Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BK4985

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-09-2009
Datum publicatie
01-12-2009
Zaaknummer
642951
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding. Concurrentiebeding, inhoudende een verbod om betrokken te zijn bij bepaalde werkzaamheden of activiteiten. Geen schorsing van het beding nu de belangen van de werknemer bij vernietiging daarvan niet zwaarder wegen dan de belangen van de werkgever bij handhaving. Aan de werkgever kan niet worden verboden om rechtsmaatregelen te treffen indien zij vindt dat de werknemer in strijd met het concurrentiebeding handelt. Het beding houdt geen verbod in om bij een andere werkgever in dienst te treden en staat daaraan niet in de weg. Indiensttreding bij een nieuwe werkgever is op zichzelf niet in strijd met het verbod direct of indirect betrokken te zijn bij bepaalde, concurrerende werkzaamheden of activiteiten. Daarvan kan wel sprake zijn als die indiensttreding onontkoombaar meebrengt dat de werknemer betrokken is bij concurrerende werkzaamheden of activiteiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 642951

Rolnummer : 09-7902

Uitspraak : 14 september 2009

in de zaak van:

[A],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

hierna te noemen [A],

gemachtigde: mr. P. van den Berg,

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BWise B.V.,

gevestigd te Rosmalen, gemeente ‘s-Hertogenbosch,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

hierna te noemen BWise,

gemachtigde: mr. F.M. Luijkx.

1. De procedure

Nadat een dag was bepaald voor de behandeling van deze zaak, heeft [A] BWise doen dagvaarden. De mondelinge behandeling, waarvoor partijen op voorhand een aantal producties hebben toegezonden, heeft op 31 augustus 2009 plaatsgevonden. BWise is bij die gelegenheid verschenen en heeft verweer gevoerd tegen de vordering van [A]. Tevens heeft BWise een reconventionele vordering ingediend. Partijen hebben bij die gelegenheid hun standpunten doen toelichten bij monde van hun gemachtigden, voornoemd. Deze hebben daartoe pleitaantekeningen gehanteerd die aan de kantonrechter zijn overgelegd. Daarop is vonnis bepaald op heden.

2. Het geschil

in conventie en in reconventie

2.1. [A] vordert in conventie dat de kantonrechter bij wege van voorziening ex artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), uitvoerbaar bij voorraad, het in artikel 8 van de als productie 1 overgelegde arbeidsovereenkomst tussen partijen genoemde concurrentiebeding – voor zover dat nog gelding zou hebben behouden – te schorsen met ingang van de datum waarop het dienstverband tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd, totdat bij een eventueel uitvoerbaar bij voorraad verklaarde rechterlijke uitspraak anders zal zijn beslist, althans BWise te verbieden op enigerlei wijze of in enigerlei vorm [A] te verbieden, te verhinderen of te beletten in dienst te treden bij of werkzaam te zijn voor de besloten vennootschap SAS Institute te Huizen, voor zover het betreft werkzaamheden of activiteiten anders dan bedoeld in onderdeel 3 van de dagvaarding, zulks op straffe van een door BWise te verbeuren dwangsom groot € 10.000,- indien zij het haar opgelegde verbod overtreedt of niet nakomt, vermeerderd met € 1.000,- per dag voor iedere dag of dagdeel dat BWise in gebreke zal zijn c.q. blijven, met veroordeling van BWise in de kosten van het geding.

[A] legt daaraan, kort weergegeven, het volgende ten grondslag. [A] is sinds maart 2005 werkzaam in dienst van BWise. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst is in artikel 8 aan concurrentiebeding opgenomen, inhoudende: ‘Het is de werknemer verboden om gedurende of binnen 1 (zegge: een) jaar na het einde van de dienstbetrekking direct of indirect betrokken te zijn bij enige werkzaamheden of activiteiten te vergelijken met de dienst, een product of proces, van werkgever, voor zover deze werkzaamheden of activiteiten concurrentie opleveren met de activiteiten van de werkgever of van de met de werkgever verbonden activiteiten, met dien verstande dat dit verbod niet van toepassing is, indien de werknemer alle bekende feiten met betrekking tot dergelijke werkzaamheden of activiteiten aan de werkgever te kennis heeft gebracht en van de werkgever schriftelijke toestemming heeft ontvangen om aan zodanige werkzaamheden of activiteiten deel te nemen. Lid d van voorgaand artikel is van overeenkomstige toepassing.

