Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BK3463

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
17-11-2009
Zaaknummer
629755
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gestelde aanrijding tussen 2 auto's. Verzekeraar wijst schadeclaim af omdat onjuiste opgave van de schade zou zijn gedaan hetgeen zou blijken uit onderzoeksrapporten van een door haar ingeschakelde deskundige. Zij vordert de kosten van deze deskundige van gedaagde. In reconventie vordert gedaagde de schade aan zijn auto. De expertiserapporten leveren naar het oordeel van de kantonrechter voorshands voldoende bewijs op voor de stelling van eiseres (Interpolis) dat de bij haar door gedaagde geclaimde schade niet het gevolg is van de door hem gestelde aanrijding met de heer J op 17 juni 2007 omstreeks 21.40 uur op de T-splitsing van de weg Loofaert te Berlicum.

De schriftelijke verklaringen van gedaagde, de heer J en een onbekende derde, op welke verklaringen gedaagde zich uitdrukkelijk beroept, leveren onvoldoende tegenbewijs. Daarbij komt dat de onbekende derde weliswaar heeft verklaard dat hij twee auto’s tegen elkaar heeft zien staan, maar hij ook heeft verklaard dat hij de aanrijding zelf niet heeft zien gebeuren.

Nu gedaagde uitdrukkelijk bewijs heeft aangeboden van zijn stellingen, zal hij in de gelegenheid gesteld worden om tegenbewijs te leveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 629755

Rolnummer : 5524/09

Uitspraak : 29 oktober 2009

in de zaak van:

NV Interpolis Schade,

gevestigd en kantoorhoudende te Tilburg,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

gemachtigde: GGN Brabant BV,

t e g e n :

[de heer R],

wonende te Rosmalen,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. G.J.A. van de Grint.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “Interpolis”’ en “[de heer R]”.

1. De procedure

Interpolis heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. [de heer R] heeft een conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie ingediend.

De kantonrechter heeft vervolgens een comparitie van partijen gelast welke is gehouden op 21 september 2009. Bij die gelegenheid hebben partijen hun zaak mede doen bepleiten door hun gemachtigden voornoemd. Na gevoerd debat is vonnis bepaald.

2. Het geschil

In conventie en in reconventie

2.1. De vordering van Interpolis strekt tot veroordeling van [de heer R] om aan haar te voldoen een bedrag van € 3.237,76 vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.665,02 vanaf 8 mei 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, het geheel € 5.000,00 niet te bovengaand één en ander met veroordeling van [de heer R] in de kosten van de procedure.

Interpolis heeft aan haar vordering het volgende, kort weergegeven, ten grondslag gelegd.

[de heer J], wonende te ’s-Hertogenbosch is een verzekerde van Interpolis. Door [de heer R] is bij Interpolis een schadeclaim ingediend naar aanleiding van een aanrijding die op 17 juni 2007 zou hebben plaatsgevonden tussen hem en een door voormelde [heer J] bestuurde auto, waarbij schade veroorzaakt zou zijn aan de auto van [de heer R], een Mercedes met [kenteken x]. Van deze schadetoebrenging is een aanrijdingsformulier opgesteld.

Interpolis heeft een deskundige ingeschakeld om de aanrijding te reconstrueren. Uit dit onderzoek is gebleken dat er door [de heer R] een onjuiste opgave is gedaan zodat het schadeverzoek door Interpolis is afgewezen. Op 14 september 2007 heeft Interpolis [de heer R] op de hoogte gesteld van haar bevindingen. Zij heeft daarbij gemeld dat [de heer R] haar een bedrag van € 2.665,02 verschuldigd is voor onderzoekskosten. Daarbij heeft zij aangevoerd dat deze kosten door Interpolis nimmer gemaakt zouden zijn indien [de heer R] bij het indienen van zijn schadeclaim de juiste informatie zou hebben verstrekt.

