Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BW1471

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-04-2009
Datum publicatie
10-04-2012
Zaaknummer
564748
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding pachtovereenkomst en ontruiming van het gepachte perceel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, PACHTKAMER

Zaaknummer : 564748

Rolnummer : CP 8/08

Uitspraak : 14 april 2009

Vonnis in de zaak van:

het publiekrechtelijk lichaam de gemeente Heusden,

zetelende te Heusden,

eiseres in conventie en gedaagde in reconventie,

gemachtigde A.G.Th. Geene, gerechtsdeurwaarder,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

gemachtigde mw.mr. C.M.H. Cohen.

De procedure

in conventie en in reconventie

Eiseres, verder te noemen de gemeente Heusden, heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden.

Gedaagde, verder te noemen [gedaagde], is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie genomen.

Daarna is een comparitie na antwoord gehouden, waarvan proces verbaal is opgemaakt en waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.

Vervolgens hebben partijen ieder een akte genomen, [gedaagde] onder overlegging van produkties. Daarna is vonnis bepaald.

Onder de genoemde processtukken bevinden zich tevens de in die stukken nader aangeduide producties.

De feiten

Bij de beslissing zal worden uitgegaan van de navolgende feiten:

1. tussen partijen bestaat een reguliere pachtovereenkomst met betrekking tot een perceel landbouwgrond, kadastraal bekend [perceelgegevens] ter grootte van 1.88.40 ha, gelegen aan de [adres];

2. de pachtovereenkomst loopt tot 11 november 2008.

3. bij aangetekend schrijven van 22 oktober 2007, verzonden op 29 oktober 2007, heeft de gemeente Heusden de pachtovereenkomst opgezegd.

4. bij schrijven van 30 november 2007 heeft [gedaagde] zich verzet tegen de opzegging.

De vordering

[gedaagde] vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

a. de tussen partijen bestaande pachtovereenkomst als hiervoor omschreven te ontbinden met ingang van de datum van het te wijzen vonnis

b. [gedaagde] te veroordelen het landbouwperceel binnen drie dagen na de betekening van het vonnis met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en te verlaten, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag, voor elke dag dat [gedaagde] hiermede in gebreke blijft en de gemeente Heusden te machtigen die ontruiming zonodig zelf te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zo [gedaagde] daarmede in gebreke blijft en alsdan op kosten van [gedaagde],

subsidiair:

c. het tijdstip vast te stellen waarop de tussen partijen bestaande pachtovereenkomst eindigt

d. [gedaagde] te veroordelen het landbouwperceel binnen drie dagen na de onder c bedoelde datum met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en te verlaten, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag, voor elke dag dat [gedaagde] hiermede in gebreke blijft en de gemeente Heusden te machtigen die ontruiming zonodig zelf te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zo [gedaagde] daarmede in gebreke blijft en alsdan op kosten van gedaagde,

met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, primair dan wel in het subsidiaire geval.

De gemeente voert daartoe het volgende aan:

Ingevolge het bepaalde in artikel 312 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek moet de pachter het door hem gepachte bedrijfsmatig exploiteren. [gedaagde] komt deze wettelijke verplichting niet na, omdat bij hem geen sprake meer is van een volwaardig agrarisch bedrijf. [gedaagde] haalt zijn inkomsten in hoofdzaak uit zijn "Las-, montage-en kasverwarmingsbedrijf", zodat duidelijk is dat van een bedrijfsmatige uitoefening van de landbouw door [gedaagde] zeker geen sprake meer is. Nu [gedaagde] het bepaalde in artikel 312 niet nakomt, moet primair de pachtovereenkomst worden ontbonden.

Subsidiair wordt gesteld dat de pachtovereenkomst tijdig en op juiste gronden is opgezegd nu haar belang (afscheid nemen van hobbyboeren) groter is dan de belangen van [gedaagde]. Daarnaast staat vast dat de bedrijfsvoering van [gedaagde] niet is geweest zoals een goed pachter betaamt danwel is [gedaagde] ernstig te kort geschoten in de nakoming van zijn wettelijke verplichtingen. De pachtkamer zal het tijdstip moeten vaststellen waarop de pachtovereenkomst eindigt.

