Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL1091

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
29-01-2010
Zaaknummer
666239
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijk verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst van schermvereniging met schermtrainster. Zie ook LJN BL1089. Verstoorde arbeidsverhouding. Ontbinding zonder vergoeding. Habe nichts verweer gehonoreerd. Betreft gesubsidieerde baan. Om financiele gevolgen van ontbinding niet direct te laten ingaan wordt ontbonden met inachtneming van een termijn van 3 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, lokatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 666239

EJ verz. : 09-6035

Uitspraak : 27 januari 2010

in de zaak van:

Vereniging Schermvereniging Zaal Verwijlen,

gevestigd te Eindhoven aan de Weegschaalstraat 3,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J. van Haarlem,

t e g e n :

[verweerster]

wonende te Oss,

verweerster,

gemachtigde: mr. J.W. Ponds.

Partijen worden hierna aangeduid als "Zaal Verwijlen" en "[verweerster]".

1. De procedure

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank, sector kanton, locatie 's-Hertogenbosch, op 17 december 2009, heeft Zaal Verwijlen verzocht om de arbeidsovereenkomst met [verweerster] voorwaardelijk, namelijk voor het geval deze niet reeds eerder is geëindigd, te ontbinden.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 december 2009, bij welke gelegenheid partijen de zaak hebben doen bepleiten, Zaal Verwijlen door haar voorzitter A.C. Huybens en [verweerster] door haar gemachtigde voornoemd. De behandeling van dit ontbindingsverzoek vond gelijktijdig plaats met de behandeling van een kort geding tussen partijen, bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer 665513, rolnummer 09-12542. Na gevoerd debat is de zaak voor korte tijd aangehouden, waarna Zaal Verwijlen producties in het geding heeft gebracht en de mondelinge behandeling op 6 januari 2010 is voortgezet. Daarna is de beschikking bepaald op heden.

2. Inleiding

2.1. [verweerster] is op 1 juni 1998 in dienst getreden van zaal Verwijlen, en was laatstelijk werkzaam als algemeen medewerkster/assistent trainer tegen een bruto salaris (exclusief vakantiegeld) van € 1.395,74 per maand. [verweerster] is thans 60 jaar oud.

2.2. Zaal Verwijlen grondt het verzoek op de stelling dat er gewichtige redenen zijn om de arbeidsovereenkomst, voor het geval deze blijkt nog niet te zijn geëindigd, te ontbinden, bestaande uit veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst (in dat geval) billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

2.3. Ter toelichting op deze stellingname heeft Zaal Verwijlen, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.

Tussen partijen is sprake van een zeer verstoorde arbeidsrelatie. Er zijn tussen partijen al twee procedures gevoerd, namelijk een door [verweerster] opgestarte kort geding procedure tot wedertewerkstelling, welke vordering is toegewezen en een door Zaal Verwijlen opgestart ontbindingsverzoek, welk verzoek is afgewezen. Medio november 2009 heeft de eigenaar van de sportzaal de huurovereenkomst met Zaal Verwijlen met onmiddellijke ingang opgezegd vanwege een huurachterstand. Zaal Verwijlen is op zoek gegaan naar een nieuwe locatie die zij gevonden heeft in Cuijk. Hier kon [verweerster] de overeengekomen werkzaamheden hervatten hetgeen op 10 december 2009 aan [verweerster] is doorgegeven. [verweerster] was niet gelukkig met de situatie waarna partijen hebben afgesproken om een time-out te nemen tot 4 januari 2010. Op 11 december 2009 gaf [verweerster] via haar gemachtigde echter schriftelijk aan dat zij er achter gekomen was dat de werkzaamheden gewoon vanuit Oss plaats konden vinden, waarbij zij schermvereniging ArgOss (hierna te noemen: ArgOss) en Zaal Verwijlen in een adem noemde. ArgOss is echter een nieuwe schermvereniging, opgericht op 24 september 2009 door de heer Huybens en zijn zoon. Deze vereniging gebruikt weliswaar de zaal in Oss, maar is niet de werkgever van [verweerster]. Er is geen sprake van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. Per e-mail van 11 december 2009 heeft Zaal Verwijlen [verweerster] medegedeeld dat ArgOss in deze geen partij is en [verweerster] haar werkzaamheden diende te hervatten op 14 december 2009 in Cuijk. Zij is op die dag niet op haar werk verschenen. Per brief van 14 december 2009 heeft Zaal Verwijlen haar op staande voet ontslagen vanwege werkweigering. Zij legt daaraan ten grondslag dat van [verweerster] als goed werkneemster verwacht mocht worden dat zij op redelijke afstand op een andere locatie ging werken. Indien in rechte komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat, verzoekt Zaal Verwijlen ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een gewichtige reden, bestaande uit veranderingen in de omstandigheden zoals hierboven geschetst. Daarbij merkt zij op dat geen van de verenigingsleden nog les van [verweerster] wenst te krijgen, ongeacht of Zaal Verwijlen of ArgOss haar werkgever is.

2.4. [verweerster] heeft tegen het verzoek, kort weergegeven, het navolgende tot verweer aangevoerd.

Zaal Verwijlen is niet-ontvankelijk in haar verzoek nu ArgOss als gevolg van overgang van onderneming als werkgever van [verweerster] dient te gelden. Indien de kantonrechter het verzoek inhoudelijk in behandeling neemt, dient het te worden afgewezen omdat het verzoek een herhaling betreft van het ontbindingsverzoek waarop reeds op 1 december 2009 is beslist.

Zaal Verwijlen onderbouwt haar stelling dat geen van de leden nog les van [verweerster] wenst te hebben niet. [verweerster] twijfelt ernstig aan de juistheid van deze stelling. Tijdens de Nederlandse Jeugdkampioenschappen in Roermond is zij door vele leden en ouders benaderd, die aangaven haar te missen. Op de Algemene Ledenvergadering van 23 december 2009 is sprake geweest van stemmingmakerij. De uitspraken die Huybens daar deed over [verweerster] en haar raadsman waren op diverse punten onjuist en grievend. Het is maar de vraag of de aanwezige leden bij een juiste voorstelling van zaken eenzelfde mening waren toegedaan.

Indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden acht [verweerster] een ontbindingsvergoeding van € 94.966,15 (op grond van de kantonrechtersformule met c=3) redelijk. De kansen op de arbeidsmarkt zijn voor [verweerster] bijzonder klein. Zij heeft zich jarenlang vol overgave ingezet voor de vereniging maar sinds het aantreden van Huybens wordt op allerlei manieren getracht haar eruit te werken. Het habe-nichts-verweer van Zaal Verwijlen dient te worden gepasseerd, nu zij heeft nagelaten haar stellingen terzake te onderbouwen. Bovendien ontvangt de vereniging subsidie die aangewend dient te worden voor het salaris van [verweerster].

Deze subsidie is op 7 december 2009 aan de vereniging uitbetaald maar is niet aangewend om achterstallig salaris te betalen. Bovendien heeft zaal Verwijlen zich willens en wetens in deze positie gemanoeuvreerd en krijgt zij bij toewijzing van een vergoeding de gelegenheid om het ontbindingsverzoek in te trekken.

3. De beoordeling

3.1. Gesteld noch gebleken is dat het verzoek verband houdt met een van de opzegverboden van artikel 7:647, 648, 670 en 670a BW of met enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.

3.2. Het meest verstrekkende verweer van [verweerster] houdt in dat Zaal Verwijlen niet-ontvankelijk is omdat zij door de overname door ArgOss niet langer als werkgeefster heeft te gelden. Zaal Verwijlen heeft gemotiveerd bestreden dat er sprake is (geweest) van een overname als door [verweerster] gesteld.

De onderhavige procedure leent zich niet voor een diepgaand onderzoek naar de feiten. Bij gebreke van dit onderzoek en uitgaande van het onbetwiste feit dat Zaal Verwijlen het ontslag op staande voet heeft gegeven, zal dit verweer niet gehonoreerd worden. Bovendien gaat het in casu om een verzoek tot ontbinding "voorzover vereist". Partijen verschillen van mening over de vraag of de arbeidsovereenkomst na het ontslag op staande voet nog voortduurt. Ook op deze vraag kan in dit geding geen antwoord worden gegeven. Hierna wordt er dan ook veronderstellenderwijs vanuit gegaan dat de arbeidsovereenkomst tussen [verweerster] en Zaal Verwijlen nog niet is geëindigd. Uitgaande van deze veronderstelling is Zaal Verwijlen ontvankelijk in haar verzoek.

3.3. Bij verzoekschrift van 14 oktober 2009 heeft Zaal Verwijlen reeds verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster], primair op grond van een dringende reden, subsidiair op grond van veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Bij beschikking van 1 december 2009 heeft de kantonrechter te 's-Hertogenbosch het verzoek afgewezen (zaak is bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer 654089 EJ VERZ

09-5097). In de onderhavige procedure baseert zaal Verwijlen haar verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] uitsluitend op de stelling dat er gewichtige redenen zijn om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, bestaande uit veranderingen in omstandigheden welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Een groot aantal omstandigheden die zij aan haar verzoek ten grondslag legt heeft zij reeds aangevoerd in de vorige ontbindings-procedure. De kantonrechter heeft zich over deze omstandigheden uitgelaten onder punt 3.3.1. van zijn eerdergenoemde beschikking van 1 december 2009. De onderhavige kantonrechter sluit zich aan bij deze overwegingen. De inhoud daarvan dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. De kantonrechter heeft daarin onder meer overwogen : 'dat niet gebleken is dat aan [verweerster] kenbaar is gemaakt dat Zaal Verwijlen haar functioneren onvoldoende achtte, dat er met [verweerster] afspraken zijn gemaakt in hoeverre en op welke wijze het functioneren diende te verbeteren en dat [verweerster] te verstaan is gegeven dat ze er rekening mee moest houden dat de arbeidsrelatie zou worden beëindigd indien dat functioneren niet zou verbeteren'.

3.4. Uit de stellingen van Zaal Verwijlen blijkt dat zij totaal geen vertrouwen meer heeft in [verweerster] en dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. Zij voert naast de omstandigheden die de kantonrechter destijds in voornoemde rechtsoverweging 3.3.1. heeft besproken, tevens omstandigheden aan die zich hebben voorgedaan ná voormelde beschikking van de kantonrechter op 1 december 2009 en zijn uitspraak in kort geding op dezelfde datum (zaak is bekend onder zaaknummer 652013 rolnummer 09-9797).

3.5. Eén van deze omstandigheden betreft de weigering van [verweerster] om gehoor te geven aan de oproep van Zaal Verwijlen om haar werkzaamheden op maandag 14 december 2009 te hervatten. Omdat Zaal Verwijlen kennelijk geen gebruik meer kon maken van de zaal in Oss, is zij op zoek gegaan naar een nieuwe locatie voor de schermlessen. Zij vond deze locatie in Cuijk, ongeveer 40 kilometer verwijderd van Oss. [verweerster] werd geconfronteerd met deze plotselinge locatiewijziging die een aanzienlijke vermeerdering van reisduur en beduidend veel extra reiskosten met zich mee bracht, hetgeen door Zaal Verwijlen niet zou worden vergoed. Ook werd aan haar zonder overleg een werkinstructie overhandigd, met werktijden van in totaal 32 uren per week, waarbij geen rekening werd gehouden met de extra reisafstand (tijd voor tijd) en waarbij zij bovendien elke dag 15 minuten voor aanvang aanwezig diende te zijn. Gelet op de uitlatingen van Huybens op 10 december 2009 was het zeer twijfelachtig of er op 14 december 2009 in Cuijk wel leden zouden zijn om training aan te geven. Voor zover de weigering van [verweerster] om op 14 december 2009 op het werk te verschijnen heeft bijgedragen in de vertrouwensbreuk tussen partijen kan [verweerster] hiervan in het licht van voornoemde omstandigheden geen verwijt worden gemaakt. Daarentegen heeft het gevolgde ontslag op staande voet van [verweerster] op 14 december 2009, zonder voorafgaande waarschuwing, onmiskenbaar bijgedragen aan een verdere vertrouwensbreuk tussen partijen.

3.6. Een andere omstandigheid betreft de stelling van Zaal Verwijlen dat geen van de verenigingsleden nog les wenst te krijgen van [verweerster]. [verweerster] betwist dit, althans zij twijfelt hier ernstig aan. Daarbij heeft zij aangevoerd dat zij tijdens de Nederlandse Jeugdkampioenschappen in Roermond door vele leden en ouders is benaderd die aangaven haar te missen.

Vaststaat dat er op 23 december 2009 een Algemene Ledenvergadering van Zaal Verwijlen heeft plaatsgevonden. De conceptnotulen van deze vergadering zijn door Zaal Verwijlen in het geding gebracht. Uit deze notulen kan worden afgeleid dat geen van de op de vergadering aanwezige ouders die ook op de Nederlandse Jeugdkampioenschappen te Roermond aanwezig waren, de uitspraken heeft gedaan die door [verweerster] worden gesteld. Ook staat in de notulen opgenomen dat: 'de teneur van de reactie van de aanwezige leden is dat men toch wel verbaasd is te horen dat [verweerster] stelt door leden te zijn benaderd terug te komen. De wens [G] (kr: [verweerster]) terug te vragen is niet bepaald wat leeft onder de leden'.

Uit de conceptnotulen blijkt voorts dat er een stemming tussen de aanwezige leden heeft plaatsgevonden waarbij 17 stemmen tegen het voorstel waren om het exit-traject van [verweerster] te staken en haar terug te laten komen bij Zaal Verwijlen in de setting als voor de bestuurswisseling van juli 2009. Uit de conceptnotulen blijkt voorts dat nul stemmen voor dit voorstel waren en niemand zich had onthouden van stemming. Wel had 1 persoon de vergadering verlaten voor de stemming.

Uit de conceptnotulen kan worden afgeleid dat er een actuele ledenstand is van 38 leden inclusief administratief leden (alleen leden zonder betalingsachterstand) en er in 2009 17 leden hebben opgezegd. Uit de overgelegde notulen van de algemene ledenvergaderingen uit 2006, 2007 en 2008 en uit de stellingen van Zaal Verwijlen ter zitting valt af te leiden dit het ledenaantal de afgelopen jaren is gedaald en het huidige ledenaantal onvoldoende is om een exploitabele vereniging te kunnen drijven.