Tevens is het de werknemer verboden om niet dan na vooraf verkregen schriftelijke toestemming van werkgever, welke niet op onredelijke gronden zal worden onthouden, tijdens en 2 (zegge: twee) jaar na het dienstverband direct of indirect zakelijke relaties aan te gaan met klanten van werkgever (bedrijven in concernverband van klanten inbegrepen).’

[A] wenst ontslag te nemen bij BWise en in dienst te treden bij SAS Institute. Voor [A] is de gewenste overstap naar SAS Institute een enorme kans die hem grote carrièrekansen biedt.

BWise wenst [A] aan het concurrentiebeding te houden. Anders dan BWise stelt is er geen sprake van dat de activiteiten van SAS Institute concurrerend zijn met die van BWise. BWise en SAS Institute zijn complementair. Voor zover er van een overlap van activiteiten c.q. producten sprake zou kunnen zijn, is dat slechts in zeer geringe mate het geval.

BWise neemt het standpunt in dat de enkele indiensttreding van [A] bij SAS Institute automatisch een overtreding van het concurrentiebeding betekent en BWise aanleiding geeft dwangsommen te willen gaan incasseren. De overstap van [A] naar SAS Institute als zodanig is niet verboden en kan niet verboden worden. BWise stelt zich wel op dat standpunt.

2.2. BWise heeft hiertegen tot verweer onder meer het navolgende aangevoerd. Voor BWise is SAS Institute een directe concurrent op haar enige GRC (Governance, Risk en Compliance) markt, haar software is concurrerend met die van BWise en beiden opereren op dezelfde markt. Dat SAS Institute nog veel andere software, dan de software gericht op de GRC markt, vermarkt is niet relevant. De overstap van [A] naar SAS Institute is concurrerend en valt onder de formulering van het concurrentiebeding. Zelfs al zou [A] zich met andere software bezighouden of tijdelijk op een andere afdeling werken, dan maakt dat niet zoveel uit. Dat [A] naar concurrent SAS Institute gaat kan negatief uitstralen naar BWise. Werkzaamheden op een andere afdeling of voor andere software vallen ook gewoon onder het concurrentiebeding omdat ook indirecte betrokkenheid niet is toegestaan.

2.3. In reconventie vordert BWise dat het [A] verboden wordt om bij SAS Institute - in welke functie dan ook – in dienst te treden, en aan dit verbod alsmede aan het concurrentiebeding een dwangsom te verbinden van € 20.000,- per overtreding en € 2.000,- per dag of dagdeel dat de overtreding van het concurrentiebeding voortduurt. Onder verwijzing naar hetgeen BWise in conventie heeft gesteld heeft BWise aan deze vordering ten grondslag gelegd dat [A] dient te worden gehouden aan zijn contractuele verplichtingen uit het concurrentiebeding en, subsidiair, dat het verbod dient te worden toegewezen op grond van onrechtmatige daad omdat SAS Institute zou profiteren van de kennis en daarmee haar concurrentiepositie ten kosten van BWise zou versterken.

2.4. [A] heeft tegen de vordering in reconventie verweer gevoerd.

Voor de toelichting op en onderbouwing van de standpunten van partijen zij verwezen naar de stukken van het geding.

3. De beoordeling

in conventie en in reconventie

3.1. De spoedeisendheid van de vorderingen is door BWise en [A] over en weer niet bestreden, zodat deze - gelet ook op de aard van het geschil - zal worden aangenomen. [A] en BWise zijn daarom ontvankelijk in hun vorderingen.

