Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BI6000

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-05-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
621342
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekster is meervoudig gehandicapt en heeft persoonlijke verzorging en begeleiding nodig. Middels een overheidssubsidie, het zogenaamde Persoonsgebonden Budget (PGB) heeft verzoekster 'zorg op maat' verworven door met verweerster een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te gaan. Na één maand wordt verweerster arbeidsongeschikt. Verzoekster vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zonder toekenning van een vergoeding. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens een verandering in de omstandigheden, omdat de tussen partijen benodigde vertrouwensrelatie is verdwenen. De bijzondere arbeidsverhouding leent zich in beginsel niet voor toekenning van een vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, aangezien een ontbindingsvergoeding door verzoekster zou moeten worden betaald uit het PGB dat daartoe geen ruimte biedt.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2009/207
JIN 2009/423
JIN 2009/480
AR-Updates.nl 2009-0432
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, lokatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 621342

EJ verz. : 09-1968

Uitspraak : 27 mei 2009

HK

in de zaak van:

Verzoekster,

wonende te ‘s-Hertogenbosch,

verzoekster,

gemachtigde: mr. L.H.W.J. Rutten, werkzaam bij D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., kantoorhoudende te Rijswijk,

t e g e n :

Verweerster,

wonende te Rosmalen,

verweerster,

gemachtigde: mr. G.M. Groenhuijzen, advocaat te Rosmalen.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” en “[verweerster]”.

1. De procedure

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank, sector kanton, locatie

's-Hertogenbosch, op 8 mei 2009, heeft [verzoekster] verzocht om de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden.

Zijdens [verweerster] is een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 mei 2009, bij welke gelegenheid partijen de zaak hebben doen bepleiten door hun gemachtigden voornoemd.

Na gevoerd debat is de beschikking bepaald op heden.

2. Inleiding

2.1. [verzoekster] is een particulier die als gevolg van haar aandoeningen, ze is meervoudig gehandicapt, verpleging, ondersteunende begeleiding en hulp bij haar persoonlijke verzorging nodig heeft. Middels een overheidssubsidie het zogenaamde Persoonsgebonden Budget (PGB) heeft [verzoekster] zelfstandig “zorg op maat” verworven door met [verweerster] een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Met het inkopen van deze zorg heeft [verzoekster] de status van werkgever verworven.

2.2. [verweerster] is sedert 1 januari 2009 in dienst van [verzoekster] in de functie van zorgverleenster, tegen een bruto salaris (inclusief vakantiegeld) van € 830,-- per maand. [verweerster] is thans 25 jaar oud.

2.3. [verzoekster] grondt het verzoek op de stelling dat er gewichtige redenen zijn om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, bestaande in veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

2.4. Ter toelichting op deze stellingname heeft [verzoekster], kort weergegeven en voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, het volgende aangevoerd.

Op 12 januari 2009 is [verweerster] daadwerkelijk gestart met haar werkzaamheden. Op donderdag 5 februari 2009 heeft [verweerster] zich ziekgemeld met ‘een griepje’. Met [verweerster] is toen de afspraak gemaakt dat zij vóór zondagavond zou doorgeven hoe het met haar gezondheid gesteld was, zodat er zonodig een vervanger zou kunnen worden geregeld. [verweerster] heeft zich niet aan de afspraak gehouden en heeft zij niets van zich laten horen. [verzoekster] heeft hierop de arbodienst verzocht een controle uit te voeren. De uitkomst van deze controle was voor [verzoekster] verrassend. Gebleken is dat [verweerster] al vanaf november 2008 te kampen heeft met psychische klachten c.q. depressiviteit. [verzoekster] voelt zich nogal beetgenomen door [verweerster]. Het vertrouwen in [verweerster] is verdwenen. [verzoekster] is afhankelijk van haar zorgverleners en dient deze te kunnen vertrouwen. Juist omdat [verzoekster] een stabiele zorgverlener nodig heeft, is er geïnformeerd naar de algemene gezondheid van [verweerster] tijdens het sollicitatiegesprek. [verweerster] heeft verzwegen dat zij te kampen had met psychische klachten.

