Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BK8924

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-01-2010
Datum publicatie
13-01-2010
Zaaknummer
01/889061-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek voorarrest voor een gewapende overval. Ten aanzien van deze overval is er sprake van een strafbare poging. Er is een begin van uitvoering en geen sprake van vrijwillige terugtred. Verdachte moet als medepleger worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/889061-09

Datum uitspraak: 13 januari 2010

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 december 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 september 2009.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 30 december 2009 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2009 tot en met 09 juni 2009 te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de Aldi, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- en/of zich daarbij de toegang tot de Aldi te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld althans enig goed onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

- en/of daarbij met het oogmerk die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer personen, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of mededader(s):

- een auto aangeschaft en/of

- één of meer kentekenplaten in de omgeving van Cuijk gestolen en/of

- een gestolen kentekenplaat op die auto bevestigd teneinde herkenning te voorkomen en/of

- de locatie van de Aldi voorverkend en/of

- in het hekwerk bij die Aldi een gat gemaakt/geknipt en/of

- door een gat in het hekwerk bij die Aldi naar binnen geklommen en/of

- met bivakmutsen op en/of in het bezit van een vuurwapen althans een daarop gelijkend voorwerp en/of tiewraps in de bosjes in de onmiddellijke omgeving van die Aldi zijn gaan liggen en/of

- in afwachting van zijn mededader(s) in die auto blijven wachten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(artikel 310/311/312 juncto 45 Sr) (zaak 17)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni tot en met 9 juni 2009 althans in 2009 te Mill (gemeente Mill en Sint Hubert) en/of Cuijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweldpleging (art. 312 WvSr) en/of afpersing (art. 317 WvSr) te weten een overval op de Aldi te Mill althans een overval, heeft/hebben/is/zijn hij en/of zijn

mededaders (telkens) met dat opzet:

- een auto aangeschaft en/of

- één of meer kentekenplaten in de omgeving van Cuijk gestolen en/of

- een gestolen kentekenplaat op de auto bevestigd teneinde herkenning te voorkomen en/of

- de locatie van de Aldi voorverkend en/of

- in het hekwerk bij die Aldi een gat gemaakt/geknipt en/of

- door een gat in het hekwerk bij die Aldi naar binnen geklommen en/of

- met bivakmutsen op en/of in het bezit van een vuurwapen althans een daarop gelijkend voorwerp en/of tiewraps in de bosjes in de onmiddellijke omgeving van de Aldi zijn gaan liggen en/of

- in afwachting van zijn mededader(s) in die auto blijven wachten.

(artikel 46 Sr) (zaak 17)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmotivering.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerequireerd tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primair tenlastegelegde. Er is geen sprake geweest van een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf, zodat er geen sprake was van een poging tot het plegen van een overval. De verdachten zouden die dag mogelijk slechts bezig zijn geweest met een zogenaamde voorverkenning. De chauffeur van de bakker die een van de verdachten in de bosje heeft zien liggen, had niet de indruk dat er een overval ging plaatsvinden. De uiterlijke verschijningsvorm - bezien vanuit de waarnemingen van de bakker - maakt ook niet dat er sprake was van een waargenomen begin van uitvoering.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de verdediging partiële nietigheid van de dagvaarding bepleit. Voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht moeten worden omschreven als voorwerpen. Bij de gedachtestreepjes 3, 4, 5, 6 en 8 is echter geen sprake van voorwerpen. Het accent moet naar de mening van de verdediging worden gelegd op de gedachtestreepjes 1, 2 en 7.

Voorts heeft de verdediging bepleit dat verdachte geen rol in het geheel heeft gespeeld, zodat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Ook om die reden is de verdediging van mening dat verdachte van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank.

Verdachte verklaart dat hij op 9 juni 2009 helemaal niet met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is opgetrokken, zodat hij het tenlastegelegde feit niet kan hebben gepleegd.

De rechtbank stelt het volgende vast.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] in Cuijk kentekenplaten hebben gestolen. Op dat moment zat verdachte in de auto. Ze waren met de auto van verdachte. [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en verdachte reden vervolgens naar de Aldi in Mill. Daar hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] het omheinde, afgesloten terrein van de Aldi in Mill betreden. Ze hadden bivakmutsen op. Ze hadden ook een neppistool bij zich en wilden de Aldi in Mill gaan overvallen. Ze werden echter gezien door de bakker die bij de Aldi moest zijn. De bakker is toen vertrokken en zij ook. Volgens [medeverdachte 2] was ook verdachte op de hoogte van hetgeen er bij de Aldi in Mill zou gaan gebeuren en hij had daarbij ook inspraak. [medeverdachte 2] geeft aan dat ze tevoren hadden afgesproken dat verdachte in zijn auto op hen zou wachten. Voorts geeft hij aan dat ze de gestolen kentekenplaten weer van de auto hebben gehaald en vervolgens zijn weggegaan.1

