Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BI9125

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-08-2008
Datum publicatie
22-06-2009
Zaaknummer
173326 / FA RK 08-1676
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Man en vrouw hebben samengewoond en hebben het gezamenlijk gezag over hun kinderen. De rechtbank wijzigt het gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag van de man alleen, omdat voldoende aannemelijk is dat de kinderen door de reeds lang bestaande strijd klem of verloren raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering zal komen. Beschikking bekrachtigd door het gerechtshof s-Hertogenbosch op 31 maart 2009

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Zaaknummer: 173326 / FA RK 08-1676

Uitspraak: 1 augustus 2008

Beschikking betreffende gezag en hoofdverblijf in de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats],

procureur mr. A.R. van Triest,

tegen:

[de vrouw]

thans verblijvende te [verblijfplaats]

advocaat mr. E.W.J.M. van Bree te Roermond,

procureur mr. J.E. Benner,

partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk de man en de vrouw.

De procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de navolgende stukken:

- het verzoekschrift van de man, ingekomen ter griffie op 20 maart 2008;

- het verweerschrift van de vrouw.

De zaak is behandeld ter zitting van 19 juni 2008. Verschenen zijn de man, bijgestaan door mr. Van Triest, de vrouw, bijgestaan door mr. Van Bree, [naam] namens Stichting Bureau Jeugdzorg alsmede [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad). Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt.

De man verzoekt hem alleen met het ouderlijk gezag te belasten alsmede de hoofdverblijfplaats van na te noemen minderjarigen bij hem te bepalen, zulks op de gronden en op de wijze als in het verzoekschrift omschreven.

De vrouw verweert zich tegen het verzoek tot wijziging van het gezag en verzoekt de hoofdverblijfplaats van na te noemen minderjarige te bepalen bij de man, zulks op de gronden en op de wijze als in het verweerschrift is vermeld.

De griffier heeft de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]in de gelegenheid gesteld hun mening omtrent het verzoek aan de rechter kenbaar te maken. Zij hebben hiervan gebruik gemaakt en zijn buiten aanwezigheid van partijen en hun raadslieden door de rechter gehoord.

De beoordeling

De feiten

Uit de inmiddels verbroken affectieve relatie tussen partijen zijn de navolgende thans nog minderjarige kinderen geboren:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], en

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], en

- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], en

- [minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], over wie partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

Hoofdverblijf

De man verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - te bepalen dat voornoemde minderjarigen hun hoofdverblijf bij de man zullen hebben.

Uit het overgelegde verweerschrift van de vrouw en het verhandelde ter zitting is de rechtbank gebleken dat de vrouw zich hangende de cassatieprocedure niet zal verzetten tegen het verzoek inzake het hoofdverblijf.

De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de kinderen is dat zij hun hoofdverblijf hebben bij de man en zal aldus dit verzoek van de man toewijzen.

Gezag

De man verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – te bepalen dat de man met ingang van de datum beschikking alleen wordt belast met het gezag over voornoemde minderjarigen.

De man legt aan zijn verzoek het navolgende ten grondslag.

De kinderen zijn sedert de detentie van de vrouw ([datum]) woonachtig bij de man. De vrouw zal nog gedurende langere tijd gedetineerd blijven, nu zij door het Hof is veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf.

De man stelt dat de kinderen in de thuissituatie bij de vrouw zijn verwaarloosd. Zulks blijkt onder meer uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 14 maart 2008, waaruit een ondertoezichtstelling per 10 april 2008 voor alle kinderen is voortgevloeid. Er was sprake van crimineel gedrag van de vrouw alsmede mishandeling en bedreiging van de kinderen door haar. De kinderen zijn bang van hun moeder en haar familie. Zij zijn ook bang dat zij weer bij hun moeder moeten gaan wonen. Communicatie tussen de man en de vrouw is niet meer mogelijk.De vrouw bedreigt de kinderen en probeert ze tegen hun vader op te stoken.Voorts weigert de vrouw toestemming te geven voor bijvoorbeeld hulpverlening (voor de behandeling van [minderjarige 1] bij Herlaarhof), voor medische ingrepen en schoolkeuze, als ook voor het aanvragen van reisdocumenten. Onder deze omstandigheden acht de man het van belang dat hij alleen bevoegd is de beslissingen inzake de kinderen te nemen.

De vrouw betwist dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging van de kinderen dan wel dat zij ze verwaarloosd zou hebben. Zij acht zich ook in detentie wel degelijk in staat het gezag over de kinderen te blijven uitoefenen. Het feit dat zij gedetineerd is, maakt haar nog niet tot een slechte moeder. De vrouw merkt in dat verband op dat ook de man een strafblad heeft en dat hij zich gedurende de relatie tussen partijen zeer agressief heeft opgesteld jegens de vrouw en de kinderen. De vrouw stelt zeer betrokken te zijn bij haar kinderen en heeft aangegeven dat zij er alles aan doet om het contact met haar twee oudste zoontjes te herstellen. Voorts stelt de vrouw dat zij inmiddels heeft ingezien dat de ondertoezichtstelling van de kinderen van groot belang is en heeft ook haar volledige medewerking verleend en zal dit ook in de toekomst blijven doen. Zij vreest dat - indien de man alleen het gezag gaat uitoefenen - zij door de man niet meer wordt geïnformeerd. Volgens de vrouw probeert de man te bewerkstelligen dat zij uit het leven van de kinderen wordt verbannen. Gelet op het feit dat de kinderen in hun jonge leven al het nodige hebben meegemaakt acht de vrouw het daardoor extra in het belang van de kinderen dat beide ouders betrokken blijven bij de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen, ook al oefent de vrouw de opvoeding op dit moment feitelijk niet uit.

