Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BK3907

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-11-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
633475
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betaling proceskosten in termijnen op grond van artikel 6:109 van het Burgerlijk Wetboek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN

In de zaak van:

de stichting Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl, voorheen genaamd stichting Woonstichting

Hertog Hendrik van Lotharingen en als rechtsopvolgster onder algemene titel van de stichting Woningstichting SWS,

gevestigd en kantoorhoudende te Eindhoven,

eiseres,

gemachtigde: GGN Brabant te Tilburg,

t e g e n :

1. [huurder];

2. [huurster];

echtelieden, beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden,

procederend in persoon,

heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de navolgende stukken:

­ de dagvaarding;

­ de conclusie van antwoord, met producties;

­ de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermindering van eis, met producties;

­ de conclusie van dupliek.

2. Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1 Na vermindering van eis vordert eiseres van gedaagden betaling van € 786,48, te weten € 595,38 als huurachterstand, gerekend tot en met september 2009, € 178,50 wegens buitengerechtelijke incassokosten, inclusief voor eiseres niet verrekenbare BTW, en € 12,60 wegens vervallen vertragingsrente.

2.2 Gedaagden hebben de vordering in hoofdsom niet betwist. Zij stellen per saldo op 8 oktober 2009 de huren te gaan voldoen van september en oktober 2009 en zij verzoeken, nadat eiseres een eerder door gedaagden verzochte betalingsregeling van de hand had gewezen, alsnog een betalingsregeling voor de proceskosten.

2.3 Omdat betalingsbewijzen van de door gedaagden in het vooruitzicht gestelde (slot)betalingen ontbreken, zal de hoofdvordering worden toegewezen. Dat geldt tevens voor de vordering wegens vertragingsrente. Niet toegewezen zal worden de vordering wegens buitengerechtelijke incassokosten, nu niet is gesteld dat er zodanig buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht dat een vergoeding daarvoor, bovenop de door gedaagden wel te betalen proceskosten, gerechtvaardigd is.

Gelet op het bepaalde in artikel 6:109 van het Burgerlijk Wetboek en met name op de in die bepaling genoemde draagkracht van partijen, zal de kantonrechter ten aanzien van de proceskosten bepalen dat gedaagden deze in drie achtereenvolgende maandelijkse termijnen moeten voldoen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagden aan eiseres te voldoen de somma van € 607,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 595,38 vanaf de dag der dagvaarding (22 juni 2009) tot de dag der voldoening;

veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 95,97 wegens dagvaardingskosten, € 158, wegens griffierecht en € 300,-- wegens gemachtigdensalaris;

bepaalt dat de zojuist begrote proceskosten door gedaagden mogen worden betaald in drie achtereenvolgende maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt per 1 december 2009;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 12 november 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.