Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ2526

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-02-2009
Datum publicatie
14-07-2009
Zaaknummer
5921125
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Varde-zaak"; tussenvonnis. Opt-outverklaring tijdig en op juiste wijze ingediend conform WCAM-beschikking?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

Zaaknummer : 5921125

Rolnummer : 08/10112

Uitspraak : 19 februari 2009

Vonnis in hoofdzaak en in vrijwaring

In de zaak van:

de buitenlandse vennootschap Varde Investments (Ireland) Limited,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

gemachtigde: mr. G.J. Schras, advocaat te Spijkenisse,

rolgemachtigde: de maatschap naar burgerlijk recht GGN Maas-Delta deurwaarders, gerechtsdeurwaarders te Rotterdam,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te Eindhoven,

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,

gemachtigde: mr. G.H. Rompen, advocaat te Eersel, ([adres]),

heeft de kantonrechter te Eindhoven het navolgende vonnis gewezen.

1. De procedure

1.1. De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken:

* de dagvaarding van 30 oktober 2008 met vier producties;

* de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, tevens akte (verzoek tot aanhouding) in de hoofdzaak zijdens gedaagde van 11 december 2008;

* de incidentele antwoordconclusie in het incident tot oproeping in vrijwaring en verzoek tot aanhouding zijdens eiseres van 22 januari 2009.

1.2. De uitspraak is bepaald op heden.

1.3. Partijen zullen hierna “Varde Investments” en “[gedaagde]” worden genoemd.

2. Het geschil in de hoofdzaak en het incident

2.1. Varde Investments heeft – kort weergegeven – in de hoofdzaak gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 9.998,92 (inclusief rente en kosten) uit hoofde van een aan Varde Investments door Dexia Bank Nederland B.V. (hierna Dexia) gecedeerde vordering van Dexia op [gedaagde] uit hoofde van een vaststellingsovereenkomst, tot stand gekomen omdat [gedaagde] niet tijdig de opt-out verklaring als bedoeld in de WCAM beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 (LJN AZ7033) heeft afgelegd. Tevens vordert Varde Investments veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

2.2. In het incident vordert [gedaagde] de oproeping in vrijwaring van Dexia, om de redenen als in de incidentele conclusie genoemd welke voor zover voor de beoordeling op dit moment van belang hieronder zullen worden weergegeven. Voorts wenst [gedaagde] in de hoofdzaak aanhouding van de zaak vanwege een te verwachten uitspraak van de Hoge Raad , als genoemd in de mededeling van de Rechtbank Amsterdam, sector Kanton, locatie Amsterdam van 26 november 2008.

2.3. Varde Investments heeft zich tegen toewijzing van de incidentele vordering als ook tegen het verzoek om aanhouding in de hoofdzaak verzet, om de redenen als in de incidentele antwoordconclusie genoemd welke voor zover voor de beoordeling op dit moment van belang hieronder zullen worden weergegeven.

3. De beoordeling in het incident

3.1. De kantonrechter acht het gewenst om, gegeven het door Varde Investments betrokken standpunt in de dagvaarding in de hoofdzaak als herhaald in het kader van de incidentele antwoordconclusie, namelijk dat door [gedaagde] niet tijdig een opt-outverklaring is ingediend, [gedaagde] in de gelegenheid te stellen middels bescheiden aan te tonen dat ze wel degelijk tijdig (en op juiste wijze) een opt-outverklaring heeft ingediend.

3.2. De daarvoor veroorzaakte beperkte vertraging zal Varde Investments hebben te dulden, nu ook voor de hoofdzaak (zie hierna) dit een punt is dat nader moet worden uitgezocht. Gezien de werking van artikel 6:145 BW kan immers [gedaagde] als schuldenaar in beginsel alle weren die zij aan Dexia, cedent van de door Varde Investments thans ingestelde vordering, kon tegenwerpen voor het moment van overgang, ook aan Varde Investments tegenwerpen.

3.3. Voorts laat het zich voorshands voorstellen dat, mocht sprake zijn van een geldige opt-outverklaring, [gedaagde] belang heeft om in een met de hoofdzaak zoveel mogelijk gelijk lopende procedure de door haar gestelde vordering op de cedent (Dexia) beoordeeld te krijgen.

3.4. De zaak zal dan ook worden verwezen naar de rol voor akte overlegging producties in incident. Nu het hier een eenvoudige handeling zal betreffen is een termijn van twee weken hiervoor voldoende. Vervolgens zal aan Varde Investments een termijn van twee weken worden vergund voor antwoordakte in incident.

3.5. Iedere verdere beslissing in het incident zal worden aangehouden.

4. De beoordeling in de hoofdzaak

4.1. Op het verzoek om aanhouding kan eerst worden beslist zodra duidelijkheid is verkregen over het al dan niet afgelegd zijn van de opt-outverklaring.

4.2. Voorshands laat het zich voorstellen dat indien de opt-outverklaring niet blijkt te zijn afgelegd, er geen aanleiding bestaat om de zaak in de hoofdzaak aan te houden om een uitspraak van de Hoge Raad als door [gedaagde] bedoeld - welke overigens ook voor de Rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton reden is om alle daarvoor in aanmerking komende zaken aan te houden - af te wachten.

4.3. Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

verwijst de zaak naar de rol van donderdag 5 maart 2009 voor akte overlegging producties in incident;

bepaalt dat vervolgens Varde Investments twee weken later zal mogen reageren bij antwoordakte;

houdt iedere verdere beslissing aan;

griffier.

in de hoofdzaak:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 februari 2009, in tegenwoordigheid van de