Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL0091

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-01-2010
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
656824
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding wegens verstoorde arbeidrelatie; ontbindingsvergoeding en korte duur dienstverband

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0049
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

Zaaknummer : 656824

EJ verz. : 09-1855

Uitspraak : 5 januari 2010

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mikrocentrum B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

gemachtigde: mr. R.G.M. Michiels,

t e g e n :

[verweerder],

wonende te Helmond,

verweerder,

gemachtigde: mr. S.J.W.C. Lipman (DAS Rechtsbijstand).

hierna mede te noemen "Mikrocentrum"en "[verweerder]",

heeft de kantonrechter de navolgende beschikking gegeven.

1. De procedure

Bij verzoekschrift ingekomen ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven, op 28 oktober 2009, heeft Mikrocentrum verzocht om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden. Zijdens [verweerder] is een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben de zaak doen bepleiten door hun gemachtigden voornoemd.

Na gevoerd debat is de beschikking bepaald op heden.

2. Inleiding

2.1 [verweerder], geboren op 11 augustus 1961, is sinds 1 juli 2008 in dienst bij Mikrocentrum op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, welke op 1 november 2008 is omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. [verweerder] is werkzaam als Seminarmanager. De werkzaamheden worden verricht in of vanuit de vestiging te Eindhoven. Het brutosalaris van [verweerder] bedraagt thans € 2.828,00 per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en verdere emolumenten.

2.2 Mikrocentrum grondt haar verzoek op de stelling dat er gewichtige redenen zijn welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of op korte termijn behoort te eindigen.

2.3 Ter toelichting heeft Mikrocentrum, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.

Tussen Mikrocentrum en [verweerder] is een verschil in inzicht ontstaan over de wijze waarop de werkzaamheden door [verweerder] dienen te worden verricht.

Mikrocentrum is een bedrijf dat zich hoofdzakelijk bezig houdt met het organiseren van opleidingen een seminars. [verweerder] was bij Mikrocentrum werkzaam als Seminar manager. In die functie was [verweerder] verantwoordelijk voor de realisatie en organisatie van bestaande en - zo mogelijk - nieuwe seminars. [verweerder] werkte aanvankelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Toen [verweerder] steeds te kennen gaf dat hij bijzonder veel prijs stelde op een arbeidovereenkomst voor onbepaalde tijd is Mikrocentrum om [verweerder] meer vertrouwen te geven uiteindelijk overgegaan tot het verlenen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de hoop dat dit meer rust en focus bij [verweerder] zou bewerkstelligen. De beslissing om al per september 2009 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden was derhalve niet gebaseerd op de door [verweerder] geleverde prestaties maar louter op het goed werkgeverschap van Mikrocentrum.

Het eerste seminar waar [verweerder] zich op diende te richten betrof het IAS-seminar 2009. In december 2008 werd besloten om dit evenement, waarvoor [verweerder] verantwoordelijk was, niet door te laten gaan. Na het afblazen van dit evenement is indringend met [verweerder] gesproken over het (dis)functioneren van [verweerder] in het kader van voornoemd evenement. [verweerder] heeft zich daarop ziekgemeld, waardoor de toen al bestaande twijfels over zijn functioneren werden bevestigd.

Tijdens het MT overleg in februari 2009 werd besloten om [verweerder] (nog) niet te ontslaan maar hem, mede met het oog op zijn privéomstandigheden, nog een nieuwe kans te bieden door hem de organisatie van een ander evenement toe te bedelen, Vision & Robotics. Tevens werd besloten om [verweerder] intensief te begeleiden door middel van coachingsgesprekken die wekelijks zouden worden gevoerd met de directeur van Mikrocentrum, dhr. [directeur] (hierna: [directeur]). Dit is destijds ook zo aan [verweerder] medegedeeld en de begeleidende gesprekken hebben ook daadwerkelijk plaatsgevonden.