Het verweer in conventie en de vordering in reconventie

[gedaagde] voert als verweer aan dat de gemeente Heusden al eerder heeft geprobeerd de pachtovereenkomst op te zeggen, doch deze opzegging had geen rechtsgevolg omdat deze niet binnen de wettelijke termijn was gedaan. [gedaagde] heeft zich tijdig tegen de onderhavige opzegging verzet.

Er is wel degelijk sprake van een bedrijfsmatige uitoefening van de landbouw. [gedaagde] exploiteert al jaren een akkerbouwbedrijf als bedoeld in artikel 312 van boek 7 titel 5 BW. Er is sprake van vruchttrekking met een economisch oogmerk van meer dan ondergeschikt belang en het bedrijf is gericht op de landbouw; dat was in het verleden zo en is het op dit moment nog steeds.

Eerst in de dagvaarding stelt de gemeente Heusden dat de pachtovereenkomst op deze grond dient te worden ontbonden en daarom kan dit niet worden gehonoreerd. De gemeente heeft niet eerder gesteld of op enig moment kenbaar gemaakt aan [gedaagde] dat zij om die reden zou willen ontbinden. De primaire vordering dient te worden afgewezen.

Tegen de subsidiaire grondslag wordt aangevoerd:

Er is geen juridische basis de pachtovereenkomst op te zeggen en het tijdstip vast te stellen waarop de pachtovereenkomst zal eindigen. De gemeente voert in de dagvaarding gronden op die niet in de opzeggingsbrief zijn aangevoerd en deze dienen dus volledig buiten beschouwing te blijven. Voor zoveel nodig ontkent [gedaagde] dat de bedrijfsvoering niet is geweest zoals een goed pachter betaamt. Verder ontkent hij dat hij ernstig te kort geschoten zou zijn in zijn wettelijke verplichtingen. Het perceel ligt er keurig bij, wordt uitstekend onderhouden en de pachtpenningen worden altijd keurig en stipt op tijd betaald.

Verder is [gedaagde] van mening dat sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf; er is geen sprake van een hobbymatig gebeuren. Het inkomen dat gegenereerd wordt uit het agrarisch bedrijf is van belang voor het levensonderhoud van [gedaagde].

In reconventie vordert [gedaagde] dat de pachtkamer bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de gemeente Heusden zal veroordelen tot het continueren van de pachtovereenkomst met veroordeling van de gemeente Heusden in de kosten van de procedure.

Als gronden voert [gedaagde] aan dat de gemeente Heusden de pachtovereenkomst volkomen onterecht heeft opgezegd en onterecht ontbinding vordert. Om te voorkomen dat hij zijn pachtrechten verliest, vordert [gedaagde] continuering van de pachtovereenkomst.

Het verweer in reconventie

De gemeente Heusden stelt dat de vordering van [gedaagde] onbegrijpelijk en overbodig is. Verder is het niet mogelijk, zeker niet op grond van de nieuwe bepalingen, dat de pachtkamer een verpachter veroordeelt tot het continueren van de pachtovereenkomst.

De beoordeling

in conventie

Met ingang van 1 september 2007 is met de artikelen 7:311 ev Burgerlijk Wetboek een nieuwe wettelijke regeling van de pacht in werking getreden en is de Pachtwet vervallen.

Voor de status van "oude" pachtcontracten is het volgende van belang.

Het overgangsrecht wordt bepaald door art. 68a ev Overgangswet NBW (ONBW). Uit dat artikel volgt dat het nieuwe pachtrecht van toepassing wordt op pachtovereenkomsten die op het tijdstip van inwerkingtreding bestaan, evenwel slechts vanaf het tijdstip van die inwerkingtreding.

Voor ontbinding van de pachtovereenkomst is vereist dat de pachter is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. In beginsel kan iedere tekortkoming van de pachter tot ontbinding van de pachtovereenkomst leiden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

Ingevolge artikel 7:376 BW wordt de pachter geacht in de nakoming van zijn verplichtingen te zijn tekortgeschoten indien hij het gepachte niet langer voor de uitoefening van de landbouw gebruikt. Wat onder de uitoefening van de landbouw moet worden verstaan is neergelegd in artikel 7:312 BW.

In dit geding gaat het met name over de vraag of sprake is van "bedrijfsmatige uitoefening" van de landbouw door [gedaagde].

