Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL2130

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
01/839051-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BP1068, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schending Salduz-norm. Strafkorting in plaats van bewijsuitsluiting van de resultaten die zijn verkregen op basis van toestemming onderzoek in woning. Tijdstip toestemming ligt vóór wijzen “Salduz”-arresten door HR, maar na uitspraak EHRM. Verdachte verleende toestemming tijdens verhoor door politie op tijdstip gelegen voor eerste contact met raadsman.

Ernstige bezwaren i.v.m. toepassing art. 151b Sv (afname DNA-materiaal tegen wil verdachte)

Motivering bewijswaarde DNA-spoor

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 118
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/839051-09

Datum uitspraak: 05 februari 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

wonende te [woonplaats] [adres]

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van de onderzoeken ter terechtzitting van 20 januari 2010 en 22 januari 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 2 juli 2009.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 7 augustus 2009 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 08 november 2008 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) euro 17.000,-, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [bedrijf x], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of I[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met (een) pisto(o)l(en), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp(en), en/of (een) mes(sen), die zij bij zich droegen en/of toonden, en/of met (deels) bedekte gezichten/hoofden voor openingstijd het [bedrijf x]-filiaal binnen is/zijn gegaan en/of daar

- [slachtoffer 2] en/of I[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] (personeelsleden) heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of (vervolgens) de handen/polsen/enkels heeft/hebben vastgebonden/getaped en/of

- [slachtoffer 2] heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- [slachtoffer 5] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of gestoten en/of

- [slachtoffer 7] (bedrijfsleider) heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of (vervolgens) mee heeft/hebben genomen naar de kluis en/of heeft/hebben geduwd en/of getikt tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben vastgepakt en/of die [slachtoffer 7] (nogmaals) heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of (vervolgens) de handen/polsen van die [slachtoffer 7] heeft/hebben vastgebonden/getaped;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

([bedrijf x] - [adres 1] - Eindhoven)

(map 14 en 15)

2.

hij in of omstreeks de periode van 25 december 2007 tot en met 9 februari 2009 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, een laptop (Acer) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wist, althans redelijkerwijze had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikel 416 jo 417bis van het Wetboek van Strafrecht)

(map 18)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmotivering.

Ten aanzien van feit 1:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft bewijsuitsluiting bepleit van de DNA-resultaten in deze strafzaak.

De verdediging heeft dat als volgt onderbouwd. De verdachte heeft toestemming gegeven voor de doorzoeking van de woning waar hij toen verbleef. Deze toestemming heeft hij echter gegeven voordat hij contact had gehad met zijn raadsman. Tijdens het onderzoek in de woning zijn schoenen in beslag genomen en daarin is een DNA-profiel aangetroffen dat overeenkomt met het DNA profiel in een pantykous die zou zijn aangetroffen op de (vermeende) vluchtweg van een van de daders van de overval. Van verdachte is DNA afgenomen op bevel van de officier van justitie, zodat ingevolge artikel 151b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) sprake moet zijn van ernstige bezwaren ter zake een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

Deze ernstige bezwaren zijn echter ontstaan doordat op onrechtmatige wijze, want met een doorzoeking middels de instemming die aan een gebrek leidt, bewijs tegen verdachte is verzameld. Ook uit de overige dossierstukken blijkt de betrokkenheid van verdachte bij het onderhavige feit niet.

Verdachte dient naar het oordeel van de verdediging te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank houdt bij haar oordeel rekening met het volgende.

Bevindingen van [verbalisant 1]

Verbalisant en zijn collega [verbalisant 2] zijn op 8 november 2008 rond 05.53 uur naar aanleiding van een melding van een overval naar de [bedrijf x] aan het [adres 1] te Eindhoven gegaan. Ter hoogte van de sauna rende een man voor hun voertuig de straat over. Verbalisant zag dat de man kort stopte, in de richting van hun dienstvoertuig keek, hen zag, een draagtas op de weg liet vallen en wegrende in de richting van de Karel de Grotelaan. Verbalisant zag vervolgens dat een persoon over een ijzeren hek klom en met luide stem riep: "politie, politie". Daarbij keek die man naar de achteringang van de [bedrijf x]. Deze man rende vervolgens weg in de richting van het tankstation aan de Karel de Grotelaan. Verbalisant zag toen bij de achteringang van de [bedrijf x], ter hoogte van een open staande deur, een andere man staan. Hij zag dat deze man de [bedrijf x] uit liep en dat hij een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn rechterhand hield. Op een afstand van vijf tot zeven meter zag hij dat de man iets wits, gelijkend op handschoenen, ter hoogte van zijn handen had. Verbalisant riep: "politie, stop of ik schiet". De man begon ineens te rennen, waarop verbalisant te voet de achtervolging heeft ingezet. De man rende de sauna voorbij in de richting van de trap naar het fietspad onder het Kastelenplein door. Verbalisant heeft nogmaals geroepen dat hij moest stoppen en dat hij anders zou gaan schieten. Verbalisant vuurde een waarschuwingsschot af en later nadat hij op een afstand van tien meter van de man nogmaals "stop of ik schiet" had geroepen, heeft hij een tweede schot gelost, gericht op de benen van de man. De man hield hierop even in en rende vervolgens weer verder. De man ging via de trap de rijbaan van de Meerveldhovenseweg over, met de trap naar beneden en over het fietspad de bossages in. Daarna had verbalisant geen zicht meer op de man. Deze bossages bevinden zich nabij een school aan de Keversberg. Verbalisant heeft een signalement van de door hem achtervolgde man gegeven. Hij heeft gezien dat het gezicht van deze man was bedekt, vermoedelijk met een panty.