3.2. In de onderhavige procedure, strekkende tot het treffen van een voorlopige voorziening, dient de vordering slechts te worden toegewezen indien met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de kantonrechter een overeenkomstige vordering in de bodemprocedure zal toewijzen.

Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

3.3. De primaire vordering van [A] strekt tot schorsing van het concurrentiebeding. Bij dagvaarding is niet expliciet aangegeven op welke gronden het beding zou moeten worden geschorst. Schorsing van het beding zou aan de orde kunnen zijn indien zou moeten worden aangenomen dat in een bodemprocedure op vordering van [A] het beding vernietigd zou worden. Ter terechtzitting heeft [A] aangevoerd dat hij niet aan het beding kan worden gehouden omdat zijn belang prevaleert boven dat van BWise. Het belang van [A] zou zijn gelegen in de grote carrièrekansen die de overstap naar SAS Institute hem biedt vanwege het groter aantal software producten, de schaalgrootte van de projecten en de internationale organisatie van SAS. Tegenover dit belang van [A] staat het belang van BWise om door handhaving van het concurrentiebeding haar bedrijfsbelangen te beschermen. Vast staat dat [A] gedurende de periode van viereneenhalf jaar dat hij bij BWise werkzaam is, inzicht heeft gekregen in alle ins en outs van de dienstverlening en van het product van BWise. Voor BWise is het van belang dat die kennis van [A] niet bij concurrenten terecht komt. De belangen van [A] bij vernietiging van het concurrentiebeding kunnen vooralsnog niet worden geacht zwaarder te wegen dan de belangen van BWise bij handhaving daarvan. Dat een functie bij SAS Institute voor [A] een verbreding van zijn werkgebied, werkzaamheden en kennisopbouw betekent, doet een belangenafweging nog niet in zijn voordeel uitvallen. Bovendien staat tussen partijen vast dat BWise aan [A] na diens aangekondigde vertrek een aanbod heeft gedaan voor een toekomstige aanpassing van taken en werkzaamheden in combinatie met een salarisverbetering, hetgeen voor [A] kennelijk ook een positieverbetering zou inhouden. De enkele omstandigheid dat [A] niet overtuigd is van de oprechtheid van de bedoeling brengt nog niet mee dat het aanbod niet reëel is. Overigens wordt [A] volgens zijn eigen stellingen door het concurrentiebeding niet belemmerd om bij SAS Institute werkzaam te zijn aangezien er bij de overstap naar SAS Institute geen sprake zou zijn van overtreding van dat beding. BWise heeft daarnaast onweersproken gesteld dat er ook andere ondernemingen zijn waar [A] zich verder kan ontwikkelen, zonder dat het concurrentiebeding daaraan in de weg staat. Gelet op het voorgaande kan er vooralsnog niet van worden uitgegaan dat het concurrentiebeding in een bodemprocedure zal worden vernietigd. De primaire vordering tot schorsing van dit beding zal daarom worden afgewezen.

3.4. De subsidiaire vordering van [A] ziet op een verbod aan BWise om hem te verbieden, verhinderen of beletten in dienst te treden bij of werkzaam te zijn voor SAS Institute. [A] heeft niet nader geconcretiseerd op welk verbieden, verhinderen of beletten hij in dit verband doelt. Uit de stellingen van [A] begrijpt de kantonrechter dat het gevorderde verbod verband houdt met de omstandigheid dat BWise aan [A] en SAS Institute heeft medegedeeld dat zij [A] onverkort wenste te houden aan het concurrentiebeding en onmiddellijk rechtsmaatregelen overwoog zodra [A] bij SAS Institute in dienst zou treden. Deze mededeling en de mogelijkheid dat BWise rechtsmaatregelen neemt, staan aan een feitelijke indiensttreding van [A] bij SAS Institute niet in de weg. Voor zover met de subsidiaire vordering wordt beoogd dat BWise wordt verboden om rechtsmaatregelen tegen [A] te nemen in verband met de indiensttreding van [A] bij SAS Institute, kan de vordering niet worden toegewezen. Aan BWise kan immers het recht op toegang tot de rechter niet worden ontzegd. Het staat BWise vrij om de door haar voorgestane uitleg van het concurrentiebeding alsmede de vraag of [A] in strijd met dat beding heeft gehandeld en boetes heeft verbeurd, ter toetsing aan de rechter voor te leggen. De subsidiaire vordering komt daarom evenmin voor toewijzing in aanmerking.

