Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2009:BG9627

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-01-2009
Datum publicatie
13-01-2009
Zaaknummer
01/825562-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op een 79-jarige man in Gemert. Voltooide diefstal met geweld. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van voorarrest en het betalen van schade aan de 79-jarige man (eur. 3.301,52).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825562-08

Datum uitspraak: 05 januari 2009

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

wonende te [woonplaats, adres]

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 december 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 24 november 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([perceel 1]) heeft

weggenomen een (grote) hoeveelheid juwelen/sieraden, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) [slachtoffer 1]:

- van achteren is/zijn genaderd en/of

- (onverhoeds) een zak over het hoofd heeft/hebben gedaan/getrokken en/of

- meerdere malen, althans eenmaal op/tegen het gezicht heeft/hebben

gestompt/geslagen en/of

- (aan benen en/of armen) naar binnen, althans in de woning heeft/hebben

gesleurd/gesleept en/of

- [slachtoffer 1] op/tegen de grond heeft/hebben gegooid, althans naar de

grond heeft/hebben gebracht en/of

- op/tegen de grond heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- dreigend heeft/hebben toegeroepen - zakelijk weergegeven - dat ze de sleutel

van de kluis moesten hebben en/of dat hij voorover moest buigen en/of

- een mes op/tegen de keel van [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gehouden

en/of

- met een touw heeft/hebben vastgebonden en/of

- op een stoel heeft/hebben gezet;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([perceel 1]) weg te

nemen een (grote) hoeveelheid juwelen/sieraden en/of geld, althans enig(e)

goed(eren) van zijn/hun gading , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), immers is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s) naar de woning

([perceel 1]) gegaan en/of heeft/hebben die woning doorzocht, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot

diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) [slachtoffer 1]:

- van achteren is/zijn genaderd en/of

- (onverhoeds) een zak over het hoofd heeft/hebben gedaan/getrokken en/of

- meerdere malen, althans eenmaal op/tegen het gezicht heeft/hebben

gestompt/geslagen en/of

- (aan benen en/of armen) naar binnen, althans in de woning heeft/hebben

gesleurd/gesleept en/of

- [slachtoffer 1] op/tegen de grond heeft/hebben gegooid, althans naar de

grond heeft/hebben gebracht en/of

- op/tegen de grond heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- dreigend heeft/hebben toegeroepen - zakelijk weergegeven - dat ze de sleutel

van de kluis moesten hebben en/of dat hij voorover moest buigen en/of

- een mes op/tegen de keel van [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gehouden

en/of

- met een touw heeft/hebben vastgebonden en/of

- op een stoel heeft/hebben gezet;

(artikel 312 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

op 2 augustus 2008 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, tezamen

en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-

eigening uit een woning ([perceel 1]) heeft weggenomen

een hoeveelheid juwelen/sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 1],

welke diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, welk geweld hierin

bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) [slachtoffer 1]:

- van achteren is/zijn genaderd en

- eenmaal tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en

- (aan benen en/of armen) naar binnen heeft/hebben gesleept en

- [slachtoffer 1] naar de grond heeft/hebben gebracht en

- tegen de grond heeft/hebben gedrukt en

- dreigend heeft/hebben toegeroepen - zakelijk weergegeven - dat ze de sleutel

van de kluis moesten hebben en dat hij voorover moest buigen en

- met een touw heeft/hebben vastgebonden en

- op een stoel heeft/hebben gezet

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Nadere bewijsoverweging.