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij en medeverdachte [medeverdachte 2] begin juni 2009 in de vroege ochtend met verdachte in diens auto naar de Aldi in Mill zijn gegaan. Deze auto was volgens hem door verdachte speciaal voor deze overval aangeschaft en betrof een Renault Safrane. Hierover heeft verdachte telefonisch contact met [medeverdachte 1] gehad. Hij, [medeverdachte 1], en [medeverdachte 2] hebben op weg naar de Aldi in Mill, bij een garagebedrijf in Cuijk, drie kentekenplaten gestolen. De gestolen kentekenplaten werden op de auto van verdachte bevestigd en later door een van hen in de kofferbak van de Alfa Romeo van verdachte gelegd. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn in de buurt van het terrein van de Aldi in Mill uit de auto gestapt en hebben zich op het terrein van de Aldi in de bosjes verstopt. Op een gegeven moment kwam de bakker van de Aldi het terrein op gereden. Na het lossen van de goederen bij de Aldi liep de chauffeur van de bakker in de richting van de bosjes waar [medeverdachte 1] lag verscholen. De chauffeur van de bakker moest kennelijk plassen en zag dat hij in de bosjes lag. De chauffeur liep snel naar zijn wagen en reed weg. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn daarop vertrokken, omdat zij verwachtten dat de chauffeur van de bakker alarm zou slaan. Zodoende is de overval niet doorgegaan.2

Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat verdachte, [medeverdachte 2] en hij de auto wilden gebruiken voor de overval op de Aldi in Mill. Verdachte wist hiervan en is als chauffeur opgetreden. Als verdachte erbij was indien er een overval gepleegd werd, dan reed hij altijd. Zij hingen altijd valse kentekenplaten op de auto die ze gebruikten, ook nu op de Renault Safrane van verdachte. Dat deden zij bij elke overval, ook als verdachte erbij was. Verdachte weet daar volgens [medeverdachte 1] dus van. Bij de overval op de Aldi in Mill zou verdachte de chauffeur zijn en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zouden de overval plegen. Zij zouden naar de afgesproken plaats komen, waar verdachte stond om te vertrekken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn via een weiland naar de Aldi gelopen en hebben het omheinde terrein van de Aldi betreden. Ze hebben in de bosjes gewacht om het personeel van de Aldi te kunnen overdonderen. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zouden naar binnen gaan om het personeel van de Aldi onder controle te houden. Ze zouden de manager de kluis laten openen en dan de inhoud daarvan meenemen. Ze hadden die dag bivakmutsen op en [medeverdachte 1] had een neppistool en tie-rips bij zich. Omdat de chauffeur van de bakker hen bemerkte hebben zij de overval afgebroken en zijn ze daar weggegaan.3

[naam districtmanager], districtmanager bij Aldi Best BV, heeft aangifte gedaan van een poging tot diefstal op de Aldi in Mill. Hij heeft verklaard dat de plaatsvervangend districtsmanager, [naam plaatsvervangend districtmanager], op 9 juni 2009 is benaderd door bakker [naam]. De bakker gaf aan dat een van zijn chauffeurs die dag enkele verdachte personen achter de gesloten poort op het terrein van de Aldi in Mill had gezien.4

[naam bedrijfsleider], bedrijfsleider van het Aldi filiaal in Mill, heeft verklaard dat dit filiaal is omgeven en afgesloten met een hekwerk en dat toegang tot het terrein slechts kan worden verkregen via de toegangspoort aan de voorzijde van het pand. Deze toegangspoort is buiten de openingstijden van het filiaal dicht en met een slot afgesloten.5

[getuige], chauffeur van bakkerij [naam] heeft verklaard dat hij op 9 juni 2009 rond 05.30 uur op het terrein van de Aldi in Mill is gekomen. Op dat moment was daar geen personeel aanwezig. Hij heeft de goederen gelost en wilde gaan plassen in de bosjes bij de achterzijde van het pand van de Aldi. Daar zag hij een man. Deze vluchtte de bosjes in en hield zich daar schuil. Getuige schrok en heeft daar toen niet geplast. Hij is weggereden en heeft het voorval gemeld aan de filiaalhoudster van de Aldi in het plaatsje Zeeland. Zij heeft vervolgens contact opgenomen met de politie.6

[slachtoffer 1] uit Cuijk heeft aangifte gedaan van diefstal van de kentekenplaten van zijn auto, een Renault Twingo. Dit feit is gepleegd tussen 8 juni 2009 te 20.00 uur en 9 juni 2009 te 18.30 uur. Het kenteken van zijn auto is [kentekennummer 1].7