Zij verzoekt het verzoek van de man af te wijzen.

De vertegenwoordiger van de Raad heeft ter zitting verklaard dat er sprake is van een moeizame samenwerking met de vrouw alsmede dat de vrouw een ambivalente houding aanneemt. De vrouw heeft destijds – door het onthouden van haar toestemming - de behandeling van [minderjarige 1] bij Herlaarhof ernstig vertraagd. Voorts heeft de Raad kennis genomen van brieven van de vrouw waarin zij invloed op haar kinderen uitoefent. De Raad uit dan ook de nodige twijfels of de vrouw het belang van haar kinderen thans wel centraal kan stellen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het verzoek van de man is gegrond op artikel 1:253 n van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan de orde is aldus de vraag of er sprake is van zodanig gewijzigde omstandigheden

dat het belang van de minderjarigen met zich brengt dat - anders dan tot dan toe- de man voortaan alleen met het gezag over de kinderen wordt belast.

Bij de beoordeling van het verzoek van de man stelt de rechtbank voorop dat aan het wettelijk uitgangspunt van handhaving van het gezamenlijk na beëindiging van de samenwoning, ten grondslag ligt dat het belang van het kind doorgaans het meest gediend is met de voortzetting van het gezamenlijk gezag. Evenwel kan de rechtbank, wanneer het belang van de kinderen zulks vergt, het eenhoofdig gezag toekennen aan een van de ouders.

Uit de overgelegde stukken, waaronder met name het rapport van de Raad d.d. 14 maart 2008 is naar voren gekomen dat het opvoedingsklimaat zich een aantal jaren heeft gekenmerkt door instabiliteit, relationele spanningen die gepaard gingen met huiselijk geweld in het bijzijn van de kinderen en de afwezigheid van een van beide ouders. De kinderen werden regelmatig geconfronteerd met fors normoverschrijdend en manipulatief gedrag van de volwassenen in hun omgeving. Uit het Raadrapport is voorts gebleken dat de situatie na het uitgaan van partijen is verbeterd, dat er meer rust en stabiliteit is gekomen in het leven van de kinderen. De vader spant zich volgens de Raad zichtbaar in om de kinderen adequaat te ondersteunen en een thuisbasis voor hen te creëren. De kinderen ervaren echter voortdurend emotionele spanning. Hierin speelt de houding van de moeder die door de kinderen beleefd wordt als onveilig, een grote rol. De moeder beschikt over weinig inzicht om aan te sluiten bij de kinderen de belangen van de kinderen voorop te stellen en hiernaar te handelen. Daarbij creëert zij door het spreken met de kinderen over de voortgang van haar vrijlating na hoger beroep verwarring en onrust. Zij is volgens de Raad niet in staat het belang van haar kinderen voorop te stellen. Zo heeft zij zich ernstig verzet tegen hulpverlening aan [minderjarige 1] door Herlaarhof. De houding van de moeder heeft de Raad destijds ertoe gebracht te adviseren dat een terugkeer naar moeder vooralsnog niet in het belang van de kinderen wordt geacht wanneer de moeder vrijkomt.

De rechtbank constateert dat de situatie inmiddels is verbeterd. De kinderen wonen thans bij hun vader en het gaat goed met hen. Ook op school gaat het beter met de kinderen.

Gebleken is dat de vader zich inzet om zijn kinderen perspectief te bieden en hen te begeleiden naar volwassenheid. Hij is tot het inzicht gekomen dat hij hierbij hulp nodig heeft en heeft professionele hulp aanvaard. De vader wordt inmiddels ondersteund door de gezinsvoogdijinstelling. Het gaat nu weer goed met de kinderen op school.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alles wat zich de laatste jaren heeft afgespeeld in het gezin van de ouders, het van het grootste belang is dat er thans rust komt voor de kinderen. Gelet op de opstelling van de moeder, waarvan de vertegenwoordiger van de Raad ter zitting heeft verklaard dat er sprake is van een moeizame en ambivalente samenwerking met haar, zal de thans bestaande min of meer rustige situatie naar het oordeel van de rechtbank moeilijker te handhaven zijn indien de vrouw met het gezag belast blijft.

Voldoende aannemelijk is geworden dat de kinderen door de reeds lang bestaande strijd klem of verloren raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering zal komen. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat – mede gelet op het verhoor van de kinderen in raadkamer - dat het in het belang van de kinderen moet worden geacht dat het gezamenlijk gezag over hen wordt beëindigd den dat de man alleen met het gezag over de minderjarigen wordt belast. Het verzoek van de man zal op die grond worden toegewezen.

Op grond van het vorenstaande beslist de rechtbank als volgt.

De beslissing

De rechtbank:

beëindigt het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], en

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], en

- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], en

- [minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], en bepaalt dat het gezag over deze minderjarigen voortaan alleen aan de man toekomt;

bepaalt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [minderjarigen 1, 2, 3 en 4]

bij de man;

verklaart deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.C. Kolkert, rechter tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2008 in aanwezigheid van de griffier.

conc: mvdn

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een procureur (advocaat)- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking