Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2010:BK8602

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-01-2010
Datum publicatie
07-01-2010
Zaaknummer
637891
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betreft aan eiseres gecedeerde vordering van KPN op klant.

Klant begrijpt specificaties van telefoonrekening ivm bellen in buitenland niet, en vermoedt dat bedragen dubbel worden gefactureerd. Klant houdt daarom hetgeen waarvan hij vermoedt dat het niet verschuldigd is in op betaling. KPN geeft daarover onvoldoende uitleg en weigert een en ander na te gaan zolang klant rekening niet volledig betaalt.

KPN beëindigt telefonie-overeenkomst en eist betaling van beëindigingskosten en restant van facturen. Deze vordering wordt aan eiseres, Hoist, gecedeerd. Klant verzoekt alsnog om uitleg aan deurwaarder. Hij krijgt als antwoord slechts standaardaanmaningen. Klant biedt aan om hetgeen hij meent niet verschuldigd te zijn, dan toch maar te betalen aan de deurwaarder tegen kwijting. Deze weigert.

Kantonrechter oordeelt dat KPN aan klant dient te behoren uit te leggen hoe diens telefoonrekening is samengesteld. Beeindiging overeenkomst door KPN is derhalve niet terecht. Vordering tot betaling van beeindigingskosten wordt afgewezen. De vordering is voor het overige onvoldoende gespecificeerd.

Slechts het erkende gedeelte daarvan, waarvan pas nà akte nà comparitie van partijen duidelijk werd hoe de telefoonkosten waren opgebouwd, wordt toegewezen. Door eiseres is niet voldaan aan substantieringsplicht. Geen buitengerechtelijk kosten voor standaardaanmaningen, waarbij niet is ingegaan op verweer en verzoeken om uitleg van klant. Compensatie van procekosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 637891

Rolnummer : CV EXPL 09- 7061

Uitspraak : 07-01-2010

in de zaak van:

De rechtspersoon naar buitenlands recht Hoist Kredit AB,

gevestigd te Stockholm, Zweden ,

eiseres,

gemachtigde: GGN Brabant, gerechtsdeurwaarders te Tilburg,

t e g e n :

[Gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

procederend in persoon,

Partijen zullen verder worden aangeduid als ‘Hoist’ en ‘[gedaagde]’.

De procedure

Hoist heeft bij dagvaarding gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: [gedaagde] zal veroordelen tot betaling aan Hoist van een bedrag groot € 925,32, vermeerderd met de wettelijke rente over de resterende hoofdsom ad € 704,55 vanaf 30 juni 2009 tot aan de dag der voldoening, en [gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten.

[gedaagde] is in rechte verschenen en heeft schriftelijk geantwoord.

Vervolgens is een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 29 september 2009. Bij gelegenheid van die zitting heeft Hoist stukken in het geding gebracht.

Hoist heeft vervolgens een akte genomen en [gedaagde] heeft daarop schriftelijk gereageerd. Daarna is vonnis bepaald.

Het geschil en de beoordeling ervan

2. In rechte kan van de navolgende gestelde en niet betwiste feiten worden uitgegaan:

[gedaagde] heeft met ingang van 3 november 2007 een abonnement voor het gebruik van een mobiele telefoon met KPN BV (hierna: KPN) afgesloten. Zijn mobiele telefoonnummer was 06-23247281.

[gedaagde] is in gebreke gebleven met de (volledige) betaling van 2 facturen die hij van KPN ontving. KPN heeft de overeenkomst met [gedaagde] beëindigd. [gedaagde] heeft zowel telefonisch als bij brieven van 25 september 2008, 26 november 2008 (aan GGN) zijn bezwaren kenbaar gemaakt.

KPN heeft haar vorderingen op [gedaagde] gecedeerd aan Hoist.

3. Hoist vordert thans betaling van genoemde vorderingen, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en rente. Zij doet haar vordering steunen op bovenvermelde feiten.

4. [gedaagde] heeft hiertegen het volgende ingebracht.

Op 14 mei 2008 ontving hij een factuur van KPN van € 423,16, die hij extreem hoog vond. Bij navraag bij KPN liet deze weten dat dit deels buitenlandse gesprekskosten betrof over een eerdere periode, die nog niet waren gefactureerd. [gedaagde] stelde echter vast dat ook in een eerdere factuur buitenlandse gesprekskosten vermeld stonden. Hij heeft het vermoeden dat KPN deze kosten dubbel heeft gefactureerd. Hij heeft hiervan melding gemaakt, maar KPN eiste eerst betaling. Nadat hij een specificatie had opgevraagd bij KPN, waaruit bleek dat er een bedrag van € 632,29 open stond vanwege gesprekskosten, heeft hij

Het bedrag betaald dat volgens hem correct was, te weten € 401,89 excl. BTW. Er resteert derhalve slechts € 230,40 excl. BTW, zijnde 274,18 incl. BTW. Hij heeft zich bij brief van 26 november 2008 aan GGN bereid verklaard dit bedrag te voldoen, doch KPN heeft hierop niet gereageerd.

[gedaagde] acht zich niet gehouden de factuur groot € 281,39 te betalen, die betrekking heeft op de kosten die in rekening zijn gebracht wegens vroegtijdige opzegging van het abonnement tegen zijn zin, omdat de fout volgens hem bij KPN ligt. Voorts stelt [gedaagde] dat uit de specificatie die hij van KPN heeft ontvangen en in het geding heeft gebracht, blijkt, dat er geregeld bedragen van € 0,46 in rekening worden gebracht voor gesprekskosten met het nummer 00 31 6 53131313 die niet hebben plaatsgevonden.

