Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BK2283

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-10-2009
Datum publicatie
06-11-2009
Zaaknummer
199525 - KG ZA 09-657
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 199525 / KG ZA 09-657

Vonnis in kort geding van 19 oktober 2009

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

BLG HYPOTHEEKBANK N.V.,

gevestigd te Geleen (gemeente Sittard-Geleen),

zowel voor zich als in hoedanigheid van gemachtigde van:

2. [eiser sub 2]

3. [eiser sub 3] en

4. [eiser sub 4],

allen wonende in [adres],

eisers,

advocaat mr. E.W. Bosch te Utrecht,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF GEDEELTE DAARVAN GELEGEN TE [adres],

gedaagden,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Eisers hebben bij exploot van 24 september 2009 gedaagden in kort geding gedagvaard. Ten aanzien van de onder 3 genoemde gedaagden (anonieme krakers) hebben zij voldaan aan de eisen van artikel 61 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv).

1.2. Tegen de gedaagden, die allen niet zijn verschenen, is tijdens de mondelinge behandeling verstek verleend.

1.3. Ten slotte is ter zitting mondeling vonnis uitgesproken als hieronder weergegeven.

2. De beoordeling

2.1. Eisers zijn hypotheekgerechtigde respectievelijk eigenaren van de woning en ondergrond gelegen te [adres]. Gedaagden maken zonder recht of titel gebruik van die woning en hebben zich door middel van kraak toegang tot die woning verschaft. Eisers onder 2 t/m 4 beroepen zich op hun eigendomsrecht. Zij wensen de woning in onbewoonde staat te verkopen en willen daarbij bovendien vermijden dat bestuurlijke acties, zoals de nog nader te noemen aanschrijving van de gemeente, de waarde van de woning nadelig beïnvloeden. Eiseres onder 1 wil vermijden dat de woning, waarop haar hypotheekrecht rust, de waardevermindering ondergaat van de bedoelde aanschrijving.

2.2. Zich beroepend op het onrechtmatige karakter van de weigering van gedaagden de woning te verlaten, vorderen eisers dat gedaagden worden veroordeeld de woning te ontruimen. Zij vorderen tevens dat de voorzieningenrechter op de voet van het bepaalde in artikel 557a lid 3 Rv uitspreekt dat deze veroordeling nog een jaar na dit vonnis tegen eenieder kan worden ten uitvoer gelegd.

2.3. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen als hieronder weergegeven, met dien verstande dat de mede gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie wordt afgewezen, omdat zij strikt genomen overbodig is. Artikel 556 lid 1 Rv schrijft al voor dat de gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. De deurwaarder behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm in te roepen. Die bevoegdheid ontleent hij rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.

2.4. Aan de gevorderde dwangsom zal een rechterlijke matigingsbevoegdheid van de hierna te vermelden inhoud worden verbonden.

2.5. Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 85,98

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 527,00

Totaal € 874,98

2.6. Omtrent de toepassing van de leden 1 en 2 van artikel 557a Rv overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Eisers hebben een brief van de burgemeester van de gemeente Eindhoven d.d. 28 juli 2009 overgelegd, waaruit blijkt dat er sprake is van veel overlast in en rond het pand aan [adres]. In deze brief geeft de burgemeester te kennen dat als deze overlast niet binnen 4 weken na dagtekening van de brief is verminderd, hij genoemd pand wegens verstoring van de openbare orde zal sluiten (artikel 174a Gemeentewet). Hiermee hebben eisers voldoende aannemelijk gemaakt dat het met hun belangen onverenigbaar is om inlichtingen als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv in te winnen.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. veroordeelt gedaagden om binnen 24 uur na de betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van eisers zijn, en de sleutels af te geven aan eisers c.q. de door hen aangewezen gemachtigde;

3.2. bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;

3.3. bepaalt dat ieder van gedaagden voor iedere dag of gedeelte daarvan dat deze in strijd handelt met het onder 3.1 bepaalde, aan eisers een dwangsom verbeurt van € 500,--, tot een maximum van € 20.000,--, met dien verstande dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd voor zover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, (mede) gelet op de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

3.4. veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op

€ 874,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.M. Strijbos en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2009.