Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BH7428

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-03-2009
Datum publicatie
26-03-2009
Zaaknummer
188926 KG ZA 09-141
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ernstige overlast van heien in Eindhoven. Toch geen verbod wegens aanwezigheid van zwaarwegende maatschappelijke belangen en maatregelen om overlast zoveel mogelijk te beperken (6:168 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 188926 / KG ZA 09-141

Vonnis in kort geding van 26 maart 2009

in de zaak van

[eiser], wonende te Eindhoven,

eiser,

advocaat mr. K.L.M. Corstiaans te Eindhoven,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STADIONKWARTIER B.V., gevestigd te Breda,

gedaagde,

advocaat mr. R.J.M.Sintnicolaas te Oosterhout,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STAM+DE KONING BOUW B.V., gevestigd te Rijssen, kantoorhoudend te Eindhoven,

gedaagde,

verschenen in persoon bij haar bestuurder J.A.Migchels.

Eiser zal worden genoemd: [eiser]. Omdat klaarblijkelijk Stam+De Koning Bouw BV de na te melden heiwerkzaamheden feitelijk uitvoert, zullen gedaagden gezamenlijk worden genoemd: Stam Bouw c.s. en afzonderlijk bij hun naam.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van Stadionkwartier BV.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Na verkregen bouwvergunning bouwen Stam Bouw c.s. te Eindoven aan de Mathildelaan hoek Frederiklaan een complex van 498 woningen met stallingsgarages. De bouw is op 19 augustus 2008 aangevangen. Kort voordien hadden Stam Bouw c.s. de omwonenden, waaronder [eiser], middels een circulaire d.d. 19-08-2008 (DV, prod. 3) er van op de hoogte gesteld dat het intrillen van de damwanden (ten behoeve van de bouwput) overlast voor omwonenden zou veroorzaken. Zulks is ook gebleken feitelijk het geval geweest te zijn. Het intrillen van de damwanden was omstreeks 10 oktober 2008 gereed.

2.2. Kort daarvoor had de gemeente Eindhoven (hierna: de Gemeente) middels een circulaire d.d. 25 september 2008 (DV, prod. 5) de omwonenden er onder meer van op de hoogte gesteld dat gerekend moest worden met behoorlijke overlast van de heiwerkzaamheden die in december zouden starten en ongeveer 12 weken zouden duren. Nader informeerde de Gemeente omwonenden bij circulaire d.d. 13 oktober 2008 (DV, prod. 7) dat de heiwerkzaamheden zouden aanvangen na de kerstperiode, op 5 januari 2009 en herhaalde de verwachting van forse geluidsoverlast.

2.3. Een en ander veroorzaakte in de buurt de nodige onrust. De Gemeente is te rade geworden om van Stam Bouw c.s. te verlangen dat, vóór met heien kon worden begonnen, een geluidswerende wand van zeecontainers rond het bouwterrein moest zijn opgesteld. Tevens hebben Stam Bouw c.s. geluidskorven rond de heiblokken gebruikt om het geluid te beperken.

2.4. Op 14 januari 2009 is het heien aangevangen. Vast staat dat daarbij de streef- en grenswaarden voor geluid [60 dB(A)] en trillingen [0,4 mm/sec] inderdaad fors werden overschreden (of dat na de recente verhoging van de containerwand voor de geluidshinder nog steeds het geval is, kan bij de hiernavolgende beoordeling in het midden blijven). Dat zal duren tot omstreeks medio mei 2009, wanneer naar verwachting de heiwerkzaamheden klaar zijn.

2.5. In een bestuursrechtelijk traject heeft [eiser] bij brief d.d. 23 december 2008 aan de Gemeente verzocht om handhaving van de gemeentelijke bouwverordening door op grond van artikel 4.10 lid 3 en 4 van die verordening op te treden tegen werktuigen die ernstige hinder veroorzaken, dit vanwege te verwachten en te ondervinden geluids- en trillingsoverlast van de heiwerkzaamheden.

Bij beslissing d.d. 9 februari 2009 heeft de Gemeente dit verzoek, voor zover daar niet reeds partiëel aan was tegemoet gekomen, afgewezen.