Verbalisant verklaart later dat hij de man die hij achtervolgd heeft, op de beelden van de bewakingscamera van de [bedrijf x] herkent als de man met het forse postuur . Hij was één van de vier overvallers die een aantal medewerkers met zwarte tape vast bond. Eén van de andere overvallers droeg ook witte handschoenen, maar hij droeg een blauwe jas met op de rug de tekst 'opel'. Hij herkende de man die hij achtervolgd had op de camerabeelden aan diens kleding, postuur en witte handschoenen.1

Bevindingen van verbalisant [verbalisant 2].

Verbalisant zag dat op 8 november 2008 ter hoogte van de sauna een man voor de politieauto langs rende. Hij droeg donkere jas en was licht getint. Hij liet daarbij een blauw/wit gekleurde tas vallen. Zij en haar collega [verbalisant 1] hoorden een persoon "politie, politie" roepen. Collega [verbalisant 1] stapte uit hun voertuig. Verbalisant zag dat er nog een persoon uit de [bedrijf x] kwam, die over het hek klom en in de richting van de Karel de Grotelaan rende. Het betrof een lichtgetinte man met een donkerkleurige jas. Daarna zag verbalisant een persoon uit de [bedrijf x] rennen. Zij en haar collega [verbalisant 1] achtervolgden deze persoon. Ze hoorde vervolgens dat [verbalisant 1] riep: "blijf staan of er wordt geschoten". Hij riep dat tegen een persoon met een blauw met zwarte jas en met een vuurwapen in diens rechterhand. [verbalisant 1] vuurde een schot af in de lucht. De man rende echter de trap af, de fietstunnel in. Ze zag en hoorde dat [verbalisant 1] stopte, richtte en met zijn dienstwapen nogmaals schoot. De rennende persoon reageerde hierop, hield even in, maar rende weer verder, de bosjes nabij de Keversberg in. Toen heeft collega [verbalisant 1] de achtervolging gestaakt.2

Bevindingen verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3]

Verbalisanten zijn van de hondenbrigade en hadden speurhond genaamd 'Diesel' op aanwijzingen van collega [verbalisant 1] meegenomen naar de school en de bossages aldaar. Zij hebben daar niemand aangetroffen, maar de speurhond heeft nabij een 1.20 meter hoog hekwerk wel verse menselijke geursporen opgepikt. Op enkele meters van dat hekwerk zagen zij aan een takje onkruid een zwarte nylon pantykous hangen. Deze kous was droog, terwijl het buiten vochtig was en overal condens op zat.3

De aangifte van [slachtoffer 1].

Als eigenaar van de supermarkt [bedrijf x] aan het [adres 1] te Eindhoven heeft hij aangifte gedaan van de overval met geweld. Hierbij is een onbekend geldbedrag buitgemaakt. Bij de overval is een tas met geld meegenomen. Deze is daarbij op straat achtergelaten. Hij heeft deze tas van de politie terug ontvangen. Hierin zat een geldbedrag van € 17.000,-. Op tien euro na betreft dit de inhoud van de leeggeroofde kluis. Het hele geldbedrag uit de kluis is daarmee terecht.4

De verklaring van getuige [slachtoffer 2].

Hij hoorde rond 05.50/05.55 uur geschreeuw vanuit het magazijn van de [bedrijf x] en heeft de toegangsdeur naar het magazijn geopend. Hij zag toen twee gemaskerde mannen met een bivakmuts op. Een van de gemaskerde mannen stond bij minimaal één van zijn collega's. Hij moest van één van de gemaskerde mannen op de grond gaan liggen en een andere gemaskerde man bond zijn handen vast met tape. De eerste overvaller zei hem: "rustig blijven en hier blijven liggen". Hij voelde en zag dat die man hem een trap in zijn rug gaf. Één of twee van de overvallers liepen met [slachtoffer 7] richting het kassakantoor en de kluis. [slachtoffer 7] heeft zijn sleutelbossen uit zijn broekzak gehaald. Tussendoor zei een van de overvallers: "het is niet jullie geld, alles is verzekerd, er is niets aan de hand". Na enkele minuten werd collega [slachtoffer 8] meegenomen door één van de overvallers. Op enig moment hoorde hij dat de overvallers tegen elkaar zeiden: "politie, politie". Zij zijn vervolgens met spoed door de achterdeur vertrokken. Hij mist zijn sleutelbos nog steeds.

