Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BH0042

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
15-01-2009
Zaaknummer
174148 HA ZA 08-809
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Forumkeuze in de zin van artikel 23 EEX-Verordening. Partij A stuurt onder meer voorwaarden naar de wederpartij, met daarin forumkeuzebeding voor Belgische rechtbank. Wederpartij reageert daar schriftelijk op en voegt aan het betreffende beding toe: Belgisch recht is toepasselijk. Hoewel niet uitdrukkelijk akkoord verklaard met forumkeuzebeding, blijkt uit het vorenstaande van instemming daarmee. Het feit dat al een begin van uitvoering was gemaakt met de overeenkomst, betekent niet dat geen forumkeuze meer mogelijk zou zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 174148 / HA ZA 08-809

Vonnis in incident van 14 januari 2009

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FRISDRANKEN INDUSTRIE WINTERS B.V.,

gevestigd te Maarheeze, gemeente Cranendonck,

2. de vennootschap naar Belgisch recht

SUN BEVERAGES COMPANY N.V.,

gevestigd te Ninove, België,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. J.N.D.M. Kager,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KRONES NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Enschede,

2. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht S.A. KRONES AG,

gevestigd te Louvain-la Neuve-Sud, België,

3. de naamloze vennootschap naar Duits recht KRONES AG,

gevestigd te Neutraubling, Duitsland,

gedaagden in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. J.E. Benner.

Partijen zullen hierna Winters c.s. en Krones c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de akte in het geding brengen producties,

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring,

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. Het geschil en de beoordeling in het incident

2.1. Winters c.s. vordert in de hoofdzaak hoofdelijke veroordeling van Krones c.s. tot betaling van een bedrag van EUR 843.823,90, vermeerderd met rente en kosten. Winters c.s. legt daaraan – kort gezegd – het volgende ten grondslag. Winters c.s. heeft van Krones c.s. een verpakkingsmachine gekocht, welke machine door Krones c.s. op 23 februari 2006 is geleverd. Omdat de machine niet naar behoren functioneerde, heeft Winters c.s. bij brief van 22 augustus 2006 een termijn gesteld om de machine deugdelijk te laten functioneren. Omdat de machine daarna nog steeds niet naar behoren functioneerde, heeft Winters c.s. de overeenkomst ontbonden. Volgens Winters c.s. heeft Krones c.s. bij brief van 15 september 2006 ingestemd met de ontbinding. Krones c.s. heeft de machine teruggenomen en het reeds door Winters c.s. betaalde deel van de koopsom gerestitueerd. Winters c.s. vordert thans vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Krones c.s. in de nakoming van de overeenkomst.

2.2. In het incident vordert Krones c.s. dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Winters c.s. voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

2.3. In het kader van de beoordeling van de bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak dient te worden uitgegaan van hetgeen Winters c.s., als eiseres in de hoofdzaak, omtrent de totstandkoming en de geldigheid van de overeenkomst heeft gesteld. Derhalve zal er in het incident van uit worden gegaan dat een overeenkomst tot stand is gekomen tussen Winters c.s. en Krones c.s. De rechtbank gaat voorbij aan het betoog van Krones c.s. dat de rechtbank in ieder geval niet bevoegd is om kennis te nemen van het geschil waar het gedaagden in de hoofdzaak sub 1 en sub 3 betreft, omdat zij geen partij bij de overeenkomst zouden zijn. Dit betreft niet een kwestie van bevoegdheid, maar een verweer ten gronde ter zake het gevorderde in de hoofdzaak. Zulks dient in de hoofdzaak te worden beoordeeld.

2.4. De rechtsmacht van de Nederlandse rechter dient in het onderhavige geval te worden gevonden in de EEX-Verordening (EEX-Vo). Winters c.s. baseert de bevoegdheid van de rechtbank op artikel 5 onder 1 sub a en b EEX-Vo. Daarin is bepaald dat naast de rechter van het land van gedaagde volgens artikel 2 EEX-Vo, bij een koopovereenkomst van roerende zaken, zoals de onderhavige tussen Winters c.s. en Krones c.s., tevens bevoegd is de rechter van de plaats waar de goederen geleverd werden. Dat is in het onderhavige geval Maarheeze, zodat de rechtbank volgens Winters c.s. bevoegd is kennis te nemen van de door haar ingestelde vordering.

2.5. Volgens Krones c.s. zijn partijen forumkeuze als bedoeld in artikel 23 onder 1 sub a EEX-Vo overeengekomen. Op grond daarvan is de rechtbank te Dendermonde, derhalve de Belgische rechter, aangewezen als de bij uitsluiting bevoegde rechter.