5. Tijdens de comparitie van partijen en in de akte daaropvolgend, heeft Hoist aangegeven dat de gesprekskosten van € 0,46 de kosten betreffen van de gesprekskosten van en naar de sms-centrale van KPN. Daar komen alle gesprekken en sms-berichten van en voor [gedaagde] binnen en gaan vervolgens naar de geadresseerde. Er worden kosten in rekening gebracht indien hij vanuit Duitsland naar Nederland heeft gebeld of een sms-bericht heeft gestuurd. Dit zijn de standaardkosten, het startbedrag van € 0,46. Er staan in de specificatie ook meldingen waarbij geen kosten in rekening worden gebracht omdat dit gesprekken of sms berichten betreffen waarvoor al eerder kosten in rekening worden gebracht.

Omdat KPN het verbruik van verschillende Duitse providers niet gelijktijdig en onregelmatig ontvangt, staat, deze op een later tijdstip en onregelmatig op latere facturen aan de klant vermeld.

6. [gedaagde] erkent dat het nummer 00 31 6 53131313 een KPN-nummer is. Volgens hem worden deze kosten niet op een later tijdstip verrekend. Vanuit Duitsland hebben 177 gesprekken plaatsgevonden en er is 48 maal het nummer in kwestie extra in rekening gebracht. Er is nooit bij de specificatie/bellen vanuit het buitenland een bedrag van 0,00 te zien en dat is dus ook niet verrekend. Alleen bij de ontvangen gesprekken in buitenland zijn er 7 gesprekken waarvan vanwege verbinding met dat nummer € 0,0 in rekening is gebracht.

7. De kantonrechter oordeelt als volgt.

7.1. Uit de verklaring van Hoist blijkt voldoende duidelijk dat er geen bedragen dubbel in rekening zijn gebracht, met name niet terzake bellen in het buitenland, zoals [gedaagde] aanvankelijk vermoedde. Dit vermoeden is overigens door hem ook onvoldoende door hem onderbouwd en toegelicht en blijkt niet uit de in het geding gebrachte specificaties.

7.2. Voor wat betreft het in rekening brengen van € 0,46 bij gesprekken vanuit het buitenland, heeft Hoist in haar akte niet gesteld, anders dan [gedaagde] meent, dat er dan verrekening zou plaatshebben met het in rekening gebrachte starttarief van € 0,46. Alleen in geval dat starttarief reeds eerder in rekening is gebracht, wordt er € 0,00 in rekening gebracht.

Kennelijk is daarvan geen sprake geweest. Alleen bij de ontvangst van gesprekken is er 6 maal verbinding met dit nummer vermeld, maar niets in rekening gebracht.

Wat hier ook van zij: het is niet aannemelijk geworden dat er teveel gesprekken dan wel ten onrechte kosten van het starttarief met eerdergenoemd telefoonnummer door KPN zijn gefactureerd. Deze gesprekskosten zullen dan ook dienen te worden voldaan door [gedaagde].

7.3. Het is de kantonrechter uit hetgeen partijen tijdens de comparitie naar voren hebben gebracht wel duidelijk geworden, dat indien KPN vanaf het moment dat [gedaagde] om verduidelijking had gevraagd, een goede verklaring en uitleg over haar facturen had gegeven, [gedaagde] deze zonder meer zou hebben voldaan. Een telefoonmaatschappij dient een klantenservice te hebben die in staat is een normale, gemiddeld intelligente doorsnee klant, en zeker een klant als [gedaagde] die duidelijk boven dat criterium uitstijgt, een heldere uitleg te geven over de samenstelling van zijn telefoonrekening. In deze zaak is duidelijk dat KPN in gebreke is gebleven met het voor de consument helder specificeren van haar vordering. De kantonrechter oordeelt dit een toerekenbare tekortkoming van de zijde van KPN. Aldus was KPN niet gerechtigd het telefoonabonnement eenzijdig te beëindigen, laat staan om daarvoor kosten in rekening te brengen. De vordering wordt derhalve afgewezen voorzover deze hierop betrekking heeft.

7.4. De kantonrechter oordeelt de gevorderde “hoofdsom conform eerste sommatie” als genoemd in de dagvaarding onvoldoende gespecificeerd. Noch uit de in het geding gebrachte facturen, noch uit de sommaties blijkt hoe dit bedrag is samengesteld. De stelling van [gedaagde] dat hij nog € 274,18 incl. BTW dient te voldoen op de facturen, oordeelt de kantonrechter dan ook door Hoist onvoldoende gemotiveerd bestreden. Dit erkende bedrag wordt toegewezen, met de wettelijke rente vanaf de oudste in rechte gebleken sommatie

d.d. 28 augustus 2008.

7.5. De kantonrechter wijst voorts de vordering betreffende buitengerechtelijke incassokosten af, aangezien van een gemachtigde verwacht mag worden in te gaan op het verweer dat een debiteur voert, teneinde voldoening buiten rechte te bevorderen. Het enkele (blijven) versturen van standaardaanmaningen kan niet worden aangemerkt als redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, en is begrepen onder de verrichtingen waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv een vergoeding plegen in te houden.

7.6. Tot slot wijst de kantonrechter Hoist erop dat in de dagvaarding geen melding is gemaakt van het schriftelijk verweer van [gedaagde], zoals blijkt uit de door hem overgelegde brief van november 2008 aan GGN. Aldus is niet voldaan aan de wettelijke substantiëringsplicht.

7.7. Aangezien partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, zodat ieder de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Hoist van een bedrag groot € 274,18 incl. BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 28 augustus 2008 tot aan de dag der voldoening;

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde;

Bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Aldus gewezen door mr E.J. Spoor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2010.