Hij heeft zeker drie overvallers gezien en mogelijk waren er nog meer. De eerste man was in het bezit van een mes met lemmet 20 tot 25 centimeter. De tweede man had een zwart pistool vast. De getuige geeft vervolgens een beschrijving van de eerste en de tweede man.5

De verklaring van getuige [slachtoffer 7].

Hij hoorde rond 05.50 uur een geluid, ging kijken en zag dat vier mannen het magazijn van de [bedrijf x] binnen stormden. Ze riepen dat hij op de grond moest gaan liggen, met zijn handen achter op zijn rug. Hij zag dat [slachtoffer 8] al op de grond lag.

Hij stelt dat de mannen één Nederlander, twee Marokkanen en een man met een donkere huid betroffen. De man met de donkere huid heeft hem een trap in zijn gezicht gegeven. Hij lag toen al op de grond. Hij heeft hiervan erg veel pijn ondervonden. Hij heeft ook een trap tegen zijn linkerzij gekregen. Een andere overvaller kwam vroeg hem in het Nederlands met een Marokkaans accent of hij de manager was. Hij is met hem naar de kluis gegaan. Ondertussen is hij met deze overvaller terug naar het magazijn gegaan om de kluissleutel te halen. Vervolgens heeft hij de kluis geopend, waarop de overvaller de kluis leegde en alles in een zwarte tas deed. Een tweede overvaller heeft bij de kassa stevige tassen van de [bedrijf x] gehaald. Daar heeft hij het geld in gedaan. De getuige omschrijft vervolgens de daders. De overvaller bij de kluis had een pistool. Hij droeg een jas met capuchon en Nike sportschoenen. Terug in het magazijn lag hij vervolgens met de aanwezige collega's met de handen met tape op de rug gebonden op de grond. De overvallers zijn naar de personeelsingang gelopen. Hij hoorde ze roepen: "politie, politie". De overvallers zijn gevlucht.6

De verklaring van getuige [slachtoffer 3].

Ze zag [slachtoffer 7] met een onbekende man uit het kassakantoor komen. Deze persoon droeg een zwarte driekwart jas, een zwarte broek, een zwarte bivakmuts en was 10 tot 15 centimeter kleiner dan [slachtoffer 7]. Ze wilde het alarmnummer bellen, maar werd opgemerkt door één van de overvallers. Deze was in het zwart gekleed en had een bivakmuts op. Hij zei: "dit is een overval. Als je gewoon meewerkt gebeurt er niks. Blijf maar gewoon rustig". In het magazijn moest ze op de grond gaan liggen. Deze persoon zei aan het einde van de overval: "niet met elkaar praten en elkaar ook niet aankijken. Maak je maar niet druk. Het is niet jullie geld. Jullie zijn maar personeel. Het is toch verzekerd. Ik kom over 10 minuten terug om te kijken of jullie nog op de grond liggen". Ze heeft in het magazijn van de [bedrijf x] vier overvallers gezien.

De dader die haar ontdekt had, had een mes bij zich. Hij droeg zwarte kleding, een bivakmuts met twee gaten voor de ogen en Nike air schoenen. De tweede dader droeg zwarte kleding, was echt dik of vadsig en had als enige geen bivakmuts op. Hij had een soort panty over zijn hoofd en door die panty heen was duidelijk te zien dat hij donker of zwart was. Deze persoon had ook een negroïde uiterlijk. De lengte was 1.75 à 1.80 meter. Hij droeg geen Nike of sportschoenen, maar gewoon 'nette' schoenen. Ze heeft bij hem geen wapens gezien, maar hij was wel agressief. De derde dader was in het zwart gekleed, ongeveer 1.85 meter lang, dun, slungelig en had een gebreide bivakmuts op met twee gaten voor de ogen en één gat voor zijn mond. Het betrof een Marokkaan, gelet op zijn huidskleur en accent. Hij droeg geen sportschoenen, maar gewone schoenen. De vierde dader droeg zwarte kleding en Nike sportschoenen. De dader die met [slachtoffer 7] terug in het magazijn kwam had een zilverkleurige diepvriestas uit de winkel in zijn hand. [slachtoffer 7] moest ook op zijn buik gaan liggen en werd ook gekneveld. [slachtoffer 7] werd geschopt tegen zijn ribbenkast. Na een tijdje arriveerde collega [slachtoffer 6] Een overvaller opende de deur en zij moest op de grond gaan liggen en werd ook gekneveld met tape. Plots werd er geroepen dat er politie aan zou komen. De vier daders zijn via de personeelsingang naar buiten gegaan.7

De verklaring van getuige [slachtoffer 4].