[slachtoffer 2] uit Nijmegen, eigenaar van [naam] B.V. te Cuijk, heeft aangifte gedaan van diefstal van een kentekenplaat aan de achterzijde van een Opel Tigra. Dit feit is gepleegd (p2748) tussen 5 juni 2009 te 18.00 uur en 13 juni 2009 te 15.00 uur. Het kenteken van het voertuig is [kentekennummer 2].8

[slachtoffer 2] uit Nijmegen, eigenaar van [naam] B.V. te Cuijk, heeft aangifte gedaan van diefstal van een kentekenplaat van een Opel Corsa. Dit feit is gepleegd tussen 8 juni 2009 te 18.00 uur en 9 juni 2009 te 10.00 uur. Het kenteken van het voertuig is

[kentekennummer 3].9

Op 21 juni 2009 werd een voertuig, merk Alfa Romeo met het kenteken [kentekennummer 4], door de politie onderzocht. In dit voertuig werden diverse voorwerpen aangetroffen en in beslag genomen. Dit voertuig is onder verdachte in beslag genomen. Verdachte was tevens de eigenaar van dit voertuig. In de kofferbak van het voertuig werden de in Cuijk gestolen kentekenplaten aangetroffen waarvan door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] reeds aangifte was gedaan. Ook werden in het voertuig voorwerpen aangetroffen, (twee zwarte mutsen, twee grijze mutsen, een rol ducktape, drie kentekenplaten niet zijnde [kentekennummer 4] en een paar donkere handschoenen), voorwerpen waarvan algemeen bekend is dat deze kunnen worden gebruikt bij het plegen van vermogensdelicten.10

Verbalisant [naam verbalisant] heeft een proces-verbaal opgemaakt met betrekking tot het tapgesprek op 8 juni 2009 omstreeks 15.31 uur tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] omtrent de aanschaf van een personenauto. Uit dit proces-verbaal blijkt daarnaast dat verdachte op 8 juni 2009 omstreeks 16.11 uur een personenauto, merk Renault Safrane met het kenteken [kentekennummer 5], op zijn naam heeft gezet.11

Verdachte heeft op 29 juni 2009 bij de politie verklaard dat hij sinds februari 2009 meerdere malen 's nachts de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voor een geldelijke vergoeding naar en van overvallen in België heeft vervoerd. Hij bracht hen naar de betreffende locatie en hij moest hen dan na een korte tijd weer ophalen op een vooraf afgesproken plek.12

Gelet op de hiervoor vermelde verklaringen acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij op 9 juni 2009 in de vroege ochtend niet samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] via Cuijk in een hiervoor door verdachte speciaal aangeschafte Renault Safrane naar de Aldi in Mill is gereden niet aannemelijk geworden. De rechtbank baseert dit met name op de door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de politie en gedurende de beperkingen afgelegde verklaringen over de aanwezigheid en de betrokkenheid van verdachte. Deze verklaringen hebben zij overigens in grote lijnen herhaald bij hun verhoor bij de rechter-commissaris als getuigen in deze zaak. Daarnaast zal de rechtbank verdachte houden aan de verklaring die hij op 29 juni 2009 bij de politie heeft afgelegd en dus ook meewegen dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van de handelwijze van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met betrekking tot overvallen in België.

Ten aanzien van medeplegen overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte bij de voorgenomen overval op de Aldi in Mill is opgetreden als chauffeur in een - gelet op de inhoud van de hiervoor vermelde telefoontap en de verklaring van [medeverdachte 1] hieromtrent - speciaal hiervoor aangeschafte personenauto, merk Renault Safrane. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte vaker voor hem en [medeverdachte 2] als bestuurder van de bij de door hen gepleegde overvallen gebruikte auto is opgetreden. Er is derhalve sprake van een patroon van handelen door verdachte. Verdachte wist volgens [medeverdachte 1] ook dat hij en [medeverdachte 2] dan overvallen gingen plegen. Verdachte kreeg voor deze ritten een geldelijke vergoeding. In de onderhavige zaak heeft verdachte als chauffeur voor [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] opgetreden. Hij is eerst naar Cuijk gereden, alwaar kentekenplaten zijn gestolen en vervolgens heeft hij hen nabij de Aldi in Mill afgezet, terwijl hij, gezien bedoelde verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en bedoeld patroon, wist dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van plan waren die Aldi te overvallen. Verdachte heeft op hen gewacht en zij zijn gezamenlijk weer vanuit Mill vertrokken. Verdachte heeft een zodanig wezenlijke rol in de samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gehad dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van het tenlastegelegde strafbare feit.

Ten aanzien van het begin van uitvoering van het plegen van een misdrijf overweegt de rechtbank als volgt.

