Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BH5193

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
09-03-2009
Zaaknummer
AWB 07/1310
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschikt. De rechtbank acht zich vrij om in voorkomend geval ook los van de zogenaamde functionele mogelijkhedenlijst – en rechtstreeks aan de hand van de medische bevindingen van (bijvoorbeeld) een door de rechter ingeschakelde deskundige – te beoordelen in hoeverre een betrokkene ondanks zijn of haar handicap nog in staat moet worden geacht bepaalde arbeid te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 07/1310

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2009

inzake

[eiseres], wonende te [plaats], eiseres,

gemachtigde mr. G.J.A. van de Grint,

tegen

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gevestigd te Amsterdam, verweerder,

gemachtigde mr. A.E.G. de Jong.

Procesverloop

Sinds 1998 ontving eiseres uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO) naar een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Bij besluit van 18 juli 2006 heeft verweerder die uitkering met ingang van 21 augustus 2006 ingetrokken op grond van de overweging dat eiseres per laatstgenoemde datum minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft verweerder bij besluit van 2 maart 2007 ongegrond verklaard. Tegen dit laatste besluit is namens eiseres beroep ingesteld.

Het geding is behandeld ter zitting van 10 december 2007. Na heropening van het onderzoek heeft de revalidatie-arts G. Gysemberg op verzoek van de rechtbank bij rapport van 10 juni 2008 advies uitgebracht omtrent de gezondheidstoestand van eiseres. Partijen hebben op dat rapport gereageerd, waarna genoemde revalidatie-arts bij schrijven van 29 oktober 2008 haar rapport nog heeft aangevuld. Vervolgens is de behandeling van het geding hervat ter zitting van 18 februari 2009, waar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich daar door zijn gemachtigde laten vertegenwoordigen.

Overwegingen

De door de rechtbank ingeschakelde revalidatie-arts Gysemberg vermeldt in haar rapport van 10 juni 2008 dat eiseres (ook) ten tijde hier van belang leed aan een chronische cervicobrachialgie links en dat elke inschakeling van de linkerarm en de linkerhand de pijnklachten deed toenemen. Bovendien heeft die revalidatie-arts (op verzoek van de rechtbank) nog gespecificeerd aangegeven op welke punten de door verweerder gehanteerde zogenaamde functionele mogelijkhedenlijst de mogelijkheden van eiseres te boven gaat, te weten op de punten van autorijden en fietsen, hand- en vingergebruik, bediening van toetsenbord en “muis”, schroefbewegingen met hand en arm, frequent reiken, duwen en trekken, tillen en dragen, frequent lichte en zware voorwerpen hanteren, het maken van hoofdbewegingen, repetitief werk, activiteiten boven schouderhoogte en het hoofd (gedurende ongeveer 4 uren) in een bepaalde stand houden. De rechtbank verenigt zich met deze bevindingen van genoemde revalidatie-arts, hetgeen impliceert dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke medische grondslag berust.

De rechtbank zal zich niet begeven in de vraag of de op 2 juli 2008 - naar aanleiding van genoemd rapport van de revalidatie-arts - vanwege verweerder aangepaste functionele mogelijkhedenlijst wèl de op 21 augustus 2006 bestaande mogelijkheden van eiseres op een acceptabele manier zou weerspiegelen. De rechtbank acht zich namelijk vrij om in voorkomend geval ook los van een dergelijke lijst - en rechtstreeks aan de hand van de medische bevindingen van (bijvoorbeeld) een door de rechter ingeschakelde deskundige - te beoordelen in hoeverre een betrokkene ondanks zijn of haar handicap nog in staat moet worden geacht bepaalde arbeid te verrichten.

Volgens verweerder kon eiseres op 21 augustus 2006 de functies vervullen van meteropnemer, medewerker servicecentrum, uitleenmedewerker filiaal, magazijn/archief/onderhoudsmedewerker, verkoopster kleding en parkeercontroleur.

Het werk van meteropnemer kon eiseres niet uitoefenen omdat autorijden (waarbij een onbelemmerd gebruik van de linkerarm vereist is) een wezenlijk bestanddeel daarvan vormt. Bij dat werk gaat het niet alleen om het rijden van korte afstanden; gezien de functieomschrijving moeten kennelijk ook veraf gelegen gebieden bezocht worden.

