Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BK8221

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-12-2009
Datum publicatie
05-01-2010
Zaaknummer
631668
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Indeplaatsstelling ex artikel 7:307 BW; beeindiging huurovereenkomst bij faillissement.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 307
Faillissementswet
Faillissementswet 39
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2010/246
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

Zaaknummer : 631668

Rolnummer : 09-6196

Uitspraak : 17 december 2009

In de zaak van:

Mr. Sjoerd Meint Postma in zijn hoedanigheid van curator

in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Zaza Stores B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: Prof. Mr. H. Loonstein,

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rodamco Nederland Winkels B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. M.J. Schapendonk,

hierna mede te noemen de curator respectievelijk Rodamco,

heeft de kantonrechter te Eindhoven het navolgende vonnis gewezen.

1. De procedure

De curator heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. Rodamco is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord, tevens van eis in reconventie genomen. Bij rolbeslissing van 3 september 2009 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast, welke, na een aanhouding op verzoek van mr. Loonstein, heeft plaatsgevonden op 6 november 2009. Bij die gelegenheid heeft de curator de bij brief van 26 oktober 2009 op voorhand toegezonden stukken in het geding gebracht en heeft hij mondeling geantwoord in reconventie. Na afloop van de comparitie is vonnis bepaald. In het dossier bevinden zich, naast de aantekeningen van de griffier van het ter zitting verhandelde, de door partijen in het geding gebrachte producties.

2. Het geschil

in conventie en in reconventie

2.1 De curator vordert

a. hem te machtigen in de plaats van Zaza Stores B.V. als huurder van de in deze procedure bedoelde bedrijfsruimte te stellen Phyliaal B.V. en

b. te verklaren voor recht dat de opzegging van de huurovereenkomst geen effect sorteert nu de rechtsgevolgen daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn,

kosten rechtens.

2.2. De curator legt aan de vorderingen - zakelijk weergegeven - het navolgende ten grondslag. Zaza is huurster van een bedrijfsruimte in het Piazza Center te Eindhoven, Piazza p34 (unit 0.16.). De huurovereenkomst is gesloten met Rodamco. Zaza is op 10 maart 2009 in staat van faillissement verklaard.

De curator heeft recht en belang om op de voet van artikel 7:307 BW in de plaats stelling te vorderen nu de in het gehuurde gedreven modezaak bij schriftelijke overeenkomst is overgedragen aan een derde, te weten Phyliaal B.V.. De curator wil dan ook gemachtigd worden om Phyliaal als huurder van voormelde bedrijfsruimte in plaats van de huidige huurder te stellen, onder voorwaarde dat die vennootschap binnen twee weken na het vonnis genoegzame zekerheid biedt jegens Rodamco ter grootte van drie maanden huur, middels een concerngarantie van Nesia Holding B.V..

Phyliaal zal in geval van toewijzing van de vordering de achterstallige huur betalen, mits de verhuurder in het vonnis berust en anders zodra de uitspraak onherroepelijk is.

Aan alle vereisten voor in de plaats stelling is voldaan. Weliswaar heeft Rodamco de huurovereenkomst bij brief van 19 maart 2009 opgezegd, maar aan die opzegging komt geen effect toe. Bovendien is niet tegen een éénduidige datum opgezegd. Bedoelde brief houdt een opzegging in tegen

1 april 2009, maar die huurovereenkomst is nadien voortgezet, terwijl partijen het niet eens zijn geworden over een beëindigingsdatum en evenmin een nieuwe opzegging heeft plaatsgevonden.

De onderneming die in de van Rodamco gehuurde bedrijfsruimte wordt gedreven maakt deel uit van een winkelketen in Nederland (en daarbuiten) waarin Zaza kleding wordt verkocht. De met Phyliaal gesloten overeenkomst ziet ook op kledingwinkels in Lelystad, Rijswijk, Roosendaal, Zwolle en Verviers. Gelet op de met de curator gemaakt afspraken heeft de curator een zwaarwegend belang bij het ten behoeve van een doorstart behouden van de winkel in Eindhoven, teneinde aldus kapitaalverlies voor de boedel en haar crediteuren te voorkomen en een groot deel van de werkgelegenheid in die winkel veilig te stellen. Phyliaal biedt voldoende waarborgen voor een volledige nakoming van de huurovereenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

De opzegging van de huurovereenkomst ex artikel 37 Fw sorteert geen effect, ook omdat de rechtsgevolgen daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Immers bedoelde opzegging zou in de weg staan aan het realiseren van de doorstart met behoud van werkwerkgelegenheid voor een groot aantal werknemers. Dat is zeker in deze tijd een groot goed.