Ze was in de kantine toen ze een onbekende mannenstem hoorde schreeuwen. Ze zag dat [slachtoffer 7] hard naar beneden werd geduwd of geslagen. Ze is in de kantine gebleven en heeft om 05.52 uur en om 05.54 uur met haar mobiele telefoon het alarmnummer 112 gebeld. Ze heeft melding gemaakt van de overval en aangegeven dat deze nog gaande was. Een van de overvallers zag haar in de kantine en ze moest mee naar het magazijn. Deze overvaller had een groot mes bij zich. Ze moest op de grond gaan liggen en haar handen werden met tape op haar rug gebonden. Ze heeft gezien dat verdachte 1 een vuurwapen in zijn hand had, verdachte 2 een mes had en verdachte 3 een vuurwapen in zijn broekzak had. Collega [slachtoffer 6] kwam het magazijn binnen en kort daarna kwam [slachtoffer 7] met verdachte 4 terug van het kantoor. Ze hadden sleutels nodig. Verdachte 4 had een bivakmuts op. Op enig moment zag ze de vier verdachten naar de deur lopen. Ze hoorde een man roepen: "politie, politie".8

Bevindingen van [verbalisant 5]:

Op de videobeelden van de overval op de [bedrijf x] aan het [adres 1] te Eindhoven heeft verbalisant hetgeen de getuigen over dit deel van de overval hebben verklaard ook waargenomen.9

Proces-verbaal Forensisch Technische Ondersteuning:

Door de verbalisanten werden onder meer de volgende sporen aangetroffen:

SP01: sporttas met daarin een [bedrijf x] tas, in deze een kleinere zwarte sporttas, gevuld met kleingeld in rolletjes en papiergeld. AAAV3260NL;

[bedrijf x] tas SP01a, AAAV3261NL; zwarte sporttas SP01b, AAAV3259NL;

SP02 sportbroek, slidingbroek, AAAV3262NL;

Pantykous op de vluchtroute, SP11, AAAV3274NL.

Vervolgonderzoeken.

De slidingbroek werd niet in de tas, maar nabij de ingang van de [bedrijf x] op de grond aangetroffen.

Op pagina 4179 wordt de kennelijke vluchtweg en de locatie van het aantreffen van de pantykous weergegeven.10

Deskundigenrapport van het NFI:

Op 10 februari 2009 heeft het NFI gerapporteerd over onder meer een door hen onderzochte pantykous [AAAV3274NL] en een broek [AAAV3262NL], zaaknummer 2008.11.27.111 (aanvragen 1,2,3). De pantykous is afkomstig van een onbekende man C. De broek is afkomstig van een onbekende man A.11

Deskundigenrapport van het NFI:

Op 10 februari 2009 heeft het NFI gerapporteerd over onder meer een door hen onderzochte pantykous [AAAV3274NL], zaaknummer 2008.11.27.111 (aanvragen 1,2,3). De pantykous is afkomstig van een onbekende man C.12

Deskundigenrapport van het NFI:

Op 13 maart 2009 heeft het NFI gerapporteerd over onder meer de door hen onderzochte broek en de bemonstering [AAAV3262NL]#5 (speeksel op de plek waar de mond en neus van de drager konden zitten) matcht met DNA-profiel van [medeverdachte 1] [RGP025]. De berekende frequentie van dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.13

Bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6]:

Op 9 februari 2009 heeft op de [adres 3] een onderzoek in de woning plaatsgevonden op het verblijfadres van [verdachte] Op dat adres woont diens zus [van verdachte]. Op een open zolderruimte werd een tas aangetroffen met daarin twee paar Nike sportschoenen, één paar witte met groene strepen en één paar rode. Verbalisanten hoorden van [de vriendin van verdachte], dat deze sportschoenen van [verdachte] waren. De schoenen zijn vervolgens in beslag genomen.14

Deskundigenrapport van het NFI.

Op 15 april 2009 heeft het NFI gerapporteerd over de door hen onderzochte schoenen, zaaknummer 2008.11.27.111 (aanvraag 4). Het DNA-profiel van de schoenen [AAAW5241NL] matcht met het DNA-profiel van de eerder onderzochte pantykous van de onbekende man C.15

Deskundigenrapport van het NFI:

Op 12 mei 2009 heeft het NFI gerapporteerd over de door hen onderzochte pantykous en schoenen in de zaak met nummer 2008.11.27.111 (aanvraag 5). De DNA-profielen van de pantykous en van de schoenen matchen met het DNA-profiel van [verdachte] [RAAI7664NL]. De berekende frequentie van elk van deze DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard.16

De verdediging heeft bewijsuitsluiting bepleit van de DNA-resultaten in deze strafzaak.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

De rechtbank stelt vast dat verdachte de toestemming als verwoord in zijn verklaring d.d. 9 februari 2009 heeft gegeven zonder dat hij voorafgaand in de gelegenheid is geweest contact te hebben met een raadsman. In zoverre is er een schending van de normen die kunnen worden afgeleid uit het zgn. Salduz-arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de arresten van de Hoge Raad die naar aanleiding van dit arrest zijn gewezen.