Bij brief d.d. 20 februari 2009 heeft [eiser] tegen die afwijzing een bezwaarschrift ingediend.

Ook bij brief d.d. 20 februari 2009 heeft hij bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank, sector bestuur, verzocht om, zakelijk weergegeven: B&W van de Gemeente te gelasten de heiwerkzaamheden stil te leggen tot na de beslissing in bezwaar. Dat verzoek om een voorziening bij voorraad is behandeld ter zitting van donderdag 19 maart 2009; uitspraak is voorzien op heden 26 maart 2009.

Stam Bouw c.s. heeft het bestuursrechtelijk dossier ingebracht in deze civielrechtelijke procedure zonder daarvan andermaal afschrift aan de rechtbank en wederpartij te zenden. [eiser] had daartegen geen bezwaar en de rechter heeft dat ook niet. Dat bestuursrechtelijk dossier maakt dan deel uit van de stukken in dit kort geding.

2.6. Eveneens op 20 februari 2009 heeft mevrouw M.A. Schreurs, zich gewend tot de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). Zij wees er op dat de heiwerkzaamheden de volksgezondheid aantastten en dat de Gemeente onvoldoende uitvoering gaf aan de in de Woningwet (Ww) opgenomen zorgplicht om daartegen handhavend op te treden, met verzoek aan de Minister om op grond van artikel 100b Ww de Gemeente te dwingen de bouwactiviteiten ter plaatse stil te leggen totdat passende maatregelen zijn getroffen.

Bij brief van 17 maart 2009 (Stadionkwartier, prod. 1) heeft de Minister dat verzoek afgewezen. Ook zijn ambtenaren hebben geconstateerd dat sprake was van ernstige geluids- en trillingsoverlast, maar ook dat in overleg tussen de Gemeente en de VROM-Inspectie Regio Zuid (RIZ) passende (maatwerk) oplossingen waren genomen. Waar de primaire verantwoordelijkheid voor handhavend optreden bij het college van burgemeester en wethouders ligt, de kwestie alle aandacht van de gemeentelijke organen heeft en aldaar nog altijd mogelijkheden onderzocht worden om de overlast en hinder (verder) te verminderen, zag de Minister geen grond voor toepassing van het zware instrument van de vorderingsbevoegdheid van artikel 100b Ww.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert, na vermeerdering van zijn eis met een subsidiaire vordering, zakelijk weergegeven, primair en subsidiair de heiwerken te staken totdat, kort gezegd, een oplossing voor de geluids- en trillingsoverlast gevonden is.

Grondslag van deze vordering is dat Stam Bouw c.s., door [eiser] bloot te stellen aan overmatige geluids- en trillingsoverlast, hem aantasten in zijn persoonlijke levenssfeer en bij hem schade veroorzaken in de vorm van lichamelijke en psychische stress-klachten. Dusdoende plegen Stam Bouw c.s. een onrechtmatige daad.

3.2. Stam Bouw c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De vordering strekt tot verbod van de onrechtmatige gedraging bestaande in het veroorzaken van geluids- en trillingsoverlast. [eiser] heeft gelet op de ernst van de door hem gestelde klachten een vanzelfsprekend spoedeisend belang om de kennelijke oorzaak daarvan op de kortst mogelijke termijn te willen wegnemen en kan in zijn vorderingen in kort geding worden ontvangen. Voor die ontvankelijkheid is niet relevant of bij onderzoek dat belang voldoende ernstig is om bij afweging tegen andere, door Stam Bouw c.s. aangevoerde belangen tot toewijzing van de vordering te kunnen leiden.

4.2. Het verweer dat zolang het bestuursrechtelijk traject nog loopt, [eiser] geen spoedeisend belang heeft, faalt. Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat [eiser] tegelijkertijd middels het bestuursrecht bij de Gemeente en middels het burgerlijk recht bij deze voorzieningenrechter een verbod als door hem beoogd uitgesproken probeert te krijgen.

