Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BI6928

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-06-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
01/994109-05b
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift.

Het bedrijf waarvan verdachte directeur was heeft veelvuldig de regelgeving van het Minas-systeem (kortgezegd mestboekhouding) overtreden en haar vertrouwenstaak als geaccrediteerd laboratorium geschonden. Verdachte heeft hiertoe opdracht gegeven en heeft er voordeel uit genoten.

Opgelegd wordt een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden en een geldboete van EUR. 10.000,- waarvan EUR. 5.000,- voorwaardelijk telkens met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/994109-05

Datum uitspraak: 09 juni 2009

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 mei 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11/12 maart 2009.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

[bedrijf1] (hierna ook te noemen [bedrijf1]) op een of meer

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 2

december 2004 te Deurne, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, (telkens),

althans een of meer,

(zaak 1.1)

-een analyserapport voorzien van onderzoeksnummer P 44801 (bijlage D/159,

pag 001392), en/of

(zaak 1.2)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 8 april 2003 (bijlage

D/27, pag 001212) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van onderzoeksnummer

P 33158 (bijlage D/165, pag 001400 - 001402), en/of

(zaak 1.3)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 3 september 2004 (bijlage

D/36, pag 001255) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van onderzoeksnummer

P 46934 (bijlage D/167, pag 1404 - 001406), en/of

(zaak 1.4)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 20 augustus 2004 (bijlage

D/57, pag 001287) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van onderzoeksnummer

P 46935 (bijlage D/170, pag 001409 - 001411), en/of

(zaak 1.5)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 2 december 2003 (bijlage

D/68, pag 001299) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van onderzoeksnummer

P 36221 (bijlage D/172, pag 001413 - 001415),en/of

(zaak 1.6)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 20 mei 2003 (bijlage

D/81, pag 001312) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van onderzoeksnummer

P 33498 (bijlage D/174, pag 001417 - 001419),

- (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

hebbende [bedrijf1] en/of (een of meer) van haar mededader(s) toen daar

(telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

(zaak 1.1)

-in het analyse rapport met onderzoeksnummer P 44801 (bijlage D/159,

pag 001392) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest van

(ongeveer) 62750 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 3.25 g/kg en/of het

gehalte aan stikstof (ongeveer) 5.47 g/kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid (ongeveer) 5.38 g fosfaat/kg was en/of (ongeveer) 4.60 g

stikstof/kg was (analyse-certificaat met onderzoeksnummer P 42870, bijlage

D/9, D/10, D/11 pag 001192 - 001194), en/of

(zaak 1.2)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

33158 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummer P 31932 was (D/27, pag 001212, en/of

in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P 33158 (bijlage D/165, pag

001400) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest van

(ongeveer) 72480 kg, het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 3.30 g/kg en/of het

gehalte aan stikstof (ongeveer) 6.20 g/kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid (ongeveer) 6.77 g fosfaat/kg en/of (ongeveer) 4.30 g stikstof/kg

was (bijlage D/164, pag 001399), en/of

(zaak 1.3)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

46934 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummer P 46155 was, (bijlage D/36, pag 001255), en/of

in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P 46934 (bijlage D/167, pag

001404 - 001406) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest van

(ongeveer) 33640 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 24.1 g/kg bedroeg en/of

het gehalte aan stikstof (ongeveer) 11.1g/kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid (ongeveer) 35.8 g fosfaat/kg en/of (ongeveer) 18.0 g stikstof/kg

was (bijlage D/166, pag 001403), en/of

(zaak 1.4)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

46935 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummers P 46311 en P 45745 waren (bijlage D/57, pag 001287), en/of

in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P 46935 (bijlage D/170, pag

001409 - 001411) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest,

zijnde (ongeveer) 145300 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 2.63 g/kg

bedroeg en/of het gehalte aan stikstof (ongeveer) 6.41 g/kg bedroeg, zulks

terwijl dit in werkelijkheid (ongeveer) 2.63 g fosfaat/kg en/of 7.20 g

stikstof/kg (onderzoeksnummer P 45745) en/of 1.93 g fosfaat/kg en/of 3.88 g

stikstof/kg (onderzoeksnummer P 46311) was (bijlage D/168, pag 001407 en

D/169, pag 001408), en/of

(zaak 1.5)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

36221 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummer P 36115 was (bijlage D/68, pag 001299), en/of

in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P 36221 (bijlage D/172, pag

001413 - 001415) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest,

zijnde (ongeveer) 228540 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 6.64 g/kg

bedroeg en/of het gehalte aan stikstof (ongeveer) 7.67 g/kg bedroeg, zulks

terwijl dit in werkelijkheid (ongeveer) 7.83 g fosfaat/kg en/of 6.34 g

stikstof/kg was (bijlage D/171, pag 001412), en/of

(zaak 1.6)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

33498 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummer P 33275 was (bijlage D/81, pag 001312), en/of

in (een) analyse rapport(en) met onderzoeksnummer P 33498 (bijlage D/174, pag

001417 - 001419) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest,

zijnde( ongeveer) 37680 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 2.22 g/kg

bedroeg en/of het gehalte aan stikstof (ongeveer) 4.32 g/kg bedroeg, zulks

terwijl dit in werkelijkheid (ongeveer) 4.33 g fosfaat/kg was en/of 4.92 g

fosfaat/kg was (bijlage D/173, pag 001416),

zulks met het oogmerk om die / dat geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

art 225 lid 1 SR

2.

[bedrijf1] (hierna ook te noemen [bedrijf1]) op een of meer

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2003 tot en met 2 dec

2004 in de gemeente Deurne, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, (telkens)

(ZAAK 2.1)

-(een) analyserapport(en) voorzien van onderzoeksnummer P44142i (D/175, pag

001420 - 001422), behorende bij een begeleidingsformulier minas mestonderzoek

met onderzoeksnummer P44142, en/of

(ZAAK 2.2)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P43835

(D/85, pag 001316) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van

onderzoeksnummer P43835 (D/176, pag 001423 - 001425), en/of

(ZAAK 2.3)

-(een) analyserapport(en) voorzien van onderzoeksnummer P43036i (D/177, pag

001426 - 001428), en/of

(ZAAK 2.4)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44098

(D/99, pag 001330) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van P44098 (D/178,

pag 001429 - 001431), en/of

(ZAAK 2.5)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44488

(D/122, pag 001353) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van P44488 (D/179,

pag 001432 - 001434), en/of

(ZAAK 2.6)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44490

(D/138, pag 001370) en/of (een) analyserapport(en) voorzien van P44490 (D/180,

pag 001435 - 001437)

- zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

hebbende [bedrijf1] en/of (een of meer van) haar mededader(s) toen daar

(telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

(ZAAK 2.1)

-in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P44142i (bijlage D/175, pag

