Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BI7523

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-06-2009
Datum publicatie
12-06-2009
Zaaknummer
09-114 (parketnummer: 01/845450-08)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beslissing wraking.

De rechtbank stelt voorop dat, indien het openbaar ministerie een rechter - na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting en buiten medeweten van de verdediging om - benaderd met stukken of met informatie, die van belang zijn voor de te beantwoorden vragen in het kader van 348-350 Sv, de onpartijdigheid van die rechter in het geding zou kunnen komen. Daarvan is in het onderhavige geval echter geen sprake.

De rechtbank is van oordeel dat geen rechtsregel zich ertegen verzet dat de rechters door de officier van justitie worden benaderd in het kader van een (reeds gedane) vordering gevangenneming. In deze zaak zou zich een nieuwe grond voor de gevangenneming, te weten vluchtgevaar, zich hebben voorgedaan. De rechters waren voornemens verzoeker hierover op 8 juni 2009 te horen, maar dat is door het wrakingsverzoek doorkruist.

Volgens vaste jurisprudentie levert het enkele feit dat een rechter heeft beslist op een vordering betreffende de voorlopige hechtenis, zoals een bevel tot gevangenneming, geen schending op van het vereiste van de rechterlijke onpartijdigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer

Zaaknummer / rekestnummer: 194142/EX RK 09-114

Beschikking van 9 juni 2009

in de zaak van

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te PI Vught, Vosseveld 2, HvB Regulier, te Vught,

verzoeker,

bijgestaan door mr. L. de Leon

tegen

mr. F.P.E. Wiemans, mr. A.F. van Hoorn en mr. P.J.H. van Dellen

in hun hoedanigheid van leden van de meervoudige strafkamer in de rechtbank te ’s-Hertogenbosch bij de behandeling van de zaak met parketnummer: 01/845450-07,

verweerders.

Partijen zullen hierna respectievelijk [verzoeker] en de rechters worden genoemd.

Procesverloop

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift tot wraking van 7 juni 2009, met als bijlage een bevel gevangenneming van [verzoeker] d.d. 5 juni 2009;

- een proces-verbaal van de officier van justitie van 5 juni 2009 omtrent de gang van zaken rond de vordering gevangenneming op 5 juni 2009;

- een MMA d.d. 5 juni 2009 (bij de behandeling van het wrakingsverzoek aan de rechtbank overgelegd);

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant1] en [verbalisant2] d.d. 5 juni 209 (bij de behandeling van het wrakingsverzoek aan de rechtbank overgelegd);

- een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant3] d.d. 5 juni 2009 (tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek door de verdediging aan de rechtbank overgelegd);

- een uitdraai van een artikel uit het Brabants Dagblad d.d. 30 mei 2009 (tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek door de verdediging aan de rechtbank overgelegd);

- de schriftelijke reactie van de rechters mrs. Wiemans en Van Dellen op het wrakingsverzoek van 8 juni 2009.

1.2 De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft achter gesloten deuren in raadkamer plaatsgevonden op 9 juni 2009.

Namens verzoeker heeft zijn raadsman het wrakingsverzoek nader toegelicht en hierbij gepersisteerd.

In een schriftelijke reactie hebben de rechters mr. Wiemans en mr. Van Dellen voorafgaand aan de zitting reeds aangegeven dat zij het niet nodig te achten te worden gehoord en dat zij in verband met rechterlijke werkzaamheden niet ter zitting aanwezig kunnen zijn. In deze schriftelijke reactie hebben genoemde rechters hun gezamenlijk standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. De rechter mr. Van Hoorn is op vakantie en heeft niet gereageerd.

De officier van justitie in de strafzaak tegen verzoeker is ter zitting verschenen en heeft haar reactie op het wrakingsverzoek gegeven.

2. Het verzoek en het verweer

2.1 Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de procedure met parketnummer

01/845450-07. [verzoeker] heeft betoogd dat de rechters niet onbevooroordeeld over de strafzaak kunnen oordelen.

2.2 In het wrakingverzoek, heeft [verzoeker] - verkort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de rechters de schijn van vooringenomenheid in de onderhavige strafzaak hebben gewekt en niet meer onpartijdig een beslissing in deze strafzaak kunnen nemen, op de volgende gronden.

a Na de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting op 29 mei 2009 op 5 juni 2009, zijnde een week voor de uitspraak in de onderhavige strafzaak, is er buiten medeweten van de verdediging contact geweest tussen de zaaksofficier en de rechters omtrent een aanvulling van de grond(en) op de ter zitting van 29 mei 2009 gedane vordering gevangenneming. De verdediging is door de officier van justitie pas in de avond van 5 juni 2009 daarvan in kennis is gesteld;

b Hierbij is aan de rechters een nieuw stuk, een ‘Meld Misdaad Anoniem’-bericht, ter beschikking is gesteld, waarover de verdediging niet beschikte en op grond waarvan de rechters nagenoeg direct de gevangenneming van [verzoeker] hebben bevolen.

c Hierbij hebben de rechters het beginsel van hoor en wederhoor geschonden.

