Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BK2067

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
637656
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop. Niet voldaan aan vereisten van artikel 7:21 lid 6 BW. [Eiser] heeft Pro-Therm niet op de hoogte heeft gebracht van de gebreken aan het zwembad, Pro-Therm niet de mogelijkheid geboden om tot herstel over te gaan dan wel haar garantieverplichtingen jegens [eiser] na te komen, noch Pro-Therm gelegenheid gegeven om adequaat te reageren op de rapportage van de firma Heuff - immers deze is na constatering van de door haar geconstateerde gebreken in opdracht van [eiser] direct overgegaan tot reparatie. Daarom is niet voldaan aan de vereisten van voornoemde bepaling. Pro-Therm is door het handelen van Sessink voor een voldongen feit gesteld. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TvC 2010, afl. 3, p. 121, m.nt. prof. mr. M.B.M. Loos
Prg. 2009, 199

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, lokatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 637656

Rolnummer : 09-7003

Uitspraak : 15 oktober 2009

HK

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [adres],

eiser,

gemachtigde: mr. M.G.W.M. Geurts, advocaat te Duiven,

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pro-Therm B.V.,

gevestigd te Schijndel,

gedaagde,

procederend in persoon, bij monde van haar directeur.

1. De procedure

Eiser heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. Gedaagde is in rechte verschenen en heeft mondeling verweer gevoerd. Bij rolbeslissing de dato 23 juli 2009 heeft de kantonrechter een zitting (“comparitie van partijen”) bepaald. De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 15 september 2009. Ter comparitie is eiser in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens gedaagde is verschenen de directeur van Pro-Therm B.V.. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Daarna is vonnis bepaald.

Onder de genoemde processtukken bevinden zich tevens de in die stukken nader aangeduide producties.

Partijen zullen verder worden aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘Pro-Therm’.

2. Het geschil

2.1. [eiser] vordert betaling van € 2.742,81, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

[eiser] legt daaraan het volgende ten grondslag.

Op 24 oktober 2006 heeft [eiser] van Pro-Therm een zwembad gekocht. Direct na de levering en plaatsing van het zwembad zijn er diverse gebreken aan het licht gekomen, die door Pro-Therm niet zijn verholpen. Pro-Therm is op gemaakte afspraken daartoe, niet gekomen. [eiser] heeft toen noodgedwongen een derde de gebreken laten herstellen. Thans, na twee jaar, zijn wederom gebreken aan het licht gekomen, die zijn voortgekomen uit de onprofessionele plaatsing van het zwembad door Pro-Therm. Zo is sprake van roestvorming ten gevolge van het ontbreken van een deugdelijk rolluik. Voorts is door Pro-Therm nagelaten om een aardpen te plaatsen. Voor de overige noodzakelijke werkzaamheden wordt verwezen naar het werkverslag en de facturen van het bedrijf Heuff Zwembaden en Wellness (hierna te noemen de firma Heuff). Vanwege de eerdere problemen met Pro-Therm had [eiser] geen enkel vertrouwen meer in Pro-Therm. Om die reden heeft [eiser] zich direct met de leverancier van het zwembadafdeksysteem (Pooltechniek) in verbinding gesteld en niet met Pro-Therm. Op advies van de leverancier heeft [eiser] de gebreken laten herstellen door de firma Heuff. [eiser] heeft vervolgens Pro-Therm geconfronteerd met de door hem noodzakelijk gemaakte kosten van € 2.742,81. Hierop heeft Pro-Therm niet gereageerd waardoor [eiser] zich genoodzaakt zag zich van juridische bijstand te voorzien.

