Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ2399

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-07-2009
Datum publicatie
15-07-2009
Zaaknummer
01/851492-08 & 01/821500-08 (ttz)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek voorarrest voor overval op juwelier te Vught en diefstal van een auto, gebruikt bij deze overval. Vrijspraak van overval op bank te Amsterdam. Aantreffen DNA-spoor in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het delict onvoldoende voor een bewezenverklaring van het feit. Bovendien komt het door een getuige opgegeven signalement van een van de daders niet overeen met de leeftijd en vermoedelijke haardracht van verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummers: 01/851492-08 en 01/821500-08 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 15 juli 2009

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

thans gedetineerd te: P.I. Flevoland, HvB Lelystad.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 juli 2009.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

De zaak met parketnummer 01/851492-08 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 maart 2009. Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 9 januari 1999 te Vught, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen 43, althans een hoeveelheid horloges, en/of een

hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan Juwelier [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of

zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

(medewerker(s) van [slachtoffer 1]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s):

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, in ieder

geval een voor afdreiging geschikt voorwerp, ter hand heeft/hebben genomen

en/of dat (vuur)wapen gericht heeft/hebben gehouden op die [slachtoffer 2] en/of die

[slachtoffer 3] en/of;

- (daarbij) (dreigend) die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] de woorden heeft/hebben

toegevoegd: "Naar binnen, naar binnen!" en/of "Maak open die kluis!", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of;

- (met kracht) vitrines heeft/hebben ingeslagen en/of ingeschopt;

(artikel 312 juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 09 januari 1999 te Vught en/of te ’s-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (kenteken [kentekennummer]), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht).

De zaak met parketnummer 01/821500-08 is eveneens aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 maart 2009. Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 19 januari 2004 te Amsterdam tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich een/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer 5] e/of [slachtoffer 6] (medewerker(s) van [een bank]-filiaal aan

de [adres]) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid

geld (311.391,11 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de [een bank], [adres] te Amsterdam, in

elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn

mededader(s):

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, in ieder

geval een voor afdreiging geschikt voorwerp, ter hand heeft/hebben genomen

en/of dat (vuur)wapen gericht heeft/hebben gehouden op die [slachtoffer 5] en/of die

[slachtoffer 6] en/of andere medewerkers van [een bank] aldaar aanwezig en/of;

- die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 6] en/of die andere medewerkers heeft/hebben

gedwongen op de grond te gaan liggen en/of;

- die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 6] en/of die andere medewerkers met geweld

en/of kracht heeft/hebben vastgebonden en/of;

- die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 6] en/of die andere medewerkers de woorden

heeft/hebben toegevoegd: "Als jullie op het alarm drukken, gaan jullie eraan"

en/of "Als ik eraan ga, gaan jullie er ook aan" en/of "Blijf naar de grond

kijken, anders gebeuren er andere dingen" en/of "Als er iets verzwegen wordt,

ga je eraan" en/of "Denk erom, ik heb een pistool met demper, maak geen

verkeerde bewegingen" en/of "Jullie moeten vijf minuten blijven liggen, als er

iemand beweegt, gebeurt er iets ergs", althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking;

(artikel 317 juncto 47 Wetboek van Strafrecht).

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van het feit met parketnummer 01/821500-08

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

Met name op basis van de DNA-match acht de officier van justitie bewezen dat verdachte één van de twee daders van de bankoverval was. De verdediging stelt zich op het standpunt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat er op 19 januari 2004 een overval plaatsvond op een bankfiliaal van de [een bank] te Amsterdam. Twee mannen met bivakmutsen, waarvan er één bewapend was, dwongen het bankpersoneel om een grote hoeveelheid geld af te geven.1 Eén van de daders had een donkere huidskleur en sprak volgens diverse getuigen met een Surinaams/Amsterdams accent.2 De daders betraden het betreffende bankfiliaal door zich aan een touw naar beneden te laten zakken door een gat in het plafond. Dit deden zij vanuit het leegstaande appartement dat zich boven de bank bevond.3 In dit appartement werd in de keuken een kopje aangetroffen. Op dit kopje werd een DNA-monster veiliggesteld. Dit DNA kwam overeen met het DNA van verdachte, met een berekende frequentie die kleiner is dan één op één miljoen.4 Dit is de berekende frequentie van voorkomen van het DNA-profiel in een populatie niet-verwante personen.

