Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BK6638

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-11-2009
Datum publicatie
15-12-2009
Zaaknummer
646483
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing vorderingen tot ontbinding van de huurkoopovereenkomst en betaling restant huurkoopprijs. Vordering onvoldoende vast komen te staan doordat eiseres zich tijdens de comparitie van partijen niet heeft laten bijstaan door een persoon die voldoende van de zaak op de hoogte was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010, 41

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN

In de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Canvas B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

gemachtigde: LAVG te Breda,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procederend in persoon,

heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen.

1. Het verloop van het geding

1.1. Dit blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de aantekeningen van mondeling antwoord;

- het besprokene tijdens de comparitie van partijen op 26 oktober 2009 waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

2. Het geschil

2.1. Eiseres vordert, kort gezegd, ontbinding van de tussen partijen gesloten huurkoopovereenkomst met betrekking tot een personenauto van het merk Opel, type Tigra met kenteken [kenteken], afgifte van deze in huurkoop overgedragen personenauto binnen twee dagen na betekening van het vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag, alsmede veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 8.449,68, te weten € 7.092,86 wegens restant huurkoopprijs, € 656,82 wegens tot 5 augustus vervallen vertragingsrente en € 700,-- wegens buitengerechtelijke incassokosten.

2.2. Gedaagde stelt de vordering niet te begrijpen. Hij heeft naar eigen zeggen een personenauto ter waarde van € 6.950,-- gekocht en € 1.000,-- op de koopprijs aanbetaald. Verder stelt hij gedurende het gehele jaar 2007 huurkooptermijnen van € 270,-- te hebben betaald. Gedaagde begrijpt dan ook niet dat hij volgens eiseres nog € 7.092,86 verschuldigd is. Hij erkent wel dat hij iets verschuldigd is maar niet het bedrag dat eiseres vordert.

3. De beoordeling

3.1. De kantonrechter volgt gedaagde in zijn standpunt dat niet duidelijk is hoe de geldvordering van eiseres is opgebouwd. De in de dagvaarding genoemde totale koopprijs van € 10.753,40 staat niet in de huurkoopovereenkomst. Wel staat in die overeenkomst een restantprijs van € 9663,40 genoemd maar daarvan is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet na te gaan hoe zij is opgebouwd. Nu eiseres zich tijdens de comparitie van partijen niet heeft laten vertegenwoordigen door een persoon die voldoende van de zaak op de hoogte was, heeft zij op dit punt alsmede omtrent de renteberekening en de door haar ontvangen betalingen van gedaagde geen helderheid kunnen verschaffen. Het had - gelet op bij haar bekende betwisting door gedaagde - op de weg van eiseres gelegen om haar vordering nader te motiveren en te specificeren. Nu zij dit niet heeft gedaan dient de conclusie te zijn dat de geldvordering onvoldoende in rechte vast is komen te staan en dat deze dient te worden afgewezen. Dat geldt ook voor de vordering tot ontbinding van de huurkoopovereenkomst omdat niet kan worden vastgesteld of en in hoerverre gedaagde is tekortgeschoten. De nevenvorderingen met betrekking tot rente en buitengerechtelijke incassokosten volgen dat lot.

3.2. Eiseres wordt in het ongelijk gesteld en daarom in de proceskosten veroordeeld. Die worden aan de zijde van gedaagde op de voet van artikel 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en naar analogie met het liquidatietarief gesteld op € 500,--.

4. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiseres in de kosten van het geding, aan de zijde van gedaagde gevallen en tot op heden begroot op € 500,--.

Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.