Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BK3914

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-11-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
620926
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vordering tot betaling van kosten voor een geneeskundige behandeling kan niet op de grondslag van een behandelingsovereenkomst worden toegewezen indien vast is komen te staan dat gedaagde tegen zijn wil en onder politiebewaking naar het ziekenhuis is gebracht en onder protest is behandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN

In de zaak van:

de stichting Stichting Máxima Medisch Centrum,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres,

gemachtigde: GGN Brabant te Tilburg,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven,

heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen.

1.Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de navolgende stukken:

­ de dagvaarding;

­ de conclusie van antwoord;

­ de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermeerdering van eis, met producties;

­ de conclusie van dupliek.

2.Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1 Eiseres vordert, na vermeerdering van eis, van gedaagde betaling van € 2.191,10, met rente en kosten.

Aan deze vordering legt eiseres ten grondslag dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde aan gedaagde geneeskundige hulp heeft verleend.

2.2 Op de betwisting door gedaagde, dat aan hem in zijn opdracht geneeskundige hulp is verleend, heeft eiseres bij repliek gesteld dat gedaagde zich wel degelijk heeft laten behandelen/opnemen in het ziekenhuis, door een cardioloog en een chirurg. Bij dupliek heeft gedaagde vastgesteld dat zijn verweer niet voldoende is weersproken. Hij heeft verder zijn standpunt toegelicht met de stelling dat de politie hem tegen zijn wil naar het ziekenhuis heeft gebracht en dat hij onder politiebewaking in het ziekenhuis moest blijven, waartegen hij heeft geprotesteerd, maar wat eiseres desondanks heeft toegelaten. Gedaagde wilde ook geen contact met behandelaars. Hij betwist ook de hoogte van de vordering. Of er behandelingen hebben plaatsgevonden en of er medicijnen zijn toegediend is hem onbekend.

2.3 De kantonrechter stelt vast dat het verweer van gedaagde tegen de grondslag van de vordering door eiseres onvoldoende is weersproken. De vordering kan dan ook niet op de gestelde grondslag van een behandelingsovereenkomst worden toegewezen. Niet uitgesloten zou zijn dat zulks wel zou kunnen op een andere grondslag, bijvoorbeeld zaakwaarneming, maar daartoe zijn geen feiten gesteld.

De conclusie is dat de vordering dient te worden afgewezen.

Als de in het ongelijk gestelde partij dient eiseres de kosten van het geding te dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiseres in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagde gevallen en tot op heden begroot op € 120,-- wegens gemachtigdensalaris.

Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 12 november 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.