Ook de functie van medewerker servicecentrum acht de rechtbank ongeschikt voor eiseres. In deze functie moeten onder meer sanitaire en electrotechnische producten worden verplaatst, soms met behulp van een steekwagen. Met de deskundige Gysemberg acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de toestand van eiseresses linkerarm dergelijke activiteiten mogelijk maakt. Tevens verdient opmerking dat niet geheel duidelijk is in welke mate bij deze functie het toetsenbord en de “muis” van een computer moeten worden bediend. Bij punt 4.5.0. van de functieomschrijving wordt gesproken over “15 maal ongeveer 2 minuten achtereen”, terwijl bij punt 5.1.0 met het oog op “bestellen van producten achter de PC” wordt vermeld “2 maal ongeveer 15 minuten achtereen”. Tot dit laatste moet eiseres in ieder geval – gezien het rapport van de deskundige Gysemberg – niet in staat worden geacht.

Ten aanzien van de functies van uitleenmedewerker filiaal, magazijn/archief/onderhouds-medewerker en verkoopster kleding wil de rechtbank er op wijzen dat bij al deze functies voorwerpen als boeken, dossiers en kleding dienen te worden weggenomen of opgeborgen, regelmatig ook boven schouderhoogte. Het lijkt de rechtbank niet doenlijk om dat wegnemen en opbergen uitsluitend met de rechterarm uit te voeren dan wel de linkerarm daarbij in een voor eiseres voldoende mate te sparen. Ook deze drie functies dienen derhalve als voor eiseres ongeschikte arbeidsmogelijkheden te worden aangemerkt.

De functie van parkeercontroleur tenslotte moet – overeenkomstig het oordeel van de deskundige Gysemberg – als een voor eiseres geschikte functie worden beschouwd.

Gezien het vorenoverwogene resteerden er op 21 augustus 2006 onvoldoende arbeidsmogelijkheden voor eiseres, zodat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat zij ingaande die datum voor minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Het bestreden besluit moet daarom – met gegrondverklaring van het daartegen gerichte beroep – worden vernietigd. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien door het primaire besluit van 18 juli 2006 te herroepen, waardoor eiseres per 21 augustus 2006 recht blijft behouden op WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.

De rechtbank acht termen aanwezig het verzoek van eiseres om vergoeding van wettelijke rente over achterstallige uitkeringstermijnen toe te wijzen. Die rente moet worden berekend over het bruto bedrag van de uitkering waarop eiseres alsnog vanaf 21 augustus 2006 recht heeft gekregen, nadat daarop in mindering is gebracht het bruto bedrag van de (eventuele) uitkering die eiseres over dezelfde periode is verstrekt uit hoofde van enige sociale zekerheidswet. Dit betekent dat de eerste dag waarop wettelijke rente is verschuldigd dient te worden vastgesteld op 1 september 2006, zijnde de eerste dag van de maand na die waarin de datum valt met ingang waarvan de uitkering ten onrechte is ingetrokken of op een te laag bedrag is vastgesteld en wel tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij het voorgaande geldt dat telkens na afloop van een jaar het bedrag waarover de rente wordt berekend, dient te worden vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.

De rechtbank zal voorts verweerder veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 1288,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

- 1 punt voor het indienen van een bezwaarschrift;

- 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

- 1/2 punt voor een schriftelijke zienswijze na verslag deskundigenonderzoek;

- 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

- 1/2 punt voor het verschijnen op een volgende zitting;

- waarde per punt € 322,00;

- wegingsfactor 1.

Tevens zal de rechtbank bepalen dat door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiseres het door haar gestorte griffierecht ad € 39,00 dient te worden vergoed.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit van 18 juli 2006;

- veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van renteschade aan eiseres zoals hiervoor is aangegeven;

- gelast het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiseres te vergoeden het door haar gestorte griffierecht ad € 39,00;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten vastgesteld op € 1288,00;

- wijst het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan als de rechtspersoon die het bedrag van de proceskosten dient te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. A.W. Govers als rechter in tegenwoordigheid van mr. P.D.H. Selhorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2009.

Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van toezending hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Afschriften verzonden: