Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BI6125

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-04-2009
Datum publicatie
03-06-2009
Zaaknummer
528856
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop. Vordering tot (gedeeltelijke) ontbinding van de koopovereenkomst wegens non-conformiteit (7:17 BW) en terugbetaling van de koopprijs. Deskundigenbericht. Nadere toelichting van de deskundige ex artikel 194 lid 5 Rv. Betrouwbaarheid deskundige.

Uitgangspunt is dat de rechter vrij is in de waardering van een deskundigenrapport. Wanneer het rapport in het kader van een gerechtelijke procedure tot stand is gekomen, de deskundige bij de uitvoering van zijn opdracht zorgvuldig gehandeld heeft (bijvoorbeeld door hoor- en wederhoor toe te passen) en het rapport behoorlijk gemotiveerd en consistent is, zal de rechter de bevindingen van de deskundige niet snel passeren. De partij die zich niet met een dergelijk rapport kan verenigen, zal zijn stellingen zeer deugdelijk moeten motiveren, in beginsel door een eigen ropport in het geding te brengen. De reden daarvan is dat de procespartijen die bij de benoeming van de deskundige, de formulering van de vragen, de wijze van het onderzoek en de totstandkoming van het rapport betrokken zijn geweest, zich (processueel) aan het rapport hebben gecommitteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 290
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, lokatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 528856

Rolnummer : 07-7632

Uitspraak : 30 april 2009

HK

in de zaak van:

Koper,

wonende te ‘s-Hertogenbosch,

eiseres in conventie,

gedaagde in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. R. Aboukir, advocaat te Hedel,

t e g e n :

Verkoper,

gevestigd te Rosmalen, gemeente ’s-Hertogenbosch,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. M.M.S. Ehren, advocaat te Rosmalen.

Als vervolg op de door de kantonrechter tussen partijen gewezen vonnissen de dato

14 februari 2008, 10 april 2008 en 4 december 2008.

Partijen zullen verder worden aangeduid als “[koper]” en “[verkoper]”.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij tussenvonnis de dato 4 december 2008 heeft de kantonrechter de deskundige opgedragen hem schriftelijk nader te rapporteren naar aanleiding van de in het vonnis opgenomen uitlatingen van [koper] als vermeld in haar akte na deskundigenbericht de dato 21 augustus 2008. Bij schrijven de dato 29 december 2008, ter griffie ingekomen op 31 december 2008, heeft de deskundige in navolging van het vonnis van 4 december 2008 nader gerapporteerd.

Bij akte de dato 4 februari 2009 heeft [koper] zich uitgelaten over de voornoemde nadere rapportage van de deskundige. Aan deze akte heeft [koper] een productie gehecht. Bij antwoordakte van 23 februari 2009 heeft [verkoper] gereageerd op de akte van [koper] voornoemd, waarbij [verkoper] de kantonrechter tevens heeft verzocht de nadere productie van [koper] terzijde te stellen en daaraan voorbij te gaan.

Daarna is vonnis bepaald.

Onder de genoemde processtukken bevinden zich tevens de in die stukken nader aangeduide producties.

2. Het geschil

2.1. Bij inleidende dagvaarding heeft [koper] zich tot de kantonrechter gewend met de vordering de koopovereenkomst tussen [koper] en [verkoper] voor (gedeeltelijk) ontbonden te verklaren, althans voor zover rechtens nog vereist, gedeeltelijk te ontbinden voor zover het betreft de verplichting van [koper] bestaande uit betaling van de koopprijs à € 3.500,-- ter zake de levering van 80 vierkante meters zwarte tegels, 60x60 cm van het merk Negro Pulido (a) en dhr. Kuijs te veroordelen tot betaling van € 3.500,-- in hoofdsom aan [koper] zulks bij wijze van terugbetaling van de koopprijs, te vermeerderen met rente en kosten als in de dagvaarding vermeld (b. tot en met e.).

2.2. Als grondslag van haar vordering voert [koper] aan dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst de dato 28 februari 2007 doordat [verkoper] tegels heeft geleverd die aan het oppervlak gaatjes in de glanslaag vertonen, welke gaatjes niet vallen binnen de standaardnorm, waardoor vlekken, zelfs water, er heel gemakkelijk in kunnen trekken. De tegels bezitten niet de eigenschappen van tegels voor normaal gebruik, die [koper] op grond van de koopovereenkomst en het getoonde monster mocht verwachten. Er is dan ook sprake van non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW. Zijdens [koper] is voldaan aan artikel 7:23, eerste lid, BW. Derhalve is [koper] gerechtigd tot ontbinding van de koopovereenkomst en zulks heeft buitengerechtelijk plaatsgevonden op 3 september 2007.