001420 - 001422) vermeld/laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 50250 kg, de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 202 kg en/of de

totale hoeveelheid stikstof (ongeveer) 337 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid een totale hoeveelheid mest van (ongeveer) 75250 kg was met een

hoeveelheid fosfaat van (ongeveer) 302 kg was en/of met een hoeveelheid

stikstof van (ongeveer) 504 kg was (analysecertificaat met onderzoeksnummer

P44142 bijlage D/49, pag 001279),en/of

(ZAAK 2.2)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P43835

(bijlage D/85, pag 001316) bij het onderdeel analysepakketten vermeld/laten

vermelden dat het aantal potten/zakken 3 bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid in 6 was, en/of

in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P43835 (bijlage D/176, pag

001423 - 001425) vermeld/laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 88650 kg, de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 616 kg en/of de

hoeveelheid stikstof (ongeveer) 491 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid meer bedroeg, en/of

(ZAAK 2.3)

-in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P43036i (bijlage D/177, pag

001426) vermeld/laten vermelden dat een totale hoeveelheid mest van

(ongeveer) 37920 kg, de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 312 kg en/of de

hoeveelheid stikstof (ongeveer) 237 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid een hoeveelheid mest van (ongeveer)108800 kg was met een

hoeveelheid fosfaat van (ongeveer) 895 kg en/of met een hoeveelheid stikstof

van (ongeveer) 679 kg was ( analysecertificaat met onderzoeksnummer P43036

-Bijlage D/98, pag 001329 ), en/of

(ZAAK 2.4)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44098

(bijlage D/99 pag 001330) bij het onderdeel analysepakketten vermeld/laten

vermelden dat het aantal potten/zakken 5 bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid 7 was, en/of

in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P44098 (bijlage D/178, pag

001429 - 001431) vermeld/laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 150900 kg, de hoeveelheid fosfaat 989 kg en/of de hoeveelheid

stikstof 1539 kg bedroeg, zulks terwijl dit in werkelijkheid een

hoeveelheid mest van (ongeveer) 211800 kg was met een hoeveelheid fosfaat van

(ongeveer) 1389 kg en/of met een hoeveelheid stiktof van (ongeveer) 2161 Kg

was (analysecertificaat met onderzoeksnummer P44098 - bijlage D/107, D/108,

D/109 pag 001338-001340), en/of

(ZAAK 2.5)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44488

(bijlage D/122, pag 001353) bij het onderdeel analysepakketten vermeld/laten

vermelden dat het aantal potten/zakken 6 bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid 11 was, en/of

in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P44488 (bijlage D/179, pag

001432 - 001434) vermeld/laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 132700 kg de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 971 kg en/of de

hoeveelheid stikstof (ongeveer) 1305 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid een hoeveelheid mest van (ongeveer) 242950 kg met een

hoeveelheid fosfaat van (ongeveer) 1778 kg en/of met een hoeveelheid stikstof

van (ongeveer) 2388 kg was (analysecertificaat met onderzoeksnummer P44488 -

bijlage D/131, pag 001363 ), en/of

(ZAAK 2.6)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44490

(bijlage D/138, pag 001370) bij het onderdeel analysepakketten vermeld/laten

vermelden dat het aantal potten/zakken 7 bedroeg, terwijl dit in werkelijkheid

11 was, en/of

in (een) analyserapport(en) met onderzoeksnummer P44490 (bijlage D/180, pag

001435 - 001437) vermeld of laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 154750 kg, de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 1066 kg en/of de

hoeveelheid stikstof (ongeveer) 1514 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid een hoeveelheid mest van (ongeveer) 243500 kg met een

hoeveelheid fosfaat van (ongeveer) 1678 kg en/of met een hoeveelheid stikstof

(ongeveer) 2382 kg was (analysecertificaat met onderzoeksnummer P44490

-bijlage D/148, pag 001381),

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

art 225 lid SR

Tengevolge van een kennelijke schrijffout in de tenlastelegging begaan staat in feit 1 onder zaak 1.6 in de negende regel “fosfaat” vermeld in plaats van “stikstof”. De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft ter terechtzitting – kort gezegd- aangevoerd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM met vier en een half jaar is overschreden en er uitzonderlijke omstandigheden zijn (o.m. gelegen in de omstandigheid dat cliënt niet meer werkzaam is bij [bedrijf1]) op grond waarvan de verdediging wederom verzoekt om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de officier van justitie.

Volgens de officier van justitie dient de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM niet te leiden tot niet-ontvankelijkheid. Het gerechtshof heeft daar bij arrest van 16 juni 2008 al een oordeel over gegeven. Er zijn nu geen nieuwe omstandigheden dan dat de overschrijding van de redelijke termijn langer is. Voor een deel is deze overschrijding ook een gevolg van het verzoek van de verdediging van [bedrijf1] om getuigen te horen.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. De rechtbank ziet geen aanleiding om van het oordeel van het gerechtshof in het arrest van 16 juni 2008 af te wijken.

De rechtbank is van oordeel dat de verstreken tijd sinds het arrest van het gerechtshof geen extra overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM oplevert, omdat de zaak binnen een afzienbare tijd na dat arrest ter terechtzitting is behandeld, er op verzoek van de verdediging van [bedrijf1] tussentijds nog getuigen zijn gehoord bij de rechter-commissaris en deze zaken niet los van elkaar te zien zijn. De getuigen zijn ook in het belang van verdachte gehoord. Op verzoek van de verdediging ter terechtzitting zijn deze getuigenverklaringen aan deze zaak toegevoegd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Ook overigens zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. Met ingang van 1 januari 1998 is een nieuw systeem van mineralenregulering (o.a. fosfaat en stikstof) voor de landbouw van start gegaan (MINeralenAangifte Systeem, kortweg MINAS genoemd). Binnen dit systeem moeten ondernemers hun mineralenverbruik verantwoorden. Per jaar wordt een saldo berekend van de aan- en afvoer van mineralen. Indien meer mineralen worden aangevoerd dan afgevoerd omstaat een overschot op de mineralenbalans. Dat kan schadelijk zijn voor het milieu. Voor een ontstaan overschot dient een heffing aan de overheid te worden betaald. Ten aanzien van feit 1 is volgens de officier van justitie sprake van het opzettelijk valselijk vermelden van andere P-nummers en/of van gehaltes aan fosfaat en stikstof dan in werkelijkheid gemeten. Ten aanzien van feit 2 is sprake van het opzettelijk valselijk vermelden van lagere hoeveelheden fosfaat en stikstof in kilogrammen aangeleverde mest dan in werkelijkheid is gemeten en/of van lagere hoeveelheden aangeleverde mestmonsters.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft ter terechtzitting – kort gezegd – aangevoerd dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De raadsman heeft erop gewezen dat de wetgever de verantwoordingsplicht heeft neergelegd bij de producent of de handelaar. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat het veel waarschijnlijker is dat er fouten gemaakt zijn in het traject vanaf monsterneming tot en met de ontvangst van de monsters. [getuige1] heeft aangegeven, dat er in geval van fouten pragmatisch gehandeld wordt. Ook [getuige2] heeft verklaard dat het laboratorium in zo’n geval de fout zelf corrigeert, in de zin dat er tot een overeenstemming gekomen wordt met de andere partijen. Bij [bedrijf1] werd er in dergelijke situaties voor gekozen om een nieuw onderzoeksnummer aan te maken (P-nummer) en de monsters opnieuw te onderzoeken. Er was destijds nog geen unieke koppeling tussen de monsterpotten en de vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (verder: vdm’s) door middel van barcodes. Ook kwam het voor dat de uitslag van de analyse niet aansloot bij het verwachtingspatroon van de intermediair. Als een dergelijke situatie zich voordeed, was de pragmatische oplossing van [bedrijf1] om een nieuw monster te laten aanleveren dat onderzocht en geanalyseerd werd. Over het vervallen van afleveringsbewijzen werd overlegd met Bureau Heffingen. De raadsman van [bedrijf1] heeft ter terechtzitting een blanco voorbeeldbrief gericht aan Bureau Heffingen over gelegd.