Ondanks herhaalde aanmaning bleef betaling van voormelde kosten uit. Interpolis werd daarop genoodzaakt haar vordering uit handen te geven aan haar incassogemachtigde, die getracht heeft op buitengerechtelijke wijze betaling van [de heer R] te verkrijgen. De daarmee gepaard gaande incassokosten bedragen, conform Rapport Voorwerk II, € 535,50 en komen ten laste van [de heer R]. Naast voormelde hoofdsom (de onderzoekskosten) en de buitengerechtelijke incassokosten maakt Interpolis aanspraak op de wettelijke rente, welke tot 8 mei 2009 € 37,24 bedraagt.

2.2. In reactie op deze vordering heeft [de heer R] het volgende aangevoerd.

Op 17 juni 2007 reed [de heer R] samen zijn broer de heer [G] op de Loofaert te Berlicum in de richting van de T-splitsing, waarop hij linksaf wilde slaan. Plotseling kwam uit die richting met hoge snelheid [de heer J] aangereden, die met de rechter voorzijde van zijn auto tegen de linker voorzijde van de auto van [de heer R] aanreed, tengevolge waarvan beide auto’s fors beschadigd raakten. [de heer R] en [de heer J] zijn na het ongeval naar de woning van [de heer R] gegaan waar beiden een schadeformulier hebben ingevuld en ondertekend. Over de schuldvraag bestond tussen hen geen enkele discussie. [de heer J] had [de heer R] geen voorrang verleend en voelde zich schuldig aan het ontstaan van het ongeval. [de heer R] heeft daarop een schadeclaim ingediend bij de schadeverzekeraar van [de heer J], Interpolis. Hij betwist dat hij daarbij aan Interpolis onjuiste opgave van feiten en omstandigheden heeft gedaan teneinde Interpolis tot uitkering van verzekeringspenningen te bewegen. Hij betwist eveneens dat dit zou zijn gebleken uit het (aanvullend) “Toedrachtonderzoek” en de “Ongevallenanalyse” die in dat kader in opdracht van Interpolis werden uitgevoerd door Dekra Nederland BV (hierna te noemen: ‘Dekra’). Onjuist is de stelling van Interpolis dat de door haar expert geconstateerde schade aan de auto van [de heer R] niet door voornoemde aanrijding zou zijn veroorzaakt maar zou zijn geënsceneerd en zou zijn ontstaan door met de auto tegen een muur of iets dergelijks aan te rijden. Meerdere getuigen, waaronder de broer van [de heer R] en een voor [de heer R] onbekende derde die door de onderzoekers van Dekra is gehoord, kunnen bevestigen dat de door [de heer R] gestelde aanrijding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Voor het ongeval had de auto van [de heer R] geen aanrijdingsschade, noch is de schade na de aanrijding op enigerlei wijze gemanipuleerd. Nu [de heer R] bij Interpolis geen onjuiste opgave van schade heeft gedaan, dient de vordering van Interpolis te worden afgewezen.

Vlak voor het ongeval bedroeg de waarde van de auto van [de heer R] € 39.000,00. Na het ongeval is de zwaar beschadigde auto van [de heer R] aan een derde verkocht voor een bedrag van € 10.250,00. Als gevolg van het onrechtmatig handelen van [de heer J] heeft [de heer R] dan ook schade geleden ter hoogte van € 28.750,00. Dit schadebedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2009 tot aan de dag der voldoening, vordert [de heer R] in reconventie van Interpolis.

3. De beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie

3.1. Gelet op de samenhang van conventie en reconventie zal de kantonrechter deze verder tezamen behandelen. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in het geding gebrachte producties, voor zover de inhoud daarvan niet is weersproken, staat tussen partijen het navolgende vast.

3.2. [de heer R] heeft bij Interpolis een schadeclaim ingediend met betrekking tot schade aan zijn auto, een Mercedes met [kenteken x], welke veroorzaakt zou zijn door een aanrijding met een auto bestuurd door [de heer J], op 17 juni 2007 omstreeks 21.40 uur in de gemeente Berlicum. [de heer J] reed in een huurauto van Europcar Autoverhuur en dit bedrijf is bij Interpolis verzekerd.

