Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BL0083

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-01-2010
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
665420
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding . Werknemer vordert loondoorbelaling tijdens ziekte. Gedaagde erkent loondoorbetalingsverplichting, doch verzoekt wettelijke rente en de wettelijke verhoging te matigen tot nihil vanwege grote financiele problemen. Beroep op matiging verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0055
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

Zaaknummer : 665420

Rolnummer : 09-13735

Uitspraak : 13 januari 2010

in kort geding in de zaak van:

Eiser

wonende te Helmond,

eiser, hierna te noemen: "Eiser"

gemachtigde: mr. K.M. Reuver,

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gedaagde Internationaal Transport B.V.

gevestigd te Veldhoven,

gedaagde, hierna te noemen: "Gedaagde".

1. De procedure

Nadat een dag was bepaald voor de behandeling van deze zaak heeft eiser gedaagde doen dagvaarden. De mondelinge behandeling, waarvoor partijen op voorhand een aantal producties hebben toegezonden, heeft op 8 januari 2010 plaatsgevonden. gedaagde is bij die gelegenheid verschenen en heeft verweer gevoerd tegen de vordering van eiser. Eiser heeft bij die gelegenheid zijn standpunt doen toelichten bij monde van zijn gemachtigde, voornoemd. Daarop is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

2.1. Eiser is sinds 1 juni 2000 werkzaam bij gedaagde laatstelijk als vrachtwagenchauffeur op basis van een salaris van € 2.187,52 bruto per maand.

2.2. Eiser heeft zich op 10 augustus 2009 ziek gemeld. Eiser is sindsdien volledig arbeidsongeschikt.

2.3. Vanaf de maand augustus 2009 heeft eiser geen salaris meer ontvangen.

3. Het geschil

3.1. Eiser vordert - zakelijk weergegeven - dat de kantonrechter bij wege van voorziening ex artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde veroordeelt tot betaling van:

- het achterstallig salaris over de periode vanaf augustus 2009 tot en met november 2009 ad

€ 1.478,82 netto per maand vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke daarover, onder afgifte van een deugdelijke bruto-/nettospecificatie;

- de gemiddelde vergoeding voor overuren over de periode vanaf augustus 2009 tot en met november 2009 ad € 1.066,00 bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente daarover;

- het overeengekomen nettoloon ad € 1.478,82 per maand alsmede het gemiddelde overwerkloon ad € 266,50 bruto per maand vanaf 1 december 2009 tot het einde van de arbeidsongeschiktheid en nadien het brutoloon af € 2.187,52 per maand tot het moment van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

- de proceskosten.

3.2. Eiser legt daaraan, kort weergegeven, het volgende ten grondslag.

Eiser is vanaf 10 augustus 2009 volledig arbeidsongeschikt, zoals ook door de bedrijfsarts is geconstateerd. Gedaagde heeft eiser sindsdien geen salaris meer betaald. Eiser heeft conform artikel 16 van de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen recht op het nettoloon vermeerderd met een brutovergoeding voor de gewerkte overuren. De bedrijfsarts heeft bij brief van 27 oktober 2009 gedaagde gewezen op de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Ook heeft de gemachtigde van eiser gedaagde schriftelijk aangemaand tot betaling van het salaris. Gedaagde heeft nimmer gereageerd.

3.3. Gedaagde erkent de betalingsverplichtingen maar heeft aangevoerd dat vanwege grote financiële problemen het salaris van eiser niet kon worden voldaan. Gedaagde verzoekt dan ook de wettelijke rente en de wettelijke verhoging te matigen tot nihil.

3. De beoordeling

3.1. De spoedeisendheid van de vordering is door gedaagde niet bestreden. Dienaangaande geldt dat de vordering tot betaling van loon naar zijn aard vrijwel steeds een spoedeisend karakter draagt, te meer nu eiser onweersproken heeft gesteld dat hij sinds augustus 2009 verstoken is van inkomsten. Eiser is daarom ontvankelijk in zijn vordering.

3.2. In de onderhavige procedure, strekkende tot het treffen van een voorlopige voorziening, dient de vordering slechts te worden toegewezen indien met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de kantonrechter een overeenkomstige vordering in de bodemprocedure zal toewijzen. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

3.3. Tussen partijen staat vast dat eiser arbeidsongeschikt is en dat voor gedaagde een loondoorbetalingsverplichting bestaat. Gedaagde heeft de door eiser gestelde en gevorderde bedragen niet betwist en de vordering tot betaling van het achterstallige en reguliere salaris (inclusief het bedrag ter zake de gemiddelde overuren conform artikel 16 van de CAO) en de afgifte van de specificaties daarvan ligt dan ook voor toewijzing gereed.

3.4. De kantonrechter zal eveneens over de hierboven genoemde bedragen de vordering tot betaling van de wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente toewijzen. Gedaagde is namelijk meerdere malen verzocht om doorbetaling van het loon van eiser, terwijl gedaagde daarop telkens niet heeft gereageerd. Tijdens de mondelinge behandeling beroept gedaagde zich op slechte bedrijfseconomische omstandigheden, maar laat na de financiële situatie te onderbouwen. gedaagde heeft dit eerder ook niet aangevoerd, bijvoorbeeld als reactie op de aanmaningen tot betaling. Het beroep op matiging zal dan ook worden verworpen.

4. De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

veroordeelt gedaagde aan eiser te betalen een bedrag van € 5.915,28 netto en een bedrag van € 1.066,00 bruto ter zake achterstallig salaris respectievelijk overuren over de periode vanaf de maand augustus 2009 tot en met de maand november 2009, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW alsmede de wettelijke rente daarover vanaf de diverse vervaldata;

veroordeelt gedaagde aan eiser te betalen vanaf de maand december 2009 het overeengekomen loon ad € 1.478,82 netto per maand, vermeerderd met het gemiddelde overwerkloon ad € 266,50 bruto per maand zolang de arbeidsongeschiktheid voortduurt en vanaf het moment van arbeidsgeschiktheid het loon ad € 2187,52 bruto per maand tot de dag van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

veroordeelt gedaagde tot afgifte van bruto-/nettospecificaties over elke maand vanaf de maand augustus 2009 tot het moment waarop de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn beëindigd;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten aan de zijde van eiser gevallen en tot heden begroot op € 85,98 ter zake dagvaardingskosten, € 208,00 ter zake vastrecht en € 400,00 ter zake gemachtigdensalaris;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. W.P.C.G. Derksen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.