Er moet dus sprake zijn van een agrarische onderneming d.w.z. een complex van economische activiteiten, gericht op winst door de uitoefening van de landbouw; die activiteiten moeten voldoende omvangrijk en samenhangend zijn om te kunnen gelden als een agrarische onderneming; ook is daarbij is van belang het bewerkte oppervlak.

Zoals de pachtkamer tijdens de behandeling al heeft aangegeven, was er op basis van de tot dan toe bekende feiten en omstandigheden geen sprake van een bedrijfsmatige uitoefening van de landbouw en was [gedaagde] in de gelegenheid gesteld het bedrijfsmatige karakter van de agrarische onderneming aan te tonen.

[gedaagde] heeft vervolgens overgelegd "enkele relevante pagina's" van de jaarrekening over het boekjaar 2006. De jaarrekening 2007 is nog niet gereed. Volgens [gedaagde] blijkt uit deze gegevens dat wel degelijk sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie met winstoogmerk en dat zeker geen sprake is van een hobbymatige aangelegenheid.

Op grond van deze gegevens en hetgeen eerder door [gedaagde] is gesteld kan de Pachtkamer onmogelijk tot het oordeel komen dat de activiteiten van [gedaagde] een bedrijfmatig karakter hebben als bedoeld in artikel 7:312 BW. De omvang van de onderneming en het bedrijfsresultaat bieden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten.

Nu geen sprake is van het bedrijfsmatig uitoefenen van de landbouw door [gedaagde] wordt hij geacht in de nakoming van zijn verplichtingen tekortgeschoten te zijn als bedoeld in artikel 7.5.376 lid 1 B.W. en is de primaire vordering van de gemeente Heusden toewijsbaar.

De pachtkamer zal de pachtovereenkomst ontbinden en de ontruiming bevelen. Niet toewijsbaar is de gevorderde dwangsom bij niet tijdige ontruiming. De gemeente heeft zelf verzocht haar te machtigen die ontruiming zelf te doen uitvoeren als [gedaagde] daarmee in gebreke blijft. Daarmee heeft de gemeente Heusden voldoende middelen om de ontruiming af te dwingen en maakt een dwangsom overbodig.

Gelet de beslissing op de primaire vordering, behoeft op de subsidiaire vordering niet te worden beslist.

Datzelfde geldt voor de vordering in reconventie, die, zoals de gemeente Heusden terecht opmerkt, onbegrijpelijk is en overbodig is ingesteld.

De vordering in reconventie is niet op de wet gegrond en als de primaire of subsidiaire vordering in conventie zou worden toegewezen, eindigt de pachtovereenkomst tussen partijen op enig moment. In reconventie kan dan geen continuering van die overeenkomst worden uitgesproken; bij een eventuele afwijzing van beide vorderingen zou de pachtovereenkomst gewoon doorlopen, zonder dat daarvoor een afzonderlijke beslissing van de pachtkamer nodig is.

In conventie en in reconventie

Verwijst [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

DE BESLISSING

De pachtkamer

in conventie

- ontbindt de pachtovereenkomst tussen partijen met betrekking tot een perceel landbouwgrond, kadastraal bekend [perceelgegevens]] ter grootte van 1.88.40 ha, gelegen aan de [adres] met ingang van heden;

- veroordeelt [gedaagde] het gepachte perceel binnen drie dagen na de betekening van het vonnis met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en te verlaten en machtigt de gemeente Heusden die ontruiming zonodig zelf te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zo [gedaagde] daarmede in gebreke blijft en alsdan op kosten van [gedaagde],

in reconventie

- wijst de vordering voor zoveel nodig af;

in conventie en in reconventie

- verwijst [gedaagde] in de kosten van het geding aan de kant van de gemeente Heusden tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 85,44 explootkosten, € 288,-- aan vastrecht en € 600,-- aan salaris van de gemachtigde.

- wijst af het meer of anders gevorderde

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de pachtkamer van de rechtbank te 's-Hertogenbosch, bestaande uit mr. P. van Uffelen , voorzitter, A.G.J. Murray en L.A. van Amstel als deskundige leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de pachtkamer in het arrondissement 's-Hertogenbosch te Boxmeer van 14 april 2009 door mr. P. van Uffelen, voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaaknummer CP 564748/8/08 blad 6

vonnis