Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BI4755

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-05-2009
Datum publicatie
22-05-2009
Zaaknummer
AWB 09-1712
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verbod op demonstratie. Burgemeester heeft vrees voor wanordelijkheden, dit is onvoldoende aangetoond, besluit is geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 09/1712

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 mei 2009

inzake

[verzoeker]

te Arnhem,

verzoeker,

tegen

de burgemeester van de gemeente ‘s-Hertogenbosch,

verweerder,

[gemachtigden]

Procesverloop

Bij besluit van 19 mei 2009 heeft verweerder een door verzoeker namens de Nederlandse Volksunie (NVU) voor 23 mei 2009 aangekondigde, in ’s-Hertogenbosch te houden demonstratie verboden.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 19 mei 2009 bezwaar gemaakt bij verweerder.

Tevens heeft hij de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het verzoek is op 22 mei 2009 behandeld ter zitting, alwaar verzoeker is verschenen in persoon en verweerder bij gemachtigden.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover de toetsing aan dit criterium meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is dit niet bindend voor de beslissing in die procedure.

Bij brief van 6 mei 2009 heeft verzoeker verweerder in kennis gesteld van het voornemen om op zaterdag 23 mei 2009 van 13.00 uur tot 17.00 uur met de NVU een demonstratie te houden te ’s-Hertogenbosch onder het motto “Tegen het casinokapitaal! Tegen de plutocratie! Eerlijke winstverdeling voor ons volk!”. Verzoeker heeft daarbij aangegeven dat het Stationsplein het start- en eindpunt van de demonstratie zal zijn. Deze zal onder meer - via de Stationstunnel - over de Onderwijsboulevard en Dertien Loten lopen. Verzoeker heeft verder aangegeven ongeveer 150 deelnemers te verwachten.

Bij brief van eveneens 6 mei 2009 heeft [betrokkene] namens het Comité racisme nee (het Comité) verweerder in kennis gesteld van het voornemen om op zaterdag 23 mei 2009 een demonstratie te houden van 12.00 uur tot 17.00 uur, met als start- en eindpunt het Stationsplein en waarbij 150 deelnemers worden verwacht. Aangegeven is dat het Comité met deze demonstratie een duidelijk geluid tegen de toenemende racistische tendensen en verrechtsing in ’s-Hertogenbosch en Nederland wil laten horen.

Verweerder heeft beide meldingen ter advisering voorgelegd aan de Politie Brabant-Noord, district ’s-Hertogenbosch. Op 15 mei 2009 heeft de politie geadviseerd beide demonstraties te verbieden. Verweerder heeft vervolgens bij besluiten van 19 mei 2009 conform dit advies besloten. Het besluit gericht aan het Comité staat hier niet ter discussie. Overigens heeft het Comité bij e-mail van 18 mei 2009 aan verweerder zijn melding van 6 mei 2009 ingetrokken.

In artikel 9, eerste lid, van de Grondwet wordt het recht tot vergadering en betoging erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Ingevolge het tweede lid van deze bepaling kan de wet regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de op artikel 9, tweede lid, van de Grondwet gebaseerde Wet openbare manifestaties (Wom) kan de burgemeester voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven naar aanleiding van een kennisgeving van een betoging op een openbare plaats. Ingevolge artikel 5, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wom kan een verbod slechts wordt gegeven indien een van de in artikel 2 genoemde belangen dat vordert.

Ingevolge artikel 2 van de Wom kunnen bevoegdheden tot beperking van het recht op betoging slechts worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Verweerder heeft de door verzoeker aangekondigde demonstratie in de eerste plaats verboden ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. In dit verband heeft verweerder gewezen op het feit dat de demonstratie zal plaatsvinden in een kwetsbare wijk en naar verwachting tot reacties van de bewoners zal leiden. Verder stelt verweerder te vrezen voor confrontaties met linkse groeperingen, die inmiddels via internet en pamfletten hun achterban hebben opgeroepen om toch vooral op zaterdag 23 mei naar ’s-Hertogenbosch te komen met als doel het uitfluiten van demonstranten van de NVU en het overstemmen van hun boodschap. Tevens moet er rekening mee worden gehouden dat een veelvoud van de aangekondigde betogers naar ’s-Hertogenbosch zal afreizen. De demonstratie is daarnaast voorzien op de zaterdag ná Hemelvaart, waarop winkelend publiek en een meer dan normale toeristenstroom de binnenstad zullen bezoeken. Om onder deze feiten en omstandigheden de openbare orde te kunnen handhaven is volgens verweerder een politie-inzet vereist die een veelvoud is van het aantal politiemensen dat ingezet dient te worden bij een risicowedstrijd in het betaald voetbal. Een dergelijke politiemacht - zou die al voorhanden zijn en ingezet kunnen worden - is volgens verweerder ook geen garantie dat de demonstratie vreedzaam zal kunnen verlopen, in welk verband hij heeft gewezen op ervaringen uit andere steden (Maastricht en Amersfoort). Deze ervaringen leren verder dat - ondanks dat er afspraken zijn gemaakt en ondanks fysieke barrières tussen linkse en rechtse demonstranten - er toch gezocht zal worden naar confrontaties. Gelet hierop heeft verweerder overleg met verzoeker over een andere locatie dan wel ander aanvangstijdstip voor de demonstratie, alvorens het bestreden besluit te nemen, niet zinvol geacht. Verweerder heeft de demonstratie tevens verboden in het belang van het verkeer. De door de NVU aangekondigde demonstratie zal na samenkomst bij het Centraal Station richting Paleiskwartier begeven. Om een en ander in goede banen te leiden zouden toegangswegen - al dan niet deels- moeten worden afgesloten hetgeen een onmogelijke taak is. Verder dient het treinverkeer ongestoord doorgang te kunnen vinden en zijn er in dat weekend een aantal evenementen gepland die ook de nodige aandacht en politie-inzet vereisen, aldus verweerder.