3.5. De reconventionele vordering sterkt ertoe dat [A] wordt verboden om bij SAS Institute in dienst te treden. Op grond van het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding is het [A] verboden om direct of indirect bij concurrerende werkzaamheden of activiteiten betrokken te zijn. Het beding houdt geen verbod in om bij een andere werkgever in dienst te treden. Op zichzelf levert indiensttreding van [A] bij SAS Institute derhalve geen overtreding van het verbod op zoals dat in het concurrentiebeding is neergelegd.

Denkbaar is dat indiensttreding bij SAS Institute in strijd zou worden geoordeeld met het concurrentiebeding indien die enkele indiensttreding onontkoombaar mee zou brengen dat [A] direct of indirect betrokken raakt bij concurrerende werkzaamheden of activiteiten. Op grond van de stellingen van partijen kan worden aangenomen dat er sprake is van enige overlap tussen bepaalde producten van SAS Institute en producten van BWise. Ter zake deze producten ziet BWise SAS Institute blijkens haar stellingen sinds 5 mei 2009 als concurrent. Voorts staat vast dat SAS Institute zich met een veel groter aantal softwareproducten bezig houdt dan BWise en dat zij met betrekking tot het merendeel van die producten niet concurrerend is. [A] heeft ter zitting verklaard dat hij zich bij SAS Institute niet gaat bezighouden met werkzaamheden of activiteiten waar hij zich bij BWise mee bezig houdt en dat hij daar ook niet bij betrokken wordt. Zijn functie bij SAS Institute zou een sturende positie op het voor hem nieuwe werkgebied van Risico Management zijn, waarbij een uitgebreid opleidingstraject wordt geboden.

De omstandigheid dat er enige overlap is tussen producten van SAS Institute en BWise rechtvaardigt niet de conclusie dat betrokkenheid van [A] bij concurrerende werkzaamheden of activiteiten onontkoombaar is. SAS Institute voert immers meerdere softwareprogramma’s en volgens [A] zal hij in zijn functie bij SAS Institute niet bij concurrerende werkzaamheden betrokken zijn. Het enkele dienstverband van [A] bij SAS Institute brengt nog niet mee, anders dan BWise veronderstelt, dat [A] zijn kennis bij SAS Institute in zal brengen met betrekking tot producten die concurreren met die van BWise. [A] heeft in dit verband nog verklaard dat er voor hem op grond van het bepaalde in artikel 7 van de arbeidsovereenkomst een geheimhoudingsplicht geldt en dat hij zich daaraan zal houden.

Op grond van het vorenstaande moet er voorshands van worden uitgegaan dat het concurrentiebeding er niet aan in de weg staat dat [A] bij SAS Institute in dienst treedt, terwijl die indiensttreding evenmin als een onrechtmatige daad van [A] tegenover BWise kan worden aangemerkt. De reconventionele vordering zal daarom worden afgewezen.

3.6. [A] en BWise zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure in conventie respectievelijk in reconventie.

4. De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

in conventie

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [A] in de kosten van deze procedure aan de zijde van BWise gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op € 200,- salaris gemachtigde;

in reconventie

wijst het gevorderde af;

veroordeelt BWise in de kosten van deze procedure aan de zijde van [A] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.