2.3. Rodamco heeft in conventie - voor zover van belang - het volgende verweer gevoerd.

Het gehuurde betreft de winkelruimte aan de Piazza 34 BG (unit 0.16) te Eindhoven.

Op het moment van het faillissement van Zaza d.d. 10 maart 2009 was er sprake van een aanzienlijke huurachterstand van circa € 50.000,00 en was er geen enkel vooruitzicht op betaling daarvan alsmede van de nog te verschijnen termijnen. Zekerheden waren niet voorhanden, althans uitwinning daarvan bleek onmogelijk.

Bij aangetekende brief d.d. 19 maart 2009 heeft Rodamco de huurovereenkomst op de voet van artikel 39 van de Faillissementswet opgezegd tegen een uiterste datum van 18 juni 2009. Bij brief van 26 maart 2009 heeft de curator Rodamco nog eens gewezen op de wettelijke mogelijkheid om de huur op te zeggen onder de mededeling dat een opzegtermijn van drie maanden voldoende zal zijn en haar uitgenodigd hiertoe over te gaan. Op 3 april 2009, nadat op 2 april 2009 nog contact geweest was met de curator, althans diens faillissementsmedewerker, heeft Rodamco haar eerdere opzegging herhaald en heeft zij de beëindiging per 18 juni 2009 nogmaals vastgelegd. Bij brief van 28 april 2009 heeft de curator de opzegging bevestigd, zonder zich daar op enigerlei wijze tegen te verzetten. Wel werd melding gemaakt van het feit dat de [directeur] nog contact met Rodamco zou opnemen teneinde een mogelijke voortzetting van de huurrelatie door Phyliaal te bespreken. Rodamco heeft [directeur] vervolgens te kennen gegeven hier niet toe bereid te zijn. Bij e-mail van 12 juni 2009 aan de curator heeft Rodamco hem gewezen op de beëindiging van de huurovereenkomst en de daaruit voortvloeiende verplichting tot ontruiming en oplevering van de winkelruimte per die datum. Vanaf de datum van het faillissement was er op dat moment geen enkele betaling gedaan, zodat de vordering van Rodamco alleen maar is toegenomen en inmiddels € 148.000,00 bedraagt.

Door de opzegging ex artikel 39 Fw eindigt de huurovereenkomst zonder meer. Daardoor is een indeplaatsstelling niet meer mogelijk. Alleen als de verhuurder door op te zegen misbruik van de situatie maakt of handelt in strijd met de redelijkheid en de billijkheid kan het zijn dat van de beëindigingsmogelijkheid van artikel 39 Fw geen gebruik kan worden gemaakt. Daarvan is hier geen sprake.

2.4. Op grond van het voorgaande vordert Rodamco in reconventie een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst betreffende de Piazza 34 BG (unit 0.16) te Eindhoven per 18 juni (2009) is beëindigd en voorts veroordeling van de curator om de betreffende winkelruimte te ontruimen en wederom aan Rodamco ter beschikking te stellen, een en ander als nader omschreven in de conclusie van eis in reconventie.

2.5. De curator heeft tegen de vordering in reconventie verweer gevoerd. Hierop en op hetgeen partijen verder hebben aangevoerd zal, indien van belang, onder de beoordeling worden teruggekomen.

3. De beoordeling

in conventie en in reconventie

3.1. Tussen partijen staat het volgende vast.

In 2003 is een huurovereenkomst tot stand gekomen tussen Rodamco enerzijds en Zaza anderzijds met betrekking tot de winkelruimte aan de Piazza 34 BG (unit 0.16) aan welke huurovereenkomst ook uitvoering is gegeven. Op 10 maart 2009 is Zaza, nadat haar op 21 oktober 2008 voorlopig en op 7 januari 2009 definitief surséance van betaling was verleend, in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. Postma tot curator.

Bij brief van 19 maart 2009 gericht aan de curator heeft Rodamco de huurovereenkomst opgezegd "tegen 1 april 2009, dan wel een nader met u overeen te komen datum, welke niet later zal zijn dan 18 juni 2009". Nadat de curator bij brief van 26 maart 2006 Rodamco er - ten overvloede - op had gewezen om de huurovereenkomst op te zeggen heeft Rodamco op 3 april 2009 nog een schrijven gezonden waarin werd gerefereerd aan het schrijven van 26 maart 2009 en aan een tussen de faillissementsmedewerker van de curator en een medewerker van Rodamco plaatsgevonden telefonisch onderhoud van 2 april 2009, welke het volgende inhield: "Wij zijn reeds bij schrijven d.d . 19 maart 2009 overgegaan tot huuropzegging. Met u is overeengekomen dat de huurovereenkomst eindigt op 18 juni 2009."