Het moge duidelijk zijn dat een vruchtbare samenwerking in de toekomst niet meer tot de mogelijkheden behoort.

Gezien de speciale situatie die de arbeidsverhouding met zich meebrengt, vraagt [verzoekster] de arbeidsovereenkomst te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding. Het PGB is niet bedoeld voor een dergelijke vergoeding en kan hiervoor niet worden aangewend. Daarnaast rechtvaardigt de korte duur van het dienstverband ook geen vergoeding.

2.5. [verweerster] heeft tegen het verzoek, kort weergegeven, het navolgende tot verweer aangevoerd.

Tijdens het sollicitatiegesprek heeft [verweerster] naar eer en geweten verklaard nooit ziek te zijn geweest. [verweerster] werkt sinds haar zestiende en heeft nooit aanspraak hoeven maken op een Ziektewetuitkering. [verweerster] betwist de stelling van [verzoekster] dat haar tijdens het sollicitatiegesprek is gevraagd of zij ooit overspannen c.q. depressief is geweest. In de loop van 2008 is [verweerster] - ondermeer om de dood van haar vader te verwerken - tijdelijk gestopt met werken. Nadat [verweerster] dacht haar vaders dood verwerkt te hebben, is zij weer gaan solliciteren.

Op 5 februari 2009 heeft [verweerster] zich ziek gemeld. [verweerster] heeft haar werkgever steeds op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in haar gezondheidstoestand en betwist hieromtrent de gang van zaken zoals omschreven in het verzoekschrift. Er is bijvoorbeeld geen sprake van onwil bij [verweerster] met betrekking tot re-integratie. Inmiddels wordt [verweerster] drie dagen per week in dagopname behandeld voor haar psychische problemen.

[verweerster] is tijdens het dienstverband ziek geworden, zodoende is er sprake van een opzegverbod. Bovendien heeft [verweerster] een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, namelijk voor één jaar. [verweerster] dient derhalve door [verzoekster] doorbetaald te worden conform hetgeen door partijen is afgesproken in de arbeidsovereenkomst van 29 december 2008. Tot slot merkt [verweerster] op dat [verzoekster] is verzekerd tegen loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid van werknemers.

Primair verzoekt [verweerster] dan ook de verzochte ontbinding af te wijzen. Subsidiair verzoekt [verweerster] bij toewijzing van het ontbindingsverzoek een vergoeding ter grootte van het brutoloon over de resterende maanden tot het einde dienstverband toe te kennen.

3. De beoordeling

3.1. Niet gebleken is dat het onderhavige verzoek verband houdt met een in deze relevant verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. Weliswaar is komen vast te staan dat [verweerster] op dit moment arbeidsongeschikt is, maar niet die ziekte, maar de door [verzoekster] gestelde vertrouwensbreuk vormt de reden om te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Onder die omstandigheid hoeft het verbod van artikel 7:670, lid 1 BW niet aan een ontbinding in de weg te staan.

3.2. Alhoewel [verweerster] primair verweer heeft gevoerd tegen de door [verzoekster] gestelde vertrouwensbreuk, is ter zitting genoegzaam gebleken dat de tussen partijen benodigde vertrouwensrelatie is verdwenen. [verzoekster] neemt het [verweerster] erg kwalijk dat zij tijdens haar sollicitatiegesprek niet heeft verteld dat zij overspannen is geweest na de dood van haar vader en [verweerster] heeft aangegeven niet te kunnen samenwerken met de echtgenoot van [verzoekster], omdat hij steeds van mening verandert als het aankomt op de dagelijkse verzorging van [verzoekster] en [verweerster] op een zeer overheersende wijze zijn mening oplegt. Hierin is een zodanig verandering in de omstandigheden gelegen dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden met ingang van de hierna te noemen datum.