Dat deze handelwijze door de overheid als onwenselijk wordt ervaren, maakt deze handelwijze nog niet tot een strafbaar feit. Binnen de wettelijke kaders van Minas was deze handelwijze toegestaan. Het wettelijke systeem was destijds verre van volmaakt. Pas sinds 2006 is de regelgeving gewijzigd.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat alleen de analysecertificaten voorzien zijn van het accreditatieteken. De analyserapporten zijn niet voorzien van het accreditatieteken. De analyserapporten en begeleidingsformulieren zijn interne documenten die niet naar Bureau Heffingen worden verzonden. Deze documenten zijn geen geschrift waaraan betekenis voor het bewijs van enig feit kan worden toegekend. Bovendien zijn noch het analyserapport noch de begeleidingsformulieren valselijk opgemaakt of vervalst. Zowel de onder 1 als onder 2 tenlastegelegde feiten kunnen niet wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte dient daarom vrijgesproken te worden van beide feiten.

Het oordeel van de rechtbank.

De gebezigde bewijsmiddelen.

t.a.v. feit 1:

(zaak 1.1)

- proces-verbaal AID1;

- een analyserapport met onderzoeksnummer P 448012;

- analyse-certificaten met onderzoeksnummer P 428703;

- notitie gehecht aan het begeleidingsformulier d.d. 15 juni 20044;

- envelop met aantekeningen gehecht aan het begeleidingsformulier d.d. 15 juni 20045;

(zaak 1.2)

- proces-verbaal AID6;

- een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 8 april 20037;

- analyserapporten met onderzoeksnummer P 331588;

- een analyserapport met onderzoeksnummer P 319329;

(zaak 1.3)

- proces-verbaal AID10;

- een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 3 september 200411;

- analyserapporten voorzien van onderzoeksnummer P 4693412;

- een analyserapport met onderzoeksnummer P 4615513;

(zaak 1.4)

- proces-verbaal AID14;

- een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 20 augustus 200415;

- analyserapporten met onderzoeksnummer P 4693516;

- een analyserapport met onderzoeksnummer P 4574517;

- een analyserapport met onderzoeksnummer P 4631118;

(zaak 1.5)

- proces-verbaal AID19;

- een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 2 december 200320;

- analyserapporten met onderzoeksnummer P 3622121;

- een analyserapport met onderzoeksnummer P 3611522;

- notitie d.d. 1 december 200323

(zaak 1.6)

- proces-verbaal AID24;

- een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 20 mei 200325;

- analyserapporten met onderzoeksnummer P 3349826;

- een analyserapport met onderzoeksnummer P 3327527;

t.a.v feit 2:

(zaak 2.1)

-proces-verbaal AID28;

-analyserapporten met onderzoeksnummer P 44142i29;

-analysecertificaat met onderzoeksnummer P 4414230;

-telefoonnotities d.d. 8 juni 2004 en 24 juni31;

(zaak 2.2)

-proces-verbaal AID32

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P 4383533;

-analyserapporten met onderzoeksnummer P 4383534;

-telefoonnotitie d.d. 7 juni 200435;

(zaak 2.3)

-proces-verbaal AID36;

-analyserapporten met onderzoeksnummer P 43036i37;

-analysecertificaat met onderzoeksnummer P 4303638;

(zaak 2.4)

-proces-verbaal AID39;

- een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P 4409840;

- analyserapporten met onderzoeksnummer P 4409841;

- analysecertificaten met onderzoeksnummer P 4409842;

(zaak 2.5)

-proces-verbaal AID43;

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P 4448844;

-analyserapporten met onderzoeksnummer P 4448845;

-analysecertificaat met onderzoeksnummer P 4448846;

-notitie d.d. 17 juni 200447;

(zaak 2.6)

-proces-verbaal AID48;

- een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P 4449049;

-analyserapporten met onderzoeksnummer P 4449050;

-analysecertificaat met onderzoeksnummer P 4449051.

t.a.v. feit 1 en 2:

- proces-verbaal AID52

- spreadsheet berekening stikstof53;

- notities54;

- overzicht vergelijkingen analyse-uitslagen [bedrijf1] -Wageningen55.

[medeverdachte1] heeft onder meer verklaard:

(t.a.v. D/1) [bedrijf2] is de leverancier. Ik denk dat 20-10-04 de vervoersdatum is en dat 3 x aangeeft dat het om drie vervoersbewijzen gaat. [verdachte] vraagt aan mij of ik in de gaten wil houden of [bedrijf2] niet te veel over 1450 kg fosfaat gaat. Aan de hand van het analyserapport zie ik hoeveel fosfaat in de mest zit. Als over die 1450 kg fosfaat wordt gegaan ga ik naar [verdachte] dat de waarden hoger zijn. Aanpassen stikstof, omdat dat niet zoveel uitmaakt. Het gaat om de kilo’s fosfaat. Ik krijg van [verdachte] opdracht om bijvoorbeeld een vervoersbewijs te schrappen. Dan worden minder kg fosfaat geleverd. In de acces database wordt dan een vervoersbewijs geschrapt. Ik kan in het invoerformulier van de acces database gegevens van vervoersbewijzen wijzigen of vervoersbewijzen schrappen.56