2.6. De rechtbank overweegt dat aangezien artikel 23 EEX-Vo derogeert aan artikel 5 EEX-Vo (en ook aan de hoofdregel van artikel 2 EEX-Vo), eerst onderzocht moet worden of er sprake is van forumkeuze, zoals Krones c.s. stelt. Op grond van artikel 23 onder 1 EEX-Vo wordt een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht gesloten (a) hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst, (b) hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn geworden, (c) hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.

2.7. De rechtbank overweegt als volgt. Winters c.s. heeft Krones c.s. bij e-mail van 20 september 2005 een “lastenboek” toegezonden en verzocht op basis daarvan een offerte uit te brengen (productie 1 Krones c.s.). In dat lastenboek is in artikel 15 als bevoegde rechter aangewezen de rechter van de vestigingsplaats van de klant, in casu Winters c.s. In de offerte die Krones c.s. vervolgens aan Winters c.s. heeft gezonden, door Krones c.s. overgelegd als productie 3, is de rechter van de plaats van vestiging van de verkoper (i.c. Krones c.s.) als bevoegde rechter aangewezen (pag. 61). Voorts heeft de verkoper de keuze om een geschil voor te leggen aan de bevoegde rechter van de woonplaats van de koper. Met Krones c.s. is de rechtbank van oordeel dat Krones c.s. met de door haar toegezonden offerte een aanbod heeft gedaan aan Winters c.s. om te contracteren op de voorwaarden, zoals neergelegd in die offerte. Dat aanbod is, in ieder geval waar het de forumkeuze betreft, door Winters c.s. niet geaccepteerd, getuige de bestelbon en het lastenboek d.d. 31 oktober 2005 van de hand van Winters c.s. In dit stuk, door Krones c.s. overgelegd als productie 4, staat in artikel 18 dat geschillen enkel onder de bevoegdheid van de rechter te Dendermonde vallen.

2.8. Krones c.s. heeft in haar e-mail van 14 november 2005 aangegeven dat zij nader commentaar zal leveren op de hiervoor bedoelde bestelbon (productie 5 Krones c.s.). Krones c.s. stelt onweersproken dat Winters c.s. daarmee heeft ingestemd. Bij e-mail van 3 februari 2006 (productie 7 Krones c.s.) stuurt Krones c.s. haar opmerkingen aan Winters c.s. Krones c.s. doet diverse voorstellen met betrekking tot het toevoegen, weglaten en vervangen van onderdelen van de tekst van de bestelbon. Met betrekking tot het hiervoor onder 2.7. bedoelde artikel 18 merkt Krones c.s. op: “Toevoegen: Belgische wetgeving is van toepassing.”

2.9. Anders dan Winters c.s. is de rechtbank van oordeel dat op grond van het vorenstaande geconcludeerd moet worden dat partijen overeenstemming hebben bereikt ter zake forumkeuze. Het begrip “overeenkomst” in artikel 23 EEX-Vo heeft een beperkte strekking. De overeenkomst waarvan in dat artikel sprake is, ziet op de forumkeuze. Die kan deel uitmaken van de overeenkomst als geheel, maar noodzakelijk is dit niet. Dat Krones c.s. al was begonnen met het vervaardigen van de machine sluit derhalve, anders dan Winters c.s. betoogt, niet uit dat er nog overeenstemming kon of moest worden bereikt over forumkeuze. Zoals de rechtbank al heeft geoordeeld, is die overeenstemming uiteindelijk bereikt. Winters c.s. heeft schriftelijk onder meer het voorstel gedaan tot forumkeuze voor de rechter de Dendermonde. Van de zijde van Krones c.s. is hierop schriftelijk inhoudelijk gereageerd. Er staat in de reactie weliswaar niet met zoveel woorden dat de forumkeuze wordt geaccepteerd, maar de omstandigheid dat Krones aan het betreffende artikel wil toevoegen dat de Belgische wetgeving van toepassing zal zijn, zonder verder in te gaan op de keuze voor de rechter te Dendermonde, laat naar het oordeel van de rechtbank geen misverstand bestaan ter zake haar instemming met de voorgestelde forumkeuze. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de vereisten van artikel 23 onder 1 sub a EEX-Vo is voldaan.

2.10. Op grond van het vorenstaande zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. De vordering in het incident wordt toegewezen.

2.11. Winters c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de procedure in de hoofdzaak en het incident worden veroordeeld.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst de vordering toe,

3.2. veroordeelt Winters c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Krones c.s. tot op heden begroot op EUR 452,00,

in de hoofdzaak

3.3. verklaart zich onbevoegd van de vordering kennis te nemen,

3.4. veroordeelt Winters c.s. in de kosten van de procedure in de hoofdzaak, aan de zijde van Krones c.s. tot op heden begroot op EUR 4.784,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2009.