Uit het vorenstaande blijkt dat er sterke aanwijzingen zijn dat verdachte één van de twee daders was van de onderhavige overval. Om het feit wettig en overtuigend bewezen te kunnen verklaren is het echter noodzakelijk dat uit de bewijsmiddelen onomstotelijk blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij het tenlastegelegde. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De rechtbank merkt hiertoe het volgende op:

- Het kopje met het DNA-profiel van verdachte is weliswaar in de onmiddellijke nabijheid van de plaats delict aangetroffen, maar het DNA-spoor is daarmee nog niet delict gerelateerd. Het betrof bijvoorbeeld niet een spoor op de bankkluis of (zoals in de zaak met parketnummer 01/851492-08) een bloedspoor op de vernielde vitrines van een juwelier. Daarmee is er alleen een mogelijke link tussen verdachte en de nabije omgeving van de plaats delict en niet een link tussen verdachte en het delict zelf.

- De berekende frequentie van het onderhavige DNA-profiel (een afgeleid SGM-profiel met een zeldzaamheidswaarde kleiner dan één op één miljoen) is zwakker dan bij een volledig DNA-profiel (kleiner dan één op één miljard). Hieruit volgt dat er minder sterke uitspraken gedaan kunnen worden met betrekking tot de vraag of het aangetroffen DNA-spoor van verdachte afkomstig is.

- Uit het dossier blijkt voorts dat het appartement boven de bank al sinds medio augustus 2003 leegstond.5 Voorts biedt het dossier geen duidelijkheid over de exacte vindplaats van het DNA-spoor op het kopje. Evenmin is het bekend of het kopje is achtergelaten door de oude bewoonster van het appartement of dat het kopje door derden in het appartement is gebracht. Door deze onduidelijkheden zijn er scenario’s denkbaar over het ontstaan van het DNA-spoor nabij de plaats delict, zonder dat verdachte bij de overval betrokken is geweest.

- Getuige [getuige 1] had op 19 januari 2004 zicht op de achterkant van de bank. Hij zag twee mannen, de daders van de overval, zonder bivakmutsen of andere vermomming het bankfiliaal verlaten. Anders dan de bankmedewerkers had getuige [getuige 1] dus duidelijk zicht op de twee overvallers. Hij omschrijft één van de mannen als lichtgetint. De andere man omschrijft hij als mogelijk Surinaams, ongeveer 185 centimeter lang, 20-25 jaar oud en met korte rastavlechtjes.6 De rechtbank stelt vast dat de door de getuige omschreven leeftijd en haardracht van deze man niet overeenkomen met de leeftijd (36 jaar) en vermoedelijke haardracht (volgens eigen zeggen en volgens een ongedateerde politiefoto in het dossier: zeer kort geschoren) van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. Daarmee staan de waarnemingen van getuige [getuige 1] op gespannen voet met de stelling dat verdachte één van de twee overvallers was. Hierbij merkt de rechtbank nog op dat getuige [getuige 1] niet is onderworpen aan een (meervoudige) foto- of spiegelconfrontatie nadat verdachte in beeld kwam als mogelijke overvaller.

De rechtbank zal op grond van het vorenstaande verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde feit.

De bewijsmiddelen van de feiten met parketnummer 01/851492-08

Vaststaande feiten

Op 9 januari 1999 rond 9.00 uur vond er te Vught een overval plaats bij [slachtoffer 1]. De twee daders namen hierbij horloges en sieraden weg. Deze diefstal werd voorafgegaan door en ging vergezeld met bedreiging met geweld tegen twee medewerkers van de juwelier, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Deze bedreiging bestond hieruit dat één van de twee daders een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp in handen had en dit wapen of voorwerp gericht heeft gehouden op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. De overvallers riepen hierbij: “Naar binnen, naar binnen” en later riep één van de overvallers: “Maak open die kluis!”7

De daders maakten bij de onderhavige overval gebruik van een personenauto van het merk Saab (kenteken [kentekennummer]). Deze auto was op 9 januari 1999 tussen 00.15 en 09.00 uur te ’s-Hertogenbosch gestolen.8 De auto werd na de overval in een woonwijk teruggevonden.9

Het standpunt van de officier van justitie

Met name vanwege de DNA-match kan feit 1 wettig en overtuigend bewezen worden. Vanwege de samenhang met feit 1 kan feit 2 eveneens bewezen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat alleen een DNA-match in de richting van verdachte wijst. Er zijn geen andere bewijsmiddelen waaruit de betrokkenheid van verdachte bij de overval afgeleid kan worden. Voorts heeft de raadsman een aantal kanttekeningen geplaatst bij de waarde en de betrouwbaarheid van de DNA-match. Hij bepleit daarom vrijspraak van beide tenlastegelegde feiten.

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1

De rechtbank stelt vast dat de daders van de onderhavige overval vitrines hebben ingeslagen en/of ingeschopt, om zo horloges en sieraden uit de vitrinekasten te kunnen wegnemen.10 Op het glas van de vitrines werd vervolgens door de technische recherche een bloedspoor veiliggesteld.11 Hieruit werd een volledig DNA-profiel verkregen, dat overeenkwam met het DNA van verdachte. De berekende frequentie van het verkregen DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.12 De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit profiel is dus kleiner dan één op één miljard.