3.3. Op 22 juni 2007 heeft Interpolis aan het onderzoeksbureau Dekra Nederland BV opdracht gegeven onderzoek te doen naar het ontstaan van de aanrijding en de schade die daardoor is ontstaan. Dekra heeft vervolgens een toedrachtonderzoek uitgevoerd en een ongevallenanalyse opgesteld. Haar bevindingen en conclusies heeft zij beschreven in een rapport ‘Toedrachtonderzoek’ van 16 juli 2007 en een rapport ‘Ongevallenanalyse’ van gelijke datum. Deze rapporten bevinden zich tussen de processtukken. Hieruit blijkt dat Dekra verklaringen heeft opgenomen van [de heer J] en [de heer R] op 3 respectievelijk 9 juli 2007. Zij heeft ter plaatse van de T kruising met de Loofaert te Berlicum onderzoek ingesteld. Daar heeft zij geen enkel spoor aangetroffen van een ongeval. Zij heeft de foto’s uit het dossier en door haar zelf genomen foto’s waarnaar zij verwijst, in het rapport gevoegd. Dekra heeft op 27 juni 2007 een reconstructie van de aanrijding uitgevoerd, waaruit volgens haar blijkt dat er geen passing kon worden gevonden welke de gehele schade van beide voertuigen kon verklaren.

Dekra heeft haar bevindingen uitvoerig beschreven in voormelde rapporten en komt tot de conclusie dat de schadebeelden aan beide betrokken voertuigen niet met elkaar overeenkomen en zij het, gezien het schadebeeld van de voertuigen, aannemelijk acht dat beide voertuigen met een vast object in aanraking zijn gekomen. Dekra komt tot de slotsom dat de aanrijding niet conform de opgave door [de heer R] kan hebben plaatsgevonden en er derhalve onterecht een schade bij Interpolis is geclaimd.

3.4. In reactie op de bevindingen van Dekra, vermeld in haar onderzoeksrapporten, heeft [de heer R] ter comparitie verklaard dat er in de rapporten niet staat opgenomen dat de gestelde aanrijding onmogelijk plaatsgevonden zou kunnen hebben.

3.5. Voormelde expertiserapporten leveren naar het oordeel van de kantonrechter voorshands voldoende bewijs op voor de stelling van Interpolis dat de bij haar door [de heer R] geclaimde schade niet het gevolg is van de door hem gestelde aanrijding met [de heer J] op 17 juni 2007 omstreeks 21.40 uur op de T-splitsing van de weg Loofaert te Berlicum.

De schriftelijke verklaringen van de heer [de heer R], [de heer J] en een onbekende derde, op welke verklaringen [de heer R] zich uitdrukkelijk beroept, leveren onvoldoende tegenbewijs. Daarbij komt dat de onbekende derde weliswaar heeft verklaard dat hij twee auto’s tegen elkaar heeft zien staan, maar hij ook heeft verklaard dat hij de aanrijding zelf niet heeft zien gebeuren.

3.6. Nu [de heer R] uitdrukkelijk bewijs heeft aangeboden van zijn stellingen, zal hij in de gelegenheid gesteld worden om tegenbewijs te leveren.

3.7. In afwachting van de bewijsvoering zal de kantonrechter iedere verdere uitspraak aanhouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie en in reconventie:

Laat [de heer R] toe tot het bewijs van zijn stelling dat de door hem bij Interpolis geclaimde schade en de thans door hem in reconventie gevorderde schade het gevolg is van een aanrijding tussen hem en [de heer J] op 17 juni 2007 omstreeks 21.40 uur op de T-splitsing van de weg Loofaert te Berlicum;

bepaalt dat [de heer R] zich ter rolzitting van de kantonrechter van donderdag 26 november 2009 te 10.00 uur schriftelijk zal uitlaten over de vraag of tot bedoelde bewijsvoering zal worden overgegaan, en zo ja, - indien de bewijsvoering plaatsvindt door middel van getuigen – hoeveel getuigen zullen worden gehoord, waarna dag en uur voor het horen van die getuige(n) door de kantonrechter nader zal worden vastgesteld;

wijst [de heer R] op de wettelijke bepaling dat de namen en woonplaatsen van de getuigen tenminste zeven dagen voor het verhoor aan de wederpartij en de griffier behoren te worden opgegeven, en dat de getuigen tenminste zeven dagen voor het verhoor bij dagvaarding of bij aangetekende brief dienen te worden opgeroepen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mw. mr. E. J. Spoor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.