3.2. De curator heeft gelijk als hij zegt dat in de brief van 19 maart 2009 niet is opgezegd tegen een eenduidige datum, doch over de datum van opzegging in de brief van 3 april 2009 kan geen misverstand bestaan. Er is hier sprake van een rechtsgeldige opzegging van de huurovereenkomst.

3.3. Zoals eerder overwogen stelt de curator zich op het standpunt dat aan de huuropzegging geen effect toekomt. Als reden geeft de curator aan dat de rechtsgevolgen van de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn, nu deze een doorstart onmogelijk maken, terwijl de werkgelegenheid van vijf werknemers met gezinnen in het geding is.

De curator verliest hier uit het oog dat op het moment van de opzegging een hoge huurachterstand bestond en er van uitzicht op een doorstart geen sprake was. Verder heeft de curator eerst bij brief van 28 april 2009 gemeld dat de [directeur], directeur van de failliete Zaza, contact zou opnemen om een mogelijke voortzetting van de huurovereenkomst door Phyliaal te bespreken. Rodamco heeft te kennen gegeven hiertoe niet bereid te zijn en omdat er op dat moment geen verdere concrete mededelingen zijn gedaan of stukken zijn overhandigd welke een goede basis konden vormen voor verder besprekingen hoefde Rodamco die bereidheid ook niet te hebben. Overigens blijkt uit de bij gelegenheid van de comparitie van partijen door de curator overgelegde stukken ook niet zonder meer dat er een reële kans is op een doorstart.

3.4. Nu niet van omstandigheden is gebleken die de conclusie rechtvaardigen dat Rodamco misbruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot opzegging dan wel hiermee handelt in strijd met de redelijkheid en billijkheid, heeft de rechtsgeldige opzegging wel degelijk effect. De huurovereenkomst is geëindigd en indeplaatsstelling is niet meer aan de orde.

De kantonrechter vraagt zich verder af of de curator daar nog wel belang bij heeft nu de gemachtigde de curator bij gelegenheid van de comparitie van partijen heeft aangegeven dat het door

Phyilaal tijdens de onderhandelingen tussen partijen ingenomen standpunt dat zij, anders dan

Rodamco wenste, geen nieuwe huurovereenkomst wilde sluiten met Rodamco inmiddels heeft verlaten.

3.5. Het voorgaande betekent dat de vordering in conventie moet worden afgewezen en dat de eerste vordering in reconventie behoort te worden toegewezen. Ook de tweede vordering in reconventie is toewijsbaar nu de curator deze zonder recht of titel in gebruik heeft. De ontruimingstermijn zal ruimer worden gesteld dan gevorderd, omdat de curator wel daadwerkelijk de gelegenheid moet krijgen om te ontruimen.

3.6. De curator heeft uitdrukkelijk verzocht om deze laatste veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren omdat dan een onomkeerbare situatie ontstaat. Rodamco heeft zich niet tegen dit verzoek verzet, zodat de kantonrechter, gelet op he belang van de curator, aan dit verzoek zal voldoen.

Rodamco kan desnoods bij voorlopige voorziening de uitvoerbaarheid bij voorraad vorderen indien de onderhandelingen met betrekking tot een nieuwe huurovereenkomst die ten tijde van de comparitie van partijen nog gaande waren, niet tot het gewenste resultaat leidt en de curator de winkelruimte niet zou ontruimen.

3.7. De curator wordt als de (in overwegende mate) in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van de procedure in conventie en de procedure in reconventie.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering van de curator af;

in reconventie

verklaart voor recht dat de ten processe bedoelde huurovereenkomst ingevolge de opzegging door Rodamco is geëindigd op 18 juni 2009;

veroordeelt de curator om binnen drie weken na betekening van dit vonnis de winkelruimte aan de

Piazza 34 BG (unit 0.16) te Eindhoven geheel te ontruimen en met alle daarin aanwezige personen en (roerende) zaken, waaronder de zijnen en het zijne, te verlaten en ontruimd te houden en de sleutels ter beschikking van Rodamco te stellen, met machtiging op Rodamco om, wanneer de curator daarmee binnen de gestelde termijn in gebreke mocht blijven, de ontruiming zelf te doen uitvoeren door een gerechtsdeurwaarder, zonodig met behulp van politie en/of justitie;

In conventie en in reconventie

veroordeelt de curator in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rodamco begroot op € 800,00 wegens bijdrage in het salaris voor de gemachtigde (niet met btw belast) in conventie en € 400,00 in reconventie;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.G. Robers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2009.