Als medepleger kunnen ook de handelingen van de mededaders aan verdachte worden toegerekend.

De medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben zich begeven op het omheind en besloten terrein van de Aldi in Mill. Zij hadden daarbij een (nep-)pistool bij zich. Ook droegen zij bivakmutsen en donkere kleding. Zij lagen daar in de bosjes in afwachting van het personeel van de Aldi, met het voornemen om dat personeel met het (nep-)pistool te overmeesteren en zo toegang te verkrijgen tot het pand en het geld van de Aldi. Verdachte heeft duidelijk verklaard over de intentie van het plegen van de overval. De handelingen van verdachte en [medeverdachte 2] betreffen gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van de voorgenomen overval. Er is derhalve sprake van een begin van uitvoering. Verdachte en/of [medeverdachte 2] werden echter gezien door de chauffeur van de bakker en zij voelden zich door die ontdekking betrapt en hebben daarom afgezien van het doorzetten van de voorgenomen overval. Het afbreken van hun voornemen is derhalve niet van de wil van verdachte of medeverdachte [medeverdachte 2] afhankelijk geweest, zodat er geen sprake is geweest van vrijwillige terugtred. Er is daarom sprake van een strafbare poging.

De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen als hierna te melden.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 09 juni 2009 te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, toebehorende aan de Aldi,

- en zich daarbij de toegang tot de Aldi te verschaffen door middel inklimming

- en daarbij met het oogmerk die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer personen, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

hebben verdachte en/of mededader(s):

- een auto aangeschaft en

- kentekenplaten in de omgeving van Cuijk gestolen en

- een gestolen kentekenplaat op die auto bevestigd teneinde herkenning te voorkomen en

- de locatie van de Aldi voorverkend en

- door een gat in het hekwerk bij die Aldi naar binnen geklommen en

- met bivakmutsen op en in het bezit van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en tierips in de bosjes in de onmiddellijke omgeving van die Aldi zijn gaan liggen en

- in afwachting van zijn mededader(s) in die auto blijven wachten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 45, 63, 310, 312.

De strafmotivering.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert ten aanzien van primair een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van het voorarrest en met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

De officier van justitie is van mening dat hij het openstaande beslag reeds heeft afgedaan.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Mocht er sprake zijn van een bewezenverklaring, dan is de verdediging van mening dat verdachte hooguit een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest kan worden opgelegd. De raadsman heeft de rechtbank dan ook verzocht in raadkamer te beslissen op het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Daarnaast werd verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder veroordeeld voor het plegen van ernstige strafbare feiten.

De rechtbank zal - gelet op de huidige regels omtrent de vervroegde invrijheidstelling - een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Beslag.

Anders dan de officier van justitie stelt is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet kon beslissen over de inbeslaggenomen voorwerpen, omdat deze onder verdachte in beslag zijn genomen en verdachte hiervan geen afstand heeft gedaan.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van deze inbeslaggenomen goederen.

Verzoek opheffing voorlopige hechtenis.

Tijdens de beraadslaging in raadkamer heeft de rechtbank, gelet op de hierna aan verdachte op te leggen gevangenisstraf beslist dat het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte wordt afgewezen.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Ten aanzien van primair:

poging tot:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf.

Ten aanzien van primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

Teruggave van inbeslaggenomen goederen, te weten:

een doos van T-Mobile prepaid en een geldbedrag (€ 3.300,-) aan verdachte;

Wijst af het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. K. Visser, voorzitter,

mr. drs. W.A.F. Damen en mr. A. Venekamp, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken op 13 januari 2010.

1 proces-verbaal van de politie, verhoor van [medeverdachte 2], op de pagina's 2778, 2780, 2783 en 2784

2 proces-verbaal van de politie, verhoor van verdachte [medeverdachte 1], op de pagina's 2766

3 proces verbaal van de politie, verhoor van verdachte [medeverdachte 1], op de pagina's 2769 tot en met 2771

4 proces-verbaal van de politie, aangifte van [naam districtmanager], op pagina 2744

5 proces-verbaal van de politie, verhoor van [naam bedrijfsleider], op pagina 2755

6 proces-verbaal van de politie, verhoor van [getuige], op de pagina's 2752 en 2753

7 proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 1], op pagina 2746

8 proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 2], op pagina 2748

9 proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 2], op pagina 2750

10 proces-verbaal van de politie, onderzoek voertuig [kentekennummer 4] en kennisgeving van inbeslagneming, op de pagina's 2756 tot en met 2758

11 proces-verbaal van de politie, bevindingen verbalisant [naam verbalisant], op de pagina's 2759 tot en met 2762

12 proces-verbaal van de politie, verklaring van verdachte, op de pagina's 969 tot en met 971

??

??

10

Parketnummer: 01/889061-09

[verdachte]