De officier van justitie acht feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen. De verdediging is het daar niet mee eens. Volgens de verdediging heeft verdachte zich niet schuldig gemaakt aan een voltooide diefstal met geweld. De verdediging stelt daartoe dat geen van de verdachten heeft verklaard dat er goederen zijn gestolen en dat er ook geen gestolen goederen bij een van hen zijn aangetroffen. Voor wat betreft feit 1 subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt als volgt. Het [slachtoffer 1] heeft bij de politie blijkens de aangifte en de daarbij behorende goederenbijlage gedetailleerd aangegeven welke sieraden met bijbehorende sieradendoos van 12x12x5 cm zijn gestolen. Op grond van deze aangifte en de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd, namelijk dat de mededaders de hele woning doorzochten, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de door het slachtoffer opgegeven sieraden zijn gestolen. Verdachte heeft bij de politie weliswaar verklaard dat hij niet gezien heeft dat zijn mededaders iets weggenomen hebben, maar dit kan niet tot een ander oordeel leiden. Gelet op de omvang van de sieraden en het bijbehorende doosje is het immers zeer wel mogelijk dat deze goederen zijn gestolen zonder dat verdachte daarvan iets gemerkt heeft. Dat geen van de verdachten heeft verklaard deze goederen te hebben gestolen en dat deze goederen ook niet bij een van hen zijn aangetroffen, rechtvaardigt evenmin een andere conclusie. De rechtbank acht het onaannemelijk dat aangever –die nog zeer onder de indruk was van de overval- op dit punt heeft gelogen. Het verweer van de verdediging wordt daarom verworpen.

De rechtbank is het eens met de verdediging dat niet bewezen is dat het [slachtoffer 1] een mes tegen de keel is gehouden en dat hem een zak over het hoofd is getrokken. Weliswaar is in de woning van het slachtoffer een vreemd mes aangetroffen, maar aangever heeft niet verklaard dat een mes tegen hem is gebruikt. Voorts is in of nabij de woning van het slachtoffer geen zak aangetroffen en acht de rechtbank het zeer wel mogelijk dat aangever zich op dit punt vergist. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom onvoldoende bewijs om deze onderdelen van de tenlastelegging bewezen te achten. Verdachte zal daarvan dan ook worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 310, 312.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde bewezen en eist:

- gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 3.301,52 en hoofdelijke oplegging van de schadevergoedingmaatregel tot dat bedrag subsidiair 66 dagen hechtenis

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 48 maanden gevorderd, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft gevraagd de straf te matigen, nu verdachte zijn aandeel heeft bekend en van onderdelen van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken. Voorts heeft de raadsman daarbij gewezen op persoonlijke omstandigheden van verdachte, namelijk een mogelijk verlies van een vaste baan, zijn schuldenlast en zijn gezinssituatie.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder is nog het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met vier anderen schuldig gemaakt aan een laffe overval op een 79-jarige man. Twee van hen, waaronder verdachte, hebben het nietsvermoedende slachtoffer in de buurt van zijn huis overrompeld en geslagen, geboeid en bedreigd. Het slachtoffer heeft geruime tijd vastgebonden gezeten en doodsangsten uitgestaan, terwijl de rest van de overvallers het huis doorzocht. Zij hebben uiteindelijk voor een flink bedrag aan dierbare sieraden meegenomen.

Uit de ter zitting voorgehouden verklaring van het slachtoffer volgt dat hij nog dagelijks ernstige lichamelijke en psychische gevolgen van de overval ondervindt.

Naast de hiervoor genoemde ernst van het feit en de gewelddadige rol die verdachte hierbij heeft gespeeld, weegt ten nadele van verdachte mee dat hij in het verleden veelvuldig is veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van deze zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur.

Nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van een aantal tenlastegelegde geweldshandelingen zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie gevorderd. De rechtbank laat hierbij tevens meewegen dat niet is gebleken dat verdachten het wel toegepaste geweld hebben voorbereid. De rechtbank acht de gevorderde straf te hoog.

De enkele omstandigheid dat verdachte zijn aandeel bekent leidt niet tot strafvermindering. Voor strafmatiging in verband met de toekomstplannen van verdachte ziet de rechtbank gelet op de ernst van het feit geen aanleiding.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

primair

diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of

meer verenigde personen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht

T.a.v. primair:

Maatregel van schadevergoeding van € 3.301,52 subsidiair 66 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1],, van een bedrag van € 3.301,52

(zegge: drieduizend driehonderdeen euro en tweeënvijftig cent), bij gebreke

van betaling en verhaal te vervangen door 66 dagen hechtenis, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van

€ 3.301,52 (zegge: drieduizend driehonderdeen euro en tweeënvijftig cent), te

vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum delict tot de

dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A. Bik, voorzitter,

mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. P.J. Appelhof, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken op 5 januari 2009.

9

Parketnummer: 01/825562-08

[verdachte]