Op 6 mei 2009 is een functioneringsgesprek gevoerd. Daarbij is aangegeven dat het functioneren van [verweerder] onder de maat was en onvoldoende om voor Mikrocentrum te blijven functioneren. Met [verweerder] werd afgesproken dat hij tot het evenement Vision & Robotics de tijd kreeg om zichzelf te verbeteren. Na dit evenement is het functioneren van [verweerder] opnieuw geëvalueerd. Daarbij is vastgesteld dat het functioneren van [verweerder] niet de gewenste verbetering heeft laten zien en dat er nog steeds sprake was van inactiviteit en ineffectiviteit aan de zijde van [verweerder]. Op 27 juli 2009 is aan [verweerder] medegedeeld dat voor hem een ontslagvergunning zou worden aangevraagd welke op 29 juli 2009 is ingediend. In de daaropvolgende ontslagprocedure heeft [verweerder] een voorstelling van zaken geschetst die bezijden de waarheid is. De ontslagvergunning is uiteindelijk niet aan Mikrocentrum toegekend. Daardoor is naast het ontbreken van voldoende functioneren, een ernstige vertrouwensbreuk tussen partijen ontstaan waardoor van enige vorm van samenwerking geen sprake meer kan zijn. Elders in het bedrijf zijn geen (her)plaatsingsmogelijkheden voorhanden die als passend voor [verweerder] kunnen worden beschouwd. Mikrocentrum ziet daardoor geen andere mogelijkheid dan de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te beëindigen.

2.4. [verweerder] is van mening dat, gezien de feiten en omstandigheden, het ontbindingsverzoek dient te worden afgewezen. Hij voert daartoe het navolgende aan.

[verweerder] bestrijdt dat hij een contract voor onbepaalde tijd heeft gekregen enkel en alleen omdat hij zich onzeker voelde in verband met zijn contract voor bepaalde tijd. Een werkgever gaat geen contract voor onbepaalde tijd aan wanneer hij twijfels heeft over het functioneren van een werknemer. De reden voor het toekennen van een contract voor onbepaalde tijd was niet gelegen in de onzekerheid van [verweerder] omtrent de verlenging van zijn contract. De reden voor de omzetting van zijn contract was, zoals hem werd medegedeeld, gelegen in het feit dat men zeer tevreden was over zijn prestaties.

Zoals de cijfers in het verweerschrift (p. 2) laten zien kampte het IAS evenement al vóór de komst van [verweerder] met afnemende bezoekersaantallen. Dit had te maken met de nadrukkelijke aanwezigheid van hoofdsponsor Ordina waardoor concurrenten het massaal lieten afweten en het verzuim van eerdere collega's om de beurshallen tijdig te reserveren. Daar kwam ook nog eens de kredietcrisis bij waardoor veel bedrijven geen financiële verplichtingen durfden aan te gaan. In overleg met [verweerder] heeft Mikrocentrum toen de "stekker er uit getrokken". Daarbij is aan [verweerder] medegedeeld dat hem niets viel te verwijten. Het verhaal dat [verweerder] zich het stopzetten van de beurs IAS erg heeft aangetrokken en zich om die reden ziek heeft gemeld klopt niet. Er was enkel sprake van een normale griep die vrij hardnekkig was.

Vanaf januari 2009 heeft [verweerder] zich bezig gehouden met de organisatie van het evenement Vision & Robotics. Er is toen niet met [verweerder] gecommuniceerd dat dit evenement zijn laatste kans zou zijn. Het evenement was - zoals [directeur] ook heeft toegegeven - ondanks de tegenzittende economie een enorm succes. Dit blijkt onder meer uit de cijfers van het evenement en een drietal persberichten (productie 8, verweerschrift). Ook de heer Van Beek, uitgever van het blad Vision & Robotics heeft te kennen gegeven dat de beurs een succes was. Ofschoon [directeur] twee keer heeft aangegeven dat collega's moesten bijspringen om het evenement te doen slagen, blijkt uit de urenstaten (productie 8, verweerschrift) dat de bijdrage van die collega's bescheiden is geweest. Na het succes van Vision & Robotics is [verweerder] weer enthousiast aan de slag gegaan met het verbreden van het concept van de beurs.