Anders dan de verdediging acht de rechtbank het DNA-onderzoek betrouwbaar. Noch uit het dossier, noch uit de deskundigenverslagen van het Nederlands Forensisch Instituut valt op enige wijze af te leiden dat er mogelijk onzorgvuldig is gehandeld bij de bemonstering van sporen, de verzegeling hiervan of bij het bepalen van de resultaten van de onderzoeken. De rechtbank onderschrijft evenmin de stelling van de raadsman dat de stukken met betrekking tot de DNA-match onvoldoende onderbouwd zijn en onvoldoende inzicht bieden in de gevolgde onderzoeksmethodes. De technische recherche heeft duidelijk beschreven waar het bloedmonster is veiliggesteld en hoe het monster vervolgens is ingezonden. Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut dat naar aanleiding van het spoor is opgemaakt is summier, maar laat volgens de rechtbank wat betreft duidelijkheid niets te wensen over. Uit het rapport blijkt immers dat de match betrekking heeft op de onderhavige zaak, dat uit het veiliggestelde bloedmonster een volledig DNA-profiel is verkregen en dat de zeldzaamheidswaarde van het DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.13 De rechtbank acht zich dan ook voldoende voorgelicht omtrent dit punt. Overigens heeft de verdediging noch ter terechtzitting, noch in een eerder stadium van de strafzaak om aanvullende gegevens, rapporten of onderzoek verzocht.

Het onderzochte bloedspoor is aangetroffen op een glasscherf van één van de bij de overval ingeslagen/ingeschopte vitrines. Verdachte heeft ontkend ooit in Vught geweest te zijn en heeft geen alternatieve verklaring voor het aantreffen van dit bloedspoor gegeven. Gelet op de plaats van het aantreffen van het bloedspoor en het uitblijven van een alternatieve verklaring daarvoor, gaat de rechtbank ervan uit dat dit spoor afkomstig is van één van de daders van de overval, die zich daarbij kennelijk heeft verwond.

Het uit het bloedspoor verkregen, volledige DNA-profiel heeft een zeldzaamheidswaarde van kleiner dan één op één miljard. Op grond van het DNA-onderzoek kan dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden gezegd dat het op de plaats delict aangetroffen bloed van verdachte afkomstig is.

Tot slot acht de rechtbank de verklaring van getuige [slachtoffer 3] van belang. Deze getuige verklaart dat er sprake was van een blanke en een donkere dader. Het viel de getuige op dat door de donkere dader met een Amsterdams accent werd gesproken. De leeftijd van deze man schatte zij in op 30 à 35 jaar.14 Deze waarnemingen komen overeen met verdachte, die immers een donkere huidskleur heeft15, afkomstig is uit Amsterdam en ten tijde van het tenlastegelegde 31 jaar oud was. In de zaak met parketnummer 01/821500-08 is de getuigenverklaring van [getuige 1] omtrent het signalement van verdachte een contra-indicatie voor het daderschap van verdachte bij die overval. Bij de onderhavige overval en de getuigenverklaring van [slachtoffer 3] is dat niet het geval. De waarnemingen van de getuige sluiten aan bij de afkomst, het uiterlijk en de leeftijd van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. Aldus biedt deze verklaring ondersteuning voor de stelling dat verdachte één van de twee overvallers op de juwelier was.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 2

De autodiefstal vond hooguit enkele uren voor de bewezenverklaarde overval op een juwelier plaats.16 Deze juwelier bevond zich in Vught, terwijl de diefstal van de Saab in de naastgelegen plaats ’s-Hertogenbosch plaatsvond. Naar het oordeel van de rechtbank kan de bewezenverklaarde overval dan ook niet los worden gezien van de autodiefstal, maar vond deze diefstal kennelijk plaats in het kader van de voorbereiding van en met het oog op de vlucht na de overval. De rechtbank acht daarom bewezen dat de daders van de overval eveneens de daders van de autodiefstal zijn geweest. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn mededader de onderhavige Saab heeft weggenomen.

De bewezenverklaring

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1.

op 9 januari 1999 te Vught, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen horloges en sieraden, toebehorende

aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (medewerkers van [slachtoffer 1]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij en/of zijn mededader:

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ter hand heeft genomen en dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, gericht hebben gehouden op die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en;

- daarbij (dreigend) die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Naar binnen, naar binnen!" en "Maak open die kluis!"

2.

op 9 januari 1999 te ’s-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (kenteken [kentekennummer]), toebehorende aan [slachtoffer 4].