4.2.1. Voor het simultaan inzetten van beide trajecten is reden temeer omdat het bestuursrechtelijk toetsingskader in de onderhavige kwestie anders is dan dat van de burgerlijke rechter.

(a) Het bestuur van de Gemeente dient alle bestuurlijke aspecten af te wegen. Niet alleen de belangen van de volksgezondheid, de persoonlijke levenssfeer en de veiligheid van de eigendommen (opstallen) van omwonenden afgewogen tegen het belang dat bestuurlijk wenselijk geachte stedebouwkundige ontwikkelingen op aanvaardbare wijze voortgang kunnen vinden, maar ook allerhande andere voor het openbaar bestuur van gewicht zijnde belangen. Wettelijke voorschriften spelen daarbij een doorslaggevende rol; binnen de ruimte die dergelijke voorschriften laten heeft de overheid, hier: het bestuur van de Gemeente, grote beleidsvrijheid en de kan de bestuursrechter slechts marginaal toetsen.

(b) De burgerlijke rechter dient in beginsel zonder aan een belangenafweging toe te komen, aan een als onrechtmatig te kwalificeren handelen de rechtsgevolgen te verbinden die de wet daaraan verbindt en die door de getroffene worden ingeroepen. Bij de vraag wat civielrechtelijk onrechtmatig is, zijn wettelijke normen alléén niet doorslaggevend maar geldt ook (en ruimer) wat volgens ongeschreven normen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Pas in de keuze tussen de verschillende opties voor redres (verbod, schadevergoeding in geld of schadevergoeding in andere vorm) kan de afweging van de belangen van de getroffen eiser tegen zwaarwegende maatschappelijke belangen die keuze beïnvloeden (art. 6:168 BW).

4.2.2. Het bestaan en ingezet zijn van een bestuurlijke rechtsgang tegen de Gemeente staat mitsdien aan het instellen van een vordering naar burgerlijk recht tegen Stam Bouw c.s. niet in de weg, ook niet bij het gegeven dat beide rechtsgedingen verregaand hetzelfde onderwerp betreffen. [eiser] is ontvankelijk in zijn vordering.

4.2.3. Uiteraard vervalt wel het spoedeisend belang van [eiser] en daarmee de eventuele toewijsbaarheid van zijn vordering in dit civielrechtelijk kort geding, indien het in het bestuursrechtelijk traject aan Stam Bouw c.s. verboden zou worden de heiwerkzaamheden voort te zetten.

Een dergelijk verbod valt gelet op de op 17 maart 2009 gegeven beslissing van de Minister van VROM en gelet op vandaag tevens gegeven beslissing van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, sector bestuursrecht, niet te verwachten.

4.2.4. [eiser] heeft nog altijd een voldoende spoedeisend belang bij zijn vorderingen en de burgerlijke rechter dient deze, binnen de beperkingen van een kort geding, ten volle te onderzoeken.

4.3. Voldoende aannemelijk is dat de reeds plaatsgevonden hebbende en bij verplaatsing van de heistellingen in de richting van [eiser] dreigende geluids- en trillingsoverlast de geldende streefwaarden fors overschrijden of zullen overschrijden en dat dit heien dusdoende veel ellende in de persoonlijke levenssfeer van omwonenden, waaronder [eiser], veroorzaakt, ellende die zij rechtens in het algemeen niet behoeven te dulden.

4.3.1. Daarbij speelt geen rol dat deze streefwaarden geen wettelijke basis hebben: de geluidsnormen zijn geformuleerd in een Ministeriële (VROM) Circulaire en de trillingsnormen in een Meet- en beoordelingsrichtlijn van de Stichting BouwResearch. De rechter acht aannemelijk dat zij daarmee normgevend zijn voor wat op dit gebied in het maatschappelijk verkeer betaamt.

4.3.2. Op grond van het in deze paragraaf overwogene moet het heien door Stam Bouw c.s. als een onrechtmatige daad jegens [eiser] worden aangemerkt. Zijn daartegen gerichte vordering berust op de wet (art. 3:296 BW) en zou in beginsel toewijsbaar moeten zijn.