Verzoeker is van mening dat de aangekondigde demonstratie doorgang moet vinden. Demonstraties van de NVU zijn volgens verzoeker altijd vreedzaam verlopen en wanordelijkheden van de zijde van de NVU zijn dan ook niet te verwachten. Verzoeker heeft daarbij gewezen op het jaarverslag 2008 van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, waaruit naar voren komt dat wanordelijkheden met name te verwachten zijn van leden van links-extremistische groeperingen, die met name bij manifestaties van de NVU (gewelddadige) tegendemonstraties organiseren en laat uitvoeren door derden zoals lokale anti-facisten, op rellen beluste jongeren en voetbalhooligans. Volgens verzoeker is het aan het Openbaar Ministerie en de politie om daadwerkelijk op te treden tegen dit soort groeperingen, die nu als gevolg van het bestreden besluit feitelijk hun zin krijgen. Wat betreft het gestelde verkeersbelang is verzoeker van mening dat de aangekondigde route niet of nauwelijks tot verkeershinder zal leiden. Ter zitting heeft verzoeker gemeld bereid te zijn om het Stationsplein te laten vallen als start- en eindpunt van de demonstratie en het plein aan de Leeghwaterlaan (Leonardo da Vinciplein) als alternatief voorgesteld. Tot slot heeft verzoeker nog vermeld dat andere gemeenten in Nederland (waaronder Arnhem en Den Haag) uitstekend in staat zijn gebleken met hun politiekorpsen de demonstraties van verzoeker te begeleiden zonder dat zich problemen van de zijde van verzoeker hebben voorgedaan.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de door verzoeker aangekondigde demonstratie als een betoging in de zin van artikel 9, eerste lid, van de Grondwet is aan te merken. In de Wom is de bevoegdheid van de burgemeester opgenomen om naar aanleiding van een demonstratie voorschriften en beperkingen te stellen dan wel de demonstratie te verbieden.

Vorenstaande wettelijk kader brengt met zich dat een betoging slechts in uitzonderlijke situaties preventief mag worden verboden. Er dienen zwaarwegende omstandigheden te zijn die een beperking van het recht op betoging rechtvaardigen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan een verbod van het recht om te demonstreren niet slechts worden gerechtvaardigd door de vrees voor wanordelijkheden van met name tegenbetogers. Uitgangspunt dient te zijn dat de burgemeester de betoging van verzoeker - die, naar ervaring in andere plaatsen leert, doorgaans in overeenstemming met de voorschriften verloopt - de nodige politiebescherming behoort te bieden teneinde de demonstratie doorgang te doen vinden. Dit uitgangspunt leidt eerst dan uitzondering indien er een situatie van bestuurlijke overmacht dreigt te ontstaan. Daarvan is sprake als een betoging naar redelijke verwachting gepaard zal gaan met wanordelijkheden op zodanige schaal dat er niet voldoende politie ingezet kan worden om daaraan het hoofd te bieden. Verweerder zal in geval hij een betoging verbiedt moeten aantonen dat hij zich in voldoende mate heeft ingespannen bij de uitvoering van de op hem rustende verplichting om te onderzoeken of door het treffen van passende maatregelen, dan wel het stellen van voorschriften en/of beperkingen, een vreedzaam verloop van de aangekondigde demonstratie mogelijk is.

Verweerder heeft bij bestreden besluit de demonstratie mede verboden in het belang van het verkeer. De voorzieningenrechter stelt vast dat de politie verweerder daaromtrent in het advies van 15 mei 2009 niet heeft geadviseerd. Ter zitting heeft verweerder nader aangevoerd dat gelet op de drukke zaterdag toegangswegen - naar de voorzieningenrechter begrijpt naar het centrum van de stad - afgesloten dienen te worden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder daarmee echter geen afdoende onderbouwing gegeven van de noodzaak tot het afsluiten van die toegangswegen voor een demonstratie die volgens de melding slechts in een zeer beperkt deel van die gemeente zal plaatsvinden en waarvan de route niet tot zeer beperkt door het centrum zal gaan. De voorzieningenrechter neemt daarbij mede in aanmerking dat ter zitting verzoeker heeft aangeboden de route te laten beginnen op het aan de achterzijde van het station gelegen Leonardo da Vinciplein, zodat de demonstratie geheel buiten het centrum blijft.