Op 6 mei 2009 is [verweerder] tijdens een beoordelings/functioneringsgesprek voor de eerste keer op de hoogte gesteld van zijn disfunctioneren. [verweerder] bestrijdt dat er sprake is van disfunctioneren. In het gespreksverslag dat [verweerder] enkel voor gezien, doch niet voor akkoord heeft getekend, wordt aangegeven dat het functioneren van [verweerder] niet acceptabel is op de punten Persoonlijke kwaliteit, Persoonlijke Productiviteit en Communicatie. Voorts wordt gesteld dat [verweerder] niet de juiste prioriteiten stelt, dat het schort aan zijn resultaten en aanpak, en dat hij weinig initiatieven vertoont. Deze aantijgingen zijn niet onderbouwd middels objectieve feiten en gegevens en zijn ook niet gemotiveerd. Tijdens voornoemd functioneringsgesprek is tevens gemeld dat de klanttevredenheid zeer goed was.

Op 25 mei 2009 heeft [verweerder] een e-mail naar [directeur] gezonden en om nadere uitleg gevraagd. Daarbij heeft [verweerder] tevens verzocht zijn verbeterpunten aan te geven, maar [verweerder] heeft nimmer een antwoord op deze e-mail ontvangen.

[verweerder] bestrijdt dat er vanaf 5 maart 2009 coachingsgesprekken hebben plaatsgevonden. De gevoerde gesprekken betroffen normale werkgesprekken die hoorden bij de gewijzigde management aanpak. De gesprekken golden voor alle collega's. Uit de persoonlijke aantekeningen van [directeur] die in het kader van de eerder vernoemde ontslagprocedure aan het UWV/Werkbedrijf zijn overgelegd blijkt ook niet dat Mikrocentrum bezig is geweest met het ondersteunen, begeleiden of scholen van [verweerder] teneinde zijn functioneren te verbeteren. [verweerder] is gedurende het gehele jaar door niemand begeleid. [verweerder] heeft juist - ondanks het gebrek aan begeleiding - fantastische resultaten geboekt. Het verbaasde [verweerder] dan ook dat hij zich geconfronteerd zag met een ontslagaanvraag. Tot op heden is het voor [verweerder] niet duidelijk wat er verkeerd is gegaan. Ook zijn voormalig leidinggevende, de heer [medewerker 1] (hierna: [medewerker 1]), heeft nooit zijn twijfels omtrent het functioneren van [verweerder] met hem besproken zodat [verweerder] gedurende zijn dienstverband niet de gelegenheid heeft gehad om hier iets mee te doen. Bovendien kan [medewerker 1] niet over (de verbetering in) het functioneren van [verweerder] oordelen nu [medewerker 1] al ruim een half jaar weg is bij Mikrocentrum.

De werkgever dient mede op grond van artikel 7:611 BW zorgvuldig jegens de werknemer te handelen en dient om die reden de werknemer in duidelijke bewoordingen en aantoonbaar aan te spreken op zijn functioneren op het moment dat de werkgever meent dat de werknemer onvoldoende functioneert. [verweerder] is door Mikrocentrum niet in de gelegenheid gesteld zijn functioneren te verbeteren. Er is geen sprake geweest van een verbetertraject. Er is geen intensieve begeleiding geweest en er hebben geen evaluatiegesprekken plaatsgevonden. Het handelen in strijd met de zorgplicht dan wel het ongegrond roepen van disfunctioneren dient Mikrocentrum duur te komen te staan.

[verweerder] is dan ook van mening dat het ontbindingsverzoek dient te worden afgewezen. Indien de kantonrechter evenwel tot het oordeel komt dat een vruchtbare samenwerking niet meer tot de mogelijkheden behoort, dan verzoekt [verweerder] om een ontbindingsvergoeding waarbij de correctiefactor op 3 wordt gesteld.

