Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ2972

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-07-2009
Datum publicatie
20-07-2009
Zaaknummer
01/994169-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem verleend wordt naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening is gedaan.

Artikel 363 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/994169-07

Datum uitspraak: 20 juli 2009

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 juli 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 december 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 01 jan 2006 tot en met 08 mei 2007 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas, en/of Eindhoven, althans in Nederland, als ambtenaar, te weten in zijn hoedanigheid van teamleider polis en premie van het UWV, althans in een ambtelijke hoedanigheid, een gift en/of belofte van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], te weten een geldbedrag van 1000 euro, althans een geldbedrag, heeft aangenomen, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift hem, verdachte, gedaan,

verleend of aangeboden werd ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is/was gedaan of nagelaten, te weten het verschaffen aan [medeverdachte 1] van de toegang tot het gebouw van het UWV (te Eindhoven) en/of tot de geautomatiseerde bestanden van het UWV (met behulp van de inlognamen en/of wachtwoorden van [medeverdachte 4] en/of [medewerker 1 UWV] en/of [medewerker 2 UWV] en/of van hemzelf) en/of het verrichten van diverse werkzaamheden ten behoeve van die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en/of anderen, of heeft nagelaten die [medeverdachte 1] de

toegang tot het gebouw van het UWV (te Eindhoven) te ontzeggen en/of heeft nagelaten die [medeverdachte 1] het werken in de geautomatiseerde bestanden van het UWV te beletten.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie is van mening dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend is bewezen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aannemen van gelden voor verrichte werkzaamheden ten gunste van de heer [medeverdachte 1]. Niet alleen heeft verdachte werkzaamheden voor de heer [medeverdachte 1] en zijn medeverdachten verricht waarvoor hij betaald werd, maar hij heeft ook niet ingegrepen toen de heer [medeverdachte 1] zich via andere inlognamen en/of wachtwoorden de toegang verschafte tot een computer van het UWV en daaruit allerlei vertrouwelijke gegevens heeft geprint en/of gewijzigd. Het was verdachte bekend dat hij hierdoor in strijd handelde met de richtlijnen van het UWV inzake het verbod van verstrekken van gegevens aan derden.

Het aannemen van gelden is in de onderhavige situatie een strafbaar feit.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft om redenen verwoord in de pleitnotitie bepleit dat er in deze strafzaak geen sprake is van opzet. Er is verder geen sprake van enig handelen in strijd met zijn plicht als ambtenaar en daarnaast heeft verdachte geen werkzaamheden voor anderen verricht. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het geldbedrag van € 1.000,- van de heer [medeverdachte 1] heeft ontvangen en aangenomen. Volgens verdachte heeft hij dit geldbedrag echter ontvangen voor het bijeenbrengen van de heer [medeverdachte 1] en de heer [intermediair], een intermediair met vele contacten waardoor de heer [medeverdachte 1] veel werk kon binnenhalen. Dit laatste wordt verdachte echter niet tenlastegelegd.

De verdediging heeft dan ook bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken.

De bewijsbeslissing.

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting en het procesdossier onvoldoende gebleken dat er sprake was van een relatie tussen de door de verdachte ontvangen gift en het door verdachte verrichten van werkzaamheden en/of nalaten van iets in strijd met diens ambtsplicht.

Uit het procesdossier blijkt dat door de medeverdachten vooraf specifieke afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de betaling van door hen te verrichten werkzaamheden voor de heer [medeverdachte 1]. Ten aanzien van verdachte is van dergelijke afspraken niet gebleken. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij helemaal geen geld van de heer [medeverdachte 1] wenste te ontvangen. Verdachte heeft de heer [medeverdachte 1] zelf nooit toestemming gegeven om gegevens in te brengen in de systemen van het UWV.1

Verdachte heeft een geldbedrag van € 1.000,- van de heer [medeverdachte 1] ontvangen. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij dit geldbedrag heeft ontvangen als tegemoetkoming voor het samenbrengen van de heer [medeverdachte 1] en de heer [intermediair], waardoor het bedrijf van de heer [medeverdachte 1] ineens veel opdrachten kon binnenhalen.2

Noch uit het procesdossier, noch uit het verhandelde ter terechtzitting van 6 juli 2009 valt het tegendeel af te leiden.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

DE UITSPRAAK

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en

overtuigend bewezen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.M. Spelt, voorzitter,

mr. J.A. Bik en mr. I. Rijnbout, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken op 20 juli 2009.

mr. I. Rijnbout is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 zie het proces-verbaal van de Siod op pagina 1081

2 zie de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 juli 2009

??

??

4

Parketnummer: 01/994169-07

[verdachte]