2.3 De rechters mr. Wiemans en mr. Van Dellen hebben aangegeven niet in de wraking te berusten op gronden zoals verwoord in hun schriftelijke reactie (aangehecht). Hierin geven zij voorts aan dat zij voor wat betreft hun schriftelijke reactie de oudste rechter vanwege zijn vakantie niet hebben kunnen bereiken.

3. De beoordeling

3.1 Ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2 Uitgangspunt bij de beoordeling van het wrakingsverzoek is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter met betrekking tot een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.3 De rechtbank stelt voorop dat, indien het openbaar ministerie een rechter - na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting en buiten medeweten van de verdediging om - benaderd met stukken of met informatie, die van belang zijn voor de te beantwoorden vragen in het kader van 348-350 Sv, de onpartijdigheid van die rechter in het geding zou kunnen komen. Daarvan is in het onderhavige geval echter geen sprake.

3.4 De officier van justitie heeft de rechters op 5 juni 2009 enkel benaderd met het verzoek om tot gevangenneming van [verzoeker] over te gaan. Er zou zich een nieuwe grond voor de gevangenneming hebben voorgedaan, te weten ‘het vluchtgevaar’. Daarom zou de beslissing over de op de zitting van 29 mei 2009 gedane vordering tot gevangenneming, waarover [verzoeker] toen is gehoord, niet langer kunnen worden uitgesteld.

De rechtbank is van oordeel dat geen rechtsregel zich ertegen verzet dat de rechters door de officier van justitie worden benaderd in het kader van een (reeds gedane) vordering gevangenneming.

3.5 Op 5 juni 2009 heeft de officier van justitie aan de rechters ter onderbouwing van haar vordering tot gevangenneming een stuk overhandigd, dat op het moment dat zij hun beslissing tot gevangenneming namen nog niet ter beschikking van de verdediging was gesteld. Dat stuk is echter wel zo spoedig mogelijk aan de verdediging overhandigd, in ieder geval voorafgaand aan het verhoor van [verzoeker], dat naar de bedoeling van de rechters plaats zou moeten vinden op 8 juni 2009, maar dat door het wrakingsverzoek is doorkruist. De verdediging is verder in ieder geval wel op 5 juni 2009 van de beslissing van de rechters op de vordering op de hoogte gesteld.

3.6 Volgens vaste jurisprudentie levert het enkele feit dat een rechter heeft beslist op een vordering betreffende de voorlopige hechtenis, zoals een bevel tot gevangenneming, geen schending op van het vereiste van de rechterlijke onpartijdigheid.

3.7 Naar het oordeel van de rechtbank is het beginsel van hoor en wederhoor niet geschonden. Artikel 65 lid 2 Sv verplicht de rechters niet tot het vooraf aan de beslissing horen van [verzoeker]. De rechters waren van plan dat op 8 juni 2009 alsnog te doen.

3.8 Voorts zijn er geen andere feiten of omstandigheden aangevoerd, die de onpartijdigheid van de rechters, ieder persoonlijk beschouwd, zouden kunnen raken.

3.9 De oudste rechter, mr. Van Hoorn, heeft zich met het oog op het bepaalde in artikel 514 Sv niet uit kunnen laten over de vraag of hij in de wraking wenst te berusten. De mogelijkheid bestaat dat hij niet op de hoogte is van het wrakingsverzoek. De rechtbank is echter van oordeel dat [verzoeker] geen belang heeft bij het afwachten van het standpunt van de oudste rechter op dit punt. Een beslissing op het wrakingsverzoek staat niet in de weg aan een eventueel beroep van genoemde rechter op zijn verschoningsrecht.

3.10 Op grond van het voorafgaande wordt het wrakingsverzoek afgewezen.

4. De beslissing

De rechtbank,

wijst het verzoek tot wraking van mr. F.P.E. Wiemans, mr. A.F. van Hoorn en mr. P.J.H. van Dellen af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.H. Bruggink, voorzitter, mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. J.M.A. van Atteveld, leden, in tegenwoordigheid van griffier D.A. Koopmans en is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2009.

4[zaaknummers]