3.3. Voorts dient beoordeeld te worden of aan [verweerster] in redelijkheid een vergoeding toekomt.

De kantonrechter merkt allereerst op dat de bijzondere, als gevolg van de betrokken regelgeving bestaande arbeidsverhouding een geheel ander karakter draagt dan die welke wordt bedoeld in de artikelen 7:610 e.v. van het Burgerlijk Wetboek. Om die reden is de kantonrechter van oordeel dat de onderhavige arbeidsverhouding zich naar haar aard in beginsel niet leent voor toekenning van een vergoeding bij ontbinding van de overeenkomst.

In deze zaak moet naar het oordeel van de kantonrechter daarom rekening gehouden worden gehouden met de bijzondere omstandigheid dat het salaris van [verweerster] moet worden bekostigd uit het door de Sociale Verzekeringsbank ten behoeve van [verzoekster] uit te keren PGB. [verzoekster] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat een toegekende ontbindings-vergoeding ten laste komt van dit budget en zal betekenen dat er minder gelden beschikbaar zijn voor haar persoonlijke verzorging en begeleiding.

Voor zover volgt de kantonrechter dan ook niet het verweer van [verweerster] dat de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] zich op geen enkele wijze onderscheid van een ander ‘normaal’ dienstverband voor bepaalde tijd.

3.4. Voor wat betreft het verweer van [verweerster] dat zij door [verzoekster] doorbetaald dient te worden conform hetgeen partijen hebben afgesproken in de arbeidsovereenkomst van

29 december 2008, verwijst de kantonrechter allereerst naar pagina 7 van de arbeidsovereenkomst, waarin wordt bepaald dat [verzoekster] en [verweerster] de overeenkomst allebei tussentijds mogen opzeggen waarbij een opzegtermijn van één maand geldt. Uit vorenstaande bepaling dient te worden geconcludeerd, bezien in het licht van aanbeveling 3.6. van de aanbevelingen van de kring van kantonrechters, waarin staat opgenomen dat bij tussentijdse ontbinding van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd waarbij de mogelijkheid van opzegging tijdens de overeengekomen duur van de arbeidsovereenkomst tussen partijen is overeengekomen in beginsel een vergoeding volgens de zogenoemde kantonrechtersformule wordt toegekend, dat loondoorbetaling tot aan de einddatum van de arbeidsovereenkomst niet aan de orde is.

3.5. Naast de omstandigheid dat een ontbindingsvergoeding door [verzoekster] zou moeten worden betaald uit het PGB die daartoe geen ruimte biedt, is een andere reden om aan [verweerster] ten laste van [verzoekster] geen vergoeding toe te kennen de omstandigheid dat [verweerster] slechts één maand voor [verzoekster] heeft gewerkt en toen arbeidsongeschikt is uitgevallen. Kennelijk heeft [verweerster] - achteraf bezien en hoezeer ook met de beste bedoelingen waar de kantonrechter vanuit gaat - geen verstandige keuze gemaakt om zich tot werk te verbinden waartoe zij op dat moment eigenlijk psychisch niet in staat bleek.

3.6. Rekening houdende met de omstandigheid dat [verweerster] - naar zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt - gedurende langere tijd arbeidsongeschikt zal zijn, zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden per 1 juli 2009.

3.7. Aan [verzoekster] hoeft geen gelegenheid te worden geboden tot intrekking van het verzoek, nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, conform het door [verzoekster] verzochte, namelijk zonder toekenning van een vergoeding.

3.8. In de aard van de genomen beslissing en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen vindt de kantonrechter tot slot aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren als na te melden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 juli 2009;

compenseert de proceskosten zo, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2009 door mr. P.G.Th. Lindeman-Verhaar, kantonrechter te 's-Hertogenbosch, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zaaknummer: 621342 blad 4