Ten tijde van het hiervoor genoemde verhoor had de Hoge Raad echter nog geen arrest gewezen over de betekenis van het Salduz-arrest voor de Nederlandse opsporing en vervolging. De in het proces-verbaal omschreven situatie en handelwijze van de politie met betrekking tot de toestemming voor het onderzoek in de woning op 9 februari 2008 was de gebruikelijke werkwijze bij meerderjarige verdachten. Een werkwijze bovendien die toentertijd door zowel openbaar ministerie als zittende magistratuur juridisch acceptabel werd geacht. De rechtbank acht bewijsuitsluiting onder de geschetste omstandigheden een te zware sanctie en zij zal in elk geval een nader aan te geven korting op de straf toekennen.

Omdat niet is besloten tot bewijsuitsluiting kan het materiaal dat ten tijde van de voorgeleiding voorhanden was, onder meer de vergelijking tussen het DNA-profiel in een eerder in de woning van verdachte in beslaggenomen sportschoen en het DNA-profiel in de aangetroffen pantykous, gebruikt worden als bewijsmiddel en dus ook bij de beantwoording van de vraag of er ten tijde van het afnemen van het celmateriaal van verdachte tegen diens wil ernstige bezwaren tegen verdachte waren.

De officier van justitie heeft opdracht gegeven om lichaamsmateriaal af te nemen van verdachte toen hij in verzekering was gesteld. Een dag later is door de rechter-commissaris de vordering inbewaringstelling van verdachte toegewezen, en aansluitend heeft de raadkamer (en rechtbank) de voorlopige hechtenis van verdachte tot aan de zittingsdatum verlengd.

De inschatting van de officier van justitie dat er tegen verdachte ernstige bezwaren bestonden is daarmee bevestigd door rechter-commissaris, raadkamer en rechtbank.

Ook aan de andere wettelijke vereisten voor toepassing van artikel 151b Sv is naar het oordeel van de rechtbank voldaan.

De rechtbank ziet geen reden de resultaten van het DNA-onderzoek uit te sluiten van het bewijs.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de bewijswaarde van een volledig DNA-profiel het navolgende.

Een volledig overeenkomend DNA-profiel, zeker indien de rapportage aangeeft dat de kans op een gelijk profiel minder dan een op een miljard is, levert in beginsel wettig en overtuigend bewijs op van het strafbaar feit indien het aangetroffen spoor in min of meer rechtstreeks verband met het gepleegde delict kan worden gebracht en de verdachte niet een aannemelijke verklaring kan/wil geven voor het aangetroffen spoor. In deze zaak betreft het een pantykous waarvan op grond van de andere bewijsmiddelen geldt dat deze is gedragen bij de overval op de [bedrijf x], gepleegd op 8 november 2008 te Eindhoven. Verdachte heeft ontkend dat hij betrokken is bij dit feit.

Het aangetroffen, overeenkomstige, volledige DNA-profiel is tevens het enige DNA-profiel dat is aangetroffen in/op de pantykous. Dit levert in elk geval geen aanwijzing op dat een persoon met een ander DNA-profiel de pantykous heeft gedragen, laat staan over het hoofd gehad.

Het uiterlijk van verdachte, zoals beschreven door de aangevers is niet in strijd met de eigen waarneming van de rechtbank ter zitting: verdachte heeft een stevig postuur en heeft een negroïde uiterlijk.

De rechtbank overweegt voorts het volgende ten aanzien van het bewijs.

Namens de benadeelde is aangifte gedaan van de gewapende roofoverval. De getuigen hebben verklaard dat zij vier daders hebben gezien. De overvallers hadden twee vuurwapens en een mes bij zich. Het betroffen drie licht getinte mannen en één donkere wat dikkere man met een soort pantykous over zijn hoofd. Deze dikkere man had volgens hen geen sportschoenen aan. Deze dikkere man had geen wapen bij zich, maar was wel erg agressief. De overvallers hebben onder dreiging van een vuurwapen een medewerker van de [bedrijf x] bewogen om geld uit de kluis in een tas te doen. De overvallers hebben een tas met het geld uit de kluis vervolgens mee naar buiten genomen. Daar werd de overvaller met deze tas geconfronteerd met de aanwezigheid van een politievoertuig. Hij is toen gevlucht en heeft de tas toen op straat achtergelaten. De verbalisanten in genoemd politievoertuig zien de verdachte vluchten. Vervolgens zien ze nog een verdachte op een hek die 'politie, politie' roept. Woorden die de medewerkers in de [bedrijf x] ook hebben gehoord. Zij verklaarden dat de overvallers toen snel zijn weggegaan. Verbalisant [verbalisant 1] ziet dan een verdachte persoon bij de ingang van de [bedrijf x], die op zijn aanroepen wegvlucht. [verbalisant 1] achtervolgt deze verdachte waarbij hij twee schoten heeft gelost. Verdachte weet te ontkomen door de bosjes in te vluchten. [verbalisant 1] herkent de door hem achtervolgde man later op de beelden van de beveiligingscamera's van de [bedrijf x] als de man met het forse postuur.