3. De beoordeling

3.1 Gesteld noch gebleken is dat het verzoek verband houdt met een van de opzegverboden van artikel 7:647, 648, 670 en 670a BW of met enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.

3.2 Mikrocentrum heeft aangevoerd dat er tussen partijen een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding is ontstaan welke van dien aard is dat de bestaande arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op zo kort mogelijke termijn dient te eindigen.

3.3 De kantonrechter is met Mikrocentrum van oordeel dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie en dat een vruchtbare samenwerking in de toekomst, gelet op de stellingen en uitlatingen van partijen, niet langer mogelijk is. De arbeidsovereenkomst zal dan ook worden ontbonden met ingang van 1 februari 2010.

3.4 Vervolgens is aan de orde de vraag of er gronden zijn om aan [verweerder] ten laste van Mikrocentrum een vergoeding toe te kennen en, zo ja, tot welk bedrag. Daarbij is van belang of van de opgetreden veranderingen in de omstandigheden, en met name van het verstoord raken van de arbeidsverhouding, aan [verweerder] een zodanig verwijt kan worden gemaakt dat de gevolgen van het verlies van de dienstbetrekking geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening moeten worden gelaten, dan wel of aan Mikrocentrum een verwijt daarvan moet worden gemaakt.

3.5 Op het gebied van het disfunctioneren van [verweerder] spreken partijen elkaar tegen. [verweerder] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij goed functioneerde en dat hem niets te verwijten valt. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst [verweerder] naar zijn vaste aanstelling, het succesvolle verloop van het evenement Vision & Robotics en de grote mate van klanttevredenheid. Het afblazen van het eveneens aan [verweerder] toebedeelde IAS-evenement heeft plaatsgevonden om redenen die geen betrekking hadden op het persoonlijk functioneren van [verweerder], aldus [verweerder]. Mikrocentrum heeft daartegen ingebracht dat zij [verweerder] enkel een vaste aanstelling heeft gegeven om [verweerder] op een aantal punten tegemoet te komen en hem vertrouwen te geven. Mikrocentrum erkent weliswaar dat het Vision & Robotics evenement een groot succes was, maar geeft tegelijkertijd aan dat dit niet de verdienste van [verweerder] was. Het succes van voornoemd evenement was vooral te danken aan de inzet van de collega's van [verweerder]. Het IAS-evenement is afgeblazen omdat de voorbereidingen van dit evenement teleurstellend zijn verlopen. Er waren uiteindelijke te weinig exposanten zodat de directie heeft moeten besluiten om het evenement te annuleren. In de door Mikrocentrum overgelegde verklaringen van de voormalig leidinggevende van [verweerder], [medewerker 1], de manager afdeling Opleidingen, [medewerker 2], en de adjunct directeur [medewerker 3], wordt [verweerder] omschreven als iemand die weinig gestructureerd, weinig efficiënt en inactief was en die slecht communiceerde.