2.2. Pro-Therm heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.

Destijds heeft zij inderdaad een zwembad bij [eiser] geplaatst, waarmee diverse kleine reparaties gemoeid zijn gegaan. Uiteindelijk heeft [eiser] Pro-Therm een uiterste termijn gesteld om de gebreken te herstellen, maar vóór het verstrijken van die termijn heeft [eiser] een andere zwembadbouwer in de hand genomen. Eiser heeft aan Pro-Therm een deelbetaling gedaan en om [eiser] tegemoet te komen heeft Pro-Therm toen het restant van de factuur laten zitten. Twee jaar lang heeft Pro-Therm niets van [eiser] vernomen en nu wil [eiser] een factuur van een derde op Pro-Therm verhalen. Pro-Therm wenst niet verantwoordelijk gehouden te worden voor “fouten” die zij niet zelf heeft kunnen constateren, waarschijnlijk zijn de problemen ontstaan doordat de motor (door Pooltechniek geleverd) een fabricagefout bevat. Er zat garantie op deze motor, maar doordat [eiser] een andere zwembadhouder in de hand heeft genomen is deze garantie komen te vervallen. Door Pro-Therm is destijds overigens wel degelijk een aardpen geplaatst, na daartoe te zijn voorgelicht door de groothandel.

3. De beoordeling

3.1. Tussen partijen is in geschil of [eiser] een deel van de kosten van de door de firma Heuff verrichte reparatiewerkzaamheden aan het zwembad van [eiser], door de firma Heuff gefactureerd aan [eiser] op 27 februari 2009 en op 11 maart 2009, op Pro-Therm kan verhalen.

De plaatsingsproblemen direct na de koop van het zwembad op 24 oktober 2006 zijn in deze niet of slechts zijdeling van belang, in die zin dat [eiser] deze problemen als reden aanvoert om twee jaar later Pro-Therm niet te verwittigen over - c.q. aan te spreken op gebreken aan het zwembad, maar direct contact op te nemen met de leverancier en de firma Heuff, die in opdracht van [eiser] reparatiewerkzaamheden heeft uitgevoerd.

3.2. Ingevolge artikel 7:21, zesde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een koper bij een consumentenkoop (zoals in dit geval) bevoegd het herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen, indien de verkoper niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan.

[eiser] heeft Pro-Therm niet op de hoogte heeft gebracht van de gebreken aan het zwembad, Pro-Therm niet de mogelijkheid geboden om tot herstel over te gaan dan wel haar garantieverplichtingen jegens [eiser] na te komen, noch Pro-Therm gelegenheid gegeven om adequaat te reageren op de rapportage van de firma Heuff - immers deze is na constatering van de door haar geconstateerde gebreken in opdracht van [eiser] direct overgegaan tot reparatie. Daarom is niet voldaan aan de vereisten van voornoemde bepaling. Pro-Therm is door het handelen van [eiser] voor een voldongen feit gesteld. Voor zover [eiser] in dit kader ter comparitiezitting een beroep heeft gedaan op artikel 6:248 van het BW (redelijkheid en billijkheid) zijn de aangevoerde feiten of omstandigheden niet dusdanig dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om van [eiser] te vergen Pro-Therm in de gelegenheid te stellen herstelwerkzaamheden uit te voeren. Dat [eiser] - gelet op de eerdere problemen bij de installatie van het zwembad - geen vertrouwen meer had in Pro-Therm is daartoe onvoldoende. De rapportage van de firma Heuff, waarvan de inhoud door Pro-Therm overigens wordt betwist, kan Pro-Therm in dit kader evenmin worden tegengeworpen, nu zij geen gelegenheid heeft gekregen om hierop te reageren dan wel de gestelde gebreken zelf te aanschouwen.

Dit betekent dat de vordering van [eiser] met betrekking tot (een deel van) de door hem aan de firma Heuff betaalde reparatiekosten, niet toewijsbaar is. Hetzelfde geldt voor de nevenvorderingen ter zake van rente en kosten.

3.3. Beslist wordt thans als volgt.

4. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Pro-Therm gevallen en begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. W.P.C.G. Derksen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaaknummer: 637656 blad 2

vonnis