2.3. [verkoper] voert bij conclusie van antwoord de dato 12 november 2007 allereerst verweer in conventie. Primair stelt [verkoper] zich op het standpunt dat [koper] ten aanzien van de vorderingen in het petitum van de dagvaarding onder b. tot en met e. niet ontvankelijk dient te worden verklaard nu veroordeling van dhr. Kuijs wordt gevorderd, maar deze geen partij is in het geschil. Verder betwist [verkoper] de stellingen en vorderingen van [koper]. De door [koper] gekochte vloertegels zijn in overeenstemming met, doch niet identiek aan het door [koper] getoonde monster. De betreffende tegels vertonen geen gebreken en er bestaat ook geen afwijking van hetgeen partijen zijn overeengekomen. De door [verkoper] geleverde tegels zijn een natuurproduct waarbij het inherent is aan het product dat er kleine afwijkingen kunnen bestaan. Voorts zijn de zogenaamde kleine gaatjes eveneens inherent aan deze betreffende tegels.

Verder vordert [verkoper] in voorwaardelijke reconventie, voor het geval de vordering in conventie tot ontbinding van de koopovereenkomst en de vordering tot terugbetaling van de koopprijs wordt toegewezen, [koper] te veroordelen de geleverde tegels binnen acht dagen na betekening van dit vonnis te retourneren aan het magazijn van [verkoper], bij gebreke waarvan een dwangsom zal worden verbeurd van € 500,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, met veroordeling van [koper] in conventie en in voorwaardelijke reconventie in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en nakosten als vermeld.

2.4. Bij akte eiswijziging c.q. herstel kennelijke schrijffout de dato 14 november 2007 verzoekt [koper] om ‘dhr. Kuijs’ onder b. tot en met e. van het petitum van de dagvaarding te wijzigingen in ‘[verkoper] BV’. Bij akte antwoord in reconventie de dato 2 januari 2008 concludeert [koper] voorts tot afwijzing van de vorderingen in reconventie.

2.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling in conventie en in voorwaardelijke reconventie

3.1. De kantonrechter merkt vooreerst op dat uit de wijziging van eis de dato 14 november 2007 - die voldoet aan de vereisten van artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) - en het gegeven dat [verkoper] hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt, volgt dat het verweer van [verkoper] bij antwoord dat [verkoper] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in het door haar onder b. tot en met e. gevorderde bij dagvaarding, moet worden verworpen.

3.2. Het geschil hangt in de kern samen met de vraag of de aan [koper] verkochte vloertegels, gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die [verkoper] over de tegels heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die [koper] op grond van de overeenkomst mocht verwachten (artikel 7:17 Burgerlijk Wetboek (BW)). [koper] stelt primair dat dit niet het geval is omdat [verkoper] tegels heeft geleverd die aan het oppervlak gaatjes in de glanslaag vertonen, waardoor vlekken, zelfs water, er gemakkelijk in kunnen trekken. [verkoper] heeft gemotiveerd bestreden dat de tegelvloer gebreken vertoont.

In de zin van artikel 194 Rv is vervolgens in overleg met partijen besloten dienaangaande één deskundige te raadplegen. Hierop zien de tussenvonnissen de dato 14 februari 2008 en 10 april 2008, waarbij partijen zich hebben kunnen uitlaten over de door de kantonrechter voorgestelde deskundige, de voorgestelde vraagpunten en de eventueel andere door partijen gewenste vraagpunten. Voornoemde vonnissen worden als herhaald en ingelast beschouwd. In navolging hiervan heeft de kantonrechter bij vonnis van 10 april 2008 een deskundigen-onderzoek gelast.

3.3. Op 10 juli 2008 heeft de deskundige een rapportage uitgebracht. Vervolgens zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de overgelegde declaratie. [koper] heeft hierop bij schrijven van 6 augustus 2008 bericht niet akkoord te gaan met deze declaratie, kort gezegd omdat zij vindt dat de deskundige zijn werk niet goed heeft gedaan. Dergelijke bezwaren staan evenwel niet in de weg aan de afwikkeling van de eindnota. De deskundige heeft immers aanspraak op betaling doordat hij de verlangde werkzaamheden heeft verricht, ook indien een partij meent dat de deskundige zijn werk niet goed heeft gedaan. Dat is slechts anders als de kantonrechter bij de afwikkeling van de eindnota van oordeel is dat de deskundige het onderzoek zodanig heeft verricht, dat het in strijd is met de eisen van een goede procesorde indien partijen voor het onderzoek (een deel van) het bedrag van de eindnota zouden moeten betalen. Hiervan is de kantonrechter niet gebleken. Voldaan is immers aan artikel 198 lid 2 Rv. Ook is recht gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor. In de conclusie na deskundigenbericht hebben partijen zich uit kunnen laten over het deskundigenbericht. [koper] heeft zo haar bezwaren afdoende aan de orde kunnen stellen, te meer nu de kantonrechter bij vonnis van 4 december 2008 de deskundige heeft opgedragen te reageren op een aantal uitlatingen van [koper], gedaan bij akte uitlating na deskundigenbericht de dato 21 augustus 2008. Aldus is geschied bij brief van 29 december 2008, waarop partijen wederom de gelegenheid hebben gekregen zich hierover uit te laten.