Jullie moeten het zo zien dat voor alle gegevens, aangeleverd door de opdrachtgever, wel wijzigingen hebben plaatsgehad. Indien de opdrachtgever vraagt om wijzigingen en zeker voor klanten die voor het eerst een dergelijk verzoek doen, overleg ik dat met [verdachte]. Bij afwezigheid van [verdachte] kan dit ook overlegd worden met [medeverdachte2]. Hij is mijn directe chef en [verdachte] is de algemeen directeur. [verdachte] beslist of aan het verzoek wordt voldaan. Ik krijg dan de opdracht van [verdachte] om de zaken aan te passen. [verdachte] beslist het beleid binnen [bedrijf1]57 In de hectiek van alle taken voer ik die verzoeken uit die door de loonwerkers aan mij worden gevraagd.58 Indien ik de vdm’s verwijder, kun je deze niet meer uit het systeem printen. Daarom bewaar ik in zo’n situatie het eerder opgemaakte certificaat in het klantendossier.59 Indien de klant op enig moment een gewenst fosfaat- en/of stikstofgehalte wil, wordt er een nieuwe analyse gemaakt. Aan een set mestbonnen wordt dan een nieuw P-nummer toegekend. In de digitale omgeving worden de noodzakelijke aanpassingen verricht door mij en sporadisch door [persoon1]. Door deze handelwijze worden de gewenste uitslagen gekoppeld aan de mestbonnen en een analysecertificaat, anders dan de uitslagen die in eerste aanleg zijn vastgesteld.60 Ik weet geen loonwerker waarvoor geen mestbonnen zijn verwijderd. Indien ze een verzoek doen, wordt dit ingewilligd. Er wordt geen onderscheid gemaakt. Het beleid hierin is uitgezet door [verdachte]. [medeverdachte2] weet hiervan.61 Ik ben ervan op de hoogte dat via mail/fax etc. verzoeken binnen komen om een mestafnemer te wijzigen op certificaten. Ik heb er wel kennis van genomen dat een andere mestafnemer al te veel fosfaat geleverd heeft gekregen. 62 [verdachte] beslist in alle gevallen op de vragen hoe ik moet handelen. [verdachte] weet dat ik P-nummers laat vervallen. Hij is op de hoogte van de werkmethode, waarbij door het aanleveren van nieuwe mestpotten andere uitslagen worden verkregen. [medeverdachte2] is op de hoogte van de verzoeken van klanten om analyserapporten aan te passen. Wij hebben over dit soort werkzaamheden overleg. Ik bespreek de aanpassingen met [verdachte]. Ook [medeverdachte2] krijgt verzoeken van loonintermediairs om aanpassingen inzake de analysecertificaten te doen. Indien hij een verzoek krijgt schrijft hij dit verzoek uit op een telefoonnotitie en ik voer hierna de werkzaamheden uit. Ook [medeverdachte2] is op de hoogte van de werkmethode, waarbij door het aanleveren van nieuwe mestpotten andere uitslagen worden verkregen.63

[medeverdachte2] heeft onder meer verklaard:

Ik weet dat er dit soort verzoeken (verzoeken van het verwijderen van vdm’s) komen bij [medeverdachte1]. Ik weet ook dat [medeverdachte1] die verzoeken bespreekt met [verdachte]. [verdachte] neemt de eindbeslissingen. Ik weet wel dat die verzoeken ingewilligd worden.64 Medio 2003 werd mij duidelijk dat er verzoeken kwamen van klanten om fosfaatgehaltes aan te passen en tevens om het verwijderen van vdm’s. 65 [verdachte] besliste hierover en [medeverdachte1] voerde uit.66 Ik heb deze spreadsheet (D/20 t/m D/23) gemaakt op verzoek van [verdachte]. Het beoogde doel is het gehalte aan stikstof en fosfaat te veranderen. Veranderen is in deze spreadsheet alleen omhoog. Je voegt iets toe. Je kunt ook precies berekenen hoeveel je een monster moet verdunnen om aan een gewenste lagere waarde te komen.67 Ik geef toe dat ik weet dat de laboranten chemicaliën toevoegen aan de mestmonsters. Daarna gaan de monsterpotten opnieuw het analysetraject in. Deze opdrachten liepen altijd van [verdachte]. Om deze effecten te bereiken ligt de basis bij de besproken spreadsheet.68 Ik verklaar hierbij dat ik [verdachte] regelmatig onder 4 ogen heb aangesproken op de in mijn ogen discutabele werkwijze binnen [bedrijf1]. [verdachte] reageerde ook wel eens geïrriteerd op mijn opmerkingen. Hij heeft mij steeds verzekerd dat hij hiervoor de eindverantwoordelijkheid neemt.69

[verdachte] heeft tijdens de verhoren van de A.I.D. onder meer verklaard (zakelijke weergegeven):

Ik ben eindverantwoordelijk als er iets mis gaat.70 [medeverdachte2] is verantwoordelijk voor de interne gelegenheden bij [bedrijf1]71 Ik ben op de hoogte dat notities zoals op blz. 1181 e.v.72 zijn opgenomen binnenkomen bij [bedrijf1]. Dergelijke notities gaan rechtstreeks naar [medeverdachte1] en zij weet dan wat de procedure is.73 Aan een set vdm’s wordt een nieuw P-nummer toegekend. In de digitale omgeving en in de fysieke stukken worden de noodzakelijke aanpassingen verricht. Door deze handelwijze worden andere uitslagen gekoppeld aan de vdm’s, dan de uitslagen die in eerste aanleg aanwezig waren. [medeverdachte2], [medeverdachte1], [persoon1], [medeverdachte4] en ik zijn hiervan op de hoogte.74 In dit geval (zaak 2.1) is het aannemelijk dat het verzoek te maken heeft met het feit dat er heffing betaald moet worden. Ook zou er een melding van [bedrijf1] naar Bureau Heffingen moeten zijn gedaan. [bedrijf1] heeft eraan meegewerkt, dit is een omissie van [bedrijf1]. Het is een fout van [bedrijf1]. Indien er bij de ingangscontrole 3 mestmonsters en mestbonnen zijn en op het analysecertificaat 2 monsters zijn vermeld, geeft dit niet de werkelijkheid weer. Het uitgangspunt waren 3 zendingen.75 Ik realiseer mij dat [bedrijf1] door deze werkwijze ook meewerkt dat derden onjuiste gegevens in de administratie hebben en bij de Dienst Regelingen onjuiste gegevens voor deze zendingen mest zijn geregistreerd. Opmerking verbalisanten: we stellen samen vast dat het meer van hetzelfde is, dat de getallen hier en daar verschillen, maar dat de gebruikte methodiek soortgelijk is. Ook is al eerder verklaard dat deze methodiek valt onder het bedrijfsbeleid. Klopt dat? Antwoord verdachte: ja.

