verdachte heeft het initiatief tot het plegen van de strafbare feiten genomen en heeft zijn zoons daarbij betrokken. Verdachte heeft bij het plegen van de feiten welbewust een zeer groot en levensbedreigend gevaar voor zijn medemensen in het leven geroepen en heeft zich om het lot van de slachtoffers volstrekt niet bekommerd. Bij de bewezenverklaarde feiten zijn meerdere personen gewond geraakt, van wie één persoon zodanig dat hij op de intensive care is opgenomen.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening houden met het feit dat meerdere Polen boos waren en ruzie hebben gemaakt omdat zij de woning niet wilden verlaten.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank wijst het verzoek van de raadsman tot opheffing van de voorlopige hechtenis op grond van artikel 67a lid 3 Sv af, aangezien de rechtbank van oordeel is dat toepassing van art. 67a lid 3 Sv niet aan de orde is.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd

en

medeplegen van mishandeling, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

en de bijzondere voorwaarde:

dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt het volgen en afronden van een gedragsinterventie, zoals de Agressieregulatietraining (ART) of COVA-training.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. K. Visser, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. S.J.W. Hermans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 16 februari 2010.

1 Proces-verbaal bevindingen, eindproces-verbaal, blz. 100-101.

2 Geneeskundige verklaring, eindproces-verbaal, blz. 207.

3 Geneeskundige verklaring, eindproces-verbaal, blz. 221.

4 Geneeskundige verklaring, eindproces-verbaal, blz. 196.

5 Proces-verbaal bevindingen, eindproces-verbaal, blz. 101.

Aangifte [slachtoffer 3], eindproces-verbaal, blz. 162.

6 Proces-verbaal bevindingen, eindproces-verbaal blz. 102.

Proces-verbaal bevindingen, eindproces-verbaal, blz. 331-332.

7 Deskundigenrapport NFI, met kenmerk 2009.05.27.115, d.d. 7 augustus 2009, blz. 11.

Proces-verbaal bevindingen, eindproces-verbaal, blz. 331-333.

8 Deskundigenrapport NFI, met kenmerk 2009.05.27.115, d.d. 7 augustus 2009, blz. 12.

Proces-verbaal bevindingen, eindproces-verbaal, blz. 331 en 333.

9 Verklaring verdachte [verdachte], eindproces-verbaal, blz. 276-278.

Verklaring verdachte [medeverdachte 3], eindproces-verbaal, blz. 263.

Verklaring getuige [getuige 1], eindproces-verbaal, blz. 129.

Verklaring getuige [getuige 2], eindproces-verbaal, blz. 132-133.

10 Verklaring getuige [getuige 1], eindproces-verbaal, blz. 129.

Verklaring getuig[getuige 2], eindproces-verbaal, blz. 132.

11 Verklaring verdachte [medeverdachte 1], eindproces-verbaal, blz. 258-259.

Verklaring getuig[getuige 2], eindproces-verbaal, blz. 136.

12 Verklaring getuige [getuige 3] ter terechtzitting van 11 augustus 2009.

13 Verklaring getuige [slachtoffer 2], eindproces-verbaal, blz. 115-116.

Verklaring [slachtoffer 3], eindproces-verbaal, blz. 159.

Verklaring [slachtoffer 4], eindproces-verbaal, blz. 180-181.

Verklaring aangever [slachtoffer 1], eindproces-verbaal, blz. 199-200.

Verklaring aangever [slachtoffer 5], eindproces-verbaal, blz. 212-213.

Verklaring getuige [getuige 1], eindproces-verbaal, blz. 129-130.

Verklaring getuig[getuige 2], eindproces-verbaal, blz. 136-37.

14 Deskundigenrapport NFI, met kenmerk 2009.05.27.115, d.d. 7 augustus 2009, blz. 11-12.

Verklaring getuige [verdachte] ter terechtzitting van 2 februari 2010.

15 Zie voetnoot 13.

16 Verklaring verdachte [medeverdachte 3], eindproces-verbaal, blz. 264.

Verklaring verdacht [verdachte], eindproces-verbaal, blz. 278.

Verklaring getuige [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris d.d. 3 november 2009, blz. 4.

17 Verklaring getuige [getuige 1], eindproces-verbaal, blz. 124.

18 Verklaring getuige [slachtoffer 2], eindproces-verbaal, blz. 116.

Verklaring getuige [slachtoffer 6], eindproces-verbaal, blz. 145.