Gezien het vorenstaande is de einddeclaratie - hetzelfde bedrag als het reeds door [verkoper] betaalde voorschotbedrag - aan de deskundige voldaan.

3.4. Alvorens in te gaan op de inhoudelijke bevindingen van de deskundige merkt de kantonrechter op dat uitgangspunt is dat de rechter vrij is in de waardering van een

deskundigenrapport. Wanneer het rapport in het kader van een gerechtelijke procedure

tot stand gekomen is, de deskundige bij de uitvoering van zijn opdracht zorgvuldig

gehandeld heeft (bijvoorbeeld door hoor en wederhoor toe te passen) en het rapport

behoorlijk gemotiveerd en consistent is, zal de rechter de bevindingen van de deskundige

niet snel passeren. De partij die zich niet met een dergelijk rapport kan verenigen, zal

zijn stellingen zeer deugdelijk moeten motiveren, in beginsel door een eigen rapport in

het geding te brengen. De reden daarvan is dat de procespartijen die bij de benoeming van de deskundige, de formulering van de vragen, de wijze van het onderzoek en de totstandkoming van het rapport betrokken zijn geweest, zich (processueel) aan het rapport hebben gecommitteerd.

In casu kan worden vastgesteld dat [koper], afgezien van een kort schrijven van

20 oktober 2007 van Tegelzettersbedrijf Groeneveld BV waarin wordt vermeldt dat zij geconstateerd heeft dat de door [koper] aangekochte vloertegels “putjes vertonen” die niet aanwezig mogen zijn “aangezien dit een gebakken vloertegel betreft”, geen eigen rapport in het geding heeft gebracht. Weliswaar heeft [koper] verzocht op de voet van artikel 200 Rv een tegenonderzoek te laten verrichten door het horen van een niet benoemde deskundige, maar [koper] heeft dit verzoek niet nader gespecificeerd. De kantonrechter heeft ex artikel 194 lid 5 Rv volstaan met het bevel aan de deskundige een nadere schriftelijke toelichting te geven. De deskundige heeft in zijn nadere toelichting de uitlatingen van [koper], meer in het bijzonder de stelling dat zij van de deskundige heeft vernomen dat deze de opdracht heeft uitbesteed aan een derde partij, gemotiveerd weersproken. Weliswaar heeft de deskundige niet de letterlijk vraagstelling van de kantonrechter gevolgd, maar met de conclusies die hij heeft opgenomen zijn alle vragen wel afdoende beantwoord. Dat in het deskundigenbericht niet expliciet staat opgenomen dat [verkoper] is uitgenodigd bij het deskundigenonderzoek aanwezig te zijn, is juist. Maar gelet op de stelling van [verkoper] in haar conclusie na deskundigenbericht, dat zij telefonisch daartoe is uitgenodigd, maar deze uitnodiging heeft afgeslagen en dat [verkoper] tijdens het telefonisch onderhoud haar standpunt heeft kunnen toelichten, maakt dat de kantonrechter oordeelt dat het deskundigenbericht, ondersteunt door de nadere toelichting van de deskundige, voldoet aan de daaraan te stellen eisen van inzichtelijkheid en consistentie.

Voor zover [koper] aangeeft bezwaren te hebben tegen de betrouwbaarheid c.q. onafhankelijkheid van de deskundige, waarbij zij verwijst naar websites waarvan zij enkele uitdraaien als productie in het geding heeft gebracht - eerst bij nadere akte de dato

18 september 2008 die door de kantonrechter werd geweigerd, later nogmaals bij akte uitlating de dato 5 februari 2009 als reactie op de nadere toelichting van de deskundige de dato 29 december 2008 - volstaat de kantonrechter met de opmerking dat internet een veel gebruikt medium is om informatie te vergaren en/of reclame te maken en dat voor zover de deskundige gebruik heeft gemaakt van algemene gegevens/richtlijnen over de tegels die ook in de bouwmaterialenbranche gebruikt worden, dit geenszins de conclusie rechtvaardigt dat de deskundige zijn onderzoek niet onpartijdig heeft verricht. Voorts zal de kantonrechter - zoals door [verkoper] verzocht - voorbijgaan aan de uitdraaien die zij op 5 februari 2009 ter zake als productie in het geding heeft gebracht, nu deze stukken niets van doen hebben met de nadere toelichting van de deskundige waarop [koper] mocht reageren.

3.5. Kortom, de kantonrechter zal het deskundigenrapport tot uitgangspunt nemen bij de beoordeling van de vraag of de aan [koper] verkochte vloertegels, gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die [verkoper] over de tegels heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die [koper] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

De deskundige heeft onder meer als volgt gerapporteerd:

“(…) Na een microscopisch onderzoek blijken er kleine gaatjes aanwezig te zijn. Dit is inherent aan het product. In deze gepolijste porcellanato bevinden zich altijd kleine poriën. (…) De tegel kan zonder nadelige gevolgen in gebruik genomen worden. Wel moet deze tegel alvorens gebruik geïmpregneerd worden voor het tegengaan van indringend vuil en vocht. (…) De gaatjes kunnen niet worden weggepoetst en er bestaat ook geen andere techniek voor. Dit is alleen weg te werken met een goede impregneerlaag. Deze Porcellanato is van goede kwaliteit (…).

Conclusie:

1. de onderzoeken wijzen uit dat de Porcellanato vloer tegel Negro Pulido voldoet aan alle EN en NEN normen qua richtlijnen die er aan gesteld mogen worden.

2. De vloertegel staat bekend om zijn hoge technische eisen en kwaliteiten.

3. De voorlichting die bij de verkoop van de Porcellanato vloer tegel Negro Pulido is afgegeven door verkoper aan koper is gegrond.

4. De vloertegel moet na aanbrengen wel geïmpregneerd worden (…).

5. De vloer ondergaat geen nadelige gevolgen als deze in gebruik wordt genomen. Ook de gaatjes hebben geen nadelige gevolgen voor het in gebruik nemen van de tegel”.

3.6. Vorenstaande dient in onderlinge samenhang bezien te worden met het gegeven dat niet (meer) in geschil is dat [koper] er van op de hoogte was dat de vloertegels uit China afkomstig zijn, dat [verkoper] gemotiveerd heeft gesteld dat de waslaag waarover door [koper] en de deskundige wordt gesproken in de fabriek wordt aangebracht als bescherming om beschadiging tijdens- en na het leggen te voorkomen en om de tegel te beschermen tegen bouwvuil, dat dit alleen gebeurt in China, dat de tegels uit Europa vaak alleen worden geïmpregneerd en dat [verkoper] aan [koper] heeft medegedeeld dat mocht ze de waslaag niet vertrouwen, [verkoper] zorg zou dragen voor een impregnatiemiddel. [koper] heeft destijds dit telefonisch aanbod direct van de hand gewezen, maar [verkoper] handhaaft dit aanbod nog immer, getuige haar antwoordakte van 23 februari 2009.

3.7. Slotsom is, dat de in het geding zijnde vloertegels naar het oordeel van de kantonrechter voldoen aan de eis en de eigenschappen die [koper] als consument mocht verwachten en aldus aan de overeenkomst beantwoorden.

Gelet op het vorenoverwogene kan worden geconcludeerd dat het in conventie bij dagvaarding gevorderde niet toewijsbaar is.

3.8. Nu de kantonrechter de vordering van [koper] in conventie zal afwijzen, behoeft de vordering in voorwaardelijke reconventie - afgezien van de beoordeling ter zake de door partijen gevorderde proceskostenveroordeling - geen nadere bespreking meer.

3.9. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [koper] worden veroordeeld in de proceskosten als na te melden. Hierbij wordt overwogen dat de door [verkoper] gevorderde nakosten vallen onder het bepaalde bij artikel 6:237 lid 4 Rv en niet in onderhavige proceskostenveroordeling zal worden meegenomen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vorderingen van [koper] af;

in conventie en in voorwaardelijke reconventie:

veroordeelt [koper] in de proceskosten aan de zijde van [verkoper] gevallen, welke kosten tot op deze uitspraak zijn begroot op € 900,-- ter zake gemachtigdensalaris en € 476,-- wegens door [verkoper] betaald voorschot ter zake van de kosten van de deskundige, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de dag van de uitspraak;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. J.G.M. van Meel, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 april 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaaknummer: 528856 blad 6

vonnis