Door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] wordt met speurhond 'Diesel' vervolgens mogelijk door verdachte gevolgde vluchtroute nagelopen, waarbij de speurhond een menselijk geurspoor oppikt. Enkele meters van die plek wordt een pantykous aangetroffen en veiliggesteld. Uit het onderzoek van het NFI blijkt dat het hoofd DNA-profiel op deze pantykous overeenkomt met het celmateriaal van [verdachte]

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte op 8 november 2008 fysiek niet in staat was om een dergelijke vlucht voor de politie uit te voeren. De rechtbank acht hetgeen op dit punt door getuigen is verklaard niet afdoende. Met name volgt uit de verklaring van de door verdachte geraadpleegde fysiotherapeut (naam fysiotherapeut) dat het letsel aan de enkel wel meeviel. De verklaring van de vriendin van verdachte als zou verdachte in die periode uitsluitend thuis zijn geweest wordt al weerlegd door de verklaring van een medewerker van een uitzendbureau waar verdachte voor werkzaam was ([persoon 1]). Volgens die verklaring zou verdachte in die tijd sollicitatiegesprekken hebben gevoerd bij een potentiële werkgever/opdrachtgever.

Ten aanzien van de gestelde oogafwijking heeft de door de rechter-commissaris benoemde deskundige (naam deskundige) in zijn rapport d.d. 21 december 2009 ondubbelzinnig aangegeven dat de oogafwijking van verdachte niet met zich brengt dat hij zonder bril niet voldoende zou kunnen zien indien hij een pantykous over zijn hoofd zou hebben.

Verdachte is bovendien een vriend/bekende van [medeverdachte], die voor dit feit eveneens is veroordeeld.

Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat de donkere dikkere overvaller, verdachte betreft en is zij van oordeel dat het onder feit 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Ten aanzien van feit 2:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de opzetheling van de laptop wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte wist niet dat de door hem via marktplaats.nl gekochte laptop van diefstal afkomstig was. Hij had dit ook niet kunnen of moeten vermoeden. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank houdt bij haar oordeel rekening met het volgende.

Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname:

Tijdens de doorzoeking van de rechter-commissaris op 9 februari 2009 in de woning aan de [adres 4] is een laptop aangetroffen. Deze laptop, merk Acer, inclusief oplader is onder verdachte [verdachte] inbeslaggenomen.17

De aangifte van [slachtoffer 9] d.d. 26 december 2007.

De bewoner van de [adres 5] te Eindhoven, [slachtoffer 9], heeft op 26 december 2007 aangifte gedaan van diefstal. Hij had zijn woning op 25 december 2007 te 22.00 uur afgesloten en ontdekte op 26 december 2007 rond 12.00 uur dat er was ingebroken in zijn woning. Uit de woning werd onder andere een laptop, merk Acer, weggenomen. Deze laptop betrof een Acer Aspire 1801WSM en had toen een waarde van € 1.147,-.18

Bevindingen van [verbalisant 7]:

Verbalisant heeft de onder verdachte op 9 februari 2009 inbeslaggenomen laptop onderzocht. Daaruit bleek dat aangever [slachtoffer 9] deze laptop een computernaam 'Jane' had gegeven. Voorts is gebleken dat er op 7 januari 2008 een Curriculum Vitae op naam van verdachte aangemaakt, dat er op 28 december 2007 een folder is aangemaakt met de naam [emailadres verdachte] en dat er op 19 januari 2008 een op 22 juli 2007 gemaakte foto in de laptop opgenomen. De resultaten van de herstelde bestanden en mappen met de zoektermen [zoekterm verdachte] en '[zoekterm verdachte] zijn veiliggesteld en bij het proces-verbaal gevoegd.19

Proces-verbaal fotoherkenning:

[verbalisant 8] en [verbalisant 9] hebben verdachte diverse malen verhoord en zij herkenden verdachte op de foto's die zijn aangetroffen op de onder verdachte inbeslaggenomen laptop.20

De verklaring van verdachte:

Verdachte heeft verklaard dat hij thuis een laptop had, merk Acer, die hij voor school gebruikte. Hij heeft deze laptop iets meer dan twee jaar geleden via marktplaats gekocht voor € 300,-. Hij had met de verkoper, een Turkse jongen van zijn leeftijd, afgesproken bij een telefooncel op het Frans Leharplein in Eindhoven. Op straat heeft hij de laptop getest en hij heeft de jongen de € 300,- betaald. De oplader zat er gewoon los bij. Volgens verdachte kostten dergelijke laptops toen zo'n € 600,- of € 800,- in de winkel. Er stonden volgens hem programma's op die hij niet gebruikte.21

De rechtbank overweegt het volgende.