3.7. Uit voornoemde stemming blijkt dat bijna de helft van de leden van Zaal Verwijlen (althans van degenen zonder betalingsachterstand) niet positief aankijkt tegen een verdere samenwerking met [verweerster] althans tegen het voorstel is om haar terug te laten komen. [verweerster] heeft in dit verband weliswaar aangevoerd dat de stemming ondeugdelijk is geschied dan wel dat de leden onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken tot hun oordeel zijn gekomen, maar zij heeft haar standpunt dienaangaande onvoldoende onderbouwd. Wel staat vast dat er in september 2009 twee leden hebben opgezegd omdat ze van [verweerster] les wilden krijgen. [verweerster] heeft echter geen namen genoemd van personen die om die reden hebben opgezegd. Zij heeft evenmin namen genoemd van leden die nog les van haar willen krijgen.

3.8. Tussen de processtukken bevinden zich diverse verklaringen van leden, oud leden en/of ouders waarin het functioneren van [verweerster] ter sprake komt. Hierin wordt een beeld geschetst van een kundig trainster die erg prestatie gericht is en waarbij veruit de meeste aandacht uitging naar kinderen / leden met talent en ambitie (de wedstrijdschermers) die een voorkeursbehandeling ontvingen ten koste van de minder talentvolle schermers / recreanten. [verweerster] zou daarbij met twee maten meten.

In een interview voor de krant geeft [verweerster] toe dat zij moeite heeft met trainende kinderen die zich niet voor de volle honderd procent inzetten en zij het natuurlijk moet accepteren als er ook kinderen komen om recreatief te trainen, maar dat soms moeilijk is.

Uit de overgelegde verklaringen blijkt duidelijk dat niet alle leden en ouders blij waren met deze verenigingscultuur en zij zich ervoor uitgesproken hebben dat alle verschillende soorten schermers recht hebben op evenveel aandacht. Als enig trainster van Zaal Verwijlen (sinds medio 2007), gaf [verweerster] in belangrijke mate vorm aan deze verenigingscultuur.

3.9. Duidelijk is dat het bestuur van Zaal Verwijlen in juli 2009 heeft besloten een exittraject in te gaan met [verweerster] en dat alle op de laatste algemene Ledenvergadering aanwezige leden tegen het voorstel zijn om dit traject te staken. Gebleken is dat de verhoudingen tussen partijen inmiddels zo verstoord zijn dat voortzetting van de arbeidsrelatie geen enkele zin meer heeft. Nog daargelaten dat de huidige voorzitter van Zaal Verwijlen geen inspanningen wenst te verrichten gericht op voortzetting van het dienstverband - hij heeft verklaard dat ingeval de leden door [verweerster] getraind willen worden zij maar een andere voorzitter moeten zoeken - is van een dergelijke inspanning geen resultaat te verwachten nu er inmiddels onvoldoende draagvlak voor [verweerster] bestaat onder een groot gedeelte van het dalende ledenbestand.

3.10. De kantonrechter is derhalve voornemens de arbeidsovereenkomst tussen [verweerster] en Zaal Verwijlen, zo deze nog blijkt te bestaan, te ontbinden.

3.11. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de kantonrechter van oordeel dat [verweerster] enige vergoeding zou moeten toekomen. Zaal Verwijlen heeft echter aangevoerd dat zij er financieel slecht voor staat. Zij heeft weliswaar geen deugdelijke administratie overgelegd waaruit dit blijkt, maar de overgelegde notulen van de Algemene Ledenvergaderingen 2008 en 2009, de bestaande huurschuld en het feit dat de loonsubsidie van [verweerster] niet aan haar kan worden uitbetaald vanwege de debetstand op de rekening, vormen aanwijzingen voor de slechte financiële situatie waarin Zaal Verwijlen zich bevindt.

Het habe nichts verweer zal derhalve gehonoreerd worden. Om de financiële gevolgen van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor [verweerster] niet direct te laten ingaan, zal de arbeidsovereenkomst eerst ontbonden worden met ingang van 1 mei 2010. Het is aan partijen om er gezamenlijk voor te zorgen dat de loonsubsidie die zaal Verwijlen tot die datum voor [verweerster] ontvangt, bij [verweerster] terecht komt.

3.12. Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

4. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk, namelijk voor het geval er nog een arbeidsovereenkomst tussen partijen bestaat, met ingang van 1 mei 2010;

compenseert de kosten van de procedure in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2010 door

mr. P.G.Th. Lindeman-Verhaar, kantonrechter te 's-Hertogenbosch, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaaknummer: 666239 blad 6

beschikking