3.6 Voorts heeft [verweerder] aangegeven dat hij niet tijdig omtrent zijn (vermeende) disfunctioneren op de hoogte is gesteld. [verweerder] heeft pas op 6 mei 2009 tijdens zijn functionerings- en beoordelingsgesprek te horen gekregen dat hij niet goed functioneerde. Het functioneren was niet acceptabel op de punten Persoonlijke Kwaliteit, Persoonlijke Productiviteit en Communicatie. Mikrocentrum bestrijdt echter dat [verweerder] eerst op 6 mei van zijn disfunctioneren op de hoogte is gesteld. In februari 2009 is tijdens het MT-overleg al voorgesteld om het dienstverband met [verweerder] te beëindigen. Niettemin heeft men besloten om [verweerder] nog een tweede kans te gunnen door hem de realisatie en organisatie van het evenement Vision & Robotics toe te kennen. Dit is volgens Mikrocentrum ook zo aan [verweerder] gecommuniceerd en dit is ter zitting ook door de externe HRM-adviseur van Mikrocentrum, de heer van [adviseur], bevestigd. Voorts werd besloten dat er wekelijks coachingsgesprekken plaats zouden vinden tussen [verweerder] en de direct leidinggevende van [verweerder], [directeur]. [verweerder] erkent dat er wekelijks werkgesprekken hebben plaatsgevonden, doch bestrijdt dat in deze gesprekken over zijn functioneren is gesproken. De kantonrechter begrijpt dat het karakter van de gevoerde gesprekken, - coaching, werkoverleg of een mengeling van beide - niet altijd duidelijk zal zijn geweest voor [verweerder], temeer nu niet onomstotelijk vast is komen te staan dat [verweerder] van de achtergrond van de gevoerde gesprekken op de hoogte was. Anderzijds ziet de kantonrechter, gelet op frequentie en de aard van de gevoerde gesprekken, geen grond voor het standpunt van [verweerder] dat hij eenvoudigweg "in het diepe is gegooid". [verweerder] had in ieder geval vanaf 6 mei 2009 moeten begrijpen dat zijn functioneren onder de maat was, temeer nu in het resultaat van zijn beoordeling van grote twijfel ten aanzien van zijn functioneren melding wordt gemaakt. Voorts biedt het verslag van het beoordelings- functioneringsgesprek voldoende aanknopingspunten om tot verbeterpunten te komen.

3.7 De kantonrechter komt tot de conclusie dat beide partijen een andere lezing hebben van de gebeurtenissen. Daarbij is toch wel in zekere mate aannemelijk geworden dat [verweerder] niet voldoet. Anderzijds kan ook aan Mikrocentrum het een en ander worden verweten. Zo is zij kennelijk niet bij machte geweest [verweerder] in een vroegtijdig stadium te doen inzien dat hij niet voldeed en dat zijn functioneren onder de maat bleef. Dit is ook tijdens het gesprek op 6 mei 2009 niet duidelijk geworden.

Gelet op de verwijten die aan beide zijden kunnen worden gemaakt, de (korte) duur van het dienstverband en het feit dat [verweerder] al enkele maanden is vrijgesteld van zijn werkzaamheden met behoud van loon, ziet de kantonrechter aanleiding aan [verweerder] ten laste van Mikrocentrum een vergoeding toe te kennen conform de kantonrechtersformule met een correctiefactor 0,75, hetgeen bij een gewogen aantal dienstjaren van 3 en een brutoslarais van € 2.828,00 per maand, te vermeerderen met een vakantietoeslag van 8%, resulteert in een ontbindingsvergoeding ten bedrage van € 6.872,25.

3.8 Gelet op het voornemen de arbeidsovereenkomst te ontbinden en aan [verweerder] een vergoeding als voornoemd toe te kennen, zal Mikrocentrum eerst nog in de gelegenheid worden gesteld haar verzoek desgewenst in te trekken.

3.9 Bij intrekking van het verzoek zal Mikrocentrum worden veroordeeld in de proceskosten. Bij handhaving van het verzoek acht de kantonrechter termen aanwezig de proceskosten te compenseren.

4. De beslissing

De kantonrechter:

stelt Mikrocentrum tot en met 19 januari 2010 in de gelegenheid haar verzoek in te trekken door middel van een schriftelijke verklaring ter griffie van de rechtbank, sector kanton, locatie Eindhoven;

veroordeelt Mikrocentrum voor zover zij haar verzoek intrekt, in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] begroot op een bedrag van € 200,00 vanwege salariskosten;

beslist, voor het geval Mikrocentrum haar verzoek handhaaft, thans reeds als volgt:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 februari 2010;

- kent aan [verweerder] ten laste van Mikrocentrum een vergoeding toe van € 6.872,25 bruto, en veroordeelt Mikrocentrum, voor zoveel nodig, tot betaling van dit bedrag aan [verweerder];

compenseert de proceskosten zo, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2010 door

mr. H.G. Robers, kantonrechter te Eindhoven, in tegenwoordigheid van de griffier.