4.4. Het voorlopig oordeel dat dit heien onrechtmatig is, wordt niet weggenomen door de omstandigheid dat het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente in zijn primaire beslissing van 23 december 2008 (overigens: genomen voordat de thans bekende bijzondere ernst van de overlast zich nog had gemanifesteerd) heeft besloten het verzoek van [eiser] om (verder) handhavend op te treden af te wijzen, omdat het daartoe bij afweging van alle betrokken belangen geen grond zag. Zoals hiervóór (r.o. 4.2.1) reeds werd overwogen: de belangenafweging en beleidsruime van het college zijn wezenlijk anders dan wat geldt in het burgerlijk recht.

4.5. Met betrekking tot verzoek van Stam Bouw c.s. aan de rechter om op grond van zwaarwegende maatschappelijk belangen toepassing te geven aan artikel 6:168 BW, wordt in algemene zin overwogen:

4.5.1. Op grond van de parlementaire geschiedenis van artikel 6:168 BW moet worden vooropgesteld dat ook private personen en bedrijven zich als gedaagde daarop kunnen beroepen en dat zelfs niet ter zake zou doen of een particulier in de eerste plaats zijn eigen welzijn en/of dat van zijn bedrijf beoogt.

4.5.2. Bij deze bouw is kennelijk sprake van een vorm van publieke-private samenwerking ten dienste van de stadsontwikkeling en van mede de sociale woningbouw. Dat is een zwaarwegend maatschappelijk belang waaraan voorrang kan worden gegeven, maar niet noodzakelijkerwijze voorrang moet worden gegeven. Extreem gesteld: als door een activiteit blijvende gezondheidsschade en verhoogde sterfterisico's voor omwonenden dreigen, dan ligt niet in de rede om aan andere maatschappelijke belangen, hoezeer maatschappelijk zwaarwegend ook, de voorrang te geven. Het is hier zaak tot een belangenafweging te komen, waartoe artikel 6:168 BW aan de burgerlijke rechter een discretionaire bevoegdheid geeft.

4.6. Met betrekking tot de vraag of in deze zaak ondanks de aanwezigheid van een zwaarwegend maatschappelijk belang een verbod op zijn plaats is, wordt allereerst voorlopig vaststellend overwogen:

4.6.1. Indien een andere, minder overlast veroorzakende heitechniek had kunnen worden toegepast en nog altijd zou kunnen worden toegepast, dan is er zonder meer grond voor een verbod, zelfs indien die andere techniek aanzienlijk kostbaarder is en tot financieel nadeel of zelfs aanzienlijk financieel nadeel leidt. Nader wordt hieromtrent overwogen:

(i) Stam Bouw c.s. hebben de suggesties van [eiser] om "fluisterpalen" van Betonson BV te gebruiken, gemotiveerd als in hun brief aan de Gemeente d.d. 8 december 2008 (DV, prod. 22) op technische gronden verworpen. De fluisterpaal is experimenteel. Zij is nog maar tweemaal toegepast met palen van 15 m lengte, terwijl op de onderhavige bouw palen van 23 tot 26 m lengte vereist zijn.

(ii) Het rapport van ABT d.d. 9 maart 2009 waarin [eiser] een alternatief voor de fundexpaal meent te kunnen lezen, verwerpt die op technische gronden, met name de onvoorziene effecten op de waterhuishouding in de ondergrond. Ter zitting werd nader toegelicht dat verstoring van de hydrodynamische situatie in de ondergrond zou kunnen leiden tot onvoorspelbare zakkingen. Wat van die onvoorspelbaarheid de gevolgen kunnen zijn is in Amsterdam en Keulen gebleken. Nader onderzoek naar dergelijke risico’s vergt een feitenonderzoek waarvoor een kort geding zicht niet leent.