Evenmin is de voorzieningenrechter gebleken waarom, zoals verweerder stelt, het treinverkeer geen normale doorgang zou kunnen vinden.

Verweerder heeft het onderhavige besluit voorts gegrond op het bestaan van vrees voor het ontstaan van wanordelijkheden die niet met de beschikbare politie-inzet kunnen worden voorkomen. Deze vrees valt uiteen in drie onderdelen, namelijk de andere evenementen die gedurende dit weekend in ’s-Hertogenbosch plaatsvinden, de aangekondigde tegendemonstratie en het feit dat de route is gelegen in de nabijheid van een zogenoemde kwetsbare wijk.

Ten aanzien van de zogenoemde kwetsbare wijk overweegt de voorzieningenrechter dat ter zitting is gebleken dat de route van de demonstratie niet door deze wijk loopt maar voor een gedeelte langs de grens ervan. Het politierapport vermeldt hieromtrent verder: “Mogelijk leidt de demonstratie tot reacties van de allochtone ingezetenen van ’s-Hertogenbosch. (..) Het is mogelijk dat een dergelijke reactie ook volgt vanuit de Bossche voetbalsupporters.” De voorzieningenrechter acht dit een onvoldoende concrete onderbouwing van de vrees voor ongeregeldheden.

Wat betreft de andere evenementen en de vele toeristen die de stad dit weekend bezoeken is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder onvoldoende concreet heeft aangetoond dat deze van zodanige aard zijn dat extra politie-inzet ten behoeve van de demonstratie van verzoeker niet mogelijk is. Voorts is gebleken dat verweerder op geen enkele wijze overleg heeft gepleegd met verzoeker over de aangevraagde demonstratie, noch over een mogelijk andere datum waarop een demonstratie kan worden gehouden.

Uit de stukken is tevens gebleken dat de aangekondigde tegendemonstratie door het Comité door de burgemeester bij besluit van 19 mei 2009 is verboden. Namens deze groepering is op 18 mei 2009 aan verweerder gemeld dat de aanvraag om demonstratie wordt ingetrokken. Ter zitting heeft verweerder gesteld dat deze intrekking niet tot een ander besluit ten aanzien van verzoeker heeft geleid, nu uit in de stad aangetroffen pamfletten en uit berichten op verschillende internetsites is gebleken dat aanhangers worden opgeroepen zich aanstaande zaterdag te verzamelen teneinde de demonstratie van verzoeker te verstoren.

De voorzieningenrechter overweegt daaromtrent dat inmiddels als vaststaand kan worden aangenomen dat een demonstratie van verzoeker leidt tot acties van tegenbeweging(en), waarbij regelmatig sprake is van wanordelijkheden. De vraag is echter of dit gegeven er toe dient te leiden dat reeds daarom het recht op betoging van verzoeker zodanig wordt beperkt dat in feite sprake is van een volledig onmogelijk maken van de uitoefening van dit recht. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient deze vraag in beginsel ontkennend te worden beantwoord. De voorzieningenrechter is er zich daarbij van bewust dat de uitoefening van het recht op betoging in sommige gevallen een zware wissel trekt op de gemeenschap en gemeenschapsgeld; echter, voorop dient te blijven staan dat het gaat om een zwaarwegend rechtsgoed, de uitoefening van een grondrecht.

Gelet op bovenstaande overwegingen in onderlinge samenhang bezien is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder onvoldoende concreet heeft aangetoond dat de verwachte wanordelijkheden zullen leiden tot een situatie van bestuurlijke overmacht en dat deze slechts kunnen worden voorkomen met een disproportionele politie-inzet. Dit leidt ertoe dat het verbod geen stand kan houden, zodat de voorzieningenrechter - alle belangen afwegende - de gevraagde voorlopige voorziening zal toewijzen. De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding daarbij aan verzoeker een beperking op te leggen, in die zin dat de demonstratie zal starten op het Leonardo da Vinciplein en volgens de verder aangevraagde route zal lopen en zich niet zal begeven aan de centrumzijde van het station.

De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig een proceskostenveroordeling uit te spreken, nu er geen sprake is van rechtskundige bijstand. Wel zal de voorzieningenrechter bepalen dat het door verzoeker betaalde griffierecht ad € 150,00 door verweerder aan verzoeker dient te worden vergoed.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;

- schorst het bestreden besluit;

- bepaalt dat de demonstratie mag plaatsvinden op zaterdag 23 mei 2009 van 13.00 tot 17.00 uur langs de volgende route: Leonardo da Vinciplein, Leeghwaterlaan, Onderwijsboulevard, Weidonklaan, Gassedonklaan, Dertien Loten, Simon Stevinweg, Onderwijsboulevard, Leeghwaterlaan, Leonardo da Vinciplein;

- bepaalt dat de demonstratie zich niet zal begeven aan de centrumzijde van het station NS;

- gelast de gemeente 's-Hertogenbosch aan verzoeker te vergoeden het door hem gestorte griffierecht ad € 150,00.

Aldus gedaan door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen als voorzieningenrechter in tegenwoordigheid van mr. A.G.M. Willems als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2009.

?