Gelet op de datum van de aangifte en de bevindingen van [verbalisant 7] is gebleken dat verdachte de onder verdachte inbeslaggenomen laptop kort na de diefstal daarvan via marktplaats heeft gekocht van een onbekende Turkse jongen. Hij heeft de laptop op straat getest en hiervoor contant een bedrag van € 300,- betaald aan die jongen. De verdachte geeft aan dat hij de laptop kocht voor minder dan de helft van de nieuwprijs. Verdachte heeft bovendien geen enkel garantiebewijs en/of aankoopbewijs bij de aankoop van de onbekende jongen gekregen. De (mede door verdachte) geschatte waarde van de laptop op het moment van het verkrijgen van de laptop afgezet tegen de koopprijs, de omstandigheden waaronder hij de laptop heeft aangeschaft en het feit dat er nog programma's van de eigenaar op stonden maken dat verdachte naar het oordeel van de rechtbank welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij een gestolen laptop kocht. De rechtbank acht daarom het onder 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Ten aanzien van feit 1:

op 08 november 2008 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) euro 17.000,-, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [bedrijf x], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en I[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededaders met op een vuurwapen gelijkende voorwerpen en een mes, die zij bij zich droegen en toonden, en met (deels) bedekte gezichten/hoofden voor openingstijd het [bedrijf x]-filiaal binnen zijn gegaan en daar

- [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] (personeelsleden) hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en (vervolgens) de handen/polsen hebben vastgebonden/getaped en

- [slachtoffer 2] hebben getrapt en

- [slachtoffer 5] hebben geslagen en

- [slachtoffer 7] (bedrijfsleider) hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en die [slachtoffer 7] hebben getrapt en mee hebben genomen naar de kluis en hebben getikt tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 7] hebben vastgepakt en die [slachtoffer 7] (nogmaals) hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en (vervolgens) de handen/polsen van die [slachtoffer 7] hebben vastgebonden/getaped.

Ten aanzien van feit 2:

in de periode van 25 december 2007 tot en met 9 februari 2009 te Eindhoven een laptop (Acer) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die laptop wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 24c, 27, 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 57, 60a,

310, 312, 416.

De strafmotivering.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert ten aanzien van feit 1 en feit 2:

* een gevangenisstraf van drie jaren met aftrek van het voorarrest;

* deels verbeurdverklaring, deels onttrekking aan het verkeer en deels teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen;

* gehele toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 5], vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* gehele toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 7] vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* gehele toewijzing van de civiele vordering van I[slachtoffer 3], vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft gelet op de door haar bepleite algehele vrijspraak geen standpunt ingenomen omtrent een eventueel aan verdachte op te leggen sanctie.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Strafverzwarend weegt de rechtbank mee dat verdachte heeft gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelden. Het mede door verdachte gepleegde strafbare feit heeft een enorme impact gehad op de slachtoffers. Hij en zijn mededaders hebben voor openingstijd de supermarkt overvallen. Daarbij is met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp een medewerker van de overvallen supermarkt bedreigd om het geld uit de kluis te kunnen bemachtigen. Daarbij heeft verdachte fysiek geweld toegepast tegen enkele medewerkers van de supermarkt en zijn zij met een mes en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd om te voorkomen dat zij hen konden tegenhouden. De slachtoffers hebben doodsangsten uitgestaan en hebben nog gedurende geruime tijd een onveilig gevoel aan het handelen van verdachte en zijn mededaders overgehouden. Verdachte is er niet voor teruggeschrokken om samen met anderen dergelijk zwaar geweld tegen zijn medemensen te gebruiken en heeft zich daarbij volstrekt niet bekommerd om het lot van de slachtoffers.

De rechtbank acht het tevens noodzakelijk een zodanig duidelijke straf op te leggen dat personen die overwegen een soortgelijk feit te plegen van de uitvoering van hun plan afzien.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke een langdurige vrijheidsbeneming meebrengt.

De rechtbank zal echter gelet op het hiervoor ten aanzien van het geconstateerde gebrek in verband met 'Salduz', vier maanden in mindering brengen op de door de rechtbank passend geachte gevangenisstraf van 36 maanden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden, danwel voorwerpen betreffen die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden danwel niet is kunnen worden vastgesteld aan wie deze voorwerpen toebehoorden.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid ofwel van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Verzoek opheffing voorlopige hechtenis.

Tijdens de beraadslaging in raadkamer heeft de rechtbank, gelet op de hierna aan verdachte op te leggen gevangenisstraf, beslist dat het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte wordt afgewezen.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2:

opzetheling

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen en maatregelen.