Vraag verbalisanten: Kunt u zich vinden in de volgende beschrijving, waarin is verwoord hoe de AID denkt dat de strafbare feiten zijn gepleegd en wil jij daar waar dit van toepassing is van commentaar voorzien: Door deze handelwijze worden de gewenste uitslagen gekoppeld aan de mestbonnen en een analysecertificaat, anders dan de uitslagen die in eerste aanleg zijn vastgesteld. Antwoord verdachte: Ik ben het hier mee eens.76

Deze exercitie is gewoon in de loop der jaren ontspoord. Het is voor mij duidelijk: eens en nooit weer. Ik vind dat de waarheid wel aardig boven is gekomen. Er is een druk van mijn schouders gevallen. Ik heb mijn les geleerd. In grote lijnen is de zaak door mij in gang gezet. Ik heb dat gedaan omdat ik loonwerkers wilde helpen met de problemen die zij hadden met de Minas-wetgeving in relatie tot monstername. Dat was al voor 2003. Ik denk dat deze problematiek medio 2001 begonnen is. [medeverdachte1] heeft haar twijfels over de rechtmatigheid van de werkwijze wel eens tegen mij uitgesproken. [medeverdachte2] ook, alleen dan in minder duidelijke bewoordingen dan [medeverdachte1].77

[medeverdachte4] heeft onder meer verklaard:

Ik wist dat op verzoek van klanten fosfaat- en stikstofgehaltes aangepast konden worden. Dit gebeurde onder het mom van heranalyses.78 Na de zoeking heeft [verdachte] mij verteld dat er wel eens vdm’s werden verwijderd op verzoek van klanten.79 [verdachte] zou stoppen met het manipuleren van mestmonsters en het verwijderen van vdm’s en dat we voortaan zouden werken volgens de kaders van AP05.80Ik ben er altijd van uitgegaan dat alle partijen (producent, vervoerder, afnemer en Dienst Regelingen) op de hoogte waren van de besproken werkwijze zijnde het verwijderen en/of toevoegen van mestbonnen. Als je uitgaat van die werkwijze dan was ik inderdaad al voor de zoeking van 2 december 2004 op de hoogte.81

[getuige1] heeft onder meer verklaard:

Een oorzaak voor de verschillen in de gevonden gehalten fosfaat en stikstof in de monsters die eerst door [bedrijf1] en daarna door ons laboratorium zijn geanalyseerd zou kunnen zijn het malverseren met monsters. Een aantal gemeten gehalten is veel te hoog. Ik kan aan de analyse-uitslagen al zien dat de verhoudingen scheef zijn. Er zitten extreem hoge stikstofwaarden en extreem lage fosfaatwaarden bij. Middels de spreadsheet (D/20 t/m D/23) berekent men gewenste gehalten stikstof en fosfaat. Men heeft dit zeker niet nodig voor Minas. Het heeft geen enkel nut om zo’n spreadsheet in een Minaslaboratorium voorhanden te hebben, laat staan gebruiken. Ik kan hiervoor geen gebruiksdoel verzinnen binnen een Minaslaboratorium. Je kunt exact naar een bepaalde waarde toerekenen, als je de uitgangswaarde weet.82 Afwijkende gehaltes kunnen wijzen op fraude.83

[getuige3] heeft onder meer verklaard:

Bij de Dienst Regelingen is niets bekend dat er overleg zou zijn geweest met [bedrijf1] over het verwijderen van mestbonnen of het aanleveren van nieuwe mestmonsters indien eerdere monsters niet aan de gewenste waarden zou voldoen. Door [bedrijf1] zijn hierover geen vragen gesteld. Dit geldt ook voor de verwijdering van mestbonnen. In ons dossier komen hierover geen schriftelijke bescheiden voor.84

Overwegingen ten aanzien van het bewijs.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat de analyserapporten geen geschriften zijn die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen. De rechtbank overweegt dat de uitslagen van de analyses in de analyserapporten een wezenlijk onderdeel van het op te maken certificaat en de afgifte daarvan vormen. [bedrijf1] nam de waardes van de analyses in de analyserapporten over in de analysecertificaten die aan de producent, de afnemer en de intermediair werden verzonden. Deze analyses in de analyserapporten en -certificaten werden door de producent en de afnemer gebruikt als basis voor hun minas-boekhouding en mineralenbalans. Tevens werden deze waardes/uitslagen ook per kwartaal in een overzicht doorgegeven aan de Dienst Regelingen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de analyserapporten een bewijsfunctie hebben en beschouwd moeten worden als geschriften die bestemd zijn om tot het bewijs van enig feit te dienen.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat de begeleidingsformulieren geen geschriften zijn die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen. De rechtbank overweegt dat deze formulieren een hulpmiddel zijn voor bijvoorbeeld controle door de AID of de Raad voor Accreditatie ter identificatie van de aangeboden monsterpot in de keten, van aanlevering van de monsterpot tot het opmaken van een analyserapport en/of –certificaat. De begeleidingsformulieren hebben naar het oordeel van de rechtbank een bewijsfunctie en zijn daarom geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen.

De rechtbank volgt niet het standpunt van de verdediging dat het met name ging om het herstellen van fouten en het verrichten van aanpassingen om te voldoen aan de verwachtingen van de klanten en dat verdachte alleen wilde helpen. De verbalisant van de AID heeft in het 10e verhoor (zoals hiervoor is weergegeven) de handelwijze van [bedrijf1] aan verdachte voorgelegd en verdachte heeft in die verklaring aangegeven dat hij het daar mee eens is. Verdachte heeft na lezing van zowel deze verklaring als zijn 12e verklaring zoals hiervoor is weergeven verklaard te volharden bij zijn verklaring en heeft de verklaringen ondertekend. Bovendien heeft verdachte tijdens eerdere verhoren ook al aangegeven dat er bij [bedrijf1] met meetgegevens geknoeid werd. Van overleg met of brieven gericht aan Bureau Heffingen/ de Dienst Regelingen over vervallen P-nummers is niet gebleken. Bij getuige [getuige 3] is niet bekend dat daarover overleg is geweest. Bij hem zijn ook geen schriftelijke bescheiden daarover bekend. De verdediging heeft ter terechtzitting uitsluitend een blanco voorbeeldbrief overgelegd, zodat uit niets is gebleken dat dergelijke brieven ooit zijn verstuurd naar de Dienst Regelingen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat er tussen [bedrijf1] en producenten en/of intermediairs afspraken werden gemaakt over het gewenste resultaat van de door [bedrijf1] gedane analyses indien bijvoorbeeld de producenten een lager fosfaatgehalte wilden. Het ging daarbij vaak om substantiële afwijkingen van de originele analyses.

De rechtbank acht, gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat [bedrijf1] meermalen valsheid in geschrift heeft gepleegd en dat verdachte daartoe steeds opdracht heeft gegeven.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat

1.