4.6.2. De GGD heeft bij brief d.d. 18 februari 2009 (DV, prod. 19) aan B&W gerapporteerd. Kern van die rapportage is dat de geluidsoverlast en vooral de trillingsoverlast zo groot zijn dat die tot ernstig te nemen gezondheidsklachten bij omwonenden hebben geleid. De GGD adviseert goede begeleiding en buurtoverleg over passende maatregelen om overlast (verder) te voorkomen. Voor een dreiging van ernstige blijvende gezondheidsrisico's valt in die rapportage geen steun te vinden. Wel valt daaruit op te maken dat verschillende omwonenden, al naar gelang hun constitutie en sociale situatie, in verschillende mate (meer of minder) daadwerkelijk klachten ontwikkelen.

In verband met deze GGD rapportage wordt in dit civielrechtelijk geding dat slechts over de schade van [eiser] zelf kan gaan, van belang dat uit niets blijkt dat [eiser] zelf dergelijke klachten heeft. Stam Bouw c.s. hebben dat bij gebrek aan wetenschap bestreden, en dat zou dan aan toewijzing van zijn vordering in de weg kunnen staan, maar de rechter wil niettemin veronderstellenderwijs aannemen dat dergelijke klachten zich ook bij hem in betrekkelijk ernstige mate hebben ontwikkeld.

4.6.3. Naast dit alles heeft te gelden dat praktisch iedereen in dit dichtbevolkte Nederland het risico loopt dat te zijner tijd ooit in zijn omgeving zal kunnen worden gebouwd en geheid, met daarbij geluids- en trillingsoverlast die tijdelijk gewenste streefwaarden overschrijdt of zelfs verre overschrijdt. Binnen redelijke grenzen is het moeten aanvaarden van dergelijke overlast onvermijdelijk.

4.7. De in de vorige paragraaf gegeven feitenvaststelling leidt tot de volgende belangenafweging:

4.7.1. Enerzijds is er de voorshands onvermijdelijk te achten technische noodzaak om op deze wijze te heien ten dienste van de maatschappelijk zwaarwegende belangen van stadsontwikkeling en volkshuisvesting en anderzijds zijn er de afwezigheid van aantoonbare risico's op blijvend lichamelijk of psychisch letstel bij omwonenden en het actief flankerend beleid van reeds gerealiseerde beperkingen van de overlast (slechts van 07:30-18:00 uur ipv. van 07:00-19:00; een geluidswerende wand van zeecontainers; geluidskorven rond de heiblokken; aangeboden alternatieve woon- of werkruimte overdag) en de serieus te nemen bereidheid van de Gemeente om over verdere beperkende maatregelen te overleggen.

4.7.2. Dit alles leidt tot de conclusie dat de overlast en de wellicht niet geringe effecten daarvan op de gezondheid en het welbevinden van [eiser], toch onvoldoende ernstig zijn tegenover het belang dat de bouw voortgang kan vinden. Daarbij speelt mede een rol dat, indien [eiser]’s constitutie en sociale situatie hem zouden noodzaken om ter voorkoming van verdere schade aan zijn gezondheid zich aan de geluids- en trillingsoverlast te onttrekken, wat gelezen de GGD-rapportage het geval zou kunnen zijn, de Gemeente hem die mogelijkheid middels het aanbieden van tijdelijke alternatieve woon- of werkruimte heeft geboden. Ook valt van verder onderzoek naar alternatieve heimethoden onvoldoende resultaat te verwachten om, zoals [eiser] vordert, in afwachting daarvan de bouw stil te leggen met eveneens onoverzienbare maatschappelijke gevolgen.

4.8. Op grond van het voorgaande moeten de vorderingen ven [eiser] worden afgewezen, met zijn veroordeling in de kosten. De facto heeft de in persoon verschenen partij Stam+De Koning BV zich aangesloten bij het verweer van de advocaat van Stadionkwartier. Dat zal in de kostenveroordeling tot uitdrukking komen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. wijst de vorderingen van [eiser] af;

5.2. veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding aan de zijden van gedaagden gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op:

-voor Stadionkwartier BV € 1.078,00 (waarvan € 262,00 vast recht en € 816,00 salaris);

-voor Stam+De Koning Bouw BV € 312,00 (waarvan € 262,00 vast recht en € 50,00 reis- en verblijfkosten).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W. Rullmann en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2009.