Kennelijke schrijffouten zijn in de bewezenverklaring verbeterd.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 57, 63, 310, 311, 312, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het tenlastegelegde.

Oplegging van straf en de vorderingen van de benadeelde partijen

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie eist voor de drie feiten een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren. Voorts vordert de officier van justitie toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6], met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie concludeert dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij ] onvoldoende onderbouwd is en dat de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over een eventuele strafoplegging.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Met name de overval op de juwelier is een zeer ernstig strafbaar feit. Plotseling werden twee medewerkers van de juwelier, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], geconfronteerd met vermomde en gewelddadige overvallers die horloges en sieraden meenamen. Eén van de overvallers was bovendien bewapend. Voor zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] moet dit een angstaanjagende en ingrijpende ervaring zijn geweest. De ervaring leert ook dat slachtoffers van zulke overvallen nog lang last hebben van de nadelige psychische gevolgen hiervan. Daarnaast heeft de overval geleid tot grote materiële schade en overlast bij de juwelier en eventuele derden (zoals de verzekeringsmaatschappij). In zijn hebzucht heeft verdachte dan ook veel leed en schade berokkend aan anderen.

Voorts stelt de rechtbank vast dat verdachte relevante documentatie heeft. Zo werd verdachte in 1990 tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld voor medeplichtigheid aan afpersing. Ook na het plegen van de onderhavige feiten is verdachte doorgegaan met het plegen van strafbare feiten. In 2008 werd verdachte nog tot een langdurige gevangenisstraf veroordeeld vanwege een bankoverval in 2007. De rechtbank zal vanwege het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening houden met deze veroordeling.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat vanwege een juiste normhandhaving alleen een langdurige gevangenisstraf een passende strafrechtelijke afdoening is. De rechtbank zal de lengte hiervan vaststellen op vier jaren.

Deze strafoplegging is lager dan de eis van de officier van justitie. Dit verschil wordt met name veroorzaakt vanwege de vrijspraak van verdachte van het feit met parketnummer 01/821500-08 (de Amsterdamse bankoverval).

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij] en [slachtoffer 6]

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen, aangezien verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vorderingen betrekking hebben. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte, begroot op nihil.

DE UITSPRAAK

De rechtbank spreekt verdachte vrij van hetgeen onder parketnummer 01/821500-08 (primair en subsidiair) is tenlastegelegd en verklaart ten aanzien van dit feit de benadeelde partijen [benadeelde partij] en [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in de vorderingen. De rechtbank veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten van de verdachte, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank verklaart het tenlastegelegde onder parketnummer 01/851492-08 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen.

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt de volgende straf op:

gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.F.M. Pols, voorzitter,

mr. A.F. van Hoorn en mr. N. Cuvelier, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.K.J. Kooij, griffier,

en is uitgesproken op 15 juli 2009.

mr. N. Cuvelier is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Dossier van de politie Amsterdam – Amstelland, registratienummer 2004015818-1, onder meer proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], p. 16 e.v., proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6], p. 21 e.v. en proces-verbaal technisch sporenonderzoek, p. 103 e.v.

2 Voornoemd dossier, processen-verbaal van verhoor getuigen [slachtoffer 5], p. 19 e.v., [slachtoffer 6], p. 24 e.v., [getuige 2], p. 36 e.v. en [getuigej ], p. 61 e.v.

3 Idem. Zie ook de bij het dossier gevoegde fotomap.

4 Voornoemd dossier, deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, p. 15 e.v.

5 Voornoemd dossier, processen-verbaal van verhoor, p. 96.

6 Voornoemd dossier, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], p. 72 e.v.

7 Dossier van de regiopolitie Brabant-Noord, met kenmerk PL2122/08-013783, proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] inclusief de goederenbijlage, p. 25 e.v., proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 3], p. 42 e.v.

8 Voornoemd dossier, proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4], p. 93 e.v., proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 39 e.v., proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], p. 25 e.v.

9 Voornoemd dossier, proces-verbaal sporenonderzoek voertuig, p. 97.

10 Idem.

11 Voornoemd dossier, proces-verbaal technisch sporenonderzoek, p. 66 e.v. en proces-verbaal veiligstelling DNA-sporenmateriaal, p. 79 e.v.

12 Voornoemd dossier, ‘Opdracht tot het verrichten van een DNA-onderzoek’, p. 80 en deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, p. 81 e.v.

13 Voornoemd dossier, ‘Opdracht tot het verrichten van een DNA-onderzoek’, p. 80 en deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, p. 81 e.v.

14 Voornoemd dossier, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3], p. 43.

15 Waarneming van de rechtbank ter terechtzitting.

16 Zie de vaststaande feiten.