[bedrijf1] (hierna ook te noemen [bedrijf1]) op tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 2 december 2004 te Deurne, tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

(zaak 1.1)

-een analyserapport voorzien van onderzoeksnummer P 44801 (bijlage D/159,

pag 001392), en

(zaak 1.2)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 8 april 2003 (bijlage

D/27, pag 001212) en analyserapporten voorzien van onderzoeksnummer

P 33158 (bijlage D/165, pag 001400 - 001402), en

(zaak 1.3)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 3 september 2004 (bijlage

D/36, pag 001255) en analyserapporten voorzien van onderzoeksnummer

P 46934 (bijlage D/167, pag 1404 - 001406), en

(zaak 1.4)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 20 augustus 2004 (bijlage

D/57, pag 001287) en analyserapporten voorzien van onderzoeksnummer

P 46935 (bijlage D/170, pag 001409 - 001411), en

(zaak 1.5)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 2 december 2003 (bijlage

D/68, pag 001299) en analyserapporten voorzien van onderzoeksnummer

P 36221 (bijlage D/172, pag 001413 - 001415), en

(zaak 1.6)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek d.d. 20 mei 2003 (bijlage

D/81, pag 001312) en analyserapporten voorzien van onderzoeksnummer

P 33498 (bijlage D/174, pag 001417 - 001419),

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

hebbende [bedrijf1] en (een of meer) van haar mededader(s) toen daar

telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid

(zaak 1.1)

-in het analyse rapport met onderzoeksnummer P 44801 (bijlage D/159,

pag 001392) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest van

(ongeveer) 62750 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 3.25 g/kg en het

gehalte aan stikstof (ongeveer) 5.47 g/kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid (ongeveer) 5.38 g fosfaat/kg was en (ongeveer) 4.60 g

stikstof/kg was (analyse-certificaat met onderzoeksnummer P 42870, bijlage

D/9, D/10, D/11 pag 001192 - 001194), en

(zaak 1.2)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

33158 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummer P 31932 was (D/27, pag 001212, en

in analyserapporten met onderzoeksnummer P 33158 (bijlage D/165, pag

001400) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest van

(ongeveer) 72480 kg, het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 3.30 g/kg en het

gehalte aan stikstof (ongeveer) 6.20 g/kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid (ongeveer) 6.77 g fosfaat/kg en (ongeveer) 4.30 g stikstof/kg

was (bijlage D/164, pag 001399), en

(zaak 1.3)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

46934 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummer P 46155 was, (bijlage D/36, pag 001255), en

in analyserapporten met onderzoeksnummer P 46934 (bijlage D/167, pag

001404 - 001406) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest van

(ongeveer) 33640 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 24.1 g/kg bedroeg en

het gehalte aan stikstof (ongeveer) 11.1g/kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid (ongeveer) 35.8 g fosfaat/kg en (ongeveer) 18.0 g stikstof/kg

was (bijlage D/166, pag 001403), en

(zaak 1.4)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

46935 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummers P 46311 en P 45745 waren (bijlage D/57, pag 001287), en

in analyserapporten met onderzoeksnummer P 46935 (bijlage D/170, pag

001409 - 001411) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest,

zijnde (ongeveer) 145300 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 2.63 g/kg

bedroeg en het gehalte aan stikstof (ongeveer) 6.41 g/kg bedroeg, zulks

terwijl dit in werkelijkheid (ongeveer) 2.63 g fosfaat/kg en 7.20 g

stikstof/kg (onderzoeksnummer P 45745) en 1.93 g fosfaat/kg en 3.88 g

stikstof/kg (onderzoeksnummer P 46311) was (bijlage D/168, pag 001407 en

D/169, pag 001408), en

(zaak 1.5)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

36221 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummer P 36115 was (bijlage D/68, pag 001299), en

in analyserapporten met onderzoeksnummer P 36221 (bijlage D/172, pag

001413 - 001415) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest,

zijnde (ongeveer) 228540 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 6.64 g/kg

bedroeg en het gehalte aan stikstof (ongeveer) 7.67 g/kg bedroeg, zulks

terwijl dit in werkelijkheid (ongeveer) 7.83 g fosfaat/kg en 6.34 g

stikstof/kg was (bijlage D/171, pag 001412), en

(zaak 1.6)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek het onderzoeksnummer P

33498 vermeld/laten vermelden, zulks terwijl dit in werkelijkheid

onderzoeksnummer P 33275 was (bijlage D/81, pag 001312), en

in analyse rapporten met onderzoeksnummer P 33498 (bijlage D/174, pag

001417 - 001419) vermeld/laten vermelden dat in de totale hoeveelheid mest,

zijnde( ongeveer) 37680 kg het gehalte aan fosfaat (ongeveer) 2.22 g/kg

bedroeg en het gehalte aan stikstof (ongeveer) 4.32 g/kg bedroeg, zulks

terwijl dit in werkelijkheid (ongeveer) 4.33 g fosfaat/kg was en 4.92 g

fosfaat/kg was (bijlage D/173, pag 001416),

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte

telkens opdracht heeft gegeven;

2.

[bedrijf1] (hierna ook te noemen [bedrijf1]) op tijdstippen in de periode vanaf 1 januari 2003 tot en met 2 december 2004 in de gemeente Deurne, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), telkens

(ZAAK 2.1)

-analyserapporten voorzien van onderzoeksnummer P44142i (D/175, pag

001420 - 001422), behorende bij een begeleidingsformulier minas mestonderzoek

met onderzoeksnummer P44142, en

(ZAAK 2.2)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P43835

(D/85, pag 001316) en analyserapporten voorzien van

onderzoeksnummer P43835 (D/176, pag 001423 - 001425), en

(ZAAK 2.3)

-analyserapporten voorzien van onderzoeksnummer P43036i (D/177, pag

001426 - 001428), en

(ZAAK 2.4)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44098

(D/99, pag 001330) en analyserapporten voorzien van P44098 (D/178,

pag 001429 - 001431), en

(ZAAK 2.5)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44488

(D/122, pag 001353) en analyserapporten voorzien van P44488 (D/179,

pag 001432 - 001434), en

(ZAAK 2.6)

-een begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44490

(D/138, pag 001370) en analyserapporten voorzien van P44490 (D/180,

pag 001435 - 001437)

- zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

hebbende [bedrijf1] en/of een of meer van haar mededaders toen daar

telkens opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

(ZAAK 2.1)