Ten aanzien van feit 1, feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht;

Ten aanzien van feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1148,64 subsidiair 21 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] , van een bedrag van EUR 1.148,64 (zegge: eenduizendhonderdachtenveertig euro en vierenzestig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1.000,- immateriële schade en EUR 148,64 materiële schade.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald, bekend onder parketnummer 01/839303-08.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 1.148,64 (zegge: eenduizendhonderdachtenveertig euro en vierenzestig eurocent), te weten EUR 1.000,- immateriële schade en EUR 148,64 materiële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Ten aanzien van feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2.152,80 subsidiair 31 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] ,van een bedrag van EUR 2.152,80 (zegge: tweeduizendhonderdtweeenvijftig euro en tachtig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1.800,- immateriële schade en EUR 352,80 materiële schade.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald, bekend onder parketnummer 01/839303-08.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] van een bedrag van EUR 2.152,80 (zegge: tweeduizendhonderdtweeenvijftig euro en tachtig eurocent), te weten EUR 1.800,- immateriële schade en EUR 352,80 materiële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Ten aanzien van feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1607,00 subsidiair 26 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] , van een bedrag van EUR 1.607,- (zegge: eenduizendzeshonderdenzeven euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1.607,- immateriële schade.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald, bekend onder parketnummer 01/839303-08.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van een bedrag van EUR 1.607,- (zegge: eenduizendzeshonderdenzeven euro), te weten EUR 1.607,- immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

-nr. 5: één rekbaar stuk stof met gaten (ibn: 08-129482/03);

-nr. 6: één bivakmuts, grijs met rood stiksel (ibn: 08-129482/04);

-nr. 14: één bivakmuts, met klep en flos (ibn: 08-129482/12);

-nr. 16: één zwart pistool;

-nr. 17: één zwart met zilver pistool;

-nr. 18: éénmaal onderdelen imitatiewapen;

-nr. 20: één slidingbroek (Sp02);

-nr. 21: één patroonhouder (Sp03);

-nr. 23: één pistool, Bbgun (Sp05);

-nr. 32: één gevouwen ponypak seeltjes (H09-1800-1);

-nr. 33: losse seeltjes (H09-1400-1).

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

-nr. 3: een mes (ibn: 08-129482/01);

-nr. 4: een kniptang (ibn: 08-129482/02);

-nr. 7: een grijze linker handschoen (ibn: 08-129482/05);

-nr. 8: een grijze rechter handschoen (ibn: 08-129482/06);

-nr. 9: een zwarte linker handschoen (ibn: 08-129482/07);

-nr. 10: een zwarte rechter handschoen (ibn: 08-129482/08);

-nr. 11: een bruine rugzak, Trunck&Co (ibn: 08-129482/09);

-nr. 12: twee grijze sokken (ibn: 08-129482/10);

-nr. 13: een RayBan zonnebril (ibn: 08-129482/11);

-nr. 15: een zwarte canvas schoudertas (ibn: 08-129482/13);

-nr. 19: een sporttas (Sp01);

-nr. 22: een vleesmes (Sp04);

-nr. 24: een set hengsels van [bedrijf x] tas (Sp06);

-nr. 25: een zwart duct tape;

-nr. 26: een houtje met daarop schoenspoor;

-nr. 27: een plastic tas met daarop schoenspoor;

-nr. 28: een stuk duct tap;

-nr. 29: een pantykous.

Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten:

* nr. 1: één ACER laptop (H09-1200-1) aan de rechtmatige eigenaar ([slachtoffer 9]);

* nr. 2: een paar rood/witte NIKE Sportschoenen (H02-9000) aan verdachte;

* nr. 30: twee pantoffels, aan de rechtmatige eigenaar [persoon 2]

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging en mr. M.Th. van Vliet, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken op 5 februari 2010.

1 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] op de pagina's 3894 tot en met 3897, 3913 en 3914

2 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] op de pagina's 3915 en 3916

3 Proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] op de pagina's 3922 en 3923

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] op de pagina's 3953 en 3956

5 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] op de pagina's 3959 tot en met 3962

6 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] op de pagina's 3966 en 3967

7 Proces-verbaal van verhoor van I[slachtoffer 3] op de pagina's 3974 tot en met 3978

8 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] op de pagina's 3990 tot en met 3998

9 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 10] op de pagina's 4006 tot en met 4102

10 Proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 4] (FTO) op de pagina's 4174 tot en met 4201

11 Rapportage van het NFI op de pagina's 4240 tot en met 4251

12 Rapportage van het NFI op de pagina's 4240 tot en met 4251

13 Rapportage van het NFI op de pagina's 4254 tot en met 4262

14 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] en [verbalisant 6] op de pagina's 4277 tot en met 4284

15 Rapportage van het NFI op de pagina's 4285 tot en met 4291

16 Rapportage van het NFI op de pagina's 4292 tot en met 4295

17 Proces-verbaal van doorzoeking en kennisgeving van inbeslagneming op de pagina's 5420 tot en met 5423

18 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] op de pagina's 5424 tot en met 5426

19 Proces-verbaal van [verbalisant 7] op de pagina's 5428 tot en met 5460

20 Proces-verbaal van [verbalisant 8] en [verbalisant 9] op de pagina's 5461 tot en met 5465

21 Proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de politie op de pagina's 5470, 5475 en 5476

??

??

20

Parketnummer: 01/839051-09

[verdachte]