-in analyserapporten met onderzoeksnummer P44142i (bijlage D/175, pag

001420 - 001422) vermeld/laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 50250 kg, de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 202 kg en de

totale hoeveelheid stikstof (ongeveer) 337 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid een totale hoeveelheid mest van (ongeveer) 75250 kg was met een

hoeveelheid fosfaat van (ongeveer) 302 kg was en met een hoeveelheid

stikstof van (ongeveer) 504 kg was (analysecertificaat met onderzoeksnummer

P44142 bijlage D/49, pag 001279),en

(ZAAK 2.2)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P43835

(bijlage D/85, pag 001316) bij het onderdeel analysepakketten vermeld/laten

vermelden dat het aantal potten/zakken 3 bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid in 6 was, en

in analyserapporten met onderzoeksnummer P43835 (bijlage D/176, pag

001423 - 001425) vermeld/laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 88650 kg, de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 616 kg en de

hoeveelheid stikstof (ongeveer) 491 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid meer bedroeg, en

(ZAAK 2.3)

-in analyserapporten met onderzoeksnummer P43036i (bijlage D/177, pag

001426) vermeld/laten vermelden dat een totale hoeveelheid mest van

(ongeveer) 37920 kg, de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 312 kg en de

hoeveelheid stikstof (ongeveer) 237 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid een hoeveelheid mest van (ongeveer)108800 kg was met een

hoeveelheid fosfaat van (ongeveer) 895 kg en met een hoeveelheid stikstof

van (ongeveer) 679 kg was ( analysecertificaat met onderzoeksnummer P43036

-Bijlage D/98, pag 001329 ), en

(ZAAK 2.4)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44098

(bijlage D/99 pag 001330) bij het onderdeel analysepakketten vermeld/laten

vermelden dat het aantal potten/zakken 5 bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid 7 was, en

in analyserapporten met onderzoeksnummer P44098 (bijlage D/178, pag

001429 - 001431) vermeld/laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 150900 kg, de hoeveelheid fosfaat 989 kg en/of de hoeveelheid

stikstof 1539 kg bedroeg, zulks terwijl dit in werkelijkheid een

hoeveelheid mest van (ongeveer) 211800 kg was met een hoeveelheid fosfaat van

(ongeveer) 1389 kg en met een hoeveelheid stiktof van (ongeveer) 2161 Kg

was (analysecertificaat met onderzoeksnummer P44098 - bijlage D/107, D/108,

D/109 pag 001338-001340), en

(ZAAK 2.5)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44488

(bijlage D/122, pag 001353) bij het onderdeel analysepakketten vermeld/laten

vermelden dat het aantal potten/zakken 6 bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid 11 was, en

in analyserapporten met onderzoeksnummer P44488 (bijlage D/179, pag

001432 - 001434) vermeld/laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 132700 kg de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 971 kg en de

hoeveelheid stikstof (ongeveer) 1305 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid een hoeveelheid mest van (ongeveer) 242950 kg met een

hoeveelheid fosfaat van (ongeveer) 1778 kg en met een hoeveelheid stikstof

van (ongeveer) 2388 kg was (analysecertificaat met onderzoeksnummer P44488 -

bijlage D/131, pag 001363 ), en

(ZAAK 2.6)

-op dat begeleidingsformulier minas mestonderzoek met onderzoeksnummer P44490

(bijlage D/138, pag 001370) bij het onderdeel analysepakketten vermeld/laten

vermelden dat het aantal potten/zakken 7 bedroeg, terwijl dit in werkelijkheid

11 was, en

in analyserapporten met onderzoeksnummer P44490 (bijlage D/180, pag

001435 - 001437) vermeld of laten vermelden dat in een totale hoeveelheid mest

van (ongeveer) 154750 kg, de hoeveelheid fosfaat (ongeveer) 1066 kg en de

hoeveelheid stikstof (ongeveer) 1514 kg bedroeg, zulks terwijl dit in

werkelijkheid een hoeveelheid mest van (ongeveer) 243500 kg met een

hoeveelheid fosfaat van (ongeveer) 1678 kg en met een hoeveelheid stikstof

(ongeveer) 2382 kg was (analysecertificaat met onderzoeksnummer P44490

-bijlage D/148, pag 001381),

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte

telkens opdracht heeft gegeven.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 27, 51, 57, 225.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist werkstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest en een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De officier van justitie heeft bij haar eis rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Indien de redelijk termijn niet zou zijn overschreden zou de officier van justitie een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf hebben geëist.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft subsidiair gepleit voor oplegging van een geldboete, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn. Het opleggen van een voorwaardelijke straf heeft geen zin, omdat verdachte inmiddels niet meer werkt bij [bedrijf1].

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon, de persoonlijke omstandigheden en de financiële draagkracht van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening houden met het volgende. Verdachte, statutair directeur van [bedrijf1], heeft het initiatief genomen tot het plegen van de strafbare feiten. Dat heeft ertoe geleid dat [bedrijf1] gedurende een lange periode veelvuldig de regelgeving van het Minas-systeem heeft overtreden en haar vertrouwenstaak als geaccrediteerd laboratorium heeft geschonden. Daardoor heeft [bedrijf1] de integriteit van het systeem ernstig aangetast. Daarnaast neemt de rechtbank bij de strafoplegging in aanmerking dat [bedrijf1] door het plegen van de bewezen verklaarde strafbare feiten extra opdrachten heeft verkregen en als gevolg daarvan een zekere mate van financieel voordeel gehad. Aannemelijk is dat dit voordeel deels ook aan verdachte is toegekomen. Tevens wordt door de handelwijze van verdachte en [bedrijf1] niet alleen normvervaging bij het personeel van [bedrijf1] in de hand gewerkt maar ook bij haar opdrachtgevers. Ten slotte kan niet worden uitgesloten dat de handelwijze van verdachte heeft bijgedragen aan de vervuiling van het milieu.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening houden met de omstandigheid dat verdachte terzake strafbare feiten niet eerder is veroordeeld. Daarnaast is sinds het tijdstip waarop de door hem gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgehad inmiddels geruime tijd verstreken, terwijl verdachte -voor zover thans bekend- in deze periode geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. De rechtbank houdt bij de strafoplegging tevens rekening met de persoonlijke gevolgen voor verdachte namelijk dat verdachte zijn positie in [bedrijf1] heeft verloren.

De rechtbank neemt bij de strafoplegging tevens in aanmerking dat de redelijke termijn als

bedoeld in art. 6 EVRM is overschreden. Tussen de doorzoeking op 2 december 2004 en de

berechting ter terechtzitting is een termijn verstreken van 4 jaar en 6 maanden. Tussen de

doorzoeking en het arrest van het gerechtshof van 16 juni 2008 is ongeveer 3 jaar en 6 maanden

verstreken. De rechtbank is echter van oordeel dat de verstreken tijd sinds het arrest van het

gerechtshof geen extra overschrijding van de redelijke termijn oplevert, omdat de zaak

vanaf dat tijdstip binnen afzienbare tijd ter terechtzitting is behandeld, er op verzoek van de

verdediging van [bedrijf1] tussentijds nog getuigen zijn gehoord bij de

rechter-commissaris en deze zaken niet los van elkaar te zien zijn. Op verzoek van de

verdediging ter terechtzitting in deze zaak zijn toegevoegd. De rechtbank gaat daarom bij

het bepalen van de strafkorting uit van een overschrijding van de redelijke termijn als

bedoeld in art. 6 EVRM van 1 jaar en 6 maanden.

Indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden zou de rechtbank een werkstraf van

240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke

gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar hebben opgelegd.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte tot

het feit opdracht heeft gegeven, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte tot

het feit opdracht heeft gegeven, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1, feit 2:

Werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek

overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te

verrichten arbeid.

T.a.v. feit 1, feit 2:

Geldboete van EUR 10.000,00 subsidiair 85 dagen hechtenis waarvan EUR 5000,00

subsidiair 42 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

T.a.v. feit 1, feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. K. Visser en mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 9 juni 2009.

1 1/OPV, p. 113 t/m 116 en 1/AH/01 t/m 1/AH/03, p. 153 t/m 161.

2 Bijlage D/159,p. 1392.

3 Bijlage D/9, D/10, D11, p. 1192 t/m 1194.

4 Bijlage D/7, p. 1190.

5 Bijlage D/12, p. 1195.

6 1/OPV, p. 117 t/m 119 en 1/AH/05 t/m 1/ah/07, p. 166 t/m 172.

7 Bijlage D/27, p. 1212.

8 Bijlage D/165, p. 1400 t/m 1402.

9 Bijlage D/164, p. 1399.

10 1/OPV, p. 120 t/m 122 en 1/AH/08 t/m !/AH/10, p. 173 t/m 179.

11 Bijlage D/36, p. 1255.

12 Bijlage D/167, p. 1404 t/m 1406.

13 Bijlage D/166, p. 1403

14 1/OPV, p. 123 t/m 126 en 1/AH/11 t/m 1/AH/14, p. 180 t/m 189.

15 Bijlage D/57, p. 1287.

16 Bijlage, D/170, p. 1409 t/m 1411.

17 Bijlage D/168, p. 407.

18 Bijlage D/169, p. 408.

19 1/OPV, p. 127 t/m 129 en 1/AH/15 t/m 1/AH/17, p. 190 t/m 197.

20 Bijlage D/68, p. 1299.

21 Bijlage D/172, p. 1413 t/m 1415.

22 Bijlage D/171, p. 1412

23 Bijlage D/69, p. 1300.

24 1/OPV, p. 130 t/m 132 en 1/AH/18 t/m 1/AH/20, p. 198 t/m 204.

25 Bijlage D/81, p. 1312.

26 Bijlage D/174, p. 1417 t/m 1419.

27 Bijlage D/173, p. 1416.

28 2/OPV, p. 226 t/m 229 en 2/AH/01 t/m 2/AH/03, p. 261 t/m 268.

29 Bijlage D/175, p. 1420 t/m 1422.

30 Bijlage D/49, p. 1279.

31 Bijlage D/48, p. 1278 en D/47, p. 1277.

32 2/OPV, p. 230 t/m 232 en 2/AH/04 t/m 2/AH/05, p.269 t/m 274.

33 Bijlage D/85, p. 1316.

34 Bijlage D/176, p. 1423 t/m 1425.

35 Bijlage D/91, p. 1322.

36 2/OPV, p. 233 t/m 235 en 2/AH/06 t/m 2/AH/08, p. 275 t/m 282.

37 Bijlage D/177, p. 1426 t/m 1428.

38 Bijlage D/98, p. 1329.

39 2/OPV, p. 236 t/m 239 en 2/AH09 t/m 2/AH/11, p. 283 t/m 293.

40 Bijlage D/99, p. 1330.

41 Bijlage D/178, p. 1429 t/m 1431.

42 Bijlage D/107, D/108, D/109, p. 1338 t/m 1340.

43 2/OPV, p. 240 t/m 243 en 2/AH/12 t/m 2/AH/14, p. 294 t/m 304.

44 Bijlage D/122, p. 1353.

45 Bijlage D/179, p. 1432 t/m 1434.

46 Bijlage D/131, p. 1363.

47 Bijalge D/137, p. 1369.

48 2/OPV, p. 244 t/m 247 en 2/AH/15 t/m 2/AH/17, p. 305 t/m 315.

49 Bijlage D/138, p. 1370.

50 Bijlage D/180, p. 1435 t/m 1437.

51 Bijlage D/148, p. 1381.

52 1/AH/04, p. 162 t/m 165, 1/AH/21, p. 205 t/m 211.

53 Bijlage D/20 t/m D23, p. 1203 t/m 1208.

54 Bijlage D/1 t/m D6, p. 1181 t/m 1189.

55 Bijlage D/194, p. 1451.

56 Verklaring verdachte [medeverdachte1], V04/01, p. 487.

57 Verklaring [medeverdachte1], V04/02, p. 497.

58 Verklaring [medeverdachte1], V04/05, p. 523.

59 Verklaring [medeverdachte1], V04/06, p. 526.

60 Verklaring [medeverdachte1], V04/06, p. 537.

61 Verklaring [medeverdachte1], V04/10, p. 542 en 543.

62 Verklaring [medeverdachte1], V4/02, p. 497.

63 Verklaring [medeverdachte1], V04/04, p. 511 t/m 513.

64 Verklaring [medeverdachte2], V06/03, p. 662.

65 Verklaring [medeverdachte2], V06/04, p. 668.

66 Verklaring [medeverdachte2], V06/04, p. 670.

67 Verklaring [medeverdachte2], V06/05, p. 675 en 676.

68 Verklaring [medeverdachte2], V06/07, p. 687.

69 Verklaring [medeverdachte2], V06/07, p. 688.

70 Verklaring [verdachte], V03/01, p. 417.

71 Verklaring [verdachte], V03/01, p. 433.

72 Bijlage D/1 e.v.

73 Verklaring [verdachte], V03/04, p. 435.

74 Verklaring [verdachte], V03/06, p. 449.

75 Verklaring [verdachte], V03/09, p. 463.

76 Verklaring [verdachte], V03/10, p. 469.

77 Verklaring [verdachte], V03/12, p. 476.

78 Verklaring [medeverdachte4], V02/06, p. 392.

79 Verklaring [medeverdachte4], V02/06, p. 393.

80 Verklaring [medeverdachte4], V02/06, p. 396.

81 Verklaring [medeverdachte4], V02/08, p. 406.

82 Verklaring [getuige1], G01/01, p. 701 en 702.

83 Verklaring [getuige1] bij de rechter-commissaris d.d. 28 november 2008.

84 Verklaring [getuige3], G05, p. 721.

??

??

2

Parketnummer:

[verdachte]